Ahóhi

Betekenissen

De naam Ahóhi betekent “broeder van rust” en wordt gebruikt als aanduiding binnen een oude Hebreeuwse familielijn. De betekenis verwijst naar verbondenheid, bescherming en familietrouw.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

De naam komt voor in de periode van koning David, waarin verschillende krijgshelden uit Israël werden genoemd.

Naam in het Hebreeuws

אֲחוֹחִי (Achóchi of Achowchi)

Naam in het Grieks

Er is geen vaste Griekse naamvorm; vertalers gebruiken doorgaans een transliteratie van de Hebreeuwse naam.

Strongnummers

Hebreeuws: H266

Grieks: Niet van toepassing

Etymologische gegevens

Ahóhi is een patronymische naam die verwijst naar een afstammeling van Ahoah binnen de stam van Benjamin. De naam wortelt in het Hebreeuwse begrip voor broederschap, wat wijst op familiebanden binnen een krijgshaftige clan.

Formuleringen

van de Statenvertaling: Ahohiet
de Herziene Statenvertaling: Ahohiet
de King James vertaling: Ahohite

Symbolische betekenis

Ahóhi staat symbool voor moed, trouw, kracht en verbondenheid binnen de gemeenschap. De naam wordt geassocieerd met dappere mannen die loyaal dienden in militaire en geestelijke strijd.

Bijbelse Stam

Stam van Benjamin

Familie

VaderBela
MoederNiet vermeld
BroersArd, Naäman, Ezbon, Uzzi, Uzziel, Jerimoth, Iri, Addar, Gera, Abihud, Abishua
ZussenNiet vermeld
VrouwNiet vermeld
ZonenNiet vermeld
DochtersNiet vermeld

Een korte omschrijving

Ahóhi is een Bijbelse naam die verwijst naar een afstammeling van Ahoah binnen de stam van Benjamin. De naam komt vooral voor als aanduiding van de Ahohieten, een bekende krijgshaftige familie die een belangrijke rol speelde in de tijd van koning David. Verschillende soldaten en helden uit deze familie staan vermeld als dappere mannen die trouw, kracht en moed tentoonspreidden. Hoewel Ahóhi zelf niet als individu uitvoerig beschreven wordt, vertegenwoordigt de naam een sterke traditie van loyaliteit en heldhaftigheid binnen het volk Israël.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

2 Samuël 23:9, 2 Samuël 23:28, 1 Kronieken 11:12, 1 Kronieken 11:29, 1 Kronieken 27:4