Betekenissen
Ela betekent waarschijnlijk: terebint, eikenboom of machtige boom.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
De naam Ela komt voor bij meerdere personen tussen ongeveer de 15e en 9e eeuw v.Chr., waaronder een koning van Israël.
Naam in het Hebreeuws
אֵלָה
Naam in het Grieks
Ηλα
Strongnummers
Hebreeuws: H425
Grieks: Geen eigen Strongnummer bekend voor de persoonsnaam.
Etymologische gegevens
De naam Ela is afgeleid van het Hebreeuwse woord ‘elah’, dat verwijst naar een grote boom, meestal een terebint of eik. In de Bijbel symboliseren dergelijke bomen vaak kracht, duurzaamheid en standvastigheid.
Schrijfwijze in de verschillende vertalingen
In de Statenvertaling: Ela
In de Herziene Statenvertaling: Ela
In de King James vertaling: Elah
Symbolische betekenis
Ela verwijst symbolisch naar kracht, stabiliteit, duurzaamheid en diepe worteling. Zoals een grote boom beschutting biedt, zo kan de naam wijzen op vastheid en betrouwbaarheid.
Bijbelse Stam
Verschillende personen met deze naam komen uit verschillende stammen. De bekendste Ela was koning van het Noordrijk Israël en behoorde tot het huis van Baësa, afkomstig uit de stam Issaschar.
Familie
| Relatie | Naam |
|---|---|
| Vader | Baësa |
| Moeder | Niet vermeld |
| Broers | Niet vermeld |
| Zussen | Niet vermeld |
| Vrouw | Niet vermeld |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Niet vermeld |
| Dochters | Niet vermeld |
Een korte omschrijving
Ela is een Bijbelse mannennaam die door verschillende personen werd gedragen. De bekendste Ela was de zoon van Baësa en koning van het Noordrijk Israël. Hij regeerde twee jaar in Tirza voordat hij door zijn dienaar Zimri werd gedood. Daarnaast komt de naam voor bij enkele andere Israëlieten in geslachtsregisters. De naam betekent waarschijnlijk “terebint” of “eikenboom” en wordt daardoor geassocieerd met kracht, standvastigheid en duurzaamheid. Ela is een korte maar betekenisvolle Hebreeuwse naam die de beeldspraak van een sterke boom verbindt met karaktereigenschappen als stabiliteit en volharding.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
Genesis 36:41, 1 Koningen 4:18, 1 Koningen 16:6, 1 Koningen 16:8, 1 Koningen 16:13, 1 Koningen 16:14, 2 Koningen 15:30, 2 Koningen 17:1, 2 Koningen 18:1, 2 Koningen 18:9, 1 Kronieken 1:52, 1 Kronieken 4:15, 1 Kronieken 9:8,