Het uitroepen van de naam over een stad of mensen betekent het vastleggen van iemands aanspraken daarop. Joab zegt tegen David: ‘neem de stad in, zodat niet mijn naam, maar uw naam over de stad wordt uitgeroepen’ (2 Sam. 12:28). Zo wijst het uitroepen van de Naam van de HEER over het volk, de tempel of de stad op Gods heerschappij erover. Zij zijn Zijn eigendom (Deut. 28:10; 1 Kon. 8:43; Jes. 63:19; Jer. 7:10; Hand. 15:17).
Categorie: U woorden
-
Uitspansel
Hebr. raqiaa = het vastgestampte, Gr. stereoomaa, het uitgespannen tentdoek (Gen. 1:8; Ps. 19:2; 104:2), het ‘firmament’ dat zich boven de wereld welft. In het oude wereldbeeld is de hemelkoepel een soort gewelf waaraan de sterren hangen. De hemeloceaan en dus de chaos wordt hierdoor van de aarde weggehouden (vgl. Gen. 7:11).