Een dagboek of gedenkboek (Ezra 4:15; Est. 2:23; 6:1). De Hebreeuwse naam van het Bijbelboek Kronieken is dibre hajjamiem, d.w.z. woorden (of dingen) der dagen. Annalen of jaarboeken over de belangrijkste gebeurtenissen van een jaar werden aan het hof of in de tempel door een kanselier geschreven (vgl. 1 Kron. 9:1; 27:24; 2Kron. 16:11; Neh. 12:23).
Categorie: K woorden
-
Kroon
De koning en de koningin dragen een kroon (2 Sam. 12:30; Est. 1:11; Ps. 21:4; Hoogl. 3:11). Het opzetten van de kroon is een onderdeel van de intronisatie van een vorst. Men zou zich op grond van verschillende gegevens een kroningsritueel kunnen voorstellen dat zo was samengesteld: roeping door profeet of lot (1 Sam. 9:15 w; 10:19 w; 2 Kon. 9:1 w), zalving (1 Sam. 10:1; 16:3; 2 Sam. 2:4; 1 Kon. 1:39), heilige maaltijd (1 Kon. 1:9), tocht naar de bron (1 Kon. 1:9, 38), orakel-uitspraak (2 Kon. 9:6 w), opzetten van de kroon (2 Kon. 11:12), acclamatie (1 Sam. 10:24; 2 Kon. 9:13; 11:12), troonsbestijging in het paleis (1 Kon. 1:46), otter (1 Sam. 10:8) en verbondsluiting tussen God en de koning en tussen de koning en het volk (2 Kon. 11:17).