Categorie: K woorden

  • Kandelaar

    Hebr. menorah, Gr. luchnia, stond in de tabernakel, een gouden, 7-armige en 7-schalige lichtdrager (Ex. 25:31-40; 37:17-24; Lev. 24:2-4). De kandelaar is beeld van de gemeente, die gevoed wordt door de olie van de Geest (Zach. 4; Matt. 5:15; Openb. 1:12).

  • Kaalheid

    Het scheren van hoofdhaar en baard als rouwgebruik (Jes. 15:2; Jer. 48:31; Amos 8:10) was in Israël verboden (Lev. 19:27 v; Deut. 14:1; Ez. 44:20). Kaalscheren van bv. gevangenen of slaven betekende hun ontering (Jes. 3:24; 7:20; 2 Kon. 2:23, 1 Kor. 11:5).