Betekenissen van de naam Amalek
De Bijbelse naam Amalek wordt vaak uitgelegd als “volk dat opslokt” of “volk dat verteert”. De naam Amalek roept het beeld op van een vijandig, roofzuchtig volk dat anderen aanvalt en uitput, vooral zichtbaar in de strijd tegen Israël in de woestijn.
Classificatie
Eigennaam (man) & Naam van een gebied
Datering
Amalek verschijnt al in de tijd van de aartsvader Esau als persoon, en later als volk in de periode van de uittocht uit Egypte, de richteren en de koningen Saul en David. De naam Amalek bestrijkt daarmee een lange periode van de vroege Bijbelse geschiedenis.
Naam in het Hebreeuws
עֲמָלֵק (ʿAmalek)
Naam in het Grieks
Αμαλήκ (Amalēk)
Strongnummers
Hebreeuws: H6002
Grieks: G884
Etymologische gegevens
De naam Amalek wordt vaak verbonden met עַם (ʿam), “volk”, en een wortel die “likken, opslokken” of “vernietigen” uitdrukt. Zo ontstaat de gedachte van een volk dat anderen “oplijkt” of verteert. De precieze etymologie is onzeker, maar de traditionele uitleg sluit nauw aan bij het agressieve optreden van Amalek tegen Israël.
Formuleringen (Schrijfwijze)
in de Statenvertaling: Amalek
in de Herziene Statenvertaling: Amalek
in de King James vertaling: Amalek
Symbolische betekenis
Symbolisch staat Amalek voor hardnekkige vijandschap tegen Gods volk. Amalek valt Israël aan als het zwak is, van achteren in de woestijn. In de Bijbelse en latere Joodse traditie wordt Amalek een beeld van blijvende, geestelijke tegenstand, die uiteindelijk door Gods oordeel wordt uitgewist.
Bijbelse Stam
Amalek is kleinzoon van Esau, maar vormt een eigen volk en gebied
Familie
| Relatie | Naam / Opmerking |
|---|---|
| Vader | Elifaz (Eliphaz), zoon van Esau |
| Moeder | Timna, bijvrouw van Elifaz |
| Broers | Teman, Omar, Zefo, Gaëtam, Kenaz (en mogelijk Korach) |
| Zussen | Niet vermeld |
| Vrouw | Niet vermeld |
| Man | Niet van toepassing; Amalek is zelf man |
| Zonen | Niet bij naam genoemd; zijn nageslacht vormt het volk Amalek |
| Dochters | Niet vermeld |
Een korte omschrijving
Amalek is in de Bijbel zowel de naam van een persoon, de kleinzoon van Esau, als de naamgever van het volk Amalek. Dit volk woont in het zuiden, in de Negev en het gebied rond de Sinaï, en staat bekend om zijn vijandige aanvallen op Israël, onder andere bij Rafidim tijdens de woestijnreis. God kondigt een blijvende strijd tegen Amalek aan en draagt Israël op de herinnering aan Amalek uit te wissen. In de tijd van Saul en David spelen de Amalekieten opnieuw een grote rol in de oorlogen rond Israël. De naam Amalek is daardoor geladen met de betekenis van hardnekkige vijandschap en uiteindelijk goddelijk oordeel.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
Genesis 36:12, 16; Exodus 17:8–16; Numeri 13:29; Numeri 14:25, 43, 45; Deuteronomium 25:17–19; Richteren 3:13; Richteren 5:14; Richteren 6:3, 33; Richteren 7:12; Richteren 10:12; 1 Samuël 14:48; 1 Samuël 15; 1 Samuël 27:8; 1 Samuël 28:18; 1 Samuël 30; 2 Samuël 1:1–8; 2 Samuël 8:12; 1 Kronieken 1:36; 1 Kronieken 4:43; Psalm 83:8