Betekenissen
Abimélech betekent “mijn vader is koning” of “vader van een koning”. De naam kan ook worden opgevat als “koning is mijn vader”. Het is een typische koningsnaam uit Kanaän.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
De naam komt voor in de tijd van de aartsvaders (Abraham en Isaak, ca. 20e–19e eeuw v.Chr.) en in de periode van de richteren (Gideon, ca. 12e eeuw v.Chr.).
Naam in het Hebreeuws
Vorm: אֲבִימֶלֶךְ
Transcriptie: ʾAvimélekh (Abimélech)
Naam in het Grieks
Vorm (Septuaginta): Ἀβιμέλεχ
Transcriptie: Abimelech
Strongnummers
Hebreeuws: H0040 (Abimélech)
Grieks: n.v.t. (naam wordt als Hebreeuwse eigennaam weergegeven)
Etymologische gegevens
De naam is samengesteld uit abi (“mijn vader”) en melech (“koning”). De naam was gebruikelijk als dynastieke titel onder Filistijnse en Kanaänitische vorsten, vergelijkbaar met “farao”.
Formuleringen
Statenvertaling: Abimélech / Abimelech
Herziene Statenvertaling: Abimelech
King James Version: Abimelech
Symbolische betekenis
De naam staat symbool voor macht, heerschappij en dynastieke autoriteit. In de context van Gideon wordt de naam een waarschuwing tegen machtsmisbruik en onrecht.
Bijbelse Stam
De Filistijnse Abimélechs behoren niet tot Israël; de Abimélech uit Richteren is een zoon van Gideon uit de stam Manasse.
Familie
| Relatie | Naam |
|---|---|
| Vader | Gideon (ook: Jerubbaäl) – voor de richter Abimélech |
| Moeder | Bijvrouw uit Sichem |
| Broers | 70 broers (door Abimélech gedood), Jotham ontkwam |
| Zussen | n.v.t. |
| Vrouw | n.v.t. (niet genoemd) |
| Zonen | n.v.t. |
| Dochters | n.v.t. |
Een korte omschrijving
Abimélech is een naam die meerdere keren voorkomt in de Bijbel. In Genesis is Abimélech de titel of naam van Filistijnse koningen die te maken hebben met Abraham en Isaak. Zij tonen zowel vijandigheid als respect voor de aartsvaders. De bekendste Abimélech is echter de zoon van Gideon, die zichzelf tot koning van Sichem uitroept. Zijn heerschappij wordt gekenmerkt door geweld, waaronder de moord op zijn zeventig broers. Zijn regering eindigt wanneer een vrouw een molensteen op zijn hoofd werpt, waarna hij sterft. Zijn verhaal wordt vaak gezien als een waarschuwing tegen machtsmisbruik en het afwijken van Gods leiding.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
Genesis 20; Genesis 21:22–34; Genesis 26:1–16; Richteren 8–9; Psalm 34 (opschrift)