Aholibáma

Betekenissen (van de naam)

Aholibáma betekent “tent van de hoogte” of “mijn tent is in de hoge plaats”. De naam verwijst naar een verheven woonplaats of een heilige ruimte, wat duidt op waardigheid, status en spirituele verbondenheid.

Classificatie

Eigennaam (vrouw)

Datering

Aholibáma leefde in de tijd van de aartsvaders, tijdens het leven van Esau, de zoon van Izaäk en de kleinzoon van Abraham.

Naam in het Hebreeuws

אָהֳלִיבָמָה (Aholivamah of Oholibamah)

Naam in het Grieks

Oholibama

Strongnummers

Hebreeuws: H173

Grieks: Niet van toepassing

Etymologische gegevens

De naam is samengesteld uit de Hebreeuwse woorden “ohel” (tent) en “bamah” (hoogte). Deze combinatie verwijst naar een verhoogde, vaak heilige plaats van verblijf of eredienst en benadrukt een symboliek van verhevenheid en bijzondere positie.

Formuleringen

van de Statenvertaling: Aholibáma
de Herziene Statenvertaling: Oholibama
de King James vertaling: Aholibamah

Symbolische betekenis

Aholibáma symboliseert verheffing, eredienst en verbinding met heilige plaatsen. Haar naam staat voor spirituele hoogte en een plaats van ontmoeting met het goddelijke, passend bij haar rol in de genealogieën van Esau.

Bijbelse Stam

Stam van Edom (via Esau)

Familie

VaderAnah
MoederNiet vermeld
BroersNiet vermeld
ZussenNiet vermeld
Vrouw / manEsau
ZonenJeüsh, Jalam, Korah
DochtersNiet vermeld

Een korte omschrijving

Aholibáma is een van de vrouwen van Esau, de broer van Jakob. Zij stamt uit de Hivieten en haar naam verschijnt in de geslachtslijnen van Genesis als een belangrijke matriarch binnen de ontwikkeling van het volk Edom. Door haar huwelijk met Esau werd zij een sleutelpersoon in de uitbreiding van zijn nakomelingen, die later een prominente rol speelden in de regio rond Edom. Haar drie zonen werden stamhoofden, wat haar positie binnen het volk onderstreept. De naam Aholibáma draagt een religieuze en symbolische ondertoon, passend bij de oude traditie waarin namen werden gezien als dragers van identiteit, afkomst en geestelijke betekenis.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Genesis 36:2, Genesis 36:5, Genesis 36:14, Genesis 36:18, Genesis 36:25, Genesis 36:41, 1 Kronieken 1:52