Asaf

Betekenissen

De Bijbelse naam Asaf (Asaph) betekent “verzamelaar”, “hij heeft verzameld” of “God heeft verzameld”. De naam Asaf wordt in de Bijbel sterk verbonden met het verzamelen van lofzang, muziek en aanbidding voor God.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

De bekendste Asaf leefde in de tijd van koning David en Salomo (10e eeuw v.Chr.) als hoofd-zanger en levitische musicus. Zijn nakomelingen, de Asafieten, dienden later in de tempel in de tijd van de koningen en na de ballingschap.

Naam in het Hebreeuws

אָסָף — getranslitereerd: Asaf / Asaph

Naam in het Grieks

Ἀσάφ — getranslitereerd: Asaf / Asaph

Strongnummers

Hebreeuws: H623 — אָסָף (Asaf)
Grieks: G768 — Ἀσάφ

Etymologische gegevens

Asaf is afgeleid van het Hebreeuwse werkwoord ’asaf (אָסַף), “verzamelen, bijeenbrengen”. De naam kan worden opgevat als “verzamelaar” of “hij die (door God) verzameld is”, passend bij zijn rol als verzamelaar van lofzang en psalmen.

Formuleringen (Schrijfwijze)

in de Statenvertaling: Asaf
in de Herziene Statenvertaling: Asaf
in de King James vertaling: Asaph

Symbolische betekenis

Symbolisch staat de naam Asaf voor iemand die mensen samenbrengt in de aanbidding van God. De psalmist Asaf verwoordt in zijn psalmen de spanning tussen twijfel en vertrouwen, oordeel en genade, en wordt zo een stem van het gelovige Israël.

Bijbelse Stam

Asaf is een Leviet, uit de familie van Gersom (Gershon), en behoort daarmee tot de priesterlijke en muzikale dienst in de tempel. Zijn nakomelingen, de Asafieten, blijven generaties lang als zangers en musici aan de tempel verbonden.

Familie

VaderBerechja (Berechiah), een Leviet uit de familie van Gersom
MoederNiet genoemd
BroersAndere Levieten en zangers; niet bij name als broers aangeduid
ZussenNiet genoemd
VrouwNiet genoemd
ManNiet van toepassing
ZonenDe Asafieten, onder wie Zaccur, Josef, Netanja en Asarela (1 Kronieken 25:2)
DochtersNiet genoemd

Een korte omschrijving

Asaf is een prominente Bijbelse figuur: levitische zanger, hoofd van het koor en psalmist in de tijd van David. Hij stond aan het hoofd van de muziekdienst bij de ark en later in de tempel, en zijn naam staat boven meerdere psalmen (Psalm 50; 73–83). De Asaf-psalmen behandelen diepe thema’s als de voorspoed van de goddelozen, Gods heiligheid, oordeel en verlossing. Zijn nakomelingen, de Asafieten, blijven generaties lang verantwoordelijk voor zang en muziek in de tempel, ook na de ballingschap. De Bijbelse naam Asaf is daardoor nauw verbonden met aanbidding, profetische lofzang en geestelijke reflectie.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

1 Kronieken 6:39; 15:17, 19; 16:4–7, 37
1 Kronieken 25:1–2
2 Kronieken 5:12; 29:30
Opschriften van Psalmen 50; 73–83
2 Koningen 18:18 (Joah, zoon van Asaf)
Jesaja 36:3