Abel

Betekenissen

Abel betekent “adem”, “damp”, “vergankelijkheid” of “iets vluchtigs”. De naam drukt kwetsbaarheid en kortstondigheid uit.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Abel leefde in de vroegste periode van de Bijbel. Volgens de Bijbelse chronologie direct na de schepping (Genesis 4).

Naam in het Hebreeuws

Vorm: הֶבֶל
Transcriptie: Hével (Abel)

Naam in het Grieks

Vorm (Septuaginta): Ἅβελ
Transcriptie: Habel

Strongnummers

Hebreeuws: H1893 (Hebel / Abel)

Grieks: G6 (Habel)

Etymologische gegevens

De naam is verwant aan het Hebreeuwse woord הֶבֶל (hevel), dat “adem”, “damp” of “ijdelheid” betekent. Het duidt op iets dat snel verdwijnt. Deze betekenis wordt vaak symbolisch verbonden met Abels korte leven.

Formuleringen

Statenvertaling: Abel
Herziene Statenvertaling: Abel
King James Version: Abel

Symbolische betekenis

Abel staat symbool voor onschuld, ware aanbidding en rechtvaardigheid. Zijn offer werd door God aangenomen, in tegenstelling tot dat van Kaïn. Zijn dood wordt gezien als het eerste martelaarschap in de Bijbel.

Bijbelse Stam

Abel behoort tot geen stam; hij leefde vóór de aartsvaders en vóór de vorming van de twaalf stammen van Israël.

Familie

RelatieNaam
VaderAdam
MoederEva
BroersKaïn, Seth
Zussenn.v.t.
Vrouwn.v.t.
Zonenn.v.t.
Dochtersn.v.t.

Een korte omschrijving

Abel is de tweede zoon van Adam en Eva en wordt beschreven als een herder. Hij bracht een offer van de eerstgeborenen van zijn kudde, dat door God werd aangenomen. Zijn broer Kaïn, wiens offer niet werd aangenomen, werd jaloers en doodde hem. Abel wordt in het Nieuwe Testament genoemd als voorbeeld van geloof en rechtvaardigheid. Zijn leven, hoewel kort, staat symbool voor ware toewijding aan God en voor de tragiek van de eerste moord in de menselijke geschiedenis.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Genesis 4:2–25; Matteüs 23:35; Lucas 11:51; Hebreeën 11:4; Hebreeën 12:24; 1 Johannes 3:12