Categorie: B woorden

  • Bloedschuld

    De schuld door het onrechtmatig bloedvergieten van mens of dier (Lev. 17:3 w; 1 Sam. 25:26,33; Ps. 106:38; Jer. 22:3). Het begrip wordt een aanduiding van alle zware schuld die alleen met bloed = leven kan worden betaald (Lev. 20:9 w; Ps. 9:13; Ez. 7:23; Hos. 12:15). In plaats van bloedsehuld wordt dan ook wel over ‘bloed’ gesproken: ‘Uw bloed zij op uw hoofd’ (Hand. 18:6); vgl. de roep van de menigte voor Pilatus: ‘Zijn bloed kome op ons en onze kinderen’ (Matt. 27:25).

  • Bloedwreker

    Het verlies van leven van een stam of familie kan alleen gecompenseerd worden door bloed of leven van de moordenaar of diens clan. Bloedwraak is een oule vorm van vergelding (Gen. 9:5 v; Richt. 8:18 w; 2 Sam. 3:27; vgl. Gen. 4:23 v), in het bijzonder waar staatsgezag en onpartijdige rechtspraak onvoldoende functioneren. Maar i.p.v. een rem op geweldpleging is de bloedwraak vaak een ongebreidelde aaneenschakeling van moordpartijen over en weer. Een beperking van het instituut van de bloedwraak is de instelling van vrijsteden (Ex. 21:12 v; Deut. 19:4 w) en de individualisering van de bloedschuld: ‘Een ieder zal om zijn eigen zonde ter dood gebracht worden’ (Deut. 24:16; 2 Kon. 14:5). En in het algemeen het optreden van rechters, die het kwaad weg moeten doen volgens de regel: ‘leven om leven, oog om oog, tand om tand, hand om hand, voet om voet’ (Deut. 19:21).