Ebjásaf

Betekenissen

Ebjásaf betekent “de vader heeft verzameld”, “mijn vader heeft toegevoegd” of “de vader heeft bijeenvergaderd”. In geestelijke zin verwijst de naam naar verzamelen, bewaren en zorg dragen.

Classificatie

  • Eigennaam (man)

Datering

Ebjásaf leefde in de woestijnperiode van Israël en wordt vermeld in de Levitische geslachtsregisters ten tijde van Mozes en de tabernakeldienst.

Naam in het Hebreeuws

אֶבְיָסָף

Naam in het Grieks

Ἀβιασάφ

Strongnummers

Hebreeuws: H43
Grieks: Geen afzonderlijk Strongnummer voor de eigennaam.

Etymologische gegevens

De naam Ebjásaf is samengesteld uit het Hebreeuwse woord אָב (av, “vader”) en een werkwoordsvorm van אָסַף (asaf, “verzamelen”, “bijeenbrengen” of “toevoegen”). De naam betekent letterlijk “de vader heeft verzameld”.

Schrijfwijze in de verschillende vertalingen

in de Statenvertaling: Ebjasáf
in de Herziene Statenvertaling: Ebjasaf
in de King James vertaling: Ebiasaph

Symbolische betekenis

Ebjásaf symboliseert Gods zorg voor Zijn volk, het bijeenbrengen van gelovigen en het bewaren van een geestelijke erfenis. De naam roept het beeld op van bescherming, verzameling en continuïteit van het verbond.

Bijbelse Stam

Ebjásaf behoorde tot de stam Levi en was een afstammeling van Korach uit het geslacht van de Kehathieten.

Familie

RelatieNaam
VaderKorach
MoederNiet vermeld
BroersAssir, Elkana
ZussenNiet vermeld
VrouwNiet vermeld
ManNiet van toepassing
ZonenNiet vermeld
DochtersNiet vermeld

Een korte omschrijving

Ebjásaf is een Leviet uit het geslacht van Korach en een afstammeling van Kehath, de zoon van Levi. Hij wordt genoemd in verschillende geslachtsregisters die het priestelijke en Levitische erfgoed van Israël beschrijven. Zijn nakomelingen maakten deel uit van de Korachieten, een groep Levieten die later belangrijke verantwoordelijkheden vervulden bij de tempeldienst, waaronder bewaking van de poorten en muzikale taken. Hoewel de Bijbel weinig persoonlijke gegevens over Ebjásaf verstrekt, is zijn naam van belang vanwege zijn positie in de lijn waaruit verschillende tempeldienaren voortkwamen. Hierdoor neemt hij een blijvende plaats in binnen de geschiedenis van de Levitische dienst aan God.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

1 Kronieken 6:23, 1 Kronieken 6:37, 1 Kronieken 9:19