Betekenissen van de naam Azúba
Azúba betekent “verlatene”, “zij die verlaten is” of “achtergelatene”. De Bijbelse naam Azúba is afgeleid van een werkwoord dat “verlaten, in de steek laten” betekent en legt de nadruk op kwetsbaarheid, eenzaamheid en afhankelijkheid van Gods trouw.
Classificatie
Eigennaam (vrouw)
Datering
Azúba komt voor in de tijd van de vroege koningen en in de geslachtsregisters van Juda. Eén Azúba is de vrouw van koning Asa en moeder van koning Josafat (9e eeuw v.Chr.), een andere Azúba is de vrouw van Kaleb in de genealogieën van 1 Kronieken.
Naam in het Hebreeuws
עֲזוּבָה (‘Azuvah)
Naam in het Grieks
Ἀζουβά (Azouba)
Strongnummers
Hebreeuws: H5806
Grieks: Geen specifiek Strongnummer
Etymologische gegevens
Azúba is afgeleid van de Hebreeuwse wortel עזב, “verlaten, loslaten, in de steek laten”. De vrouwelijke vorm עֲזוּבָה betekent “verlatene” of “zij die verlaten is”. In de Bijbel wordt deze naam gedragen door vrouwen die toch een belangrijke plaats krijgen in de geslachtslijn van Juda en in het koningshuis.
Formuleringen (Schrijfwijze)
In de Statenvertaling: Azuba
In de Herziene Statenvertaling: Azuba
In de King James vertaling: Azubah
Symbolische betekenis
Azúba symboliseert hoe God zich ontfermt over wie verlaten lijkt. De naam krijgt in de Bijbelse context een omkering: de “verlatene” wordt moeder van een koning en staat in de lijn waarlangs God zijn beloften aan Juda en het huis van David voortzet.
Bijbelse Stam
Juda (via Kaleb en via het koningshuis van Asa en Josafat)
Familie
| Vader | Schilhi (Shilhi) |
| Moeder | Niet genoemd |
| Broers | Niet genoemd |
| Zussen | Niet genoemd |
| Vrouw | Niet van toepassing |
| Man | Koning Asa van Juda |
| Zonen | Josafat (Jehosafat), koning van Juda |
| Dochters | Niet genoemd |
Een korte omschrijving
Azúba is een Bijbelse vrouwennaam die “verlatene” betekent. In het Oude Testament dragen twee vrouwen deze naam. De bekendste is Azúba, dochter van Schilhi, de vrouw van koning Asa en moeder van koning Josafat. Zij is koningin‑moeder in Juda en staat daarmee in het hart van de Davidische dynastie. Een andere Azúba is de vrouw van Kaleb in de genealogieën van 1 Kronieken, verbonden met de stam Juda. De naam Azúba laat zien hoe iemand met een naam van kwetsbaarheid toch een sleutelrol kan krijgen in Gods heilsgeschiedenis.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
1 Koningen 22:42, 1 Kronieken 2:18, 1 Kronieken 2:19, 2 Kronieken 20:31