Alva

Betekenissen van de naam Alva

De Bijbelse naam Alva (Alvah) wordt meestal verklaard als “verheven”, “hoog” of “opstijgend”. De naam is verbonden met het idee van iemand die is opgeheven tot een hoge positie, passend bij een stamhoofd of vorst.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Alva behoort tot de tijd van de aartsvader Esau, in de vroege patriarchale periode. Hij wordt genoemd als een van de stamhoofden van Edom, nog vóór de opkomst van het volk Israël als koninkrijk.

Naam in het Hebreeuws

עַלְוָה / עַלְיָה (ʿAlvah / ʿAljah)

Naam in het Grieks

Αλουά (Aloua)

Strongnummers

Hebreeuws: H5933
Grieks: niet van toepassing

Etymologische gegevens

Alva is waarschijnlijk afgeleid van de Hebreeuwse stam עָלָה (ʿalah), “opgaan, stijgen”. De naam draagt zo de gedachte van verheffing, hoogheid en opklimmen naar een vooraanstaande positie. In de varianten Alvah en Aliah klinkt dezelfde wortel door.

Formuleringen (Schrijfwijze)

in de Statenvertaling: Alva
in de Herziene Statenvertaling: Alva
in de King James vertaling: Alvah

Symbolische betekenis

Symbolisch kan Alva staan voor menselijke verheffing en macht buiten de lijn van het verbondsvolk. Als Edomietisch stamhoofd verbeeldt hij leiderschap en aanzien, maar ook de spanning tussen de gezegende lijn van Jakob en de eveneens door God gezegende, maar niet uitverkoren lijn van Esau.

Bijbelse stam

Niet van toepassing

Familie

RelatieNaam / Opmerking
VaderNiet vermeld
MoederNiet vermeld
BroersNiet vermeld
ZussenNiet vermeld
VrouwNiet vermeld
ManNiet van toepassing
ZonenNiet vermeld
DochtersNiet vermeld

Een korte omschrijving

Alva is een Bijbelse naam voor een Edomietisch stamhoofd, genoemd in de geslachtsregisters van Esau. Hij vertegenwoordigt een van de clans of districten van Edom en maakt deel uit van de lijst van “vorsten” die over het land regeerden. De betekenis “verheven” past bij zijn positie als leider. In 1 Kronieken verschijnt de verwante vorm Alja (Aliah), wat dezelfde persoon of clan kan aanduiden. Alva laat zien dat ook buiten Israël gestructureerde leiderschapssystemen bestonden, binnen de door God toegestane ontwikkeling van de volken.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Genesis 36:40; 1 Kronieken 1:51 (als Alja/Aliah)