Baäl-Zebub

Betekenissen van de naam Baäl-Zebub

Baäl-Zebub betekent “heer van de vliegen”. De naam wordt vaak gezien als een spottende vervorming van een oorspronkelijke titel als “heer van de verheven woning” (Baäl-Zebul), maar in de Bijbel is de betekenis verbonden met onreinheid, verrotting en plaagbrengende vliegen.

Classificatie

Objectnaam (afgod / godheid)

Datering

Baäl-Zebub wordt in het Oude Testament genoemd in de tijd van koning Ahazia van Israël (9e eeuw v.Chr.) als de god van Ekron, een Filistijnse stad. In het Nieuwe Testament verschijnt de verwante naam Beëlzebul/Beëlzebub in de 1e eeuw n.Chr. als aanduiding voor de “overste van de demonen”.

Naam in het Hebreeuws

בַּעַל זְבוּב (Baʿal-Zevuv)

Naam in het Grieks

Βεελζεβούβ (Beelzeboub) / Βεελζεβούλ (Beelzeboul)

Strongnummers

Hebreeuws: H1176
Grieks: G954

Etymologische gegevens

Baäl-Zebub is samengesteld uit Baäl (“heer, eigenaar”) en zebub (“vliegen”). Mogelijk lag er oorspronkelijk een titel als Baäl-Zebul (“heer van de verheven woning” of “heer van de prinselijke woning”) aan ten grondslag, die door Israëlieten spottend werd vervormd tot “heer van de vliegen”. In 2 Koningen 1 is Baäl-Zebub de god van Ekron, tot wie Ahazia boden stuurt om zijn ziekte te raadplegen.

Formuleringen (Schrijfwijze)

In de Statenvertaling: Baäl-Zebub (Oude Testament); Beëlzebul / Beëlzebub (Nieuwe Testament)
In de Herziene Statenvertaling: Baäl-Zebub; Beëlzebul
In de King James vertaling: Baalzebub (Oude Testament); Beelzebub (Nieuwe Testament)

Symbolische betekenis

Baäl-Zebub is in de Bijbel een symbool van onreinheid, afgoderij en demonische macht. In het Nieuwe Testament wordt Beëlzebul gebruikt als titel voor de “overste van de demonen”, een aanduiding voor Satan. De naam staat daarmee voor de tegenkracht van God, de bron van misleiding, ziekte en geestelijke verwoesting, in scherp contrast met de heiligheid en genezende macht van de HEERE en van Christus.

Bijbelse Stam

Niet van toepassing

Familie

VaderNiet van toepassing
MoederNiet van toepassing
BroersNiet van toepassing
ZussenNiet van toepassing
VrouwNiet van toepassing
ManNiet van toepassing
ZonenNiet van toepassing
DochtersNiet van toepassing

Een korte omschrijving

Baäl-Zebub is de naam van de god van Ekron, een Filistijnse stad, tot wie koning Ahazia van Israël boden stuurt om te vragen of hij van zijn verwondingen zal genezen. De profeet Elia veroordeelt dit als een ernstige vorm van afgoderij, omdat Ahazia de God van Israël voorbijgaat. In het Nieuwe Testament wordt de verwante naam Beëlzebul gebruikt als titel voor de “overste van de demonen”, waarmee tegenstanders van Jezus zijn macht proberen te verklaren. Zo groeit Baäl-Zebub uit tot een aanduiding voor Satan zelf, symbool van onreinheid, leugen en geestelijke vijandschap tegen God.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

2 Koningen 1:2, 2 Koningen 1:3, 2 Koningen 1:6, 2 Koningen 1:16, Mattheüs 10:25, Mattheüs 12:24, Mattheüs 12:27, Markus 3:22, Lukas 11:15, Lukas 11:18, Lukas 11:19