Bería

Betekenissen van de naam Bería

De Bijbelse naam Bería (Beria / Beriah) betekent “onheil”, “kwaad”, “tegenslag” of “ellende”. De naam wordt in verband gebracht met een gebeurtenis die verdriet of rampspoed met zich meebracht, zoals expliciet vermeld wordt in de genealogie van Efraïm.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Bería komt voor in de tijd van de aartsvaders en de vroege stammenvorming van Israël. Hij wordt genoemd in de genealogie van de stam Efraïm, die teruggaat op de periode vóór de uittocht en de vestiging in Kanaän.

Naam in het Hebreeuws

בְּרִיעָה (Beríʿāh)

Naam in het Grieks

Βερια (Beria)

Strongnummers

Hebreeuws: H1283
Grieks: geen afzonderlijk Strongnummer

Etymologische gegevens

Bería is afgeleid van een wortel die “kwaad”, “onheil” of “ellende” aanduidt. In 1 Kronieken 7 wordt expliciet vermeld dat hij deze naam kreeg “omdat er onheil in zijn huis was”, wat de etymologische betekenis direct verbindt met een tragische gebeurtenis in de familie van Efraïm.

Formuleringen (Schrijfwijze)

Statenvertaling: Bería / Beria
Herziene Statenvertaling: Beria
King James Version: Beriah

Symbolische betekenis

Symbolisch staat Bería voor verdriet, verlies en de realiteit van menselijke kwetsbaarheid binnen de geschiedenis van Israël. Tegelijk laat zijn plaats in de genealogie zien dat God Zijn volk ondanks tegenslag blijft voortzetten en herstellen.

Bijbelse Stam

Efraïm – Bería behoort tot de nakomelingen van Efraïm.

Familie

RelatieNaam
VaderEfraïm
MoederNiet vermeld
BroersShuthelah, Becher, Tahan (en andere zonen van Efraïm)
ZussenNiet vermeld
VrouwNiet vermeld
ManNiet van toepassing
ZonenRephah (volgens 1 Kronieken 7:25)
DochtersNiet vermeld

Een korte omschrijving

Bería is een zoon van Efraïm en wordt genoemd in 1 Kronieken 7:23. Zijn naam is verbonden met een tragische gebeurtenis: Efraïm had diepe rouw vanwege de dood van zijn zonen, en in die periode werd Bería geboren. Zijn naam weerspiegelt deze pijnlijke context. Toch vormt Bería een belangrijke schakel in de verdere lijn van Efraïm, waaruit later leiders en families voortkomen die een rol spelen in de geschiedenis van Israël. Zijn naam draagt zowel de herinnering aan verdriet als het teken van voortzetting en hoop.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Numeri 26:44, Numeri 26:45, 1 Kronieken 7:23, 1 Kronieken 7:30, 1 Kronieken 7:31, 1 Kronieken 8:13, 1 Kronieken 8:16, 1 Kronieken 23:10, 1 Kronieken 23:11