Amitthai

Betekenissen van de naam Amitthai

De Bijbelse naam Amitthai betekent “mijn waarheid” of “waarachtig”. De naam is afgeleid van het Hebreeuwse woord voor waarheid en draagt een sterke connotatie van betrouwbaarheid en oprechtheid.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Amitthai leefde in de periode van het noordelijke koninkrijk Israël, vóór de Assyrische ballingschap. Hij wordt genoemd als vader van de profeet Jona.

Naam in het Hebreeuws

אֲמִתַּי — Amitthai

Naam in het Grieks

In de Septuaginta wordt de naam weergegeven als Ἀμαθί (Amathi) of een vergelijkbare fonetische vorm.

Strongnummers

Hebreeuws: H573

Grieks: niet van toepassing

Etymologische gegevens

Amitthai is afgeleid van het Hebreeuwse אֱמֶת (emet), “waarheid”, gecombineerd met een bezitsvorm die “mijn waarheid” betekent. De naam benadrukt betrouwbaarheid en trouw.

Formuleringen (Schrijfwijze)

In de Statenvertaling: Amitthai
In de Herziene Statenvertaling: Amitthai
In de King James vertaling: Amittai

Symbolische betekenis

De naam staat symbool voor waarheid, oprechtheid en trouw aan God. Als vader van Jona weerspiegelt Amitthai een geestelijke achtergrond waarin waarheid centraal staat.

Bijbelse stam

Amitthai wordt verbonden met de stam Zebulon, aangezien Jona afkomstig was uit Gath-Hefer, een stad binnen dit stamgebied.

Familie

RelatieNaam
VaderNiet genoemd
MoederNiet genoemd
BroersNiet genoemd
ZussenNiet genoemd
VrouwNiet genoemd
ManNiet van toepassing
ZonenJona
DochtersNiet genoemd

Een korte omschrijving

Amitthai is een Bijbelse man die vooral bekend is als de vader van de profeet Jona. Zijn naam betekent “mijn waarheid”, wat aansluit bij de profetische roeping van zijn zoon. Amitthai woonde in Gath-Hefer, in het gebied van Zebulon. Hoewel hij zelf geen grote rol speelt in de Bijbel, vormt zijn naam een belangrijk onderdeel van de identiteit van Jona, die door God werd geroepen om tot Ninevé te spreken. De naam Amitthai benadrukt een achtergrond van trouw, waarheid en geestelijke integriteit.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

2 Koningen 14:25; Jona 1:1