Azéka

Betekenissen van de naam Azéka

Azéka betekent “omheining”, “vesting”, “plaats die omringd is” of “beschermde plaats”. De naam benadrukt veiligheid, afscherming en strategische verdediging.

Classificatie

Plaatsnaam

Datering

Azéka is een stad uit de tijd van Jozua, de Richteren, de koningen van Juda en de Babylonische belegeringen. De plaats was strategisch belangrijk in de periode van ca. 1400–600 v.Chr.

Naam in het Hebreeuws

עֲזֵקָה (‘Azeqah)

Naam in het Grieks

Ἀζηκά (Azeka)

Strongnummers

Hebreeuws: H5825
Grieks: Geen specifiek Strongnummer

Etymologische gegevens

Azéka is afgeleid van een wortel die “omheinen”, “afzetten” of “beschermen” betekent. De naam verwijst naar een versterkte of ommuurde plaats, passend bij de geografische en militaire functie van de stad.

Formuleringen (Schrijfwijze)

In de Statenvertaling: Azéka / Azeka
In de Herziene Statenvertaling: Azeka
In de King James vertaling: Azekah

Symbolische betekenis

Azéka symboliseert bescherming, veiligheid en standvastigheid. De stad fungeerde als een verdedigingspunt van Juda en staat daarmee symbool voor volharding onder druk.

Bijbelse Stam

Juda

Familie

VaderNiet van toepassing
MoederNiet van toepassing
BroersNiet van toepassing
ZussenNiet van toepassing
VrouwNiet van toepassing
ManNiet van toepassing
ZonenNiet van toepassing
DochtersNiet van toepassing

Een korte omschrijving

Azéka is een versterkte stad in het gebied van Juda, gelegen tussen Soco en de vallei van Ela. De stad speelde een belangrijke rol in militaire gebeurtenissen, waaronder de strijd tussen David en Goliath en de Babylonische belegeringen. Azéka fungeerde als een strategische verdedigingspost die de toegang tot het binnenland van Juda beschermde. De naam, die “omheining” of “beschermde plaats” betekent, weerspiegelt de functie van de stad als bolwerk en grensvesting. Door haar ligging en geschiedenis is Azéka een betekenisvolle plaats binnen de Bijbelse geografie.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Jozua 10:10, Jozua 10:11, Jozua 15:35, 1 Samuël 17:1, 2 Kronieken 11:9, Nehemia 11:30, Jeremía 34:7