Eglon

Betekenissen

Eglon betekent: kalf, jonge stier of rund.

Classificatie

  • Eigennaam (man)
  • Plaatsnaam

Datering

Periode van de verovering van Kanaän en de tijd van de richteren, ongeveer de 15e tot 13e eeuw v.Chr.

Naam in het Hebreeuws

עֶגְלוֹן (ʿEglôn)

Naam in het Grieks

Εγλων (Eglōn)

Strongnummers

Hebreeuws: H5700
Grieks: Geen eigen Strongnummer bekend

Etymologische gegevens

De naam Eglon is afgeleid van het Hebreeuwse woord עֵגֶל (ʿegel), dat “kalf” of “jonge stier” betekent. De naam kan verwijzen naar kracht, welvaart of veeteelt.

Schrijfwijze in de verschillende vertalingen

in de Statenvertaling: Eglon
in de Herziene Statenvertaling: Eglon
in de King James vertaling: Eglon

Symbolische betekenis

Eglon symboliseert menselijke macht en zelfverheffing die uiteindelijk onder Gods oordeel komt. Zijn geschiedenis benadrukt dat God bevrijding schenkt aan Zijn volk, zelfs wanneer zij door sterke vijanden worden onderdrukt.

Bijbelse Stam

Niet van toepassing; Eglon was koning van Moab.

Familie

VaderNiet vermeld
MoederNiet vermeld
BroersNiet vermeld
ZussenNiet vermeld
VrouwNiet vermeld
ManNiet van toepassing
ZonenNiet vermeld
DochtersNiet vermeld

Een korte omschrijving

Eglon was de koning van Moab die gedurende achttien jaar heerschappij uitoefende over delen van Israël. Hij vormde een bondgenootschap met de Ammonieten en Amalekieten en onderdrukte het volk van Israël. Zijn naam is vooral bekend door de richter Ehud, die door God werd gebruikt om Israël van deze overheersing te bevrijden. Daarnaast was Eglon ook de naam van een Kanaänitische stad in het laagland van Juda. Deze stad maakte deel uit van de coalitie van koningen die tegen Jozua vochten en werd later opgenomen in het erfdeel van de stam Juda. Zowel de persoon als de plaats spelen een rol in de geschiedenis van Israëls strijd en overwinning.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Jozua 10:3, Jozua 10:5, Jozua 10:23, Jozua 10:34, Jozua 10:36, Jozua 10:37, Jozua 12:12, Jozua 15:39, Richteren 3:12, Richteren 3:14, Richteren 3:15, Richteren 3:17