Adam

Betekenissen

Adam betekent “mens”, “mensheid”, “aardling” of “rode aarde”. De naam verwijst zowel naar de individuele eerste mens als naar de mens als soort.

Classificatie

Eigennaam (man): Adam is de naam van de eerste mens.

Plaatsnaam: Adam is ook de naam van een stad aan de Jordaan in de tijd van Jozua.

Datering

Als persoon behoort Adam tot de vroegste Bijbelse geschiedenis (scheppingsperiode). De plaats Adam wordt genoemd in de tijd van de intocht onder Jozua (ca. 13e eeuw v.Chr.).

Naam in het Hebreeuws

אָדָם (’Adam).

Naam in het Grieks

Ἀδάμ (Adam).

Strongnummers

Hebreeuws: H120 (mens, mensheid), H121 (naam Adam), H122 (rood, rode aarde).

Grieks: G76 (Adam).

Etymologische gegevens

De naam is verwant aan het Hebreeuwse woord אֲדָמָה (’adamah), “aarde, grond”. Adam wordt gevormd uit de aarde en zijn naam weerspiegelt deze oorsprong. De roodachtige kleur van de aarde speelt mogelijk een rol in de etymologie.

Formuleringen

Statenvertaling: Adam.

Herziene Statenvertaling: Adam.

King James Version: Adam.

Symbolische betekenis

Adam staat symbool voor de mensheid, sterfelijkheid, verantwoordelijkheid en de relatie tussen mens en Schepper. Hij vertegenwoordigt zowel de oorsprong van het menselijk leven als de val van de mens.

Bijbelse Stam

Adam behoort niet tot een van de twaalf stammen van Israël; hij is de stamvader van de gehele mensheid.

Familie

RelatieNaam / Opmerking
VaderGeen menselijke vader
MoederGeen
BroersGeen
ZussenGeen
VrouwEva
ZonenKaïn, Abel, Seth en andere zonen
DochtersNiet bij naam genoemd, maar vermeld in Genesis 5:4

Een korte omschrijving

Adam is de mens die door God werd geschapen en vormt het beginpunt van de geschiedenis van het volk Israël in de Bijbel. Hij wordt geplaatst in de hof van Eden, waar hij de opdracht krijgt om de tuin te bewerken en te bewaren. De zondeval, waarbij Adam en Eva Gods gebod overtreden, markeert een keerpunt in de Bijbelse geschiedenis en introduceert sterfelijkheid en gebrokenheid in de wereld. Naast de persoon Adam wordt ook een stad met dezelfde naam genoemd in Jozua 3:16, waar het water van de Jordaan ophield tijdens de doortocht van Israël.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Genesis 2:19, Genesis 2:20, Genesis 2:21, Genesis 2:22, Genesis 2:23, Genesis 2:25, Genesis 3:8, Genesis 3:9, Genesis 3:12, Genesis 3:17, Genesis 3:20, Genesis 3:21, Genesis 4:1, Genesis 4:25, Genesis 5:1, Genesis 5:3, Genesis 5:4, Genesis 5:5, Genesis 10:19, Genesis 14:2, Genesis 14:8, Deuteronomium 29:23, Deuteronomium 32:8, Jozua 3:16, Jozua 19:33, Jozua 19:36, 1 Kronieken 1:1, Job 31:33, Hosea 6:7, Hosea 11:8, Lukas 3:38, Romeinen 5:14, 1 Korinthe 15:22, 1 Korinthe 15:45, 1 Timotheüs 2:13, 1 Timotheüs 2:14, Judas 1:14,