Betekenissen
Bani betekent “gebouwd” of “hij is gebouwd”. De naam draagt het beeld van iets of iemand die door God is opgebouwd, bevestigd of gevestigd, en sluit aan bij het thema van opbouw, herstel en geestelijke structuur binnen het volk Israël.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
De naam Bani komt voor vanaf de tijd van koning David tot en met de periode na de Babylonische ballingschap, vooral in de boeken Kronieken, Ezra en Nehemia.
Naam in het Hebreeuws
בָּנִי (Bānî)
Naam in het Grieks
Βανί (Bani)
Strongnummers
Hebreeuws: H1137
Grieks: geen afzonderlijk Strongnummer
Etymologische gegevens
Bani is afgeleid van de Hebreeuwse werkwoordstam בנה (banah), “bouwen”. De naam is verwant aan woorden als “huis”, “zoon” en “gebouw” en drukt het idee uit van het bouwen van een huis, familie of gemeenschap. Daardoor krijgt Bani een sterke associatie met opbouw, stabiliteit en het voortzetten van een geslacht.
Formuleringen (Schrijfwijze)
in de Statenvertaling: Bani
in de Herziene Statenvertaling: Bani
in de King James vertaling: Bani
Symbolische betekenis
Symbolisch staat Bani voor iemand die door God “opgebouwd” is en een plaats heeft in de geestelijke en maatschappelijke structuur van Israël. De naam benadrukt trouw, dienstbaarheid en deelname aan de opbouw van het volk, zowel in militaire dienst (tijd van David) als in tempeldienst en herstel (tijd van Ezra en Nehemia).
Bijbelse Stam
De naam Bani komt voor bij verschillende groepen: een held uit de stam Gad, een man uit Juda en meerdere Levieten in de tijd van de terugkeer uit de ballingschap.
Familie
| Relatie | Naam / Opmerking |
|---|---|
| Vader | niet consequent vermeld |
| Moeder | niet vermeld |
| Broers | niet vermeld |
| Zussen | niet vermeld |
| Vrouw | niet vermeld |
| Man | niet van toepassing |
| Zonen | meerdere “zonen van Bani” worden genoemd onder de teruggekeerde ballingen |
| Dochters | niet vermeld |
Een korte omschrijving
Bani is de naam van meerdere Israëlieten in de Bijbel. Een Bani is een held uit de tijd van David, een andere Bani komt voor in de genealogieën van Juda, en verschillende mannen met deze naam verschijnen in Ezra en Nehemia als Levieten, familiehoofden en deelnemers aan de geestelijke vernieuwing na de ballingschap. Zij staan vermeld onder de teruggekeerde ballingen, onder de lezers en uitleggers van de wet, en onder de ondertekenaars van het vernieuwde verbond. De naam Bani is daardoor nauw verbonden met opbouw, herstel en toewijding aan de dienst van de HEERE.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
2 Samuël 23:36, 1 Kronieken 6:46, 1 Kronieken 9:4, Ezra 2:10, Ezra 10:29, Ezra 10:34, Ezra 10:38, Nehemia 3:17, Nehemia 8:7, Nehemia 9:4, Nehemia 9:5, Nehemia 10:13, Nehemia 10:14, Nehemia 11:22