Categorie: V woorden

  • Viervorst

    Een ‘viervorst’ zoals Herodes Antipas, is een koning die regeert over een vierde deel van het rijk van Herodes de Grote (Matt. 14:1; Hand. 13:1; vgl. Luc. 3:1).

  • Vijf

    De waarde van dit getal kan omschreven worden met ‘een handvol’. David vraagt aan de priester van Nob: hebt U iets voorhanden?, letterlijk: wat hebt U onder uw hand? Geef mij 5 broden in mijn hand, of wat er gevonden wordt, een ‘handvol’ broden (1 Sam. 21:4). Dat is een geringe hoeveelheid. Met ‘slechts’ 5 stenen gaat David op Goliat af (1 Sam. 17:40). Maar de HEER sterkt zijn (5) vingers tot de krijg (Ps. 144:1). De 5 broden zijn maar een bescheiden bijdrage voor de maaltijd van enkele duizenden mensen (Matt. 14:17). Zo is ook het getal van (10 x 5) 50 t.o.v. 100 bv. een klein aantal. David koopt de dorsvloer van Arauna voor 50 zilveren sjekels (2 Sam. 24:24). Maar volgens 1 Kronieken 21:25 geeft David niet minder dan 12 x 50 en zelfs gouden sjekels. Vijf, een volle hand, kan ook veel zijn. ‘Hand’ is in de bijbel vaak hetzelfde als kracht, macht. Als we horen van 5 koningen van Kanaanitische volken, dan is dat een sterke macht die met aartsvaders of Israël strijdt (Gen. 14:9; Num. 31:8; Richt. 3:3). Hun ‘hand’ (met 5 vingers) drukt dan zwaar op hen. Jozef geeft met volle hand. Benjamins portie is 5 x zo groot als van de broers (Gen. 43:34). Het verschil tussen de namen Abram en Abraham is de medeklinker h, die een getalswaarde van 5 heeft. De joodse traditie verbindt dit gegeven met het feit dat Abraham de vader is van veel volken (Gen. 17:5). De tora telt 5 boeken. God geeft Zijn woorden met een volle hand. Hij heeft een sterke rechterhand. Van een periode van 5 jaar, een lustrum, horen we in de bijbel niets. In Israël rekent men met perioden van 7 jaar (sjabbatsjaar).

  • Vinger

    Gr. daktylos. Zoals van de hand of de arm van God, wordt ook over Zijn vinger gesproken. Deze is een concretisering van Zijn kracht of Geest (Ex. 8:19; 31:18; Deut. 9:10; Ps. 8:4). Jezus werpt door de vinger van God duivelen uit (Luc. 11:20), d.i. door de Geest Gods (Matt. 12:28).

  • Verschijnen

    Hebr. jeeraa = zich laten zien, zichtbaar worden van wat tot een andere wereld behoort. Zo is het komen van mensen in de tempel of het hemelse heiligdom, van God uit gedacht, een verschijnen voor Zijn aangezicht (Deut. 16:16; 1 Sam. 1:22; Ps. 84:8; Jes. 1:12). Omgekeerd is het bij de mensen komen van een engel, van de HEER zelf en van de boog in de wolken, een verschijning uit de wereld van God (Gen. 9:14; 12:7; Ex. 3:2; Richt. 6:12; 1 Kon. 3:5; Matt. 1:20; 17:3). Een enkele maal wordt het optreden van Jezus de Messias in het land een verschijning genoemd (2 Tim. 1:10; 4:1, 8; vgl. het feest ‘Epifaniën’, d.i. Verschijningsfeest n.a.v. Joh. 1:29, 31 of Joh. 2:11). Dat geldt ook van Zijn tweede komst (Kol. 3:4; 1 Tim. 6:14; Tit. 2:13). Maar het nadrukkelijkst wordt over Zijn verschijnen als de opgestane HEER gesproken, tussen Pasen en Hemelvaart, als Hij niet meer bij de discipelen is en toch van over de grens bij hen komt, zichtbaar wordt (Hand. 1:3; 1 Kor. 15:5 w).

  • Vissen

    In de Bijbel worden geen namen van soorten vissen genoemd. Er wordt alleen in algemene zin over gesproken. Er wordt wel onderscheid gemaakt in wilde dieren, vee, kruipende dieren, insecten en vogels (Genesis 1:26; Genesis 9:2). In de Bijbel wordt wel melding gemaakt van reine (al wat vinnen en schubben heeft) en onreine vissen. Alleen de reine mochten gegeten worden (Leviticus 11:9 ev.; Deuteronomium 14:9 ev.).

    Jona werd verslonden door een ‘grote’ vis, een beeld van de dood (Jona 1:17; vgl. Matthéüs 12:39). In Psalmen 148:7 wordt gesproken over walvissen; alle schepselen loven de HEERE (NBG spreekt hier over grote zeedieren).

    De vis was belangrijk volksvoedsel (Matthéüs 7:10; Matthéüs 14:17). Vooral in het meer van Galilea werd veel gevist en in zowel Lukas als Johannes lezen we over de wonderbare visvangst (Lukas 5:4; Johannes 21:3 ev.). De in het net gevangen vissen zijn een beeld van de door het evangelie voor Christus gewonnen mensen (Markus 1:16; Johannes 21:11). De vis staat ook symbool voor de doop.

    Het Griekse woord voor vis, ichthus, geeft de beginletters van de woorden: Ièsous Christos Theou Huios Sootèr (Jezus Christus, Gods Zoon, Redder).

  • Verstand

    Is voor de gelovige geen hinderlijk struikelblok, maar een begerenswaardige gave (1 Kon. 4:29; Dan. 1:17). De Spreukendichter houdt niet op te zeggen dat men zijn verstand moet gebruiken (7:4; 9:6; 16:16 etc.; vgl. Matt. 24:45; 1 Kor. 14:19 v). In de samenvatting van wet en profeten lezen wij dat wij God zullen liefhebben ook met ons verstand (Matt. 22:37; vgl. Rom. 10:2). Niettemin zijn er mensen, die hun verstand op een verkeerde manier gebruiken. Zij ontdekken niet waarover het gaat in het leven en het Evangelie (Matt. 11:25; 1 Kor. 1:9). Ons verstand moet ‘geopend’ worden (Luc. 24:45) of ‘verlicht’ (Ef. 1:18, SV).