Categorie: Jouw dagelijkse reis met God

  • September

    1 september

    We lezen vandaag: Romeinen 11:13-36

    Romeinen 11:36
    Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen.

    Helemaal aan het begin bestond alleen God. Hij leefde in Zijn eigen hemelse licht, zonder andere wezens om Hem heen. Er waren dus nog geen relaties, want er was niemand behalve God Zelf. Waarom God besloot om niet langer alleen te blijven, weten we niet precies. Maar het is eigenlijk niet zo vreemd: God is ontzettend creatief. Hij kreeg het idee om iets te maken dat Zijn passie zou worden. En omdat Hij almachtig is, kon Hij alles wat Hij bedacht ook echt laten ontstaan. God sprak en het was er. Hij riep dingen die nog niet bestonden, en ze kwamen tot leven.

    Als Schepper was God verantwoordelijk voor alles wat Hij maakte. En de schepping had de verantwoordelijkheid om haar Maker te eren. Zo ontstond er een wederzijdse verantwoordelijkheid en daarmee een relatie tussen God en Zijn schepping.

    Deze maand willen we nadenken over wat God ons leert over relaties. Wat zijn de belangrijkste bouwstenen van een goede relatie? Wat betekent wederzijdse verantwoordelijkheid? Wat mag je verwachten van een relatie, en wat is uiteindelijk het doel ervan? Om dat te begrijpen, moeten we natuurlijk kijken naar Degene die relaties heeft bedacht: God Zelf.

    De Bijbel laat zien dat echte wijsheid begint bij ontzag voor de Heer. Als we Hem serieus nemen, leren we hoe relaties bedoeld zijn. Daarom is het belangrijk om jezelf af te vragen: Is geloof in je Schepper de basis van jouw leven? Want als je relatie met God klopt, kun je ook beter omgaan met de mensen om je heen.

    Echte relaties beginnen bij God, als Hij jouw basis is, groeit alles wat je bouwt.


    2 september

    We lezen vandaag: Genesis 3

    Genesis 3:8
    En zij hoorden de stem van de HEERE God, Die in de hof wandelde, bij de wind in de namiddag. Toen verborgen Adam en zijn vrouw zich voor het aangezicht van de HEERE God te midden van de bomen in de hof.

    God begon met relaties door wezens te maken die Zijn liefde konden teruggeven. Het eerste mensenpaar, Adam en Eva, had in het begin een perfecte relatie met elkaar én met God. Ze leefden in harmonie, zonder schaamte of afstand. Maar dat veranderde totaal toen ze luisterden naar de “sluwe slang” in de tuin en deden wat God juist verboden had. Dat lees je in Genesis 2 en 3. Door die keuze, de zonde, gingen ze zich verstoppen voor God. Ze waren bang geworden en schaamden zich.

    Die zonde had ook een opvallend effect op hun relatie met elkaar. Opeens gingen ze hun mannelijkheid en vrouwelijkheid voor elkaar verbergen. Dat was geen opdracht van God; ze deden het zelf. De verstoorde relatie tussen God en de mens wordt dus zichtbaar in hoe Adam en Eva met elkaar omgaan. Hun onderlinge relatie laat eigenlijk zien hoe het staat tussen hen en God: als die band stuk is, raakt ook de band tussen mensen beschadigd.

    God heeft een soort man-vrouw relatie met Zijn schepping, en de manier waarop mannen en vrouwen met elkaar omgaan, lijkt daarop. In een man-vrouw relatie horen liefde en het voortbrengen van nieuw leven. Dat beeld zie je ook terug in de relatie tussen God en Zijn schepping. God houdt van wat Hij gemaakt heeft en wil dichtbij Zijn schepping leven. Vanuit die relatie wil Hij iets nieuws laten ontstaan. Iets dat voortkomt uit liefde en verbondenheid.

    Op de volgende bladzijden zul je zien dat deze gedachte verder wordt uitgelegd en dat de Bijbel dit beeld steeds opnieuw bevestigt.

    Waar liefde wordt beantwoord, ontstaat nieuw leven. Bij mensen én bij God.


    3 september

    We lezen vandaag: Galaten 3:19-29

    Galaten 3:26
    Want u bent allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus.

    Het begint bij jou. Jij bent een deel van Gods schepping, en dat betekent dat jij, net als alle mensen, in een “vrouwelijke” positie staat tegenover God, die in de Bijbel wordt voorgesteld als de Man. Dat klinkt misschien vreemd, maar het gaat erom dat God initiatief neemt, liefde geeft en jij mag antwoorden. God houdt van jou en wil een echte relatie met je. Hij wil dat jouw leven vrucht draagt, dat er iets nieuws en goeds uit voortkomt.

    De Bijbel legt dat op verschillende manieren uit. Ten eerste: Gods Woord is als levend zaad. Als jij dat wilt ontvangen en gelooft wat Hij zegt, word je opnieuw geboren. Van binnen verandert er iets. Ook geeft God je Zijn Heilige Geest wanneer je tot geloof komt. Die Geest woont in je en helpt je om dicht bij God te leven.

    Verder zegt de Bijbel dat als je Jezus in je hart toelaat, je gemeenschap met Hem hebt. Dat wordt vergeleken met het avondmaal: een moment van diepe verbondenheid. Door geloof word je een kind van God. Je hoort bij Zijn familie. En door datzelfde geloof ontvang je eeuwig leven, leven dat nooit meer ophoudt.

    Alles bij elkaar betekent dit: als jij gelooft in Jezus Christus, die het Woord van God is, dan geeft God jou Zijn Geest. Daardoor ontvang je nieuw, goddelijk leven. Dat leven komt van Hem, en niemand kan het ooit afpakken. Het is veilig bij God, voor altijd.

    Als jij Gods Woord ontvangt, begint er in jou een leven dat niemand kan stoppen.


    4 september

    We lezen vandaag: 1 Thessalonicenzen 4:13-18

    1 Thessalonicenzen 4:17
    Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn.

    Het eindigt bij God. Hij wil niet alleen met jou een echte, levende relatie hebben, maar met ieder mens. God nodigt iedereen uit om verbonden te raken met dé Man, met Hemzelf, zodat je eeuwig, goddelijk leven kunt ontvangen. Het gewone, natuurlijke leven dat je nu hebt, kan door God worden “bevrucht”: Hij kan iets nieuws in je laten ontstaan. Dat nieuwe leven wordt door Zijn Geest geboren en kan blijvende, eeuwige vrucht voortbrengen. De Bijbel noemt die vrucht onder andere liefde, vreugde, vrede en vriendelijkheid.

    Vanaf nu mogen we leven met een blijde verwachting. God heeft namelijk beloofd dat er een nieuwe schepping komt: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. In die nieuwe wereld zullen we in perfecte harmonie met God leven. Er zal geen afstand meer zijn, geen pijn, geen gebrokenheid. We zullen altijd bij Hem zijn en Hem overal kunnen zien en ontmoeten. Dat is een toekomst waar je echt naar uit mag kijken.

    De relatie tussen God en de mens, die bij Adam en Eva in het paradijs kapotging, wordt dan helemaal hersteld. Alles komt op zijn plek. God bereikt Zijn doel met elk mens, en elk mens bereikt zijn eigen eindbestemming. Dat is onze hoop en troost terwijl we nog op deze aarde leven. Daarom mogen we moed houden. We mogen elkaar bemoedigen met dit vooruitzicht en elkaar helpen om vol verwachting te blijven. Want deze hoop is betrouwbaar: God Zelf heeft het beloofd, en Hij stelt nooit teleur.

    Wie met God leeft, loopt recht op een toekomst af die nooit meer breekt.


    5 september

    We lezen vandaag: Filippenzen 4:1-9

    Filippenzen 4:6
    Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God;

    De Bijbel zegt dat je door geloof een kind van God bent geworden. Dat betekent dat jouw gewone, natuurlijke leven iets heeft voortgebracht dat eeuwig blijft. Je doet precies waarvoor God ieder mens bedoeld heeft: nieuw leven voortbrengen. Door deze wedergeboorte is de belangrijkste relatie van je hele leven ontstaan. De relatie tussen jou en God. En die relatie is het voorbeeld voor alle andere relaties die je later zult hebben.

    Bij God mag je komen zoals je bent. Je hoeft je niet beter voor te doen of jezelf te verstoppen. Hij houdt van je zoals je bent, en niets kan dat ooit veranderen. Je mag alles met Hem bespreken: je zorgen, je vragen, je fouten, je dromen. Dat geeft rust in je hart. God luistert altijd en leeft met je mee. Hij geeft je advies door Zijn Woord, zodat je weet welke richting je op mag gaan. En Hij geeft je ook de kans om Zijn liefde terug te geven door iets voor Hem te doen, met je woorden, je keuzes en je daden.

    Deze principes kun je toepassen in al je relaties. Goede, sterke relaties ontstaan alleen wanneer beide mensen eerlijk, open en begripvol zijn. Als jij zo met anderen omgaat, laat je iets zien van hoe God met jou omgaat. Hij blijft steeds weer jouw grote voorbeeld: in liefde, in geduld, in eerlijkheid en in trouw.

    Wie leert liefhebben zoals God, bouwt relaties die écht blijven staan.


    6 september

    We lezen vandaag: Romeinen 8:18-30

    Romeinen 8:22
    Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe.

    God heeft de schepping gemaakt en daarmee ook de meest basis-relatie: die tussen man en vrouw. De Bijbel vertelt dat de hele schepping laat zien wie God is en wat Hij doet. Als je om je heen kijkt, zie je overal dezelfde principes terugkomen. In de natuur draait bijna alles om het mannelijke en het vrouwelijke, en hoe die twee samen nieuw leven voortbrengen. Daarmee laat God zien dat echt leven alleen vruchtbaar wordt wanneer het mannelijke en vrouwelijke samenwerken. De Bijbel bevestigt dit duidelijk.

    Maar dit principe gaat verder dan alleen de natuur. Het heeft een hogere betekenis: het laat zien hoe God met de schepping omgaat. God, de eeuwige Man, wil gemeenschap met Zijn “vrouw”, de oude schepping. Daardoor wordt de schepping als het ware zwanger en brengt zij iets nieuws voort. Dat nieuwe leven is de eeuwige, nieuwe schepping die God heeft beloofd. Een wereld waarin alles goed is, waarin gerechtigheid woont, en waarin God in perfecte harmonie met Zijn schepping leeft.

    Die nieuwe schepping zal een soort symfonie zijn. Alles zal samenklinken tot eer van God. En alle relaties die wij hier op aarde kennen, wijzen eigenlijk naar die ene perfecte relatie tussen God en Zijn schepping. Dat is het grote plan dat God Zelf heeft bedacht en dat Hij ook Zelf zal uitvoeren. Alles wat we nu zien, is een voorproefje van wat komen gaat.

    Alles in de schepping fluistert hetzelfde geheim: echt leven ontstaat wanneer God erbij komt.


    7 september

    We lezen vandaag: 1 Johannes 4:7-21

    1 Johannes 4:8
    Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde.

    Waarom voelen mannelijk en vrouwelijk zich tot elkaar aangetrokken? Waarom ontstaat er een verlangen naar verbondenheid en gemeenschap? Als je deze vraag op het hoogste niveau bekijkt, wordt veel duidelijk. Want waarom wil God eigenlijk een relatie met de schepping? Waarom verlangt Hij naar gemeenschap met haar?

    De Bijbel zegt dat God Eén is, en daarom streeft Hij naar eenheid. Liefde betekent verlangen naar eenheid, en daarom wordt Gods wezen ook Liefde genoemd. De drijfveer van God om contact te zoeken met Zijn schepping is dus Zijn liefde. Hij verlangt ernaar dat Zijn goddelijke karakter volledig zichtbaar wordt in alles wat Hij gemaakt heeft. Dan is God één met Zijn schepping, zoals een ruiter en paard samen één kunnen zijn. Dat zal uiteindelijk werkelijkheid worden in de nieuwe schepping die Hij heeft beloofd. Alles wat God nu doet, werkt daar naartoe.

    De mens, met zijn sterke behoefte om liefde te geven en te ontvangen, weerspiegelt iets van Gods liefde. Liefde is ook voor ons een belangrijke drijfveer. Het bepaalt hoe we handelen, hoe we met anderen omgaan en hoe relaties ontstaan. Daarom zijn relaties en gemeenschap zulke belangrijke onderdelen van ons leven. De drijfveer achter de relaties die God bedoeld heeft, is liefde: een oprecht verlangen naar een harmonieuze eenheid met elkaar. Dat is precies wat God met ons wil en wat wij met elkaar mogen nastreven.

    Liefde drijft ons, omdat liefde Gods eigen hartslag is.


    8 september

    We lezen vandaag: 2 Korinthe 5:11-21

    2 Korinthe 5:19
    God was het namelijk Die in Christus de wereld met Zichzelf verzoende, en aan hen hun overtredingen niet toerekende; en Hij heeft het woord van de verzoening in ons gelegd.

    Waarom voelen mannen en vrouwen zich tot elkaar aangetrokken, en waarom ontstaat er een verlangen naar verbondenheid? Als je deze vraag op het hoogste niveau bekijkt, wordt veel duidelijk. Want waarom kiest God ervoor om een relatie met de schepping te willen? Waarom verlangt Hij naar gemeenschap met haar?

    Gods liefde werd zichtbaar doordat Hij een keuze maakte. Hij koos ervoor om mee te lijden met Zijn gevallen schepping en haar te redden. Daarvoor maakte Hij een uniek reddingsplan. Eerst zou er een oordeel over de wereld komen, maar daarna zou Hij de mensen redden die Hem trouw bleven. En God is altijd bij die keuze gebleven; Hij verandert niet.

    Bij de zondeval gebeurde iets dat hierop lijkt. Om dat goed te begrijpen, moet je weten dat Adam een beeld is van de Schepper en Eva van de schepping. De Bijbel zegt dat Eva werd verleid, niet Adam. Dat betekent dat Adam bewust koos om toch van de vrucht te eten, zodat hij bij zijn vrouw kon blijven. Hij wist dat hij daardoor ook onder Gods oordeel zou vallen. Adam is hierin een beeld van God, die in Jezus ervoor koos om samen met Zijn schepping het oordeel te dragen. In Zijn sterven heeft Jezus het oordeel over de mensheid op zich genomen. Zo groot is Zijn liefde voor de wereld.

    Elke relatie, elke vorm van liefde en elke echte verbondenheid begint met een bewuste keuze: de keuze om jezelf aan de ander te geven. Precies zoals God dat doet.

    Echte liefde begint met een keuze en God koos als eerste voor jou.


    9 september

    We lezen vandaag:


    10 september

    We lezen vandaag:


    11 september

    We lezen vandaag:


    12 september

    We lezen vandaag:


    13 september

    We lezen vandaag:


    14 september

    We lezen vandaag:


    15 september

    We lezen vandaag:


    16 september

    We lezen vandaag:


    17 september

    We lezen vandaag:


    18 september

    We lezen vandaag:


    19 september

    We lezen vandaag:


    20 september

    We lezen vandaag:


    21 september

    We lezen vandaag:


    22 september

    We lezen vandaag:


    23 september

    We lezen vandaag:


    24 september

    We lezen vandaag:


    25 september

    We lezen vandaag:


    26 september

    We lezen vandaag:


    27 september

    We lezen vandaag:


    28 september

    We lezen vandaag:


    29 september

    We lezen vandaag:


    30 september

    We lezen vandaag:

  • Augustus


    1 augustus

    We lezen vandaag: Mattheüs 16:13-20

    Mattheüs 16:18
    En Ik zeg u ook dat u Petrus bent, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen.

    Deze maand gaat het over de Gemeente. Misschien denk je meteen: welke dan? Er zijn zoveel verschillende kerken en groepen. Je vriend of vriendin gaat misschien naar een heel andere gemeente dan jij. Maar wat zegt de Bijbel eigenlijk? Zijn er veel Gemeentes, of is er maar één? En wat is die Gemeente precies? Het kan best verwarrend zijn, waardoor je soms niet meer weet hoe het zit. Daarom gaan we deze maand samen door de Bijbel om te ontdekken wat daar over de Gemeente staat.

    De Gemeente heeft een speciale plek in wat de Heer in deze tijd doet. We weten dat Jezus nu niet zichtbaar op aarde is. De laatste keer dat Zijn discipelen Hem zagen, was 40 dagen na Zijn opstanding. In Handelingen 1:11 staat dat Jezus naar de hemel ging en dat Hij op dezelfde manier terug zal komen. De periode waarin Jezus niet zichtbaar op aarde is, noemen we “de verborgenheid”. Die duurt vanaf Zijn opstanding tot het moment dat Hij terugkomt. In die tussentijd is de Gemeente ontstaan: een soort verzamelplek voor iedereen die in Jezus gelooft. Later gaan we daar nog dieper op in; dit is alleen de inleiding.

    Maar waar komt het woord “Gemeente” vandaan? Het is een vertaling van het Griekse woord ecclesia. “Ek” betekent “uit”, en “caleo” betekent “roepen”. In het dagelijks leven werd het woord gebruikt voor een vergadering van mensen, vaak een officiële volksvergadering. In Handelingen 7:38 lees je bijvoorbeeld over “de vergadering van het volk in de woestijn”. Dat ging over het volk Israël, dat door God uit Egypte geroepen werd en verzameld werd in de woestijn. Je kunt dus zeggen dat de Gemeente een “volk” van God is: gelovigen die door God uit de rest van de wereld zijn geroepen.

    De Gemeente is het geroepen volk dat samen leert leven met Jezus.


    2 augustus

    We lezen vandaag: Mattheüs 16:15-20

    Mattheüs 18:20
    Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen zijn, daar ben Ik in hun midden.

    We hebben gezien dat het woord ecclesia eigenlijk “volksvergadering” betekent. In de tijd van de Grieken ging dat zo: het volk werd bij elkaar geroepen door het geluid van een trompet of bazuin. Zodra mensen dat hoorden, kwamen ze uit hun huizen, omdat er belangrijke dingen verteld moesten worden. In Éfeze, in de tijd van Paulus, werkte dat precies hetzelfde. Dat kun je lezen in Handelingen 19:39.

    Stel je eens voor: een trompetter op de hoek van de straat die iedereen oproept om naar de volksvergadering te komen! Natuurlijk waren er altijd mensen die door omstandigheden niet konden komen. Toch was de volksvergadering compleet, ook al ontbraken er mensen. Zelfs als er maar een paar mensen kwamen, bleef het nog steeds de volksvergadering. Maar zodra iedereen weer naar huis ging, was het geen volksvergadering meer, maar gewoon Jantje, Pietje en alle anderen.

    Zo werkt het ook met gelovigen. Er is maar één “volksvergadering” van mensen die in Jezus geloven. En al ben je maar met twee of drie personen, dan heet het nog steeds de vergadering van gelovigen. In Matteüs 18:20 staat: “Waar twee of drie bij elkaar zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden.” Zie je dat? Er is wel een voorwaarde: in Zijn Naam. Niet in de naam van iets anders. We komen samen omdat Jezus Christus de reden is. Anders kun je net zo goed lid worden van een leuke club, maar dat is dan niet op basis van Zijn Naam.

    Gelovigen komen niet allemaal op dezelfde plek samen, dat kan ook niet. In de Bijbel lees je dat christenen op verschillende plaatsen samenkwamen, zoals in Handelingen 2:46. Als je maar weet dat iedereen die samenkomt in Zijn Naam, waar dan ook ter wereld, deel uitmaakt van die ene volksvergadering van gelovigen. Er bestaat dus maar één echte Gemeente, waar Christus het Woord heeft.

    Waar jij in Jezus’ Naam samenkomt, daar begint de echte Gemeente.


    3 augustus

    We lezen vandaag: Mattheüs 16:13-20

    Mattheüs 16:18
    En Ik zeg u ook dat u Petrus bent, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen.

    Vandaag kijken we naar een belangrijke tekst uit Matteüs 16:18. Jezus zegt daar tegen Petrus: “Jij bent Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen, en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen.” Maar wat bedoelt Jezus precies?

    Eerst is het handig om de woorden te begrijpen. Petrus betekent “steen” en petra betekent “rots”. Om te snappen waar Jezus op doelt, moeten we even terug naar de verzen ervoor. Vanaf vers 13 vraagt Jezus aan Zijn discipelen wie zij denken dat Hij is. In vers 16 zegt Petrus: “U bent de Christus, de Zoon van de levende God.” Jezus antwoordt dat Petrus dit niet zelf heeft bedacht, maar dat God de Vader het aan hem heeft laten zien.

    Veel mensen denken dat Jezus hiermee zegt dat Hij Zijn Gemeente op Petrus zal bouwen. Maar lees goed wat er staat! Wat heeft Petrus van God geleerd? Dat Jezus de Christus is. Dáár gaat het om. Op die waarheid — op Jezus Zelf, de rots — zou de Gemeente gebouwd worden. Als de Gemeente op Petrus gebouwd zou worden, zou dat niet stevig zijn. Petrus twijfelde soms, net als ieder mens. In Matteüs 14:30 zie je dat hij bang werd toen hij op het water liep en begon te zinken.

    Nee, Jezus zou Zelf Zijn Gemeente bouwen. Hij is de eerste Steen van dat grote bouwwerk. In het Oude Testament wordt dat al aangekondigd. In Jesaja 28:16 staat dat God een kostbare, stevige hoeksteen legt. In Efeze 2:20-22 lees je dat Jezus Christus die hoeksteen is, en dat alle gelovigen samen een gebouw vormen: een woonplaats van God.

    Petrus is dus niet de basis van de Gemeente. Hij is een “levende steen” in dat levende bouwwerk. En jij ook, als je gelooft in Jezus.

    Jezus is de Rots; jij mag als levende steen deel worden van Zijn bouwwerk.


    4 augustus

    We lezen vandaag: Handelingen 1:4-14

    Handelingen 1:8
    maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde.

    De woorden die Jezus hier tegen Zijn discipelen sprak, waren vlak voor Zijn hemelvaart. Het moet voor hen een heel bijzondere tijd zijn geweest: de periode tussen Zijn opstanding en Zijn vertrek naar de hemel. Veertig dagen lang sprak Jezus met hen over alles wat te maken had met het Koninkrijk van God (Handelingen 1:3).

    Tijdens Zijn leven had Jezus al vaak uit de Schriften geciteerd, maar toen begrepen de discipelen het nog niet. In Lukas 24:44-45 lees je dat Jezus hun verstand opende, zodat ze eindelijk begrepen wat er geschreven stond. Ook bereidde Hij hen voor op hun taak: Zijn getuigen zijn. In Johannes 15:16 zegt Hij dat Hij hen heeft uitgekozen en in Matteüs 28:19 geeft Hij de opdracht om alle volken te onderwijzen.

    Maar stel je voor dat je daar staat als discipel. Je Meester zegt dat Hij naar de hemel zal gaan… wat nu? Moeten ze het allemaal alleen doen? Gelukkig niet. Jezus had hen een belofte gegeven: de komst van een andere Trooster. In Johannes 14 kun je dat zelf lezen. Kort voor Zijn dood had Jezus al gezegd dat Hij zou weggaan, zodat de Trooster kon komen (Johannes 16:7). Die Trooster is de Geest van de waarheid (Johannes 14:16-17), en Jezus zegt dat de discipelen die Geest al kennen. In vers 18 zegt Hij zelfs: “Ik kom weer naar jullie toe.”

    Het is dus Jezus Zelf die terugkomt als Geest. Hij is de Weg, de Waarheid en het Leven (Johannes 14:6). Dat is de troost die Hij Zijn discipelen geeft: ze zullen nooit zonder Hem zijn.

    Johannes 14:1 zegt: “Laat je hart niet onrustig worden; geloof in God, geloof ook in Mij.”

    Jezus gaat niet weg om je alleen te laten. Hij komt terug om altijd bij je te zijn.


    5 augustus

    We lezen vandaag: Lukas 24:36-49

    Lukas 24:49
    En zie, Ik zend de belofte van Mijn Vader op u; maar blijft u in de stad Jeruzalem, totdat u met kracht uit de hoogte bekleed zult worden.

    We zijn aangekomen bij het boek Handelingen, waar de komst van de Heilige Geest wordt beschreven. Jezus is inmiddels opgenomen in de hemel. In Handelingen 1:9 staat dat de discipelen zagen hoe een wolk Hem wegnam uit hun zicht. Vanuit Zijn hemelse positie geeft Jezus nu Zijn Geest aan de gelovigen, precies zoals Hij beloofd had. In Johannes 14:28 zegt Hij: “Ik ga weg, maar Ik kom weer terug.”

    De discipelen hadden de Heilige Geest al eerder ontvangen toen Jezus na Zijn opstanding bij hen kwam in de opperzaal. In Johannes 20:22 staat dat Hij op hen blies en zei: “Ontvang de Heilige Geest.” Maar op de Pinksterdag zouden ze niet alleen de Geest ontvangen, maar ook de kracht van de Heilige Geest. In Handelingen 1:8 zegt Jezus: “Jullie zullen kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over jullie komt.”

    Dan breekt de Pinksterdag aan. In Handelingen 2:1-4 lees je wat er gebeurde. Boven dat hoofdstuk staat vaak: “Uitstorting van de Heilige Geest”, maar eigenlijk gaat het om het teken van die uitstorting. Het is namelijk de vervulling van een belofte die al vaker in de Bijbel genoemd werd. Zoals in Matteüs 3:11, waar Johannes de Doper zegt dat Jezus zal dopen met de Heilige Geest en met vuur. Daarom staat er in Handelingen 2:1 dat de dag van het pinksterfeest “vervuld” werd.

    Voor de mensen die erbij waren moet het heel vreemd hebben gevoeld. Petrus legt meteen uit dat het niet komt doordat ze dronken zijn (vers 15). In vers 33 vertelt hij wat er wél gebeurt: Jezus, die door God verhoogd is, heeft van de Vader de belofte van de Heilige Geest ontvangen en Hij heeft dit uitgestort. Jezus was dus de eerste die de Heilige Geest ontving, omdat Hij de Eersteling is van een nieuwe schepping. Dat lees je ook in 1 Korinthe 15:20-23.

    Pinksteren laat zien: Jezus leeft, werkt en geeft Zijn kracht. Ook vandaag!!


    6 augustus

    We lezen vandaag: Johannes 21:15-19

    Johannes 21:17
    Hij zei voor de derde keer tegen hem: Simon, zoon van Jona, houdt u van Mij? Petrus werd bedroefd, omdat Hij voor de derde keer tegen hem zei: Houdt u van Mij? En hij zei tegen Hem: Heere, U weet alle dingen, U weet dat ik van U houd. Jezus zei tegen hem: Weid Mijn schapen.

    Petrus is de apostel die officieel het Nieuwe Verbond heeft geopend. Jezus had hem daarvoor de sleutels gegeven, zoals je kunt lezen in Matteüs 16:19. Daarom is het logisch dat Petrus degene is die op de Pinksterdag het woord neemt. Jezus had hem immers gevraagd om Zijn schapen te verzorgen, zoals staat in Johannes 21.

    Op de Pinksterdag staat Petrus op als een echte leider. Hij spreekt het Joodse volk toe, dat helemaal in de war is door wat er gebeurt. In Handelingen 2:14 staat: “Petrus stond op, samen met de andere elf, en sprak met luide stem: Joodse mannen en iedereen die in Jeruzalem woont, luister goed naar mijn woorden.”

    Maar er is nog iets opvallends: er waren in Jeruzalem niet alleen Joden, maar ook heidenen. En die werden niet weggestuurd. Ze mochten gewoon luisteren. De boodschap van Petrus was dus ook voor hen bedoeld.

    Petrus was door Jezus geroepen om het Evangelie vooral aan de Joden te brengen. Paulus bevestigt dat in de Galatenbrief. In Galaten 2:7-8 noemt hij Petrus zelfs de “apostel van de besnijdenis”, wat betekent dat Petrus vooral onder het Joodse volk werkte.

    Maar er is nog een belangrijk detail in wat Petrus zegt. In Handelingen 2:29 staat: “Mannen broeders, ik mag vrijuit tot jullie spreken…” Dat was bijzonder, want vóór Jezus’ opstanding mochten de discipelen helemaal niet vertellen dat Hij de Messias was. Ze moesten juist hun mond houden over wie Hij echt was en wat Hij kwam doen. Maar nu, na Zijn opstanding, mocht Petrus eindelijk vrijuit spreken. En dat deed hij met kracht.

    Als Jezus je de sleutel geeft, durf je eindelijk de deur wijd open te zetten.


    7 augustus

    We lezen vandaag: 1 Korinthe 2

    1 Korinthe 2:7
    Wij spreken echter de wijsheid van God, als een geheimenis; een wijsheid die verborgen was en die God vóór alle eeuwen voorbestemd heeft tot onze heerlijkheid;

    We zagen gisteren dat Petrus op de Pinksterdag vrijuit mocht spreken. Maar vóór Jezus uit de dood zou opstaan, moesten de discipelen juist zwijgen over wie Hij echt was en wat Hij deed. Jezus zei dat heel duidelijk. In Matteüs 9:30, nadat Hij twee blinden had genezen, waarschuwde Hij streng: “Zorg dat niemand dit weet.” In Matteüs 16:20 verbood Hij Zijn discipelen om te vertellen dat Hij de Christus was. En in Markus 1:43-44 zei Hij tegen iemand die Hij had genezen dat hij er met niemand over mocht praten, maar zich alleen aan de priester moest laten zien.

    Waarom moest dat allemaal geheim blijven? Nu wordt dat duidelijk. De leiders van die tijd hebben Jezus gekruisigd omdat ze niet begrepen wat er echt aan de hand was. In 1 Korinthe 2:8 staat dat ze de verborgenheid niet hebben gekend. Er was een geheim plan van God dat pas na de kruisiging in werking zou komen.

    Maar wat was dan die verborgenheid? In de eerste plaats dat Jezus zou opstaan uit de dood. En daarna: Wie Hij zou worden in Zijn opstanding en wat Zijn nieuwe taak zou zijn. Dat geheim gaat over Christus en Zijn Gemeente. Samen laten zij Gods wijsheid zien én Gods grote plan: een nieuwe schepping. Daar gaan we later nog verder op in.

    In Efeze 3:9-11 legt Paulus uit dat deze verborgenheid al eeuwenlang in God verborgen was. Nu wordt door de Gemeente zichtbaar gemaakt hoe wijs God is, zelfs aan hemelse machten. Dit alles hoort bij Gods eeuwige plan, dat Hij heeft uitgevoerd in Christus Jezus.

    Wat eerst verborgen was, wordt zichtbaar zodra Jezus opstaat en jij mag deel zijn van dat plan.


    8 augustus

    We lezen vandaag: Handelingen 2:14-36

    Handelingen 2:36
    Laat dan heel het huis van Israël zeker weten dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus, Die u gekruisigd hebt.

    De leiders van deze wereld hebben nooit begrepen dat de profeten in het Oude Testament al spraken over Christus en Zijn Gemeente. Dat kun je lezen in 1 Petrus 1:10-12. Ze snapten ook niet dat Jezus de dood zou overwinnen. Ze dachten dat ze Hem konden vasthouden in het graf. Als dat gelukt was, zou Hij nooit meer kunnen spreken en zou Gods plan stoppen. Daarom haalt Petrus op de Pinksterdag het Oude Testament aan om uit te leggen wat er echt bedoeld was.

    In Handelingen 2:25-28 citeert Petrus woorden van David uit Psalm 16. David zegt dat de Heer altijd bij hem is, dat zijn hart blij is en dat zijn lichaam rust heeft. Hij zegt ook dat God zijn ziel niet in de dood zal laten en Zijn Heilige niet zal laten vergaan. God laat de weg naar het leven zien en vult hem met vreugde.

    Vanaf vers 29 legt Petrus uit dat David dit niet over zichzelf zei, maar over Christus, die uit Davids familie zou komen. Jezus zou niet in het graf blijven, maar opstaan. Veel psalmen gaan eigenlijk niet over David, maar over Christus. In Psalm 89 en in 2 Samuel 7 lees je dat God een blijvend koninkrijk zou geven aan iemand uit Davids lijn. Petrus verwijst daar ook naar in Handelingen 2:30-31. Met de opgestane Messias zou God het koninkrijk van David voortzetten.

    In Handelingen 2:34 haalt Petrus Psalm 110 aan: “De Heer zei tegen mijn Heer: Zit aan Mijn rechterhand.” David is zelf niet naar de hemel gegaan, dus hij sprak over Christus.

    In 2 Samuel 7 vertelt God aan David dat híj geen tempel hoeft te bouwen, maar dat God voor hem een “huis” zal maken. Dat verwijst naar onze tijd: na Jezus’ opstanding begint God met het bouwen van de Gemeente.

    Gods plan was altijd groter dan één koning. Het leeft verder in Christus en Zijn Gemeente.


    9 augustus

    We lezen vandaag: Mattheüs 4:1-11

    Mattheüs 4:4
    Maar Hij antwoordde en zei: Er staat geschreven: De mens zal niet van brood alleen leven, maar van elk woord dat uit de mond van God komt.

    Gisteren zagen we dat de profeten al hadden voorspeld dat de Messias zou komen. Op de Pinksterdag haalt Petrus deze teksten uit het Oude Testament aan om de mannen van Israël wakker te schudden. En dat lukt: zijn woorden raken hen diep. Ze beseffen dat Jezus van Nazareth écht de beloofde Messias is.

    In Handelingen 2:37 staat: “Toen ze dit hoorden, werden ze diep geraakt en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: Wat moeten we doen, mannen broeders?” Eigenlijk hadden ze het kunnen weten, want de profeten kwamen uit hun eigen volk. Maar Israël wilde vaak niet luisteren en doodde zelfs hun profeten.

    In Lukas 20:9-20 vertelt Jezus de gelijkenis van de wijngaardeniers. Hij doet dat omdat de leiders van het volk niet wilden geloven. In die gelijkenis vertrouwt de Heer de wijngaard (Israël) toe aan Joodse leiders terwijl Hij weg is. Hij stuurt dienaren (profeten), maar het volk luistert niet. Als laatste stuurt Hij Zijn Zoon, maar ook Hem wijzen ze af — en Hij wordt gedood.

    God had Israël als eerste Zijn Woord gegeven. Ze hadden een priesterlijke taak: andere volken onderwijzen in Gods waarheid. Dat lees je ook in Psalm 147:19-20 en in Romeinen 3:2: “Hun zijn de woorden van God toevertrouwd.” Tijdens Zijn leven wees Jezus hen steeds op wat er geschreven stond in de boeken van Mozes en de profeten. Zoek maar eens op hoe vaak Hij zegt: “Er staat geschreven.” Zoals in Matteüs 4:4.

    Alles verwijst naar het Oude Testament. Profetieën die al vervuld zijn, of nog vervuld moeten worden.

    Wie eindelijk luistert naar wat geschreven staat, ontdekt dat God al lang sprak.


    10 augustus

    We lezen vandaag: Handelingen 13:13-47

    Handelingen 13:45
    Maar toen de Joden de menigten zagen, werden zij met afgunst vervuld en spraken tegen wat er door Paulus gezegd werd; zij spraken niet alleen tegen, maar lasterden ook.

    We kijken verder in het boek Handelingen. Dit boek laat eigenlijk de overgang zien van een aards koninkrijk naar een hemels koninkrijk: Gods verborgen plan voor zowel Joden als heidenen. In Handelingen lees je hoe het Evangelie eerst aan het Joodse volk werd verteld door de apostelen, maar hoe de Joodse leiders en veel mensen uit het volk het afwezen. Ze waren nog maar net begonnen met het werk dat Jezus hun had gegeven, of er kwam al tegenstand.

    In Handelingen 4:1-3 lees je dat de priesters, de tempelwachter en de Sadduceeën boos werden omdat de apostelen leerden dat Jezus was opgestaan uit de dood. Ze arresteerden hen en zetten hen vast tot de volgende dag. En zo gaat het steeds verder in Handelingen.

    Het dieptepunt komt in Handelingen 6 en 7, wanneer Stefanus een toespraak houdt waarin hij de Joodse leiders beschuldigt van afgoderij en ongeloof. Hij zegt dat ze altijd tegen de Heilige Geest ingaan, net zoals hun voorouders. Die hadden de profeten vervolgd en gedood en nu hadden zij de Rechtvaardige zelf verraden en laten doden. Toen Stefanus dit zei, werden ze woedend en stenigden hem.

    Later, in Handelingen 13, zien we Paulus in Antiochië. Op de sabbat spreekt hij tot het volk en veel mensen luisteren graag. Maar een week later, wanneer hij opnieuw de Schriften uitlegt aan zowel Joden als heidenen, gebeurt weer hetzelfde: de Joden worden jaloers, spreken Paulus tegen en beginnen hem zelfs te beledigen.

    Het boek Handelingen laat zo duidelijk zien hoe het Evangelie steeds verder gaat (ondanks tegenstand) en hoe Gods plan zich stap voor stap ontvouwt.

    Gods plan stopt niet bij tegenstand. Het groeit juist door wanneer mensen blijven getuigen.


    11 augustus

    We lezen vandaag: Handelingen 28:11-31

    Handelingen 28:28
    Laat het u dan bekend zijn dat de zaligheid van God aan de heidenen gezonden is en die zullen luisteren.

    In Handelingen 13:40-41 waarschuwt Paulus het volk met woorden uit de profeet Habakuk. Hij zegt dat ze moeten oppassen, zodat niet gebeurt wat de profeten al hadden voorspeld: dat God iets groots zou doen, maar dat zij het niet zouden geloven, zelfs niet als iemand het hun vertelde. Deze profetie gaat over de komst van de Gemeente, waarin zowel Joden als heidenen samen zouden horen. Voor veel Joden klonk dat vreemd en zelfs belachelijk, maar het was wél Gods plan.

    Als we verder lezen in Handelingen 13, zien we dat de Joden jaloers worden. Ze vinden het maar niks dat de apostelen ook met heidenen praten. Maar juist die heidenen staan open voor het Evangelie. Dit patroon zie je steeds terug in Handelingen: de Joden verwerpen de boodschap, terwijl de heidenen luisteren.

    In Handelingen 13:46-47 zeggen Paulus en Barnabas dat het nodig was om eerst het Woord van God aan de Joden te brengen. Maar omdat zij het afwijzen, keren de apostelen zich nu tot de heidenen. Ze leggen uit dat de Heer hen heeft geroepen om een licht voor de heidenen te zijn, zodat Gods redding overal op aarde bekend wordt.

    Dit moment is heel bijzonder: hier worden de rollen omgedraaid. De heidenen, die eerst buitenstaanders waren, worden nu degenen die wél willen luisteren. Aan het einde van Handelingen wordt dit nog eens bevestigd. In Handelingen 28 zegt Paulus dat Gods redding naar de heidenen is gestuurd, en dat zij zullen luisteren.

    Zo laat Handelingen zien hoe het Evangelie zich verspreidt: eerst naar Israël, maar uiteindelijk naar de hele wereld, omdat Gods plan groter is dan één volk.

    Gods licht zoekt altijd een weg en wie luistert, wordt drager van dat licht.


    12 augustus

    We lezen vandaag: Handelingen 19:10-19

    Handelingen 9:20
    En meteen predikte hij Christus in de synagogen, dat Hij de Zoon van God is.

    Maar wie was Paulus eigenlijk? Hij verschijnt ineens in het verhaal, terwijl hij niet bij de twaalf apostelen hoorde. We komen hem voor het eerst tegen in de geschiedenis van Stefanus. In Handelingen 7 wordt hij genoemd, maar daar heet hij nog Saulus. Paulus was iemand die gelovigen vervolgde die “bij de Weg” hoorden, mensen die in de Heer Jezus geloofden en niet meer leefden onder de wet van Mozes. In Handelingen 9:1-2 en 16:17 kun je dat lezen. Paulus dacht echt dat hij goed bezig was door deze gelovigen hard aan te pakken.

    Misschien ken je het verhaal: op weg naar Damascus grijpt de Heer hem persoonlijk. Dat lees je in Handelingen 9. Saulus is een voorbeeld van iemand die door de wet verblind is. Daarom wordt hij door de Heer drie dagen lang letterlijk blind gemaakt. (Drie dagen verwijzen in de Bijbel vaak naar opstanding!)

    Je snapt dat de discipelen eerst niet blij waren met Paulus. Ze vertrouwden hem niet, logisch, want hij had hen eerder vervolgd. Maar de Heer zegt in Handelingen 9:15-16 dat Paulus een “uitverkoren vat” is, iemand die Gods Naam zal dragen voor heidenen, koningen en Israël. En dat hij veel zal moeten lijden omwille van Jezus.

    Ken je het spreekwoord “de schellen vielen van zijn ogen”? Dat komt uit Handelingen 9:18. Daar staat dat er iets van zijn ogen afviel, alsof het schubben waren, en dat hij weer kon zien. Daarna liet hij zich dopen. Dat is precies wat er gebeurt als iemand tot geloof komt: je gaat ineens zien wie Jezus echt is. Daarom begint Paulus meteen te spreken over Christus.

    In Handelingen 9:20 staat dat hij direct in de synagogen verkondigde dat Jezus de Zoon van God is.

    Als Jezus je ogen opent, zie je niet alleen het licht, je gaat het ook doorgeven.


    13 augustus

    We lezen vandaag: Galaten 1:10-24

    Galaten 1:12
    Want ik heb dat ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door openbaring van Jezus Christus.

    Gisteren hebben we het gehad over Paulus. Vandaag kijken we verder naar zijn leven. In het begin vertrouwde bijna niemand hem. In Handelingen 9:21 staat dat mensen verbaasd waren en zeiden: “Is dit niet dezelfde man die in Jeruzalem iedereen lastigviel…?” Toch werd Paulus opgenomen tussen de gelovigen. Maar al snel moest hij zelf vluchten, omdat de Joden hem wilden doden. Hij ontsnapte uit Damascus en ook in Jeruzalem was hij niet veilig. Daarom ging hij terug naar zijn geboorteplaats Tarsus (Handelingen 9:23-31).

    Paulus verdwijnt daarna een paar jaar uit beeld. Dat was waarschijnlijk nodig, want in die tijd onderwees de Heer hem persoonlijk over Zijn verborgen plan: het plan met de Gemeente.

    In Galaten 1:12 zegt Paulus dat hij deze boodschap niet van mensen heeft geleerd, maar door een openbaring van Jezus Christus. In 2 Korinthe 12:1-4 lees je dat hij zelfs hemelse dingen heeft gezien. Paulus was door de Heer geroepen om deze speciale boodschap bekend te maken. In Romeinen 1:2 noemt hij zichzelf een dienaar van Jezus Christus, geroepen als apostel, apart gezet voor het Evangelie van God.

    Juist Paulus, die zo goed onderwezen was in de wet (Handelingen 22:3), werd door God gebruikt om de boodschap van genade bekend te maken. Namelijk dat heidenen óók bij het Lichaam van Christus horen. In Efeze 3:2-6 legt Paulus uit dat deze verborgenheid nu bekend is: heidenen zijn mede-erfgenamen, horen bij hetzelfde lichaam en delen in dezelfde belofte.

    Bij het begin van zijn dienst verandert zijn naam van Saulus naar Paulus, wat “kleintje” betekent. Paulus moest klein en afhankelijk worden, zodat God hem kon gebruiken. In 2 Korinthe 12:9 zegt de Heer: “Mijn genade is genoeg, want Mijn kracht wordt zichtbaar in zwakheid.”

    Wie klein durft te worden, kan groot worden in Gods plan.


    14 augustus

    We lezen vandaag: Kolossenzen 1:9-23

    Kolossenzen 1:18
    En Hij is het hoofd van het lichaam, namelijk van de Gemeente, Hij, Die het begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.

    We gaan verder met de speciale leer over Christus en de Gemeente. Deze waarheid was in het Oude Testament nog verborgen, maar moest door Paulus bekend worden gemaakt. In Efeze 1:22-23 staat dat God alles aan Jezus heeft onderworpen en Hem als Hoofd heeft gegeven aan de Gemeente. De Gemeente is Zijn lichaam, gevuld met Zijn leven.

    Na Jezus’ opstanding worden alle mensen die in Hem geloven een nieuwe schepping. Dat hebben we eerder al gelezen. Of je nu Jood bent of heiden: als je gelooft, hoor je bij Christus én bij elkaar. Samen vormen we het Lichaam van Christus. Het lijkt op een bouwwerk, maar dan een levend bouwwerk. Wij zijn levende stenen.

    Doordat wij geloven, staan we in een bijzondere positie. In 1 Korinthe 12:13 staat dat we door één Geest tot één lichaam zijn gedoopt, of we nu Jood, Griek, slaaf of vrij zijn. We zijn één door dezelfde Geest, en dat maakt ons één lichaam. Zoals een lichaam uit veel onderdelen bestaat, zo bestaat ook het Lichaam van Christus uit veel verschillende mensen. In 1 Korinthe 12:12 staat dat alle leden samen één lichaam vormen.

    Elk lichaam heeft een hoofd, anders is het dood. Het hoofd bestuurt alles en zorgt dat het lichaam kan functioneren. Zo is Christus het Hoofd van Zijn Lichaam. In Kolossenzen 1:18 staat dat Hij het Hoofd van de Gemeente is, de Eerstgeborene uit de doden, zodat Hij in alles de Eerste is.

    Iedereen heeft een eigen plek in dat Lichaam. Niemand kan zonder de ander. In 1 Korinthe 12:21 staat dat het oog niet tegen de hand kan zeggen dat het haar niet nodig heeft, en het hoofd niet tegen de voeten.

    Samen vormen we één lichaam en Christus laat elke deel tot leven komen.


    15 augustus

    We lezen vandaag: 1 Korinthe 12:12-31

    1 Korinthe 12:12
    Want zoals het lichaam één is en veel leden heeft, en al de leden van dit ene lichaam, hoewel het er veel zijn, één lichaam zijn, zo is het ook met Christus.

    In 1 Korinthe 12:18 staat dat God zelf elke gelovige een plek heeft gegeven in het Lichaam, precies zoals Hij dat wilde. Gisteren zagen we al dat gelovigen samen één Lichaam vormen, met Christus als het Hoofd. Dat Lichaam is geen dood ding, maar een levend organisme. Net zoals een plant, dier of mens leeft. Een organisme is dus iets heel anders dan een organisatie. Een organisatie is een club, vereniging of bedrijf waar mensen elkaar taken geven. Maar een lichaam werkt totaal anders.

    In een lichaam hebben de verschillende delen niet dezelfde taak. Dat zou onmogelijk zijn, het zou één grote chaos worden. Elk lichaamsdeel heeft zijn eigen functie. In Romeinen 12:4-5 staat dat een lichaam veel leden heeft en dat die leden niet allemaal hetzelfde doen. Zo vormen wij samen één lichaam in Christus.

    Christus heeft aan gelovigen gaven gegeven. Dat betekent dat elke gelovige een rol heeft binnen het Lichaam van Christus, zodat het geheel goed kan functioneren. In 1 Korinthe 12:28 staat dat God sommigen heeft aangesteld als apostelen, profeten, leraren, mensen met kracht, mensen met gaven van genezing, helpers, leiders en mensen die verschillende talen spreken.

    Niet iedereen heeft dezelfde gave. Daarom staat er in vers 29 dat niet iedereen apostel, profeet of leraar is. Sommige gelovigen hebben juist de gave om te luisteren, anderen om te helpen, te bemoedigen of praktisch te ondersteunen. Wat belangrijk is: alle gaven komen van de Geest van God, niet van mensen die jou een taak geven of je een cursus laten volgen.

    In 1 Korinthe 12:4-6 staat dat er verschillende gaven, bedieningen en werkingen zijn, maar dat ze allemaal komen van dezelfde Geest, dezelfde Heer en dezelfde God, die alles in iedereen werkt.

    God geeft iedereen een unieke plek. Samen vormen we één levend lichaam.


    16 augustus

    We lezen vandaag: Efeze 5:22-33

    Efeze 5:23
    want de man is hoofd van de vrouw, zoals ook Christus Hoofd van de gemeente is; en Hij is de Behouder van het lichaam.

    In Éfeze 5 lezen we vandaag over de liefde die Christus heeft voor Zijn Gemeente. Als Christus het Hoofd is van de Gemeente, dan zorgt Hij natuurlijk goed voor haar. De Gemeente is immers Zijn Lichaam, dat hebben we al eerder gezien.

    Voor ons is het soms lastig om te begrijpen hoe de Heer precies voor ons zorgt. Daarom gebruikt God een voorbeeld dat wij wél snappen: het huwelijk tussen man en vrouw. Christus houdt van Zijn Gemeente zoals een man van zijn vrouw hoort te houden.

    In Éfeze 5:25 staat dat mannen hun vrouwen moeten liefhebben zoals Christus de Gemeente liefheeft. Hij heeft Zichzelf voor haar “overgegeven”, wat betekent dat Hij Zich helemaal inzet voor haar, net zoals een herder alles doet om zijn schapen te beschermen. Christus is het Hoofd van de Gemeente en zorgt voor haar. Op een lager niveau heeft de man dezelfde taak tegenover zijn vrouw: liefhebben en zorgen. Het betekent niet dat hij haar mag overheersen. Hij is juist verplicht haar lief te hebben zoals hij zijn eigen lichaam liefheeft.

    In Éfeze 5:28-29 staat dat mannen hun vrouwen moeten liefhebben zoals hun eigen lichaam. Wie zijn vrouw liefheeft, houdt eigenlijk ook van zichzelf. Niemand haat zijn eigen lichaam; je zorgt ervoor, je voedt het en je onderhoudt het. Zo doet de Heer dat ook met de Gemeente.

    Liefde volgens Christus is geen macht, maar zorg en dat maakt echte liefde sterk.


    17 augustus

    We lezen vandaag: Genesis 2:4-25

    Genesis 2:23
    Toen zei Adam: Deze is ditmaal been van mijn beenderen, en vlees van mijn vlees! Deze zal mannin genoemd worden, want uit de man is zij genomen.

    In Genesis 2:22-23 lezen we dat God uit een rib van Adam een vrouw maakte en haar bij hem bracht. Adam zei toen: “Zij is been van mijn benen en vlees van mijn vlees.” Eva kwam dus letterlijk uit Adam voort.

    Misschien denk je: Wat heeft dit te maken met Christus en Zijn Gemeente? Dat gebeurde toch veel later? Eigenlijk alles! In de Bijbel zie je vaak dat dingen uit het Oude Testament later hun betekenis krijgen in het Nieuwe Testament. Dit is daar een duidelijk voorbeeld van.

    Adam is namelijk een “type” van Christus, een soort voorafbeelding. In Romeinen 5:14 staat dat Adam een voorbeeld is van Degene die komen zou. En in 1 Korinthe 15:45 staat dat Adam de eerste mens was, maar Christus de “laatste Adam”, die leven geeft door de Geest. Als Adam een beeld is van Christus, dan is Eva een beeld van de Gemeente.

    Gisteren lazen we in Éfeze 5:29 dat niemand zijn eigen lichaam haat, maar ervoor zorgt, net zoals de Heer voor de Gemeente zorgt. Adam en Eva kwamen uit één lichaam voort, net zoals de Gemeente uit Christus is voortgekomen. Daarom is de Gemeente niet de bruid van Christus, zoals vaak gedacht wordt. De Gemeente leeft nu al in eenheid met Christus. Een bruid leeft nog niet samen met haar man, maar de Gemeente wél met Christus.

    In Genesis 2:24 staat dat man en vrouw één vlees worden. In Éfeze 5:31 wordt dat herhaald, maar Paulus voegt eraan toe dat dit eigenlijk verwijst naar Christus en de Gemeente. Dat is de “grote verborgenheid”: de diepe eenheid tussen Christus en Zijn Gemeente, het Lichaam van Christus.

    Echte eenheid begint bij Christus. Wij zijn één omdat we uit Zijn leven voortkomen.


    18 augustus

    We lezen vandaag: Johannes 13:1-20

    Johannes 13:5
    Daarna goot Hij water in de waskom en begon de voeten van de discipelen te wassen en af te drogen met de linnen doek die Hij om Zijn middel had.

    In Éfeze 5:26-27 lezen we dat Christus Zijn Gemeente reinigt en heiligt. Hij doet dat niet met gewoon water, maar met het “bad van het Woord”. Water is in de Bijbel vaak een beeld van Gods Woord, het “levende Water”. In Johannes 4 kun je lezen hoe Jezus dit uitlegt aan de Samaritaanse vrouw.

    Wij leven als gelovigen nog steeds in een wereld waar we makkelijk “vieze voeten” krijgen. Dat betekent dat we nog steeds zonden doen en fouten maken. Daardoor ontstaan “vlekken en rimpels”, dingen die niet passen bij het nieuwe leven dat we van de Heer hebben gekregen. Maar als we Zijn Woord lezen en toepassen, werkt dat reinigend. Het voedt ons nieuwe leven en daardoor wordt ons oude leven steeds verder afgebroken. Zo verdwijnen die “vlekken en rimpels”.

    Door die reiniging worden we ook geheiligd. Geheiligd betekent dat je apart gezet wordt voor God, zodat je Hem kunt dienen. Daarom is het nodig dat de Heer onze “voeten” wast. Zonder reiniging kunnen we niet dichtbij God komen, want Hij kan geen gemeenschap hebben met zonde. Door de voetwassing houdt de Heer ons rein.

    In Johannes 13 laat Jezus aan Zijn discipelen zien hoe Hij, ook na Zijn hemelvaart, voor ons zou zorgen. Hij wast hun voeten als voorbeeld. In Johannes 13:5 staat dat Hij water in een bekken goot en de voeten van de discipelen begon te wassen en af te drogen met de doek die Hij om had.

    Petrus schrok hiervan en zei dat Jezus hem dan maar helemaal moest wassen. Maar dat was niet nodig: wie opnieuw geboren is, is al één keer volledig gewassen. Alleen de “voeten” moeten steeds opnieuw schoon worden gehouden.

    Gods Woord wast je voeten, zodat je elke dag dichter bij Hem kunt leven.


    19 augustus

    We lezen vandaag: Hebreeën 2:5-18

    Hebreeën 2:17
    Daarom moest Hij in alles aan Zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn in de dingen die God betreffen, om de zonden van het volk te verzoenen.

    Gisteren lazen we over de voetwassing in Johannes 13. Vandaag gaan we verder, want veel gelovigen vragen zich af: “Jezus is nu in de hemel, maar wat doet Hij daar eigenlijk?” De Heer heeft dat duidelijk willen maken door de voetwassing. Wat Hij daar deed, laat zien wat Zijn taak is als Hogepriester onder het Nieuwe Verbond.

    In het Oude Testament ging de hogepriester één keer per jaar het Heilige der heiligen binnen (een beeld van de hemel) om verzoening te doen voor de zonden van het volk. In Hebreeën 9:7 staat dat hij dat deed met bloed, voor zichzelf én voor de zonden van het volk. Dit moest elk jaar opnieuw gebeuren. Maar er was een probleem: hogepriesters stierven. Dan moest er weer een nieuwe komen. Daarom was er behoefte aan een Hogepriester die nooit zou sterven en altijd beschikbaar zou zijn om verzoening te doen.

    Die Hogepriester is Christus. Sinds Zijn hemelvaart is Hij in de hemel om verzoening te doen voor onze zonden. In Hebreeën 7:23-25 staat dat er vroeger veel priesters waren omdat ze steeds stierven, maar Christus blijft voor altijd. Zijn priesterschap houdt nooit op. Daarom kan Hij iedereen volledig redden die door Hem tot God gaat. Hij leeft altijd om voor hen te bidden.

    De voetwassing laat zien hoe de Heer nu voor ons zorgt. Hij reinigt ons dagelijks, zodat wij met een schoon geweten tot God kunnen gaan. Hij is een barmhartige en trouwe Hogepriester, die ons helpt en voor ons pleit bij God. Dat is Zijn werk in de hemel en dat doet Hij voortdurend.

    Jezus leeft voor altijd en Hij gebruikt die eeuwigheid om voor jou te zorgen.


    20 augustus

    We lezen vandaag: Hebreeën 5:1-10

    Hebreeën 5:5
    Zo heeft ook Christus Zichzelf niet de eer gegeven om Hogepriester te worden, maar Hij Die tot Hem heeft gesproken: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt.

    Gisteren lazen we dat Christus onze Hogepriester is. Vandaag gaan we daar verder op in, want dit onderwerp is best uitgebreid. Wat heel belangrijk is om te weten: Jezus was nog géén Hogepriester toen Hij aan het kruis stierf. Een hogepriester hoorde namelijk niet te sterven, dat zagen we al in Hebreeën 7:23. Pas bij Zijn opstanding werd Christus aangesteld als Hogepriester voor de gelovigen. Dat staat in Hebreeën 2:10-17. Door Zijn opstanding werd Hij de Eersteling van een nieuwe schepping, de Hogepriester van het Nieuwe Verbond.

    In Johannes 3:16 lezen we dat God Zijn Zoon gaf voor de hele wereld. Dat gebeurde één keer, voor iedereen, gelovigen en ongelovigen. Daarna is het aan de mens om te geloven of niet. Behoud heeft te maken met de kruisdood van Jezus: dat is de eenmalige reiniging bij wedergeboorte. Dat legde Jezus ook uit aan Petrus. Maar “vieze voeten” hebben niets te maken met Zijn kruisdood. Vieze voeten gaan over ons dagelijks leven: dingen die we verkeerd doen, waardoor ons geweten zegt: “Dat was niet goed.”

    Met vieze voeten kunnen we God niet dienen. Ons geweten moet schoon worden van “dode werken”, zoals de Bijbel dat noemt. Daarom reinigt de Hogepriester ons geweten, zodat we vrij en zonder schuldgevoel God kunnen dienen. In Hebreeën 9:14 staat dat het bloed van Christus ons geweten reinigt, omdat Hij Zichzelf zonder zonde aan God heeft gegeven.

    Lees ook Hebreeën 10:21-22. Daar zie je dat Christus niet alleen Hogepriester is, maar ook Middelaar. Dat betekent dat Hij tussen God en gelovigen in staat. Hij bemiddelt, Hij pleit voor ons, Hij helpt ons om dichtbij God te leven.

    Christus reinigt je geweten, zodat je elke dag vrij en zonder angst bij God kunt komen.


    21 augustus

    We lezen vandaag: 1 Petrus 2:1-10

    1 Petrus 2:9
    Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een volk dat God Zich tot Zijn eigendom maakte; opdat u de deugden zou verkondigen van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht,

    In 1 Petrus 2:9 staat dat gelovigen een uitverkoren geslacht zijn: een koninklijk priesterdom, een heilig en bijzonder volk. God heeft ons uit de duisternis geroepen naar Zijn geweldige licht, zodat wij Zijn grootheid bekendmaken.

    Gisteren lazen we dat Christus onze Hogepriester en Middelaar is onder het Nieuwe Verbond. Als Hij onze Hogepriester is, dan zijn wij, net als Israël vroeger, een volk van priesters. In het Oude Testament had Israël namelijk een priesterlijke taak. In Exodus 28:1 lees je dat Aäron en zijn zonen moesten dienen als priesters namens het volk. Israël had als eerste het Woord van God ontvangen en daarom moesten zij dat Woord doorgeven aan andere volken. Dat was hun verantwoordelijkheid.

    Maar door het ongeloof van Israël is die priesterlijke taak tijdelijk van hen weggenomen. Hosea 4:6 zegt dat het volk werd vernietigd omdat het geen kennis had; ze hadden Gods Woord verworpen, en daardoor konden ze hun priesterambt niet meer vervullen.

    Betekent dit dat Gods werk stopt? Natuurlijk niet. Het gaat gewoon door, maar nu via Christus en de Gemeente. Sinds de opstanding van Christus is de Gemeente verantwoordelijk voor het bewaren en verkondigen van Gods Woord. Daarom maakt Christus ons bekwaam om priesters te zijn onder het Nieuwe Verbond.

    In Openbaring 1:6 staat dat Christus ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader. Dat is onze taak: Zijn Woord bewaren, Zijn waarheid delen en Zijn licht laten zien in een wereld die vaak nog in duisternis leeft.

    Je bent geroepen om licht te dragen.Een priester in een wereld die het hard nodig heeft.


    22 augustus

    We lezen vandaag: 2 Korinthe 4:1-6

    2 Korinthe 4:5
    Want wij prediken niet onszelf, maar Christus Jezus als Heere, en onszelf als uw dienstknechten om Jezus’ wil.

    Zoals we gisteren zagen, heeft de Gemeente als priesterlijk volk een grote verantwoordelijkheid. We staan eigenlijk in dienst van de Hogepriester, Jezus. En als priesters horen we trouw te zijn aan Hem. In 1 Korinthe 4:1-2 staat dat mensen ons mogen zien als dienaars van Christus en als beheerders van Gods geheimen. Van beheerders wordt verwacht dat ze betrouwbaar zijn.

    In 1 Petrus 4:10-11 lees je dat iedereen de gaven die hij van God heeft gekregen, moet gebruiken om anderen te dienen. Als iemand spreekt, moet hij spreken alsof het Gods woorden zijn. En als iemand dient, moet hij dat doen met de kracht die God geeft. God vraagt van gelovigen dat we, wanneer mensen iets willen weten, vertellen over Hem en over het werk dat Hij nu doet in en aan de Gemeente.

    In 1 Petrus 3:15 staat dat we God in ons hart moeten eren en altijd klaar moeten zijn om uit te leggen waarom we geloven, maar wel op een vriendelijke en respectvolle manier. We hoeven ons niet te schamen om over Jezus te praten. Romeinen 1:16 zegt dat het Evangelie van Christus Gods kracht is om mensen te redden, voor iedereen die gelooft.

    Daarom hebben gelovigen de taak om Gods Woord te bewaren. Je kunt het zien als schatbewaarders die een super kostbare schat moeten beschermen. Dat betekent dat we ervoor moeten zorgen dat er geen verkeerde dingen worden geleerd, maar dat het echt gaat om Gods eigen boodschap.

    In Johannes 14:23 zegt Jezus dat wie Hem liefheeft, Zijn woorden zal bewaren. En wie dat doet, zal ervaren dat God dicht bij hem komt en zelfs bij hem wil wonen.

    Bewaar Gods Woord als een kostbare schat


    23 augustus

    We lezen vandaag: Efeze 2:1-10

    Kolossenzen 3:3
    want u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God.

    In Éfeze 2:4-6 lezen we dat God, die vol liefde en genade is, ons levend heeft gemaakt met Christus. Ook toen we eigenlijk “dood” waren door onze fouten, gaf Hij ons nieuw leven. Hij heeft ons zelfs samen met Christus opgewekt en een plek gegeven in de hemel. Dat betekent dat de Gemeente niet alleen een priesterlijk volk is, maar ook een hemels volk.

    Misschien denk je: “Maar we leven toch gewoon hier op aarde totdat Jezus terugkomt?” Dat klopt lichamelijk wel, maar door ons geloof zijn we nu al hemelse burgers. Door onze wedergeboorte zijn we net als Jezus opgestaan in een nieuw leven en geestelijk horen we nu bij de hemel.

    In Éfeze 2:19 staat dat we geen vreemdelingen meer zijn, maar huisgenoten van God. Bij onze wedergeboorte heeft God ons uit de wereld van satan gehaald en geplaatst in Zijn Koninkrijk. Daardoor hebben we nu al eeuwig leven ontvangen. Kolossenzen 1:13 zegt dat God ons heeft getrokken uit de duisternis en overgezet in het Koninkrijk van Zijn Zoon. Galaten 1:4 legt uit dat Jezus zichzelf heeft gegeven om ons te bevrijden uit deze slechte wereld.

    Maar omdat het Koninkrijk van God nog verborgen is totdat Christus met de Gemeente terugkomt, leven wij nu al in dat verborgen Koninkrijk. Kolossenzen 3:3 zegt dat ons leven met Christus verborgen is in God. Omdat de Koning nog verborgen is, zijn wij dat ook. We leven nog wel in deze wereld, maar we horen er niet meer bij. Onze toekomst ligt ergens anders; bij God.

    Je leeft nog op aarde, maar je hoort al bij de hemel


    24 augustus

    We lezen vandaag: Filippenzen 3:17-21

    Filippenzen 3:20
    Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus,

    In Filippenzen 3:20 staat dat onze “wandel” in de hemelen is. Dat betekent dat ons echte leven, onze positie, niet meer hier op aarde ligt, maar bij God in de hemel. Gisteren lazen we al dat God ons uit deze vijandige wereld heeft gehaald en ons in Christus een plek heeft gegeven in de hemel. Daardoor horen we geestelijk niet meer bij deze wereld. Onze wandel, ons nieuwe leven, is hemels.

    Maar wat betekent dat precies? Kolossenzen 3:1-2 legt het uit: als we met Christus zijn opgewekt, moeten we zoeken naar de dingen die boven zijn, waar Christus is. We moeten denken aan de dingen van de hemel, niet aan de dingen van de aarde. Ons leven ligt namelijk bij Christus, en we zijn huisgenoten van God geworden. We hebben dus een hemelse bestemming, omdat Jezus daar is. We leven eigenlijk als Koningskinderen, volgens de normen van de hemel.

    Het is lastig om nog een aardse positie te hebben, want Kolossenzen 3:3 zegt dat we gestorven zijn voor de wereld. Ons leven is nu verborgen met Christus in God. Daarom hoeven we ons niet druk te maken over al het onrecht en de chaos in deze wereld. We horen niet meer bij het systeem van deze wereld.

    Wat zijn dan die “dingen van boven” die we moeten zoeken? Kolossenzen 1:9-10 zegt dat we vervuld mogen worden met de kennis van Gods wil, met wijsheid en geestelijk inzicht. Zo kunnen we leven op een manier die God blij maakt, goede vruchten dragen en groeien in het kennen van Hem.

    We voeden ons met Zijn Woord, zodat we vol worden van Hem. Dát is wandelen in de hemelen. Psalm 26:3 zegt: “Uw goedertierenheid is voor mijn ogen, ik wandel in Uw waarheid.”

    Heel de schepping wacht verlangend totdat Christus met Zijn Koninkrijk zichtbaar wordt en dan worden wij met Hem openbaar.

    Leef alsof je al thuis bent in de hemel, want dat is de plek waar je écht bij hoort.


    25 augustus

    We lezen vandaag: Romeinen 8:18-30

    Romeinen 8:23
    En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wijzelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam.

    In Romeinen 8:23 staat dat wij als gelovigen “zuchten” omdat we verlangen naar iets wat nog komt: de aanneming tot zonen, namelijk de verlossing van ons lichaam. Gisteren lazen we dat onze wandel, ons echte leven, in de hemel is. Toen we tot geloof kwamen, heeft God ons in Christus een plek in de hemel gegeven. We horen bij de Koning en daarom zijn we Koningskinderen. We hebben Zijn Geest ontvangen, maar we kijken ook uit naar het moment dat ons aardse lichaam wordt vernieuwd.

    Ons lichaam nu is zwak en kan ziek worden. Het veroudert en gaat uiteindelijk kapot. Filippenzen 3:21 zegt dat Jezus ons “vernederde lichaam” zal veranderen zodat het lijkt op Zijn heerlijke lichaam. Dat gebeurt wanneer de Gemeente wordt opgenomen. Maar nu, in dit aardse lichaam, hebben we bij onze wedergeboorte al de Heilige Geest ontvangen.

    Die Geest is het onderpand van onze erfenis, een soort garantie dat alles wat God heeft beloofd, echt voor ons klaarstaat. In 2 Korinthe 1:22 staat dat God ons heeft verzegeld en de Geest als onderpand in ons hart heeft gegeven. Dat kun je vergelijken met een borgsom: je geeft iets waardevols als zekerheid dat het goed komt.

    In Éfeze 1:13-14 staat dat we, nadat we het Evangelie hebben gehoord en zijn gaan geloven, verzegeld zijn met de Heilige Geest. Die Geest is het onderpand van onze hemelse erfenis, totdat we volledig verlost worden. Door de Heilige Geest kan Christus in ons werken, aan ons werken en door ons heen werken. De Geest laat zien dat we kinderen van God zijn en helpt ons groeien naar geestelijke volwassenheid.

    Je lichaam is tijdelijk, maar Gods Geest in jou is het bewijs dat je eeuwig bij Hem hoort.


    26 augustus

    We lezen vandaag: Romeinen 8:1-17

    Romeinen 8:15
    Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader!

    In Romeinen 8:15-17 staat dat wij als gelovigen niet een geest van angst hebben gekregen, zoals slaven die bang zijn voor hun meester. Nee, we hebben de Geest ontvangen die ons tot zonen maakt. Daardoor mogen we God aanspreken als “Abba, Vader”, wat eigenlijk “Papa” betekent. De Heilige Geest laat diep vanbinnen aan ons eigen geest zien dat we echt kinderen van God zijn. En als we kinderen zijn, dan zijn we ook erfgenamen: we erven alles wat God wil geven, samen met Christus. Dat betekent ook dat we soms moeten lijden, maar uiteindelijk zullen we met Hem verheerlijkt worden.

    Gisteren lazen we dat de Heilige Geest het onderpand is van onze erfenis. Dat laat zien dat we erfgenamen zijn, anders zou er niets te erven zijn. Maar om een erfenis te ontvangen, moet je volwassen zijn. In de Bijbel wordt dat “zoon” genoemd. Een zoon is iemand die de erfenis kan ontvangen.

    In Galaten 4:1 staat dat een erfgenaam, zolang hij nog een kind is, eigenlijk niet verschilt van een knecht, ook al is hij de eigenaar van alles. In de Bijbel betekent “zoon” dus niet alleen een mannelijke kind, maar vooral erfgenaam. In Genesis 15:3 zegt Abraham dat zijn knecht zijn erfgenaam zou worden als hij geen zoon zou krijgen.

    Bij onze wedergeboorte zijn we als pasgeboren baby’s. We willen Jezus leren kennen en begrijpen wat Gods plan is. We zijn hongerig naar geestelijk voedsel. Eerst krijgen we melk, omdat we nog geen vaste spijs aankunnen. In 1 Petrus 2:2 staat dat we als baby’s verlangen naar geestelijke melk, zodat we kunnen groeien. Later ga je ook “brood” eten (vaste spijs) zodat je steeds meer begrijpt van geestelijke dingen en ernaar gaat leven.

    Gods Geest maakt je geen slaaf, maar een erfgenaam die mag groeien tot echte volwassenheid in Hem.


    27 augustus

    We lezen vandaag: Galaten 3:19-29

    Galaten 3:29
    En als u van Christus bent, dan bent u Abrahams nageslacht en overeenkomstig de belofte erfgenamen.

    In Galaten 3:29 staat dat als je bij Christus hoort, je ook bij Abraham hoort. Je bent dan zijn “zaad”, zijn nageslacht, en daardoor erfgenaam van de beloften die God heeft gegeven. Gisteren lazen we dat een kind eerst moet opgroeien tot een zoon om te kunnen erven. Dat geldt ook voor ons als kinderen van God. In Galaten 4:7 staat: “Je bent geen dienstknecht meer, maar een zoon. En als je een zoon bent, dan ben je ook erfgenaam van God door Christus.”

    God wil dat we geestelijk groeien, net zoals een baby groeit naar een volgende levensfase. Opgroeien gaat met vallen en opstaan. Soms moet een vader zijn kind corrigeren omdat hij van hem houdt. Zo doet onze hemelse Vader dat ook met ons. In Hebreeën 12:6-7 staat dat God iedereen kastijdt (corrigeert) die Hij liefheeft, en dat Hij ons behandelt als zonen wanneer we die correctie verdragen.

    Als we het lijden van deze tijd zien als een soort opvoeding, vooral wanneer we worden uitgelachen of afgewezen omdat we bij Christus horen en toch blijven vertrouwen op Zijn beloften, dan wordt ons geloof sterker. Ons vertrouwen wordt getest, maar daardoor groeien we juist naar geestelijke volwassenheid.

    We zijn dus als zonen rechtmatige erfgenamen van God door Christus. We zullen delen in Zijn heerlijkheid in de hemel, omdat we mede-erfgenamen zijn. In Kolossenzen 3:4 staat dat wanneer Christus zichtbaar wordt, wij ook met Hem zichtbaar zullen worden in heerlijkheid. Hoeveel heerlijkheid we ontvangen, hangt af van onze trouw. En wat erven we dan? In Hebreeën 1:1-2 staat dat God Zijn Zoon heeft aangesteld als Erfgenaam van alles en wij erven met Hem mee!

    Wie met Christus groeit, erft met Christus alles wat God beloofd heeft.


    28 augustus

    We lezen vandaag: Jesaja 40:1-11

    Jesaja 40:10
    Zie, de Heere HEERE zal komen tegen de sterke, en Zijn arm zal heersen.
    Zie, Zijn loon heeft Hij bij Zich, Zijn arbeidsloon gaat voor Hem uit.

    In Jesaja 40:10 staat dat de Heer zal komen met kracht, en dat Zijn arm zal heersen. Er staat ook dat Zijn loon bij Hem is, en dat Hij Zijn arbeidsloon met zich meedraagt. We hebben het de afgelopen dagen gehad over zoonschap en erfgenaam zijn. Vandaag gaat het over loon, maar eerst niet ons loon, maar het loon dat Christus zelf heeft ontvangen bij Zijn opstanding.

    Heeft Jezus loon gekregen? Ja, dat staat in deze profetie. Jesaja spreekt over de wederkomst van Christus, en zegt dat Zijn loon bij Hem is. Dat betekent dat Hij voor de “arbeid” die Hij heeft gedaan, een beloning heeft ontvangen van Zijn hemelse Vader. In het Hogepriesterlijk gebed in Johannes 17 vertelt Jezus wat Zijn werk was: Hij heeft God op aarde verheerlijkt en het werk afgemaakt dat de Vader Hem had gegeven. Hij heeft Gods Naam bekendgemaakt aan de mensen en Gods Woord aan hen doorgegeven.

    Maar wat is dan Zijn loon? In Johannes 17:24 staat het antwoord: Jezus vraagt de Vader dat iedereen die Hem toebehoort bij Hem zal zijn, zodat zij Zijn heerlijkheid kunnen zien. De heerlijkheid die God Hem heeft gegeven. Dat betekent dat wij, de Gemeente, Zijn loon zijn! Wij zijn wat Hij ontving bij Zijn opstanding. Wij mogen nu al iets van Zijn heerlijkheid zien, omdat we leven in gemeenschap met Hem. Dat lazen we eerder in de Efeze-brief.

    En straks, wanneer Christus zichtbaar terugkomt in heerlijkheid, zullen wij daarbij zijn. Kolossenzen 3:4 zegt dat wanneer Christus geopenbaard wordt, wij ook met Hem geopenbaard zullen worden in heerlijkheid. Dat is onze toekomst, omdat wij bij Hem horen.

    Jij bent het loon van Christus: door Zijn liefde mag jij delen in Zijn heerlijkheid.


    29 augustus

    We lezen vandaag: Hebreeën 2:5-18

    Hebreeën 2:17
    Daarom moest Hij in alles aan Zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en een getrouw Hogepriester zou zijn in de dingen die God betreffen, om de zonden van het volk te verzoenen.

    In Hebreeën 2:11-12 staat dat Jezus en de mensen die door Hem geheiligd worden, allemaal “uit één” zijn. Dat betekent dat Hij zich niet schaamt om ons Zijn broers en zussen te noemen. In vers 12 zegt Hij zelfs dat Hij Gods naam bekend zal maken aan Zijn broeders, en dat Hij God zal prijzen midden in de Gemeente.

    Gisteren lazen we in het Hogepriesterlijk gebed dat Jezus de naam van Zijn Vader bekend heeft gemaakt aan de mensen. De Gemeente is eigenlijk het loon dat Jezus heeft ontvangen, omdat Hij volledig vertrouwde op Zijn hemelse Vader. Daarom wil Hij centraal staan in de Gemeente, omringd door Zijn broeders en zusters.

    Deze woorden uit Hebreeën komen uit Psalm 22:23, waar staat: “Ik zal Uw Naam mijn broeders vertellen; in het midden van de gemeente zal ik U prijzen.” Je kent die psalm waarschijnlijk wel, want hij wordt vaak gelezen, vooral als het gaat over het lijden van Jezus. We hebben deze maand al gezien dat de psalmen vaak over Christus spreken. In Handelingen 2:30-31 staat dat David als profeet sprak over de opstanding van Christus: dat Zijn ziel niet in de dood achterbleef en Zijn lichaam geen verderf zag.

    Een van de eerste dingen die Jezus na Zijn opstanding doet, is zich bekendmaken aan Zijn broeders. In Johannes 20:17 zegt Hij tegen Maria dat ze naar Zijn broeders moet gaan en vertellen dat Hij opstijgt naar “Mijn Vader en uw Vader, Mijn God en uw God.”

    Jezus heeft alles verdragen omdat Hij wist wat Hem te wachten stond bij Zijn opstanding. In Hebreeën 12:2 staat dat Hij het kruis droeg vanwege de vreugde die voor Hem lag, en dat Hij nu aan Gods rechterhand zit.

    Jezus noemt jou Zijn broer of zus. Leef alsof je echt bij Zijn familie hoort.


    30 augustus

    We lezen vandaag: Mattheüs 5:13-16

    Mattheüs 5:14
    U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn.

    In Matteüs 5:14-16 zegt Jezus dat wij het licht van de wereld zijn. Hij vergelijkt ons met een stad die op een berg ligt: die kun je niet verstoppen. Ook steek je geen lamp aan om hem onder een emmer te zetten, maar je zet hem op een standaard zodat iedereen in het huis licht heeft. Zo moeten wij ons licht laten schijnen, zodat mensen onze goede daden zien en God, onze Vader, eren.

    Vandaag gaat het over de verantwoordelijkheid die wij als gelovigen hebben. Eerst richting de Heer, maar ook richting de mensen om ons heen. Jezus zegt dat wij lichtdragers zijn. Licht kun je niet verbergen; het vindt altijd een weg naar buiten. Christus is het Licht van de wereld. In Johannes 12:35 waarschuwt Hij de Joden dat ze nog maar kort de keuze hebben: wandelen in het Licht of in de duisternis. In vers 36 zegt Hij dat wie in het Licht gelooft, een kind van het Licht wordt.

    Omdat wij deel hebben aan Christus, de Lichtdrager, dragen wij zelf ook Zijn licht. Wat betekent dat? Eigenlijk heel simpel: we mogen vertellen over de hoop die in ons leeft. Je kent vast wel de uitspraak: “Waar het hart vol van is, loopt de mond van over.” Als je verliefd bent, kun je niet stoppen met praten over die persoon. Zo werkt het ook met het Woord van God. Als iemand vraagt wat Jezus voor ons betekent, dan willen we daar graag over vertellen.

    In 1 Petrus 3:15 staat dat we God in ons hart moeten eren en altijd klaar moeten staan om uit te leggen waarom we hoop hebben, vriendelijk en respectvol.

    Laat jouw licht zo duidelijk schijnen dat niemand kan missen wie jou kracht geeft.


    31 augustus

    We lezen vandaag: 1 Korinthe 9:16-27

    1 Korinthe 9:24
    Weet u niet dat zij die in de renbaan lopen, allen wel lopen, maar dat slechts één de prijs ontvangt? Loop dan zo dat u die verkrijgt.

    In 1 Korinthe 9:24 zegt Paulus dat iedereen die een hardloopwedstrijd doet, wel rent, maar dat er maar één de prijs wint. Daarom moeten wij zó lopen dat we die prijs kunnen krijgen. Op de voorkant van het dagboekje zie je een hardloper, sportschoenen en een kroon. Dat past precies bij deze tekst. Maar betekent dit dat we allemaal fanatiek moeten gaan sporten? Nee, Paulus zegt in 1 Timotheüs 4:8 dat lichamelijke training maar een beetje nut heeft, terwijl godsvrucht nuttig is voor nu én voor later.

    Paulus gebruikt het voorbeeld van hardlopen om duidelijk te maken hoe we voor de Heer zouden moeten leven. In de sport ga je soms met pijn, moeite en doorzettingsvermogen over de finish. Zo zouden wij ook vurig en met passie de Heer dienen, niet half, niet lauw, maar echt met ons hele hart. Zodat Jezus later tegen ons kan zeggen wat er in Matteüs 25:21 staat: “Goed gedaan, trouwe dienaar! Je bent trouw geweest in het kleine, Ik zal je over veel zetten.”

    Er komt een moment dat de hele Gemeente compleet is en dat de Heer ons Thuis haalt. Dan zien we alle geliefden terug die al eerder zijn gestorven en die ook hun vertrouwen op de Heer hadden gezet. Dat wordt echt een feest! In 1 Korinthe 15:51-52 staat dat we niet allemaal zullen sterven, maar allemaal veranderd zullen worden, in één ogenblik, bij de laatste bazuin. De doden zullen opstaan en wij zullen veranderd worden.

    Dit is de laatste dag van augustus. De hoop is dat deze studie jullie heeft geholpen en dat jullie liefde voor Jezus steeds groter mag worden. Want, zoals Romeinen 8:28 zegt: voor wie God liefheeft, werkt alles mee ten goede.

    Ren met passie voor Jezus. Zijn kroon is het mooiste einddoel dat bestaat.


  • Juli


    1 juli

    We lezen vandaag: Romeinen 8:31-8:39

    Romeinen 8:39-39
    Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere.

    Het Wezen van God

    Als we het hebben over het “wezen” van iets, bedoelen we de kern, het binnenste, wat het echt is. Het wezen van God gaat dus over wie Hij werkelijk is, Zijn persoonlijkheid. Voor mensen die Hem niet kennen, kan God vreemd of geheimzinnig lijken. Maar de Bijbel is het boek waarin God zichzelf bekendmaakt.

    Johannes 1:18 zegt dat niemand ooit God heeft gezien, maar dat Jezus, de Zoon van God, Hem zichtbaar heeft gemaakt. Dat betekent dat we God leren kennen door Jezus te leren kennen. Jezus zegt zelf: “Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.” (Johannes 14:9-10). Hij laat zien dat God in Hem woont en dat alles wat Hij doet en zegt van de Vader komt.

    In Hebreeën 1:3 lezen we dat Jezus het “afschijnsel van Gods heerlijkheid” is en het “beeld van Zijn wezen”. Met andere woorden: Jezus laat precies zien wie God is. Daarom zegt Hij ook: “Ik en de Vader zijn één.” (Johannes 10:30). Vader en Zoon zijn onlosmakelijk verbonden.

    En het mooie is: als wij in Jezus geloven, worden wij ook één met Hem. Romeinen 6:5 zegt dat wij met Hem “geplant” zijn, alsof ons leven met Zijn leven verweven raakt. En Romeinen 8:38-39 verzekert ons dat niets ons ooit kan scheiden van Zijn liefde.

    Dus: het wezen van God zien we in Jezus Christus. Hij is de zichtbare kant van de onzichtbare God. Door Hem leren we Gods hart kennen: een hart vol liefde, genade en trouw.

    Wil je weten wie God is? Kijk naar Jezus. Hij laat Gods hart zien.


    2 juli

    We lezen vandaag: Romeinen 8:1-8:17

    Romeinen 8:9-10
    Maar u bent niet in het vlees, maar in de Geest, wanneer althans de Geest van God in u woont. Maar als iemand de Geest van Christus niet heeft, die is niet van Hem. Als Christus echter in u is, dan is het lichaam wel dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid.

    God laat zien wie Hij is door Zijn Zoon.

    In de Bijbel staat dat Jezus is opgestaan uit de dood. God heeft Hem teruggebracht uit het rijk van de doden – dat betekent dus letterlijk “opstaan uit de doden”. In Handelingen 13:30-37 lees je dat hiervoor ook woorden worden gebruikt als “verwekt” en “gegenereerd”. Jezus Christus was de allereerste die uit de dood opstond en daarna nooit meer gestorven is. Hij is het begin van een nieuwe schepping die God maakt door Zijn Zoon. De Zoon hééft eeuwig leven, en Hij ís het eeuwige leven. Iedereen die in Hem gelooft, heeft dat leven ook (1 Johannes 5:12).

    Sinds Zijn opstanding wordt Jezus “de Christus” genoemd. In Handelingen 2:36 staat dat God Hem tot Heer en Christus heeft gemaakt. Christus betekent “Gezalfde”. In de Bijbel wordt Christus ook wel “de Geest” of “de Geest van Christus” genoemd. Geest betekent: alles wat je niet kunt zien. Christus – de zichtbare kant van God – is nu ook onzichtbaar, want Hij is verborgen in de hemel. In Kolossenzen 3:3 staat dat ons leven samen met Christus verborgen is in God. God is verborgen, Christus is verborgen, en wij zijn in Hem verborgen. Het nieuwe leven is nu nog niet zichtbaar in deze wereld, maar wacht op het moment dat het openbaar wordt (Kolossenzen 3:4).

    In Romeinen 8:9-10 zie je verschillende woorden die allemaal naar dezelfde Persoon verwijzen: de Geest, de Geest van God, de Geest van Christus en Christus zelf. Het gaat steeds om dezelfde. God laat Zich dus zien door Zijn Zoon, maar net zo goed door Zijn Geest. Die Geest helpt ons om de waarheid te begrijpen (Johannes 16:13). Wat bijzonder dat God ons Zijn Zoon én Zijn Geest heeft gegeven, zodat wij Hem echt kunnen leren kennen.

    Wie Jezus leert kennen, ontdekt het leven dat nooit ophoudt.


    3 juli

    We lezen vandaag: Micha 6:9-6:16

    Micha 6:9
    De stem van de HEERE roept tot de stad: – Uw Naam ziet uit naar wat wezenlijk is – Hoor de roede en Wie hem voor u bestemd heeft.

    In de Bijbel gaat het woord “wezen” over wie iemand echt is. In Micha 6:9 staan de woorden “naam” en “wezen” zelfs in één zin. Daar staat dat Gods Naam het wezen ziet. De naam HEERE (met kleine hoofdletters) is in het Hebreeuws Jehovah. Het woord “Heer” met kleine letters is Adonai, wat “meester” of “iemand die je dient” betekent. Een naam vertelt dus iets over iemands karakter, reputatie en identiteit.

    Als God Zich bekendmaakt, doet Hij dat met de Naam Jehovah. Dat is ook de Naam die bij Zijn Zoon hoort. De eerste keer dat de naam HEERE God voorkomt, is in Genesis 2:4.

    In Exodus 3:13 vraagt Mozes aan God: “Wat is Uw Naam? Wat moet ik tegen de Israëlieten zeggen?” God antwoordt in vers 14: “IK ZAL ZIJN DIE IK ZIJN ZAL.” En in vers 15 zegt Hij: “Dit is Mijn Naam voor altijd.” De Naam Jehovah betekent letterlijk: “Hij Die is”, “Hij Die bestaat” of “Hij Die zal zijn.” God zegt: “IK BEN.” Wij zeggen: “Hij is.”

    We mogen dus zeker weten dat God bestaat. Zijn Naam laat dat zien. Hij heeft Zijn Naam aan ons gegeven en Hij laat Zich kennen door Zijn Zoon, Die de Naam Jehovah draagt. God is het wezen; de Zoon laat dat wezen zien. Daarom kunnen we op Hem vertrouwen.

    In Psalm 9:11 staat dat mensen die Gods Naam kennen, op Hem vertrouwen, omdat Hij niemand verlaat die Hem zoekt. God kennen betekent dat je met Hem leeft, in relatie met Hem. In 1 Korinthe 1:9 staat dat wij geroepen zijn tot gemeenschap met Jezus Christus, onze Heer. En in Hebreeën 11:6 staat dat je moet geloven dat God ís, en dat Hij beloont wie Hem zoeken.

    Wie Gods Naam leert kennen, ontdekt dat Hij er altijd is — nu, morgen en voor altijd.


    4 juli

    We lezen vandaag: 1 Timotheüs 6:11-6:16

    1 Timotheüs 6:16
    Hij Die als enige onsterfelijkheid bezit en een ontoegankelijk licht bewoont; Hem heeft geen mens gezien en niemand kan Hem ook zien. Hem zij eer en eeuwige kracht. Amen.

    De Bijbel vertelt dat Gods wezen onzichtbaar is. Er staat dat God woont in een licht dat niemand kan bereiken. In 1 Timotheüs 6:16 lees je dat Hij als enige onsterfelijk is en dat geen mens Hem ooit heeft gezien of kan zien. Dat maakt duidelijk dat niemand Gods wezen direct kan zien.

    Jezus zegt in Johannes 8:12: “Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, zal niet in het donker leven, maar het licht van het leven hebben.” Jezus Christus is als het ware de zichtbare vorm van God. God laat Zichzelf zien door Christus, Die Zijn Licht is. Wij kunnen niet uit onszelf naar God toe, daarom komt Hij naar ons toe met Zijn Licht. Dat is waarom Jezus naar de aarde kwam. Als wij Jezus volgen, leren we God kennen.

    In Psalm 104:1-2 staat dat God Zich met licht bekleedt, alsof het een kledingstuk is. Licht en heerlijkheid betekenen in de Bijbel hetzelfde. Gods grootheid zie je terug in de glans van het licht, zoals bij een zonsopgang. Licht maakt dingen zichtbaar, zegt Efeze 5:13. Als wij naar God toe gaan en in Zijn licht komen, wordt duidelijk wie wij echt zijn.

    We mogen naar het Licht – naar Jezus – gaan en dat Licht in ons leven toelaten. In 2 Korinthe 4:6 staat dat God het licht in onze harten laat schijnen, zodat wij de kennis krijgen van Zijn heerlijkheid, die zichtbaar wordt in Jezus Christus. Het “aangezicht” van God is Jezus Zelf. Door Hem leren we wie God is. Als Zijn licht in ons leven komt, zien we iets van Gods waarheid en liefde. Door Jezus kunnen wij God zien.

    Wie het Licht volgt, ontdekt de God Die altijd dichtbij is.


    5 juli

    We lezen vandaag: Kolossenzen 1:15-1:23

    Kolossenzen 1:15
    Hij is het Beeld van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van heel de schepping.

    De Bijbel laat zien dat Christus eigenlijk de “buitenkant” van God is. Die buitenkant heeft in de Bijbel veel verschillende namen. In Hebreeën 1 wordt Hij het “afschijnsel van Gods heerlijkheid” genoemd, dus het licht dat van God afkomt. Ook staat er dat Hij het “uitgedrukte beeld van Gods wezen” is. In 2 Korinthe 4 wordt Hij het “aangezicht van Jezus Christus” genoemd. En in Exodus 33:23 heet die buitenkant zelfs “de achterste delen”.

    Die buitenkant is de Persoon van God. Het woord “persoon” komt uit het Latijn en betekent letterlijk “door klinken”. In het theater kan één acteur verschillende rollen spelen door steeds een ander masker op te zetten. Zo kun je het ook een beetje zien bij God: Hij wordt zichtbaar gemaakt door Zijn Zoon. De Zoon laat zowel de HEERE als Jezus Christus zien.

    In Genesis 2 wordt God voor het eerst “HEERE God” genoemd. De HEERE (Jehovah) is God Die via die Naam tot de mens spreekt. In het Hebreeuws heeft de naam Jehovah een vrouwelijke uitgang, omdat het eindigt op een h. De binnenkant van Godb (Zijn wezen) is mannelijk, onzichtbaar en niet te bereiken. De buitenkant (de zichtbare vorm) is vrouwelijk. In het Oude Testament is dat Jehovah, in het Nieuwe Testament Jezus Christus.

    Bij de schepping staat in Genesis 1:27 dat God de mens maakte naar Zijn beeld: mannelijk én vrouwelijk. Dat laat zien dat God Zelf beide kanten heeft: binnenkant en buitenkant. In Kolossenzen 1:15 staat dat de Zoon het Beeld is van de onzichtbare God.

    God maakte de schepping via Zijn Zoon. Het Hebreeuwse woord voor “zoon” (ben) betekent “bouwer”. God is de architect, de Zoon voert het uit. In Hebreeën 11:10 staat dat God de Bouwmeester is. De Zoon spreekt en werkt namens Zijn Vader, zoals Jezus uitlegt in Johannes 14.

    Wie Jezus ziet, ziet de God Die Zich laat vinden.


    6 juli

    We lezen vandaag: Genesis 16

    Genesis 16:7
    De Engel van de HEERE vond haar bij een waterbron in de woestijn, bij de bron aan de weg naar Sur.

    In het Nieuwe Testament lees je vaak over de Vader en de Zoon. De Vader is de onzichtbare God, en de Zoon is de zichtbare vorm van God wanneer Hij als mens op aarde komt. Dan heet Hij Jezus. Gelovigen noemen Jezus al de Zoon van God. Petrus zegt in Matteüs 16:16: “U bent de Christus, de Zoon van de levende God.” Toch werd Jezus pas echt de Zoon door Zijn opstanding uit de dood.

    In het Oude Testament wordt niet gesproken over “Vader en Zoon”, maar over God en Jehovah, of “de HEERE God”. In 1 Koningen 18 roept Elia het volk bij elkaar. Hij vraagt: “Hoe lang blijven jullie twijfelen? Als de HEERE God is, volg Hem dan. En als Baäl God is, volg dan hem.” Er wordt een altaar gebouwd, en de God Die met vuur zou antwoorden, zou de ware God zijn. Wanneer God antwoordt, roept het volk: “De HEERE is God!” Dat laat zien dat God en de HEERE dezelfde zijn. In Deuteronomium 6:4 staat: “De HEERE, onze God, is één.” De Bijbel en ook het Joodse volk zeggen: God is één.

    In het Oude Testament verschijnt de HEERE God vaak als “de Engel van de HEERE”. Een engel betekent boodschapper. Toen Hagar was weggelopen, vond de Engel van de HEERE haar bij een bron (Genesis 16:7). Dat betekent eigenlijk: de Engel, namelijk de HEERE Zelf. Ook bij Abraham in Genesis 18 komt de Heer als één van drie mannen op bezoek. Abraham spreekt Hem aan als “Heere” en ontvangt de belofte dat Sara een zoon zal krijgen. De Engel van de HEERE verschijnt ook aan Gideon in Richteren 6.

    In het Oude Testament spreekt God rechtstreeks tot mensen als Jehovah. In het Nieuwe Testament spreekt Hij eerst door Jezus, de Mens. Nu spreekt Hij tot ons door de opgestane Zoon (Hebreeën 1:1).

    God spreekt door Zijn Zoon, zodat wij Hem kunnen kennen en volgen.


    7 juli

    We lezen vandaag: Psalm 68

    Psalm 68:34
    Die rijdt door de aloude hemel der hemelen; zie, Hij laat Zijn stem klinken, een stem met macht.

    God laat Zich niet alleen zien door Zijn Zoon, maar ook door alles wat Hij gemaakt heeft. God is de Schepper. In de Bijbel staat: “In het begin schiep God de hemel en de aarde.” God Zelf woont in de “hemel der hemelen”, een plek die boven alle andere hemelen staat. In Deuteronomium 10:14 lees je dat de hemel, de hemel der hemelen, de aarde en alles wat daarop leeft van God zijn.

    De hemelen en de aarde zijn door God gemaakt in Genesis 1:1, maar de hemel der hemelen bestond al. In Psalm 68:34 staat dat God rijdt in de hemel der hemelen, die er al sinds heel lang is. Dat laat zien dat die hoogste hemel niet bij de schepping hoort, maar de plek is waar God woont.

    De tabernakel in het Oude Testament laat dezelfde structuur zien: het heilige der heiligen komt overeen met de hemel der hemelen, het heilige en de voorhof met de twee hemelen, en alles daarbuiten met de aarde. God woonde in het heilige der heiligen, net zoals Hij woont in de hemel der hemelen.

    In Romeinen 1:20 staat dat Gods onzichtbare eigenschappen (Zijn kracht en goddelijkheid) zichtbaar worden door wat Hij gemaakt heeft. Niemand kan dus zeggen dat hij God niet kan kennen, zelfs niet als iemand nooit in de Bijbel heeft gelezen. De schepping laat zien wie God is: eeuwig en krachtig. Alles wat bestaat, blijft bestaan door Zijn Zoon (Kolossenzen 1:16-17). Niets is voor Hem verborgen; alles ligt open voor Zijn ogen.

    We hebben een Hogepriester, Jezus, de Zoon van God, Die door de hemelen is gegaan. Hij begrijpt onze zwakheden, omdat Hij alles heeft meegemaakt wat wij meemaken, maar zonder zonde. Daarom mogen we vrij naar de troon van Gods genade gaan, die in de hemel der hemelen staat (Hebreeën 4:13-16).

    In alles wat God maakte, schittert de kracht van de Zoon Die ons naar het Licht brengt.


    8 juli

    We lezen vandaag: Johannes 4:1-4:30

    Johannes 4:24
    God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.

    De Bijbel zegt dat God Geest is. In Genesis 1:2 staat dat “de Geest van God over het water zweefde”. Dat betekent gewoon: de Geest is God. Het is niet iemand anders. In Johannes 4:24 staat: “God is Geest.” In het Grieks en Hebreeuws bestaat het woordje “een” niet, dus er staat letterlijk: God is de Geest.

    Wat betekent dat? God is onzichtbaar. Dat wisten we al uit Johannes 1:18. In Johannes 3:8 legt Jezus uit wat Geest is door het te vergelijken met de wind: je hoort de wind wel, maar je ziet hem niet en je weet niet precies waar hij vandaan komt of waar hij naartoe gaat. Zo is het ook met iemand die uit de Geest geboren is: dat nieuwe leven is nog verborgen. Het wordt pas zichtbaar wanneer Christus zichtbaar wordt (Kolossenzen 3:3-4).

    Het Hebreeuwse woord voor Geest is ruach en het Griekse woord is pneuma. Deze woorden komen heel vaak in de Bijbel voor. In Genesis 6:3 zegt God: “Mijn Geest zal niet voor altijd met de mens twisten, want hij is vlees.” “Mijn Geest” betekent daar eigenlijk: “Ikzelf”.

    David zegt in Psalm 42:3: “Mijn ziel dorst naar God.” Daarmee bedoelt hij: ik dorst naar God.

    God is Geest, en de mens is een levende ziel. In 1 Korinthe 15:45 staat dat de eerste mens, Adam, een levende ziel werd, maar dat de laatste Adam – Jezus – een levendmakende Geest is. In Ezechiël 18:4 zegt God dat alle zielen van Hem zijn, maar dat de ziel die zondigt zal sterven.

    Iedere mens sterft, maar wie de levendmakende Geest ontvangt, leeft voor altijd. Die persoon is uit de Geest geboren en heeft Gods Geest ontvangen. Door die Geest kunnen we begrijpen wat God ons heeft gegeven. Dat staat in 1 Korinthe 2:9-12.

    Gods Geest maakt ons levend, zodat we kunnen zien wat Hij ons echt wil geven.


    9 juli

    We lezen vandaag: Johannes 6:60-6:66

    Johannes 6:63
    De Geest is het Die levend maakt, het vlees heeft geen enkel nut. De woorden die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.

    De Bijbel zegt dat God Geest is. Dat betekent dat Zijn leven en kracht overal in de schepping zichtbaar worden. De Geest van God doet iets: Hij geeft leven, kracht en wijsheid. Wanneer Gods Geest over iemand komt, wordt die persoon geschikt gemaakt om iets voor God te doen (2 Korinthe 3:5-6).

    In de Bijbel zie je dat vaak gebeuren. Jozef had de Geest van God in zich, waardoor hij de dromen van de farao kon uitleggen (Genesis 41:25-39). Hij werd wijs en verstandig door Gods Geest. Ook Bezaleël, die de tabernakel moest bouwen, werd vervuld met Gods Geest. Daardoor kreeg hij wijsheid, inzicht en kennis om het heilige werk te doen (Exodus 31:2-5).

    De richteren kregen ook de Geest van de HEERE om het volk te leiden (Richteren 3:10). In Handelingen 1:8 zegt Jezus dat de Heilige Geest kracht geeft, zodat gelovigen Zijn getuigen kunnen zijn. Dat is de werking van Gods Geest in ons: het nieuwe leven dat Hij geeft.

    Jezus zegt in Johannes 6:63 dat de Geest levend maakt, maar dat het vlees ( ons gewone, zichtbare leven) dat niet kan. Geest en vlees staan tegenover elkaar (Galaten 5:17). De Geest is onzichtbaar en onsterfelijk; het vlees is zichtbaar en sterfelijk.

    In Hebreeën 9:14 wordt Gods Geest de “eeuwige Geest” genoemd. Christus gaf Zichzelf door die eeuwige Geest aan God, om ons geweten schoon te maken van dode werken. Zo kunnen wij de levende God dienen. Zoals Jezus Zich overgaf aan de Vader, zo mogen wij ons ook aan God geven. Door Zijn Geest in ons hebben we contact met Hem.

    Wij kunnen die Geest niet zelf “aanzetten”. Het is juist andersom: God werkt in ons (Filippenzen 1:6). Hij activeert ons en leidt ons op de weg van het leven (Filippenzen 2:13). Wij mogen ons beschikbaar stellen voor wat Hij wil doen (Romeinen 12:1).

    Gods Geest geeft kracht, leven en richting. Als jij je hart openzet, doet Hij de rest.


    10 juli

    We lezen vandaag: 1 Korinthe 2

    1 Korinthe 2:10
    Aan ons echter heeft God het geopenbaard door Zijn Geest. De Geest immers onderzoekt alle dingen, zelfs de diepten van God.

    De Bijbel vertelt dat God een Geest is en dat Hij ons wil leiden. In Jesaja 48:17 zegt God: “Ik ben de HEERE, uw God, Die u leert wat nuttig is en Die u leidt op de weg die u gaan moet.” Dat betekent dat onze hemelse Vader ons laat zien wat goed voor ons is en welke keuzes ons helpen groeien.

    Paulus legt in 1 Korinthe 10:23 uit dat het gaat om dingen die opbouwen en sterker maken. Niet alles wat je kunt doen is nuttig, maar wat echt waarde heeft, is dat wat jou en anderen dichter bij God brengt. In het Nieuwe Testament belooft Jezus dat de Heilige Geest ons in alle waarheid zal leiden (Johannes 16:13). De Geest laat ons zien wat echt waar en goed is.

    Door de hele Bijbel heen zien we dat Gods Geest via mensen spreekt. David zegt bijvoorbeeld: “De Geest van de HEERE heeft door mij gesproken.” (2 Samuël 23:2). De psalmen die hij schreef, gingen niet alleen over zijn eigen leven, maar wezen vooruit naar Jezus Christus.

    Jezus wordt in Mattheüs 22:42-45 de Zoon van David genoemd, maar David noemt Hem zijn Heer. Dat laat zien dat Jezus meer is dan een koning op aarde: Hij is de Zoon van God, de ware Erfgenaam van de troon.

    De Geest van God helpt ons om dingen te begrijpen die vroeger verborgen waren. In 1 Korinthe 2:10-12 staat dat Hij ons alles openbaart. Dat is pure genade: wij mogen door de Heilige Geest Gods waarheid leren kennen en deel krijgen aan Zijn rijkdom.

    Laat je leiden door Gods Geest. Hij wijst je altijd de weg naar waarheid en leven.


    11 juli

    We lezen vandaag: Handelingen 2:14-2:36

    Handelingen 2:31
    daarom voorzag hij dit en zei hij over de opstanding van Christus dat Zijn ziel niet is verlaten in het graf en dat Zijn vlees geen ontbinding heeft gezien.

    De Bijbel zegt dat God Geest is en dat Hij onsterfelijk is (1 Timotheüs 6:16). Mensen zijn sterfelijk, maar als we in Jezus geloven, krijgen we nieuw leven: eeuwig leven. Dat leven komt van God zelf en kan nooit kapot.

    Toch lezen we dat Jezus aan het kruis stierf. Hoe kan dat, als Hij God is? God kan toch niet sterven? Het antwoord vinden we in Filippenzen 2. Daar staat dat Jezus, die gelijk was aan God, ervoor koos om mens te worden. Hij legde Zijn goddelijke macht neer en nam de gestalte van een dienaar aan. Hij werd zoals wij, een mens van vlees en bloed, en gehoorzaamde tot het uiterste. Zelfs tot de dood aan het kruis.

    Jezus werd mens om te kunnen sterven in onze plaats. Romeinen 8:3 zegt dat Hij kwam “in gelijkheid van het zondige vlees” zodat de zonde in Zijn lichaam werd veroordeeld. Aan het kruis stierf dus niet God zelf, maar de menselijke kant van Jezus. Toch bleef de Vader met Hem verbonden. Zelfs toen Hij riep uit Psalm 22: “Hoe lang nog?”, was God bij Hem.

    En het bijzondere: God liet Zijn Zoon niet in de dood achter. Psalm 16:10 en Handelingen 2:31 vertellen dat Jezus’ ziel niet in het dodenrijk bleef en dat Zijn lichaam niet verging. Hij stond op uit de dood en leeft voor altijd. Dat laat zien wie Hij werkelijk is: de Eeuwige, de “Ik ben”, Jehovah.

    Door Jezus’ dood en opstanding mogen wij zeker weten dat ook wij eeuwig leven hebben. Hij leeft en daarom mogen wij leven met Hem.

    Jezus werd mens om te sterven, maar leeft voor altijd en geeft ons eeuwig leven.


    12 juli

    We lezen vandaag: 1 Korinthe 1:1-1:9

    1 Korinthe 1:9
    God is getrouw, door Wie u geroepen bent tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heere.

    De Bijbel zegt vaak dat God trouw is. Dat betekent dat Hij altijd doet wat Hij belooft en dat je op Hem kunt rekenen. In 1 Korinthe 1:9 staat dat God ons roept om samen te leven met Jezus. Dat laat zien dat Zijn trouw niet zomaar een eigenschap is, maar dat het ons leven raakt.

    Al heel vroeg in de Bijbel, in Deuteronomium 7:9, wordt God “de trouwe God” genoemd. Hij houdt zich aan Zijn afspraken en blijft goed voor mensen die Hem liefhebben, zelfs voor duizenden generaties. Dat is echt een lange tijd!

    Psalm 111 vertelt dat alles wat God zegt betrouwbaar is. Hij doet wat Hij belooft. In 2 Korinthe 1:18 staat dat God niet dubbel spreekt. Hij zegt niet eerst “ja” en daarna “nee”. Zijn woorden zijn altijd waarheid. In het Hebreeuws zijn “trouw” en “waarheid” zelfs hetzelfde woord.

    In 1 Korinthe 10:13 lezen we dat God ons niet laat verdrinken in moeilijke situaties. Hij zorgt dat we het aankunnen en geeft altijd een uitweg. Dat betekent niet dat God ons in de problemen brengt, Jakobus 1 zegt dat verleidingen uit onszelf komen.

    Paulus schrijft in 2 Timotheüs 2 dat God trouw blijft, zelfs als wij Hem vergeten of tegenwerken. Hij kan Zichzelf niet veranderen. Jezus Christus wordt in Openbaring 1:5 zelfs “de trouwe Getuige” genoemd. Dat laat zien dat Gods trouw niet afhangt van ons gedrag. Hij blijft altijd dezelfde.

    Gods trouw is sterker dan onze fouten. Hij laat je nooit vallen!


    13 juli

    We lezen vandaag: Romeinen 3:1-3:8

    Romeinen 3:4
    Volstrekt niet! Zo echter moet het zijn: God is waarachtig maar ieder mens een leugenaar, zoals geschreven staat: Opdat U gerechtvaardigd wordt wanneer U rechtspreekt, en overwint wanneer U oordeelt.

    De kern van wie God is, is waarheid. In Romeinen 3:4 staat: “God is waarachtig, maar ieder mens is leugenachtig.” Dat klinkt misschien hard, maar het laat zien dat God altijd eerlijk is en mensen vaak fouten maken.

    De Bijbel zegt dat God niet kan liegen. In Numeri 23:19 staat dat Hij niet zoals mensen is, die soms iets beloven en het niet doen. Wat Hij zegt, dat doet Hij ook. Zijn woorden zijn betrouwbaar, omdat Hij zelf de Waarheid is.

    Daar tegenover staat de duivel, die in Johannes 8:44 “de vader van de leugen” wordt genoemd. Jezus zegt dat er geen waarheid in hem is. Hij spreekt alleen leugens, omdat dat zijn hele wezen is.

    Ook mensen kunnen de waarheid wegstoppen of vervangen door leugens. In Romeinen 1 staat dat sommige mensen liever het schepsel aanbidden dan de Schepper. Ze kiezen voor nep in plaats van echt.

    Maar Jezus zegt in Johannes 14:6: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” Wie in Hem gelooft, krijgt deel aan die waarheid. Het betekent dat je niet hoeft te leven in leugens of onzekerheid, maar dat je mag bouwen op iets dat altijd klopt.

    Paulus schrijft in Éfeze 4:25 dat gelovigen de leugen moeten afleggen en de waarheid moeten spreken met elkaar. Want we horen bij hetzelfde lichaam: verbonden met Jezus, die zelf de Waarheid is.

    Leugens breken af, maar Gods waarheid bouwt je leven op!


    14 juli

    We lezen vandaag: Johannes 8:30-8:59

    Johannes 8:32
    en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.

    Jezus zegt in Johannes 8:31-32 dat als we vasthouden aan Zijn woorden, we echt Zijn volgelingen zijn. Dan zullen we de waarheid leren kennen, en die waarheid maakt ons vrij. Vrij van wat? Romeinen 8:2 legt uit dat Jezus ons vrijmaakt van de macht van zonde en dood. Zonde leidt altijd tot scheiding van God, en dat is wat de Bijbel “dood” noemt. Maar door Jezus krijgen we leven.

    Gods Woord is waarheid (Johannes 17:17). Het is niet zomaar een boek vol regels, maar een kracht die ons helpt om echt vrij te leven. Vrij van schuld, vrij van angst, vrij van alles wat ons kapotmaakt.

    In het Hebreeuws heeft het woord “waarheid” (emeth) een bijzondere betekenis. De letters van het woord hebben staan ook voor de getallen: 1-40-400. Haal de 1 weg, en je krijgt het woord “dood”. Die 1 staat voor God, de Eerste. Zonder God wordt waarheid leeg en verandert het in dood. Maar mét God wordt waarheid leven. Jezus zegt in Openbaring 1:17: “Ik ben de Eerste en de Laatste.” Als Hij in ons leven staat, zijn we levend gemaakt.

    Johannes 8:36 zegt: “Als de Zoon je vrijmaakt, ben je echt vrij.” Dat betekent dat echte vrijheid niet komt van doen wat je zelf wilt, maar van verbonden zijn met Jezus. Hij en de Vader zijn één (Johannes 10:30). Waar Gods Geest is, daar is vrijheid (2 Korinthe 3:17).

    Die vrijheid komt door Gods Woord, vol van genade en waarheid. Mozes bracht de wet, maar Jezus bracht genade en waarheid (Johannes 1:17). Dat is de echte vrijheid waar je blij van wordt.

    Echte vrijheid vind je niet in jezelf, maar in Jezus. Hij maakt je écht vrij!


    15 juli

    We lezen vandaag: 1 Johannes 1

    1 Johannes 1:5
    En dit is de boodschap die wij van Hem gehoord hebben en aan u verkondigen, dat God licht is en dat in Hem in het geheel geen duisternis is.

    De Bijbel zegt dat God Licht is. Dat betekent dat er bij Hem geen duisternis is (1 Johannes 1:5). Licht en waarheid horen bij elkaar: licht laat zien wat echt is, en waarheid maakt duidelijk wat klopt. In Genesis 1 sprak God als eerste: “Er zij licht.” Dat wijst vooruit naar Jezus, die later zegt: “Ik ben het Licht van de wereld” (Johannes 8:12).

    Licht maakt dingen zichtbaar. In Efeze 5:13 staat dat alles door het licht openbaar wordt. God laat door Zijn Licht vooral Jezus zien. En omdat Jezus de Waarheid is, laat het Licht ons ook Gods Woord begrijpen. Psalm 119:105 zegt: “Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.” Dat betekent dat Gods Woord ons helpt de juiste weg te gaan.

    Jezus zelf leefde zo: Hij struikelde niet en zondigde niet, omdat Hij zich liet leiden door Gods Woord. En God wil ons ook leiden. Als wij Hem volgen, hoeven we niet in het donker te lopen (1 Johannes 1:6).

    Psalm 36:10 zegt: “In Uw licht zien wij het licht.” Dat betekent dat Gods Woord ons Jezus laat zien. Hij is het echte Licht dat ons leven richting geeft. In Openbaring 19:10 staat dat de hele Bijbel uiteindelijk getuigt van Jezus. Alles wijst naar Hem.

    Dus: God is Licht. Zijn Woord is Licht. En Jezus is het Licht dat ons leven helder maakt. Wie Hem volgt, hoeft niet bang te zijn voor duisternis.

    Met Jezus als Licht op je pad hoef je nooit meer in het donker te lopen!


    16 juli

    We lezen vandaag: Kolossenzen 1:9-1:14

    Kolossenzen 1:13
    Hij heeft ons getrokken uit de macht van de duisternis en overgezet in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde.

    De Bijbel vertelt dat God Licht is, en dat dit Licht zichtbaar is geworden in Jezus, het Licht van de wereld. Hij heeft de macht van de duisternis overwonnen. Duisternis staat in de Bijbel vaak voor de macht van satan, Gods tegenstander. In Kolossenzen 1:13 staat dat God ons uit die duisternis heeft gehaald en ons in Zijn Licht heeft geplaatst.

    Vanaf het begin zien we dit al. In Genesis 3:15 wordt beloofd dat het Licht de kop van satan zou vermorzelen. Dat is gebeurd door Jezus Christus. Hij heeft overwonnen, en daarom mogen wij samen met Hem meer dan overwinnaars zijn (Romeinen 8:37).

    Duisternis lijkt op blindheid: je ziet niets en weet niet waar je heen moet. Maar God stuurde Zijn Zoon om blinde ogen te openen en gevangenen vrij te maken (Jesaja 42:7). Hij belooft dat Hij mensen zal leiden op wegen die ze niet kennen, en dat Hij duisternis zal veranderen in licht (Jesaja 42:16).

    In het Nieuwe Testament doet Jezus veel wonderen. Die wonderen zijn niet zomaar spectaculaire gebeurtenissen, maar tekenen die laten zien dat God doet wat Hij belooft. Zo werd in Johannes 9 een blindgeboren man genezen, zodat Gods werk zichtbaar werd in zijn leven.

    Eigenlijk zijn wij allemaal blindgeboren: zonder Jezus leven we in duisternis. Maar door Gods Woord, dat we horen en geloven, gaan onze ogen open. Paulus schrijft in Handelingen 26:18 dat God mensen uit de duisternis haalt en naar het Licht brengt, zodat ze vergeving van zonden ontvangen en een plaats krijgen bij Hem.

    Gods Woord maakt ons ziende. Het Licht van Jezus Christus verandert ons leven.


    17 juli

    We lezen vandaag: 2 Petrus 3:8-3:18

    2 Petrus 3:9
    De Heere vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen.

    Wat betekent “lankmoedig”? Het is een oud woord dat eigenlijk “heel geduldig” betekent. In Exodus 34:6 wordt God zo omschreven: barmhartig, genadig, lankmoedig en vol van goedheid en waarheid. Dat laat zien wie Hij is: een God die niet snel boos wordt, maar vol liefde en geduld.

    Mozes kreeg toen voor de tweede keer de tien geboden. Het eerste stel stenen had hij kapot gegooid. Dat tweede stel staat symbool voor het Nieuwe Verbond, dat begon bij de opstanding van Jezus. Dat verbond is eeuwig en laat Gods trouw en geduld zien.

    In 2 Petrus 3:9 staat dat God niet traag is met Zijn belofte, maar lankmoedig. Hij wil niet dat mensen verloren gaan, maar dat iedereen de kans krijgt om tot Hem terug te keren. Dat is Gods hart: Hij wacht, omdat Hij wil dat zoveel mogelijk mensen gered worden.

    Het Griekse woord voor lankmoedig is “makrothumos”: “makro” betekent groot of lang, en “thumos” betekent hart of verlangen. Dus: een groot hart, vol verlangen dat mensen Hem leren kennen. In 1 Timótheüs 2:4 staat dat God wil dat alle mensen zalig worden. En in Titus 2:11-12 lezen we dat Zijn genade ons leert om anders te leven: niet meer voor verkeerde dingen, maar rechtvaardig en goed.

    Gods geduld is dus geen zwakte, maar een teken van Zijn liefde. Hij geeft ons tijd om keuzes te maken en om Hem te volgen. Zijn lankmoedigheid is hoop voor iedereen.

    Gods geduld is groter dan jouw fouten. Hij wacht met liefde op jou!


    18 juli

    We lezen vandaag: Hebreeën 4:1-13

    Romeinen 3:23-24
    Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.

    God is vol genade. In de Bijbel is het slim om te kijken waar een woord voor het eerst voorkomt, want dat laat vaak zien wat het echt betekent. In Exodus 22:27 zegt God: “… want Ik ben genadig!” Dat laat zien wie Hij is.

    Het Hebreeuwse woord voor genade is chen. Het omgekeerde daarvan is noach, wat “rust” betekent. In het Grieks heet genade charis, en daarin hoor je ons woord “gratis”. Genade kun je dus niet verdienen. Als je naar God gaat en Zijn genade ontvangt, kom je in rust. Je hoeft niet meer te proberen alles zelf goed te doen. Je mag leven vanuit Gods rust, zoals in Hebreeën 4:10-11 staat: wie in Gods rust binnenkomt, stopt met zijn eigen werken, net zoals God rustte na de schepping. Daarom moedigt de Bijbel ons aan om die rust binnen te gaan door te geloven.

    In de woestijn vroeg God maar één ding van Zijn volk: geloof. Dat is vandaag nog steeds wat Hij van ons vraagt. In Genesis 6:8 staat dat Noach genade vond in Gods ogen. Daar komen de woorden noach (rust) en chen (genade) samen. Noach vond rust omdat hij geloofde wat God zei.

    Op veel plekken in de Bijbel staan “genadig” en “barmhartig” naast elkaar. In Psalm 112:4 staat: “Hij is genadig, en barmhartig, en rechtvaardig.” Dat laat zien hoe goed God is.

    In Lukas 18:13 roept een tollenaar: “O God, wees mij zondaar genadig!” En God hoorde hem. Hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig was verklaard. Dat is genade: je krijgt vergeving en nieuw leven, helemaal gratis. Romeinen 3:24 zegt dat wij “om niet” gerechtvaardigd worden door Gods genade, dankzij Jezus Christus. Dat is het hart van het Evangelie: God geeft genade aan iedereen die gelooft.

    Genade is gratis, maar verandert alles: wie gelooft, vindt echte rust.


    19 juli

    We lezen vandaag: Hosea 1

    Lukas 19:10
    Want de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren is.

    God is niet alleen genadig, maar ook barmhartig. Dat betekent dat Hij zich over mensen ontfermt. In het Hebreeuws zijn “barmhartig” en “ontferming” eigenlijk hetzelfde woord. Soms laat de Statenvertaling dat woord gewoon staan, zoals in Hosea 1:6: “Noem haar naam Lo-Ruchama…” Het woord lo betekent “niet”. Dus Lo‑Ruchama betekent: “niet ontfermd” of “niet bemind”.

    Paulus legt dit later uit in Romeinen 9:25. Hij zegt dat God mensen die eerst Lo‑Ammi (niet Mijn volk) waren, Ammi zal noemen (Mijn volk). En wie Lo‑Ruchama was (niet bemind), zal Hij Ruchama noemen (bemind). In het Nieuwe Testament wordt ruchama vertaald met “beminde”.

    Door ongeloof was Israël niet Gods volk en niet Zijn beminde. Maar de Bijbel zegt dat dit zal veranderen. Als Israël in de toekomst tot geloof komt, zal God zich weer over hen ontfermen. Dan worden ze opnieuw Zijn volk. Hosea 1:12 zegt het al: “Zeg tegen je broeders: Ammi, en tegen je zusters: Ruchama.”

    Paulus gebruikt dit voorbeeld ook voor gelovigen nu. Wij waren eerst geen volk van God en niet ontfermd. Maar door geloof horen we bij Gods hemelse volk. Hij heeft zich over ons ontfermd en Hij bemint ons. Sinds Jezus stierf en opstond, leven we in de tijd van Gods genade. Alles wat Hij geeft, is om niet: helemaal gratis.

    In Lukas 10:25-37 vertelt Jezus over de barmhartige Samaritaan. De priester en de leviet – een beeld van mensen die onder de wet leven – helpen de gewonde man niet. Maar de Samaritaan, iemand die geen Jood is, stopt wél. Hij ziet de man liggen en wordt diep geraakt. Hij helpt hem en wordt zijn “naaste”. Zo kijkt God ook naar ons: met echte ontferming en liefde.

    Gods barmhartigheid tilt je op precies op het moment dat je zelf niet meer kunt.


    20 juli

    We lezen vandaag: Lukas 10:25-37

    Lukas 10:36-37
    Wie van deze drie denkt u dat de naaste geweest is van hem die in handen van de rovers gevallen was? En hij zei: Degene die hem barmhartigheid bewezen heeft. Jezus zei tegen hem: Ga heen en doet u evenzo.

      De barmhartige Samaritaan uit Lukas 10 is eigenlijk een beeld van Jezus, de Zoon van de mens. Hij werd diep geraakt door de nood van de gewonde man. Dat heet barmhartigheid: echte innerlijke ontferming. Jezus verbindt de wonden en giet er olie en wijn op. In de Bijbel staan olie en wijn vaak voor de Heilige Geest. Door de Geest krijgen wij nieuw leven.

      De Samaritaan zet de gewonde man op zijn eigen dier. Dat laat zien dat wie Jezus ontmoet en Zijn barmhartigheid ontvangt, één wordt met Hem en bij Zijn lichaam gaat horen. Daarna brengt de Samaritaan de man naar een herberg. Die herberg is een beeld van de Gemeente: de groep mensen die Jezus volgt. In die Gemeente worden gelovigen verzorgd, gevoed en geholpen. Dat is precies wat Jezus doet.

      De Samaritaan laat zien wie Jezus is: Hij gaf Zichzelf voor Zijn Gemeente. Hij haalt ons weg van de weg naar de dood (Jericho) en brengt ons naar het hemelse Jeruzalem, een beeld van de hemel. In Efeze 2:6-7 staat dat wij met Christus in de hemel gezet zijn, zodat God in de toekomst Zijn enorme rijkdom aan genade kan laten zien.

      Christus is onze Naaste geworden. Daarom zegt de Bijbel dat wij Hem boven alles zouden liefhebben (Matteüs 22:37-39). En omdat wij bij elkaar horen als gelovigen, zouden wij ook elkaars naasten zijn (Efeze 4:25). Jezus zegt in Lukas 10:37: “Ga heen en doe jij hetzelfde.” Met andere woorden: Heb Mij lief. Ik ben de weg naar het eeuwige leven!!

      Kolossenzen 3:12-13 legt uit hoe dat eruitziet: wees barmhartig, vriendelijk, nederig, zachtmoedig en geduldig. Verdraag elkaar en vergeef elkaar, net zoals Christus ons vergeven heeft. Zo laat je Zijn liefde zien.

      Wie Jezus volgt, wordt zelf een naaste: barmhartigheid is liefde in actie.


      21 juli

      We lezen vandaag: 2 Korinthe 5:11-21

      2 Korinthe 5:15
      En Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem Die voor hen gestorven en opgewekt is.

      God is rechtvaardig. Maar wat betekent dat eigenlijk? Wij denken vaak dat we zelf precies weten wat eerlijk of oneerlijk is. Soms worden we daar zelfs boos of verdrietig van. Maar de vraag is: met welk recht oordelen wij? Alleen Gods recht is echt het hoogste recht. Hij heeft de wereld gemaakt, alles is van Hem. Toch raakte Hij Zijn schepping kwijt door de zonde – door ongeloof. Daardoor is de mens verloren geraakt. Maar God liet het daar niet bij. Hij deed alles om terug te vinden wat verloren was (Lukas 19:10). Hij gaf zelfs Zijn enige Zoon.

      Gods recht zegt: “De mens die zondigt, zal sterven” (Ezechiël 18:4). En omdat iedereen heeft gezondigd (Romeinen 3:23), zouden wij eigenlijk moeten sterven. Maar God is niet alleen rechtvaardig, Hij is ook liefdevol. Daarom gaf Hij een oplossing.

      In 2 Korinthe 5:15 staat dat als Eén voor allen gestorven is, dan zijn allen gestorven. En Romeinen 6:7 zegt dat wie gestorven is, vrij is van de zonde. Jezus stierf in onze plaats. Dat had God zo bepaald. Als wij dat geloven, verklaart God ons rechtvaardig – helemaal gratis, uit genade (Romeinen 3:24). God ziet onze oude, zondige natuur niet meer, want die is gestorven met Christus. Door geloof krijgen wij nieuw leven.

      Romeinen 5:1 zegt dat wij, omdat we rechtvaardig zijn door geloof, vrede hebben met God. En vers 8 laat zien hoe groot Gods liefde is: Christus stierf voor ons toen wij nog zondaars waren.

      Christus is onze Verlosser, onze “Losser”. In het Oude Testament heet dat de goël: het hoofd van de familie dat de hoogste plichten vervult. Jezus is het Hoofd van de mensheid. Hij is de Enige die ons kon verlossen van onze zonde. Hij bracht verzoening (2 Korinthe 5:18). Dat is Gods rechtvaardigheid: Hij redt ons door Zijn Zoon.

      Gods rechtvaardigheid veroordeelt niet, maar bevrijdt. Dankzij Jezus ben je echt vrij.


      22 juli

      We lezen vandaag: Romeinen 5:1-11

      Romeinen 5:6
      Want toen wij nog krachteloos waren, is Christus op de bestemde tijd voor goddelozen gestorven.

      In het Hebreeuws heet een rechtvaardige een tzadiek. Dat woord kom je voor het eerst tegen in Exodus 9:27. Daar staat Farao tegenover God. Farao zegt: “De HEERE is rechtvaardig; ik en mijn volk zijn goddelozen.” Egypte is in de Bijbel een beeld van de wereld. Farao en zijn volk staan symbool voor satan en de mensheid die zonder God leeft.

      In Romeinen 5:6 staat dat Christus stierf voor de goddelozen toen wij nog krachteloos waren. Zoals Mozes het volk bevrijdde uit Egypte, zo bevrijdt Jezus ons uit de macht van satan. Romeinen 3:25-26 legt uit dat God Jezus gaf als verzoening, zodat Hij kon laten zien dat Hij rechtvaardig is én mensen rechtvaardig verklaart die geloven in Jezus.

      Wij worden niet rechtvaardig door onze eigen goede daden, en zelfs niet door ons eigen geloof. Galaten 2:16 zegt dat wij gerechtvaardigd worden door het geloof van Jezus Christus: door Zijn trouw, Zijn gehoorzaamheid. Daardoor staan wij recht voor God.

      In Romeinen 4 lees je over Abraham. Hij geloofde God, en dat werd hem gerekend als rechtvaardigheid. Niet omdat hij werkte, maar omdat hij vertrouwde op God die de goddeloze rechtvaardigt. David zegt hetzelfde: gelukkig zijn de mensen van wie de zonden vergeven en bedekt zijn. Gelukkig is de mens aan wie de Heer de zonde niet toerekent.

      Zo staan wij nu tegenover God. Hij rekent ons niets meer toe, want Jezus heeft de rekening betaald. 2 Korinthe 5:21 zegt dat Christus voor ons tot zonde gemaakt werd, zodat wij in Hem rechtvaardig zouden worden. Dat is Gods rechtvaardigheid: Hij redt ons door Zijn Zoon.

      God rekent jouw schuld niet meer, omdat Jezus alles heeft betaald – dat is echte rechtvaardigheid.


      23 juli

      We lezen vandaag: 2 Samuel 1:17-27

      2 Samuel 1:26
      Ik ben benauwd om jou, mijn broeder Jonathan! Je was mij zeer lief; je liefde was mij wonderlijker dan de liefde van vrouwen.

      Veel mensen ontkennen Gods liefde. Ze zeggen: “Als God liefde is, waarom bestaat er dan ziekte, oorlog of dood?” Ze verwachten dat een liefdevolle God alles hier op aarde perfect maakt. Maar de Bijbel laat zien dat God wél alles in orde heeft gemaakt — alleen hebben gelovigen daar nu al deel aan, en de wereld nog niet.

      In het Hebreeuws hebben de woorden liefde (ahavah) en één (echad) dezelfde getalswaarde: 13. Dat betekent dat ze inhoudelijk bij elkaar horen. Liefde gaat over eenheid. In de wereld wordt 13 gezien als een ongeluksgetal, maar dat komt omdat Gods tegenstander alles omdraait. In werkelijkheid is 13 juist een prachtig getal dat spreekt over Gods liefde en eenheid.

      Die eenheid ontstaat wanneer we leven in relatie met God. 1 Korinthe 1:9 zegt dat we geroepen zijn tot gemeenschap met Hem. Vanuit die verbondenheid kunnen we vrucht dragen, zoals Filippenzen 1:11 uitlegt.

      Het woord ahavah komt voor het eerst voor bij Jonathan en David. In 1 Samuël 20:17 staat dat Jonathan David liefhad “met de liefde van zijn ziel”. Jonathan is een beeld van een gelovige die niet onder de wet van Saul wil leven. Hij sloot een verbond met David. Later zegt David in 2 Samuël 1:26 dat de liefde van Jonathan voor hem wonderlijker was dan die van vrouwen. Dat betekent niet dat ze een romantische relatie hadden; het gaat om een ander soort liefde — een diepe, geestelijke verbondenheid.

      De liefde tussen God en mensen is ook zo’n bijzondere liefde. Romeinen 5:5 zegt dat Gods liefde in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest. Die Geest is het opstandingsleven van Christus. Daardoor hebben wij deel aan Gods liefde én aan Zijn leven.

      Gods liefde maakt één: wie Hem kent, leeft verbonden en gedragen.


      24 juli

      We lezen vandaag: Johannes 3:1-21

      Johannes 3:16
      Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

      Johannes 3:16 is misschien wel de bekendste Bijbeltekst ooit: God had de wereld zó lief dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gaf, zodat iedereen die in Hem gelooft eeuwig leven krijgt. Maar deze tekst wordt vaak verkeerd begrepen. Veel mensen denken meteen aan het kindje in de kribbe met kerst. Maar de Zoon waar Johannes over spreekt, is niet het baby’tje dat je zou kunnen optillen. Het gaat om de opgestane Heer, Jezus Christus. Hij is Degene die óns wil optillen, die ons in Zijn armen wil nemen. We zingen soms: “Veilig in Jezus’ armen…” Maar durven we ons echt helemaal aan Hem toe te vertrouwen?

      Johannes schrijft heel veel over Gods liefde. Daarom wordt hij ook wel de “apostel van de liefde” genoemd. In het Grieks heet die liefde agapè: de hoogste vorm van liefde, dezelfde soort liefde als het Hebreeuwse ahavah. In 1 Johannes 4 lees je dat liefde bij God vandaan komt. Wie liefheeft, is uit God geboren en kent Hem. Wie niet liefheeft, kent God niet — want God ís liefde.

      Johannes legt uit hoe God Zijn liefde laat zien: Hij stuurde Zijn eniggeboren Zoon, de opgewekte Christus, zodat wij door Hem zouden leven. Dat lijkt op Johannes 3:16, maar nu wordt duidelijk dat het gaat om de levende Heer. En de liefde begint niet bij ons. Vers 10 zegt dat liefde niet is dat wij God liefhadden, maar dat Hij óns liefhad en Zijn Zoon stuurde als verzoening voor onze zonden. Dat is het werk dat Jezus nu doet als onze Hogepriester.

      Vers 19 vat het samen: “Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.” God hield van ons toen we nog goddelozen, zondaren en vijanden waren (Romeinen 5:6, 8, 10). Dat is echte liefde.

      Gods liefde begon niet bij jou, maar verandert wel alles in jou.


      25 juli

      We lezen vandaag: Johannes 1:1-18

      Johannes 1:1
      In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.

      De Bijbel zegt dat God Woord is. In Johannes 1:1-3 staat dat het Woord er vanaf het begin was, dat het bij God was én dat het zelf God is. Alles wat bestaat, is door dat Woord gemaakt. In Genesis 1 zie je hetzelfde: telkens staat er “En God zei…” en dan gebeurt er iets. Als God spreekt, ontstaat er leven. Het Hebreeuwse woord voor “woord” is dabar, het Griekse woord is logos. Psalm 33 zegt dat de hemel gemaakt is door Gods Woord en dat alles er staat omdat Hij het gezegd heeft.

      Hebreeën 11:3 legt uit dat de wereld door Gods Woord is ontstaan. Wat wij zien, komt voort uit iets dat je niet kunt zien: Gods spreken. Zijn Woord heeft kracht.

      In de woestijn kregen de Israëlieten manna te eten. Toen ze het zagen, zeiden ze: “Man?” wat betekent: “Wat is dit?” Mozes zei dat het het brood was dat de Heer gaf. Hij noemde het zelfs “het Woord dat de Heer geboden heeft” (Exodus 16:15-16). Het manna was dus een beeld van Gods Woord. Alleen door dat Woord konden ze in de woestijn overleven. Deuteronomium 8:3 zegt dat een mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat uit Gods mond komt.

      Toen Jezus in de woestijn werd verzocht, antwoordde Hij de duivel met datzelfde vers: “De mens zal niet leven bij brood alleen, maar bij elk woord dat uit Gods mond komt” (Matteüs 4:4). Jezus liet zien hoe je verleiding overwint: door te zeggen “Er staat geschreven…” en je vast te houden aan Gods Woord.

      Ook wij worden verzocht in ons leven. Dan zouden we hetzelfde doen als Jezus: teruggaan naar wat God zegt. Zijn Woord geeft kracht, richting en bescherming. Daardoor struikelen we niet, maar blijven we staan.

      Gods Woord schept leven — en geeft jou kracht om elke woestijn te doorstaan.


      26 juli

      We lezen vandaag: Hebreeën 4:1-13

      Hebreeën 4:12
      Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.

      De Bijbel zegt dat Gods Woord levend en krachtig is. Hebreeën 4:12 legt dat heel duidelijk uit: het Woord van God is scherper dan een tweesnijdend zwaard en dringt door tot diep in ons leven. Het laat zien wat er in ons hart gebeurt en wat we denken. Dat betekent dat de Bijbel geen gewone woorden zijn. De letters op papier zijn levend door de Heilige Geest. God is Geest, en waar Zijn Geest is, daar is leven.

      Gods Woord is ook krachtig. Niets is sterker dan wat Hij zegt. Het Woord helpt ons om het verschil te zien tussen geestelijke dingen en dingen die bij onze oude, menselijke natuur horen. In Efeze 6:17 staat dat Gods Woord het “zwaard van de Geest” is. Dat zwaard hoort bij de wapenrusting van een gelovige. Niet om mee te vechten — Jezus heeft al overwonnen — maar om ons te verdedigen. Het Woord helpt ons om stevig te blijven staan. Het is als een rots waar je huis op staat.

      Jezus vertelt in Matteüs 7:24-25 dat iemand die Zijn woorden hoort en doet, lijkt op een verstandig man die zijn huis op een rots bouwt. Als stormen komen, blijft dat huis staan. Die rots is Christus zelf (1 Korinthe 10:4). Als je je leven bouwt op Hem en op Zijn Woord, kun je tegen elke storm.

      Petrus zegt dat wij opnieuw geboren zijn door het levende en eeuwige Woord van God (1 Petrus 1:23). Alles in deze wereld gaat voorbij, maar Gods Woord blijft altijd bestaan. Het is waarheid (Johannes 17:17). Daarom is het zo belangrijk om dat Woord in je hart te bewaren, net zoals Maria deed (Lukas 2:19). Gods Woord geeft richting, kracht en zekerheid.

      Wie op Gods Woord bouwt, staat stevig, zelfs wanneer het leven stormt.


      27 juli

      We lezen vandaag: Hebreeën 3:1-6

      Hebreeën 3:5
      En Mozes is wel trouw geweest in heel Zijn huis, maar als dienaar, om te getuigen van wat later gesproken zou worden;

      God is heilig. Maar wat betekent dat eigenlijk? In Leviticus 11:44 zegt God: “Ik ben de HEERE, uw God; daarom moeten jullie heilig zijn, want Ik ben heilig.” Heilig betekent: apart gezet voor een speciaal doel. Alles wat heilig is, hoort bij God en is aan Hem gewijd. In de tabernakel en later in de tempel waren alle voorwerpen heilig. De sabbat was heilig. De priesters en hun kleding waren heilig. Alles stond in dienst van de Heer.

      In dit vers staat dat de HEERE heilig is. Dat betekent dat de Heer volledig aan God gewijd is. De Heer – de zichtbare verschijning van God – dient het wezen van God. Toen Jezus als Mens op aarde leefde, diende Hij de Vader. Hij kwam om Gods wil te doen. In Johannes 17:4 zegt Hij: “Ik heb U verheerlijkt op aarde; Ik heb het werk gedaan dat U Mij gegeven hebt.” Na Zijn opstanding werd Hij Hogepriester. Ook dan zegt Hij: “Zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God!” (Hebreeën 10:7, 9). Door die wil zijn wij geheiligd, dankzij het offer van Jezus Christus (vers 10).

      Zijn kruisiging was het slachten van het Lam voor de zonden van de hele mensheid. Zijn opstanding en Zijn werk als Hogepriester zijn het offer voor de gelovigen, Zijn Gemeente. Efeze 5:2 zegt dat Christus Zichzelf heeft overgegeven als een offer voor God, een welriekende geur. Hij is volledig aan God gewijd, voor Zijn Huis – de Gemeente (Hebreeën 3:5-6).

      En wij? Petrus zegt dat wij ook heilig zouden zijn: “Wees heilig, want Ik ben heilig” (1 Petrus 1:15-16). Dat betekent: wijd jezelf toe aan de Heer in je hart. Leef bewust met Hem en wees altijd bereid om uit te leggen waarom je hoop hebt (1 Petrus 3:15).

      Heilig leven begint hier: wijd je hart aan God, en Hij maakt jouw leven doelgericht.


      28 juli

      We lezen vandaag: Psalm 145

      Psalm 145:17
      De HEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen, goedertieren in al Zijn werken.

      We zingen soms: “Ja, God is goed, God is goed voor mij.” Maar waar staat dat eigenlijk in de Bijbel? In het Nieuwe Testament lees je dat God goed is. In het Oude Testament wordt daarvoor het woord goedertieren gebruikt. Psalm 145:17 zegt: “De HEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen, en goedertieren in al Zijn werken.” Rechtvaardigheid en goedertierenheid horen bij elkaar: Gods goedheid blijkt uit Zijn recht.

      In Jeremia 3:12 zegt God tegen Israël dat Hij Zijn toorn niet zal laten vallen als zij zich bekeren. Dat is goedertierenheid: God is geduldig, liefdevol en bereid om te vergeven. Dat is echte goedheid.

      In Matteüs 19 komt een rijke jongeling bij Jezus. Hij noemt Hem “Goede Meester” en vraagt wat hij moet doen om eeuwig leven te krijgen. Jezus antwoordt: “Waarom noem je Mij goed? Niemand is goed dan God alleen.” De jongeling dacht dat hij goed was omdat hij alle geboden hield, maar hij voelde dat er iets ontbrak. Jezus zei dat hij alles moest verkopen en Hem moest volgen. Dat kon hij niet.

      Jezus deed wél wat de jongeling niet kon: Hij gaf alles op, zelfs Zijn leven, om ons te redden. Wij waren arme zondaren — we misten Gods heerlijkheid — maar Hij gaf Zichzelf aan het kruis zodat wij eeuwig leven zouden ontvangen. Hij zegt: “Volg Mij… en je zult het eeuwige leven beërven” (vers 28-29).

      Romeinen 3:12 zegt dat niemand goed doet, niemand behalve God. Alleen God is echt goed. Hij bewees dat door Zijn Zoon te geven. Jezus droeg ons oordeel (1 Petrus 2:24). Dat is Gods goedertierenheid: Zijn liefdevolle, vergevende goedheid die ons redt.

      Gods goedheid is geen gevoel, maar een daad: Hij gaf alles om jou te redden.


      29 juli

      We lezen vandaag: 2 Korinthe 5:11-21

      2 Korinthe 5:17
      Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.

      In 3 Johannes 11 staat: “Volg het kwade niet na, maar het goede. Wie goed doet, is uit God; wie kwaad doet, heeft God niet gezien.” Dat betekent dat iemand die goed doet, uit God geboren is. Hij hoort bij de nieuwe schepping die verbonden is met Christus, de Eersteling van die nieuwe schepping. Dat nieuwe leven kan niet zondigen — maar wij, in ons oude leven, wel.

      1 Johannes 3:9 zegt dat wie uit God geboren is, de zonde niet dient, omdat Gods zaad (Christus) in hem blijft. Wie kwaad doet, heeft God niet gezien: hij leeft niet in relatie met God en wandelt in duisternis in plaats van in het licht.

      God ziet ons in Christus als nieuwe scheppingen. 2 Korinthe 5:17 zegt: “Als iemand in Christus is, is hij een nieuw schepsel; het oude is voorbij, alles is nieuw geworden.” Daarom schrijft Johannes dat als ons hart ons veroordeelt, God groter is dan ons hart. Hij kent alles (1 Johannes 3:20).

      Dat is een diepe waarheid. Wij kijken vaak naar onszelf en denken: “Ik ben niet goed, ik doe zoveel fout.” Paulus zegt hetzelfde in Romeinen 7:18: in ons vlees woont geen goed; we willen wel, maar het lukt niet altijd. Maar God is groter dan onze gedachten. Zijn manier van denken is hoger dan die van ons (Jesaja 55:8-9).

      Daarom moeten onze gedachten vernieuwd worden. Romeinen 12:1-3 zegt dat we ons leven beschikbaar moeten stellen aan God. Vers 2 legt uit dat we niet moeten denken zoals de wereld denkt, maar vernieuwd moeten worden in ons denken. Dat is het werk van Gods Geest en Zijn Woord. Zo leren we wat Gods goede, welgevallige en volmaakte wil is — en hoe we Hem kunnen dienen.

      God ziet in jou een nieuwe schepping. Leer denken zoals Hij denkt, en leef in het licht.


      30 juli

      We lezen vandaag: Genesis 18:23-33

      Genesis 18:25
      Er kan toch geen sprake van zijn dat U zoiets doet, dat U de rechtvaardige samen met de goddeloze doodt? Dan zal het zijn: zo de rechtvaardige, zo de goddeloze. Daar kan bij U toch geen sprake van zijn! Zou de Rechter van de hele aarde geen recht doen?

      De Bijbel zegt dat God Rechter is. In Hebreeën 12:23 staat dat gelovigen zijn gekomen “tot God, de Rechter over allen”. Paulus noemt Jezus in 2 Timotheüs 4:8 “de rechtvaardige Rechter” die op “die dag” een kroon van rechtvaardigheid zal geven aan iedereen die Zijn komst liefheeft. “Die dag” is de dag van Jezus Christus (Filippenzen 1:6), de dag waarop Hij Zijn Gemeente beloont. 1 Korinthe 3:13-15 legt uit dat ons werk dan beoordeeld wordt: wat uit Christus is, blijft; wat uit onszelf is, verbrandt. Daarom zegt 2 Korinthe 5:10 dat iedereen voor de rechterstoel van Christus zal verschijnen.

      Petrus zegt in Handelingen 10:42 dat Jezus door God is aangesteld als Rechter van levenden en doden. Iedereen die ooit geleefd heeft, zal voor Hem staan. Abraham zegt in Genesis 18:25 dat de Rechter van de hele aarde altijd recht doet. God oordeelt nooit verkeerd.

      Johannes 3:18 maakt het heel duidelijk: wie in Jezus gelooft, wordt niet veroordeeld. Maar wie niet gelooft, is al veroordeeld omdat hij de Zoon van God niet heeft aangenomen. God is rechtvaardig, maar ook goedertieren. Psalm 33:5 zegt dat de aarde vol is van Zijn goedertierenheid.

      Gods oordeel is dus niet hard of willekeurig. Het is eerlijk, zuiver en gebaseerd op waarheid. Hij oordeelt via Jezus, Zijn Zoon. Voor gelovigen is dat geen angstige gedachte, maar een hoopvolle: Jezus is onze Redder én onze Rechter. Hij kent ons, Hij heeft ons lief, en Hij beloont wat Hij door ons heen heeft kunnen doen. Alles wat uit Hem komt, blijft voor eeuwig bestaan.

      Voor wie Jezus volgt, is de Rechter geen dreiging maar een beloning. Zijn oordeel is pure rechtvaardigheid.


      31 juli

      We lezen vandaag: Romeinen 16:1-27

      Romeinen 16:26
      maar dat nu geopenbaard is en door de profetische Schriften onder alle heidenen bekendgemaakt is, overeenkomstig het bevel van de eeuwige God, om hen tot geloofsgehoorzaamheid te brengen,

      De Bijbel noemt God de Eeuwige. In Genesis 21:33 roept Abraham de Naam van “de eeuwige God” aan. Eeuwig betekent: altijd en overal. God houdt nooit op te bestaan en is niet gebonden aan tijd of plaats.

      God sloot met Noach een eeuwig verbond toen Hij de regenboog gaf. Dat teken is “tot in eeuwige geslachten” (Genesis 9:12,16). De regenboog blijft zichtbaar zolang de aarde bestaat. Het laat zien dat God trouw is, generatie na generatie.

      Jesaja 40:28-31 zegt dat de Eeuwige God nooit moe wordt. Zijn wijsheid is onbegrensd. Hij geeft kracht aan wie uitgeput is en nieuwe sterkte aan wie geen kracht meer heeft. Zelfs jongeren worden moe en vallen, maar wie op de Heer vertrouwt, krijgt nieuwe kracht. Dat is het verschil tussen menselijke kracht en Gods eeuwige kracht.

      Omdat God eeuwig is, blijft alles wat bij Hem hoort ook eeuwig. Hij maakt een nieuwe schepping en deze oude wereld zal verdwijnen. Iedereen die gelooft, wordt op de Jongste Dag toegevoegd aan die nieuwe, eeuwige schepping. De Gemeente – alle gelovigen – hoort daar nu al bij. Die nieuwe schepping past volledig bij Gods wezen. Uiteindelijk zal God “alles en in allen” zijn (1 Korinthe 15:28). Dat is een geweldig vooruitzicht.

      Daarom mogen we ons richten op onze hemelse Vader, Zijn wezen ontvangen en ons door Hem laten leiden. Paulus zegt in Romeinen 16:26 dat God, de Eeuwige, Zijn verborgenheid heeft geopenbaard zodat mensen door geloof gehoorzaam worden. Ook aan ons wil Hij Zichzelf laten zien, als wij leven vanuit geloof.

      De Eeuwige God verandert nooit. Wie op Hem vertrouwt, ontvangt kracht die nooit opraakt.


      1. Juni


        1 juni

        We lezen vandaag: Genesis 1:1-1:2

        Genesis 1:1-1:2
        In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en leeg, en duis­ternis lag over de watervloed; en de Geest van God zweefde boven het water.

        Gezag

        Het onderwerp van deze maand is gezag. In de Bijbel gaat gezag altijd samen met gehoorzaamheid. God heeft gezag en wij mogen Hem gehoorzamen. Waarom? Omdat Hij alles gemaakt heeft. Wie iets maakt, heeft er ook zeggenschap over.

        In Genesis 1 lezen we dat God alles schiep. Hij sprak en het gebeurde. Dat is pas echt gezag! Toen daarna één van de schepselen (satan) tegen God opstond, werd de aarde woest en leeg (Genesis 1:2). Er ontstond een grote chaos. God ging vervolgens aan het werk om alles te herstellen. Toen God zei: “Er zij licht”, kwam er licht. Dat laat zien hoe groot Zijn macht is. God sprak en het was er. Dat is een duidelijk voorbeeld van gezag.

        Niemand op aarde kan door alleen te spreken, iets laten ontstaan. Alleen God kan dat. Er is echter één uitzondering, namelijk Jezus. Toen Jezus op aarde was en tegen een dode jongen zei: “Sta op!”, stond de jongen op (Lukas 7:14). En bij het dochtertje van Jaïrus gebeurde hetzelfde (Lukas 8:41-56).

        Gezag is niet iets slechts. Het is normaal in de hemel en op aarde. In het laatste Bijbelboek, Openbaring, zie je dat ook. Wie onder gezag staat, moet gehoorzamen. God belooft dat wie Hem gehoorzaamt, gezegend zal worden. Dat maakt je leven beter.

        Soms vinden we gehoorzaamheid moeilijk. Maar bedenk: God is niet streng om ons klein te houden. Hij wil ons beschermen en leiden. Hij weet wat goed voor ons is. Als wij luisteren, ervaren we vrede en zegen.

        God spreekt en het gebeurt. Dat is pas echt gezag!


        2 juni

        We lezen vandaag: Genesis 1:28

        Genesis 1:28
        En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!

        Adam en Eva

        God gaf de mens een bijzondere taak: zorg voor de aarde en heers over de dieren. Dat laat zien dat God gezag heeft over de mens, en dat Hij wil dat wij Hem gehoorzamen. Hij plaatste Adam en Eva in een prachtige hof. Niet een klein tuintje, maar een groot landgoed met een omheining. Daar mochten ze voor God alles beheren.

        God gaf één duidelijke regel: eet van alle bomen, zelfs van de boom van het leven, maar niet van de boom van kennis van goed en kwaad. Als ze dat toch deden, zouden ze sterven. Gehoorzaamheid was dus heel belangrijk.

        Maar er was een probleem. In Genesis 3 lezen we dat de slang, het slimste dier, de woorden van God in twijfel trok. Hij zei tegen Eva: “Is het echt zo dat God gezegd heeft: U mag niet eten van alle bomen in de hof?” Zo probeerde de slang Adam en Eva tot ongehoorzaamheid te brengen. Helaas luisterde Eva (en daarna ook Adam) naar de slang en zij aten van de verboden boom. Daardoor kwam de dood in de wereld. Dit was niet zomaar een fout, het ging hier om de strijd tussen God en satan. In Openbaring wordt satan “de oude slang” genoemd. Als mensen hem volgen, komen ze onder zijn macht.

        Maar er is goed nieuws! Jezus kwam om ons vrij te maken van die macht. Wie in Hem gelooft, hoort niet meer bij satan, maar bij God. En in de toekomst mogen gelovigen samen met Jezus Christus regeren over wat Hij ons geeft. Dat is een geweldige belofte!

        Gods regels zijn er om ons te beschermen, niet om ons te beperken.


        3 juni

        We lezen vandaag: Romeinen 6:18

        Romeinen 6:18
        En, vrijgemaakt van de zonde, bent u dienstbaar gemaakt aan de gerechtigheid.

        Kaïn en Abel

        Adam en Eva kregen twee zonen: Kaïn en Abel. Kaïn was de oudste en werkte op het land. Abel was schaapherder. Op een dag brachten ze allebei een offer aan God. Het leek alsof ze allebei God wilden eren, maar er was een verschil: Abel bracht een offer uit geloof, Kaïn niet.

        God accepteerde het offer van Abel, maar niet dat van Kaïn. Kaïn werd boos en jaloers. Hij wilde niet luisteren naar God. God waarschuwde hem: “Is het niet zo dat u, als u het goede doet, uw hoofd kunt opheffen? Maar als u niet het goede doet, ligt de zonde aan de deur. Naar u gaat zijn begeerte uit, maar ú moet over hem heersen.”(Genesis 4:7) Maar Kaïn luisterde niet.

        In plaats van gehoorzaam te zijn, koos Kaïn voor wraak. Hij doodde zijn broer Abel. Daardoor moest Kaïn weg van zijn familie en werd hij een zwerver. Genesis zegt dat hij “verborgen voor God” zou zijn. Dat laat zien hoe ongehoorzaamheid ons van God scheidt.

        Eigenlijk is ook dit weer een voorbeeld van de strijd tussen God en satan. Satan wil dat mensen ongehoorzaam zijn. In Openbaring wordt hij “de oude slang” genoemd. Als we naar hem luisteren, komen we onder zijn macht. Maar er is goed nieuws: Jezus kwam om ons vrij te maken van die macht. Romeinen 6:18 zegt dat we zijn vrijgemaakt van de zonde en God mogen dienen.

        Door Jezus kunnen wij weer dichtbij God komen. Hij opent de weg terug. Als wij Hem aannemen, mogen we leven in vrijheid en gehoorzaamheid.

        Jaloezie maakt kapot. Liefde bouwt op.


        4 juni

        We lezen vandaag: Genesis 5:24

        Genesis 5:24
        Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God nam hem weg.

        Henoch en Noach

        In Genesis staat dat Henoch met God wandelde en dat God hem wegnam. Henoch had zo’n sterke band met God dat hij niet eens stierf. Zijn naam betekent “toegewijd” of “leraar”. In Hebreeën 11:5 lees je dat Henoch God blij maakte door zijn geloof. “… Vóór zijn wegneming kreeg hij namelijk het getuigenis dat hij God behaagde.”
        Henoch vertrouwde God helemaal. Geloof en vertrouwen horen bij elkaar: als je gelooft, vertrouw je. Dus als God zegt: “Ik geef jou eeuwig leven”, dan is dat zo.
        Henoch geloofde ook dat God rechtvaardig zou oordelen over mensen die kwaad doen. Dat lees je in Judas 1:14-1:15. Henoch wist dat God altijd doet wat Hij zegt.

        En dan Noach. Die naam ken je vast wel, van de ark. Hij vond genade bij God omdat hij geloofde. Hij bouwde die enorme boot en werd gered (Genesis 6:8). Zijn naam betekent “rust”. In het Hebreeuws lijkt het woord voor genade op zijn naam. Een mooie beeldende naam dus. Dat zien we vaker in de Bijbel.
        Noach kreeg leven uit genade, niet omdat hij perfect was, maar omdat hij vertrouwde op God. Dat gaf hem rust, zelfs terwijl hij 120 jaar lang aan die ark moest bouwen! Hij bleef geloven, ook toen iedereen hem uitlachte.
        God vraagt van ons hetzelfde: vertrouw op God, ook als het onmogelijk lijkt. Ons leven is kort, maar Hij belooft eeuwig leven. Hij weet wat goed voor ons is. Henoch en Noach laten zien: geloof is niet alleen denken, maar doen. Wandelen met God is een keuze, elke dag.

        Geloof is niet stilstaan, maar in vertrouwen wandelen met God.


        5 juni

        We lezen vandaag: Genesis 15:6

        Genesis 15:6
        En hij geloofde in de HEERE, en Die re­kende hem dat tot gerechtigheid.

        Abraham

        Vandaag kijken we naar Abraham. Abraham geloofde niet alleen, hij deed ook wat God vroeg. Dat is gehoorzaamheid.
        God beloofde Abraham en Sarah kinderen, terwijl ze geen kinderen konden krijgen. Toch geloofde Abraham dat God machtiger is dan hijzelf. Toen God hem zei zijn land te verlaten, ging hij. Toen God hem vroeg Izak te offeren, vertrouwde hij erop dat God zelfs zijn zoon uit de dood kon opwekken (Hebreeën 11:18). Onderweg zei Abraham tegen Izak dat God zelf voor een offerlam zou zorgen. (Genesis 22:8) En dat deed Hij.

        Dit verhaal wijst vooruit naar Jezus. Geloof begint met luisteren, dan gehoorzamen en uiteindelijk leven vanuit dat geloof. Dat is echte gehoorzaamheid.

        Abraham was trouwens een gewoon mens, net als wij. Hij was soms bang. Bij koning Abimelech zei hij dat Sarah zijn zus was, omdat hij bang was gedood te worden (Genesis 20). Toch bleef God trouw aan Zijn belofte. Sarah kreeg een kind, precies zoals God had gezegd.

        God zegt in Genesis 26:5 dat Abraham Hem gehoorzaam was. Dat leert ons iets: gehoorzaamheid volgens God is vaak anders dan wij denken. Als wij Hem willen volgen, moeten we leren uit Zijn Woord wat echte gehoorzaamheid is. Spreuken 3:5-3:6 zegt: “Vertrouw op de HEERE met heel je hart, en steun op je eigen inzicht niet. Ken Hem in al je wegen, dan zal Híj je paden rechtmaken.”
        Leer gehoorzaamheid uit Gods Woord door regelmatig in de Bijbel te lezen. Dit dagboek is natuurlijk al een goede start.
        Onthoud de regel uit Spreuken 3: “Vertrouw op de HEERE met heel je hart”.

        Echt geloof is durven doen wat God zegt, zelfs als het onmogelijk lijkt.


        6 juni

        We lezen vandaag: Hebreeën 7:7

        Hebreeën 7:7
        Nu is het ontegenzeglijk zo dat wat minder is, gezegend wordt door wat meer is.

        Zegen

        Wat betekent zegenen eigenlijk? In de Bijbel heeft het twee betekenissen: iets goeds meegeven én iemand eren. In Genesis 14:20 wordt “Gezegend zij God” in een andere vertaling “Geprezen zij God” genoemd. Dus zegenen gaat ook over God grootmaken.

        Gods zegen laat zien dat Hij gezag heeft. Hij kan waarmaken wat Hij belooft. In Genesis 1:28 zegent God Adam met vruchtbaarheid en heerschappij over de aarde. Maar dat werkt alleen als Adam gehoorzaam is. God is de Allerhoogste. Hij kan dit laten gebeuren. Later zegent God ook Noach, Abraham, Izak en Jakob (Genesis 9:1; 12:1-12:3; 15:5; 22:17; 26:24; 35:11, 12).

        Izak zegent Jakob met de woorden: “Volken zullen je dienen, naties zullen zich voor je buigen.” (Genesis 27:29) Maar die zegening komt van God. Hij bepaalt wie gezegend wordt. Jakob krijgt de zegen, niet Ezau, omdat God dat zo had bepaald (Genesis 25:23). Uiteindelijk zegent ook Jakob zijn zonen (Genesis 48-49).

        De Bijbel zegt in Romeinen 12:14: “Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt niet.” Wij mogen elkaar zegenen, maar alleen met wat we van God hebben ontvangen. We zijn een kanaal van Zijn liefde.

        Omdat wij als gelovigen allemaal gezegend zijn in Christus, worden wij opgeroepen elkaar te zegenen. “Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus (Efeze 1:3). Daarom kunnen we elkaar zegenen en Christus zorgt dat die zegen werkelijkheid wordt (Mattheüs 28:18).

        Wie vertrouwt op God, wordt zelf een bron van zegen


        7 juni

        We lezen vandaag: Hebreeën 11:23

        Hebreeën 11:23
        Door het geloof werd Mozes, toen hij geboren was, drie maanden lang van zijn ouders verborgen, overmits zij zagen, dat het kindeken schoon was; en zij vreesden het gebod des konings niet.

        Mozes

        Mozes werd geboren in een moeilijke tijd. Het volk Israël leefde als slaven in Egypte en de farao had een wrede regel: alle pasgeboren jongetjes moesten gedood worden. Maar de ouders van Mozes vertrouwden op God. Ze waren ongehoorzaam aan de farao, maar gehoorzaam aan God, want Hij geeft leven en had beloofd Israël tot een groot volk te maken. Handelingen 5:29 zegt: “Men moet aan God meer gehoorzaam zijn dan aan mensen.”

        Toen ze hem niet langer konden verbergen, legden ze Mozes in een mandje (in de Bijbel staat zelfs “ark”, net als bij Noach) en zetten het in de rivier. De dochter van de farao vond hem en besloot hem te redden. En grappig genoeg: Mozes’ eigen moeder mocht hem verzorgen én kreeg er ook nog voor betaald! Zo groeide Mozes op in geloof. Later gebruikte God hem om Israël uit Egypte te bevrijden.
        Samengevat: God gebruikte zelfs de vijand, de farao en zijn dochter, om Mozes in leven te houden. De farao dacht dat hij alles onder controle had, maar in werkelijkheid had God de touwtjes in handen. Hij heeft het gezag.

        Dit verhaal wijst naar Jezus. Ook Hij kwam in een vijandige wereld, werd verworpen, maar bracht bevrijding. Mozes leidde Israël uit Egypte; Jezus Christus haalt ons uit de slavernij van zonde en geeft ons een plek in de hemel (Efeze 2:6).

        Je bent nooit te klein voor het grote plan van God.


        8 juni

        We lezen vandaag: Exodus 2:11-2:25

        Exodus 3:4
        Toen de HEERE zag dat hij ging kijken, riep God tot hem uit het midden van de doornstruik en zei: Mozes, Mozes! Hij zei: Zie, hier ben ik!

        Mozes had een groot probleem: hij had een Egyptenaar gedood en moest vluchten. Hij kwam terecht in Midian, waar hij als herder schapen hoedde. Op een dag bracht hij zijn kudde naar de berg Horeb (ook wel Sinaï genoemd). Daar gebeurde iets bijzonders: hij zag een struik die in brand stond, maar niet verbrandde. Dat was zo vreemd dat Mozes dichterbij ging kijken. En juist daar sprak God tot hem. God zei dat de plek waar Mozes stond heilig was. Heilig betekent: apart gezet voor God, speciaal voor Hem.

        God gaf Mozes een opdracht: hij moest terug naar Egypte om het volk Israël te bevrijden uit de macht van de farao. Mozes moest spreken namens God, die zich bekendmaakt als: “IK BEN, DIE IK BEN.” Maar Mozes vond spreken moeilijk. Daarom gaf God hem hulp: zijn broer Aäron zou zijn woorden doorgeven. Zo sprak God tot Mozes, Mozes tot Aäron, en Aäron tot de farao. Een ketting van gezag, waarin duidelijk werd dat God de hoogste macht heeft.

        De farao wilde niet luisteren. Hij zei zelfs: “Ik ken de Heer niet.” Hij maakte het leven van de Israëlieten nog zwaarder. Toen liet God zien dat Zijn macht groter is dan die van de farao en zijn tovenaars. Aäron gooide zijn staf op de grond en die veranderde in een draak. De tovenaars deden hetzelfde, maar de draak van Aäron verslond die van hen. Daarmee liet God zien: Hij is de Overwinnaar.

        Toch bleef de farao koppig. En eerlijk gezegd: dat gebeurt vandaag nog steeds. Veel mensen willen hun eigen macht niet loslaten. Ze denken dat ze God niet nodig hebben. Maar de Bijbel zegt: hoogmoed komt vóór de val. Wie zichzelf klein maakt, zal door God groot gemaakt worden.

        Als jij denkt dat je sterk genoeg bent zonder God, mis je juist de kracht die je écht vrijmaakt.


        9 juni

        We lezen vandaag: Exodus 4:1-4:17

        Exodus 4:14
        Toen ontbrandde de toorn van de HEERE tegen Mozes en Hij zei: Aäron, de Leviet, is toch uw broer? Ik weet dat híj uitstekend spreken kan. Bovendien, zie, hij trekt u tegemoet. Zodra hij u ziet, zal hij zich van harte verblijden.

        Het volk Israël zat diep in de problemen. Ze werden onderdrukt en riepen tot God om hulp. Ze wisten: alleen Hij kon hen bevrijden. Het is best makkelijk om naar God te roepen als je vastzit. Maar de echte vraag is: ben je ook bereid om Zijn weg te volgen, zelfs als die moeilijk lijkt?

        Mozes is daar een voorbeeld van. Nadat hij uit Egypte was weggegaan, riep God hem terug om het volk te bevrijden. Mozes voelde zich eigenlijk niet geschikt voor die taak, maar hij vertrouwde op God en deed wat Hij vroeg. Gelukkig kreeg hij steun van zijn broer Aäron, die later hogepriester werd. Samen gingen ze eerst naar het volk Israël. Daar geloofden de mensen Mozes en waren hoopvol.

        Maar toen Mozes naar de farao ging, liep het anders. De farao weigerde en maakte het leven van de Israëlieten nóg zwaarder. Het volk werd boos op Mozes: ze wilden wel bevrijding, maar niet dat het eerst moeilijker werd. Wat ze niet zagen, was dat God dit toeliet om Zijn macht te laten zien.

        Ondanks het gemopper van het volk bleef God rustig doorgaan met Zijn plan. Hij liet Zijn kracht zien in de tien plagen die Egypte troffen. Bij drie plagen werd ook Israël geraakt, misschien omdat ze niet geloofden. De laatste plaag was het zwaarst: alle eerstgeborenen zouden sterven. Maar God gaf een uitweg. Als de Israëlieten het bloed van een lam aan hun deurpost smeerden, zou hun huis worden overgeslagen.

        Dit is een beeld voor ons vandaag. Wie gelooft dat het bloed van Jezus Christus, het Lam van God, ons redt, krijgt eeuwig leven.

        Echte vrijheid begint wanneer je durft te vertrouwen op Gods weg, ook als die moeilijk lijkt.


        10 juni

        We lezen vandaag: Exodus 19:1-19:9

        Exodus 19:8
        Toen antwoordde heel het volk gezamenlijk en zei: Alles wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen! En Mozes bracht de woorden van het volk weer over aan de HEERE.

        Het volk Israël had gezien hoe krachtig God was in de plagen die Egypte troffen. Ze hadden dus alle reden om te vertrouwen dat Hij hen zou beschermen. Maar zodra de farao hen achterna kwam, sloeg de angst toe. Ze dachten: “Was het maar beter dat we in Egypte waren gebleven, dan sterven we tenminste niet in de woestijn.” Ze zagen meer macht in de farao, die zichtbaar was, dan in God, die ze niet konden zien. Wat Hij in Egypte had gedaan, waren ze alweer vergeten.

        God liet echter zien dat Hij sterker was. Hij bracht het volk veilig door de Rode Zee en liet het leger van de farao verdrinken. Daarna trokken ze de woestijn in. Onderweg werden ze aangevallen door Amalek, een vijandig volk. Mozes hief zijn handen omhoog naar God, en zolang hij dat deed, won Israël. Maar als zijn handen zakten, kreeg Amalek de overhand. Daarom hielpen Aäron en Hur hem door zijn armen omhoog te houden. Zo behaalde Israël de overwinning.

        Dit laat zien: als je je handen en hart naar God richt, is er kracht en overwinning. Laat je los, dan krijgt de tegenstander de kans.

        Bij de berg Sinaï beloofde het volk dat ze alles zouden doen wat God zei. Maar toen Mozes langer wegbleef, dachten ze dat hij dood was. Ze maakten een gouden kalf en gingen dat aanbidden. Het bleek moeilijk om trouw te blijven, zeker als dingen anders lopen dan verwacht.

        Zo is het ook voor ons. Zolang God doet wat wij willen, is vertrouwen makkelijk. Maar durf je Hem ook te volgen als het anders gaat? God laat zich niet aanpassen aan onze ideeën. Hij is God en uit genade mag jij bij Hem horen en Hem vertrouwen.

        Echt geloof is blijven vertrouwen op God, ook als het anders loopt dan jij had gedacht.


        11 juni

        We lezen vandaag: 1 Samuel 8:1-8:22

        1 Samuel 8:7
        Maar de HEERE zei tegen Samuel: Geef gehoor aan de stem van het volk in alles wat zij tegen u zeggen; want zij hebben ú niet verworpen, maar Míj hebben zij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zou zijn.

        Het volk Israël woonde in Kanaän, in de tijd van de profeet Samuël. Mozes en Jozua waren al gestorven en er waren richteren geweest die het volk leidden en recht spraken. Denk bijvoorbeeld aan Simson en Gideon.

        Wanneer Samuël ouder wordt, merken de Israëlieten dat zijn zonen niet eerlijk leven. Ze zijn hebzuchtig, nemen geschenken aan en buigen het recht. Tegelijk zien ze dat alle andere volken een koning hebben. Daarom vragen ze Samuël om ook voor hen een koning aan te stellen. Samuël vindt dit geen goed idee en gaat ermee naar God. God zegt dat het volk niet alleen Samuël en zijn zonen afwijst, maar eigenlijk Hemzelf. Ze willen hun eigen koning in plaats van God.

        Later vertelt Jezus een gelijkenis over een man die ver weg ging om koning te worden. Zijn burgers haatten hem en zeiden: “Wij willen niet dat deze over ons koning is.” Het laat zien dat mensen vaak liever hun eigen weg gaan. Petrus zegt zelfs tegen Israël: “De vorst van het leven hebben jullie gedood.”

        En eerlijk: wij doen vaak hetzelfde. We zetten onszelf op de troon en maken onze eigen regels. Soms gebruiken we zelfs Bijbelteksten op een verkeerde manier om ons gelijk te halen. Dan maken we onszelf koning in plaats van God. Maar er is maar één echte Koning: God.

        Als je Hem gelooft, vertrouwt en volgt, geeft Hij je Zijn Woord zodat je Christus leert kennen. Hem volgen betekent: Jezus Christus op de eerste plaats zetten en doen wat Hij zegt. Dan kan Hij jou gebruiken voor Zijn plannen en tot Zijn eer.

        Echte vrijheid vind je niet door zelf koning te spelen, maar door Jezus Christus als Koning te erkennen.


        12 juni

        We lezen vandaag: 2 Koningen 20:1-20:11

        2 Koningen 20:10
        Toen zei Hizkia: Het is voor de schaduw gemakkelijk om tien treden verder te gaan. Nee, laat de schaduw tien treden teruggaan.

        Samuël kreeg van God de opdracht om een koning aan te stellen: Saul. Hij zag er indrukwekkend uit, groot en sterk – precies zoals mensen zich een koning voorstellen. Maar dit was niet de koning die God eigenlijk bedoelde. Het volk had God zelf als hun Koning moeten erkennen. Toch liet God het gebeuren, want Zijn plannen gaan altijd door. Zelfs als mensen verkeerde keuzes maken, kan God dat gebruiken voor Zijn doel. Maar degene die kwaad doet, draagt daar wel verantwoordelijkheid voor. Denk bijvoorbeeld aan Judas, die Jezus verried. Jezus moest sterven om ons te bevrijden van de macht van de dood en van satan, maar Judas koos zelf voor verraad.

        Belangrijk om te weten: niet alles wat God toestaat, is ook Zijn wil. God wil dat iedereen gered wordt door geloof in Jezus Christus. Maar als mensen dat weigeren, gaan ze verloren. Dat is niet Gods verlangen, maar wel de keuze van de mens.

        Een ander voorbeeld is koning Hizkia. Hij werd ernstig ziek en God liet via de profeet Jesaja weten dat hij zou sterven. Hizkia bad om genezing en God verhoorde zijn gebed. Hij kreeg zelfs een teken: de schaduw op de zonnewijzer ging tien stappen terug. Een wonder! Hizkia kreeg vijftien extra jaren. Maar helaas gebruikte hij die tijd niet goed. Hij liet mensen uit Babel al zijn rijkdom zien, puur voor eigen eer. Dat had grote gevolgen.

        Dit leert ons dat God altijd weet wat het beste voor ons is. Daarom is het wijs om ons aan Zijn gezag te onderwerpen, ook als het niet lijkt te passen bij ons eigen plan. Natuurlijk mogen we bidden om genezing of hulp, maar echte kracht zit in gebeden die aansluiten bij Gods wil. En die wil leer je kennen door Zijn Woord te lezen.

        Echte kracht vind je niet in je eigen plannen, maar in vertrouwen op Gods wil.


        13 juni

        We lezen vandaag: 1 Samuel 13:8-13:23

        1 Samuel 13:13
        Maar Samuel zei tegen Saul: U hebt dwaas gehandeld. U hebt het gebod van de HEERE, uw God, dat Hij u geboden heeft, niet in acht genomen. Anders zou de HEERE uw koningschap over Israël voor eeuwig bevestigd hebben,

        Saul werd door de profeet Samuël tot koning aangesteld. Samuël deed dit op bevel van God. Saul was de eerste koning van Israël en kreeg daarmee een belangrijke positie. Toch moest hij verantwoording afleggen aan God, want uiteindelijk is God de hoogste Koning.

        God sprak via Samuël tot Saul en gaf hem duidelijke grenzen. Saul mocht keuzes maken, maar wel binnen wat God had bepaald. In 1 Samuël 13 lezen we dat Israël oorlog had met de Filistijnen. Samuël zou komen om een offer te brengen en te bidden voor de overwinning. Maar Samuël kwam later dan verwacht. Saul werd ongeduldig, zag zijn soldaten weglopen en besloot zelf het offer te brengen. Toen Samuël arriveerde, zei hij dat Saul ongehoorzaam was geweest. Daarom zou het koningschap later naar iemand anders gaan.

        In 1 Samuël 15 ging het opnieuw mis. Saul kreeg van God de opdracht om Amalek volledig te verslaan en niets in leven te laten, zelfs geen dieren. Maar Saul spaarde koning Agag en hield het beste vee apart om aan God te offeren. Hij dacht dat dit goed was, maar Samuël maakte duidelijk dat dit juist ongehoorzaamheid was. Gehoorzamen aan God is belangrijker dan offers of mooie religieuze daden.

        Hieruit leren we dat gehoorzaamheid aan God altijd voorop staat. Het gaat niet om wat wij zelf bedenken of mooi vinden, maar om wat God zegt. Daarom is het belangrijk om de Bijbel te kennen, zodat je weet wat Gods wil is. Alleen dan kan Hij jou gebruiken in Zijn dienst en tot Zijn eer.

        Echte kracht zit niet in wat jij doet voor God, maar in gehoorzaam volgen wat Hij zegt.


        14 juni

        We lezen vandaag: 1 Samuel 16:1-16:13

        1 Samuel 16:13
        Toen nam Samuel de oliehoorn en zalfde hem te midden van zijn broers. En de Geest van de HEERE werd vaardig over David vanaf die dag en voortaan. Daarna stond Samuel op en ging naar Rama.

        Saul had zijn kans als koning gekregen, maar door ongehoorzaamheid raakte hij zijn koningschap kwijt. Het duurde nog een paar jaar voordat dit zichtbaar werd, maar Gods besluit stond vast. Net zoals bij Adam: hij leefde nog lang na zijn zonde, maar uiteindelijk verloor hij het leven.

        God koos ondertussen iemand anders uit: David. In 1 Samuël 16 lezen we dat Samuël naar Bethlehem gaat om een nieuwe koning te zalven. Hij nodigt Isaï en zijn zonen uit. David, de jongste, is er niet eens bij, hij hoedt de schapen. Wanneer Samuël de zonen ziet, denkt hij bij de oudste: “Dit moet hem zijn!” Maar God zegt: “Kijk niet naar zijn uiterlijk of lengte. Mensen letten op wat ze zien, maar Ik kijk naar het hart.”

        Dit laat zien dat God niet kijkt naar hoe slim, sterk of populair je bent. Hij kijkt of je bereid bent Hem te volgen en te gehoorzamen. Iedereen die zich aan Hem wil onderwerpen, kan door God gebruikt worden. Op Zijn tijd en op Zijn manier.

        Uiteindelijk wordt David geroepen en zegt God: “Zalf hem, want hij is het.” Vanaf dat moment komt Gods Geest op David, terwijl Saul die verliest. Toch duurt het nog jaren voordat David echt koning wordt. Hij moet eerst beproevingen doorstaan. Saul probeert zelfs David te doden, maar Gods plan kan niemand tegenhouden.

        Dat zien we ook bij Jezus. De leiders dachten dat Zijn dood hun macht zou behouden. Maar net zoals Saul David niet kon stoppen, kon de satan Jezus niet in het graf houden. Jezus leeft – en dat verandert alles.

        God kijkt niet naar je uiterlijk, maar naar je hart en daar begint echte kracht.


        15 juni

        We lezen vandaag: 1 Samuel 17:34-17:58

        1 Samuel 17:40
        Hij nam zijn staf in zijn hand, koos voor zich vijf gladde stenen uit de beek en legde ze in de herderstas die hij had, te weten in de zak, en zijn slinger was in zijn hand. Zo naderde hij tot de Filistijn.

        David was door God uitgekozen om koning te worden, maar hij ging eerst gewoon terug naar zijn vader om voor de schapen te zorgen. Ondertussen brak er oorlog uit tussen Israël en de Filistijnen. De drie oudste broers van David moesten meevechten. De Filistijnen hadden een geheim wapen: de reus Goliath. Hij was zo groot en sterk dat niemand het tegen hem durfde op te nemen. Veertig dagen lang daagde hij Israël uit – en daarmee ook de God van Israël.

        Op een dag kwam David naar het legerkamp om eten te brengen voor zijn broers. Daar hoorde hij Goliaths uitdaging. David zag dat niemand durfde en besloot zelf het gevecht aan te gaan. Iedereen lachte hem uit, maar David zei: “De Heer, die mij gered heeft van de leeuw en de beer, zal mij ook redden van deze Filistijn.” Dat was echt geloof: vertrouwen dat God hem zou beschermen, net zoals Hij dat eerder had gedaan.

        David pakte zijn slinger en vijf stenen. Hij ging niet met een zwaard of schild, maar in de Naam van de Heer. Hij wist: God is sterker dan welke vijand ook. Met één steen raakte hij Goliath en versloeg hem. Wat voor mensen onmogelijk leek, werd mogelijk door Gods kracht.

        Dit verhaal laat zien dat geloof en vertrouwen in God belangrijker zijn dan menselijke kracht of wapens. Ook wij mogen weten dat Jezus Christus de overwinning al behaald heeft. Hoe moeilijk of bedreigend het leven soms kan zijn, in Hem ben je meer dan overwinnaar.

        Met God aan je zijde is geen reus te groot en geen strijd te zwaar.


        16 juni

        We lezen vandaag: 1 Johannes 4:1-4:6

        1 Johannes 4:4
        Lieve kinderen, u bent uit God en u hebt hen overwonnen, want Hij Die in u is, is groter dan hij die in de wereld is.

        Vertrouwen op God boven alles

        David laat zien hoe belangrijk het is om op God te vertrouwen. Toen hij tegenover Goliath stond, wist hij: God is sterker dan alles. Daarom won hij. In de Bijbel staat: God in jou is sterker dan hij die in de wereld is (1 Johannes 4:4).
        Maar toen David beroemd werd, werd koning Saul jaloers. Saul wilde hem zelfs doden! David had makkelijk een opstand kunnen beginnen en zichzelf tot koning kunnen maken, want God had hem al uitgekozen. Toch deed hij dat niet. Hij wachtte tot God zelf zou ingrijpen. Saul probeerde hem te pakken, maar God beschermde David.

        Later kreeg David de kans om Saul te doden. Saul sliep in een grot en Davids mannen zeiden: “Dit is je kans!” Maar David weigerde. Hij zei: Ik zal mijn hand niet uitsteken tegen iemand die door God is aangesteld. Nog een keer gebeurde hetzelfde en weer zei David: Wie iemand aanraakt die door God is gezalfd, blijft niet onschuldig.

        De les? Oordeel niet over mensen die boven je staan, zelfs als ze jou slecht behandelen. God is degene die recht spreekt, niet wij. Jezus zegt in Mattheus 7:1 “Oordeel niet, opdat u niet geoordeeld wordt.” Paulus zegt in Efeze 4:32 maar wees ten opzichte van elkaar vriendelijk en barmhartig, en vergeef elkaar, zoals ook God in Christus u vergeven heeft.

        David had de kans om Saul uit de weg te ruimen, maar hij koos ervoor om te vertrouwen op God. Soms is het moeilijk om niet terug te slaan, maar God vraagt ons om lief te hebben en te vergeven. Heb elkaar lief en vergeef, dan doe je wat God wil.

        Echte kracht is niet wraak nemen, maar wachten op Gods tijd.


        17 juni

        We lezen vandaag: 1 Koningen 17:7-17:24

        1 Koningen 17:14
        Want zo zegt de HEERE, de God van Israël: Het meel in de pot zal niet opraken en in de kruik zal het aan olie niet ontbreken tot op de dag dat de HEERE regen op de aardbodem geven zal.

        Elia was een profeet die helemaal op God vertrouwde. God gaf hem een moeilijke opdracht: tegen koning Achab zeggen dat er geen regen zou komen. Dat was gevaarlijk, want de koning kon hem laten doden! Toch deed Elia wat God zei.
        God zorgde voor Elia. Eerst bij een beek, waar hij water had en raven hem eten brachten. Toen de beek opdroogde, stuurde God hem naar een weduwe. Zij had nog maar een klein beetje meel en olie, genoeg voor één laatste maaltijd. Elia vroeg haar om eerst voor hem brood te bakken. Dat was een grote stap van geloof! Maar ze vertrouwde op Gods belofte. En wat gebeurde? Het meel en de olie raakten niet op, dagenlang!

        1 Koningen 17:15-16: Zij ging en deed overeenkomstig het woord van Elia. Zo at zij, en hij, en haar gezin, vele dagen. Het meel in de pot raakte niet op en in de kruik ont­brak het niet aan olie, overeenkomstig het woord van de HEERE, dat Hij door de dienst van Elia gesproken had.

        Later liet God zien dat Hij de enige echte God is. Op de berg Karmel bouwden Elia en de priesters van Baäl elk een altaar. De God die met vuur antwoordde, zou de ware God zijn. Baäl deed niets, maar God stuurde vuur uit de hemel! Daarna kwam er regen.

        Vertrouw dus op God, ook als het spannend is of onmogelijk lijkt. Hij zorgt voor jou, net zoals bij Elia en de weduwe.

        Durf te geloven, zelfs als alles onmogelijk lijkt.


        18 juni

        We lezen vandaag: Jesaja 14:24-14:27

        Jesaja 14:27
        Want de HEERE van de legermachten heeft het besloten, wie zou het dan verijdelen? En Zijn hand is uitgestrekt, wie zou die dan afwenden?

        In het Oude Testament zie je steeds hetzelfde:

        • God heeft alle macht.
        • Hij kan alles maken, breken, geven en nemen.
        • Niemand kan tegen Hem winnen.

        Daarom is het slim om naar Hem te luisteren en Hem te volgen. Hij heeft ons gemaakt, dus Hij mag bepalen hoe alles gaat.

        Als God een nieuwe wereld maakt, beslist Hij wie daar mag zijn. Dat is eerlijk, want alles komt van Hem (Romeinen 11:36). Soms stuurt God iemand om namens Hem te spreken. Dat noemen we een profeet. Een profeet spreekt met Gods gezag, net zoals een ambassadeur namens zijn land spreekt. Vaak liet God zien dat Hij echt sprak door wonderen en tekenen. Ook Jezus deed wonderen om te laten zien dat Hij door God gestuurd was. Wie Jezus afwees, wees eigenlijk God af (Lukas 10:16).

        En nu? God heeft ons als gelovigen een taak gegeven: Zijn Woord doorgeven. In 1 Petrus 4:11 staat: “Als iemand spreekt, dan als iemand die de woorden van God spreekt; als iemand dient, dan als iemand die dient uit kracht die God schenkt; zodat God in alles ver­heerlijkt wordt door Jezus Christus. Hem komt de heerlijkheid en de kracht toe, tot in alle eeuwigheid. Amen.”

        Gods Woord geeft leven! Wij hebben nieuw leven gekregen door Zijn genade. Dat mogen we delen, zodat anderen ook dat leven krijgen. Een leven dat nooit meer eindigt.

        Gods plan kan niemand stoppen. Leef je leven vol vertrouwen op Hem!


        19 juni

        We lezen vandaag: Efeze 6:10-6:20

        Efeze 6:17
        En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord

        In het Nieuwe Testament zien we Jezus en hoe Hij omgaat met het Jodendom. In Israël was er een duidelijke orde:

        • De Romeinen waren de baas, met Pilatus als hun leider.
        • Herodes was koning over Judea.
        • Er was een religieuze raad, het Sanhedrin, met 71 leden: Farizeeën en Sadduceeën.

        De Farizeeën geloofden in engelen en opstanding uit de dood. De Sadduceeën niet (Handelingen 23:8). Samen hadden ze veel macht en kennis van de Bijbel. Maar Jezus kende Gods Woord beter dan zij. Dat had Hij zelfs al op twaalfjarige leeftijd! Daarom zagen ze Hem als een bedreiging en probeerden Hem steeds te pakken.

        Ze stelden Jezus moeilijke vragen. De Sadduceeën vroegen over opstanding, de Farizeeën over het grootste gebod (Mattheus 22:24-40). Jezus antwoordde altijd met de teksten uit de Bijbel en won elke discussie. Hij sprak met gezag. “En ze stonden versteld van Zijn onderricht, want Hij onderwees hen als gezaghebbende en niet zoals de schriftgeleerden.” (Markus 1:22)

        Wat betekent dat dan voor ons? Gods Woord is krachtig. Als wij ons daaraan houden en ermee spreken, zijn ook wij sterk. Lees ook Efeze 6:10-20.
        Eigenlijk komt het hierop neer: Gods Woord is ons wapen.

        Met Gods Woord sta je altijd sterk!


        20 juni

        We lezen vandaag: Jakobus 4:1-4:12

        Jakobus 4:7
        Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten.

        Jezus werd geboren uit Maria (een vrouw, een mens) en de Heilige Geest (God) (Mattheus 1:20-21). God noemde Hem: “Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbeha­gen heb!” (Mattheus 3:17). Je zou denken dat Hij dezelfde macht had als God. Maar Filippensen 2:5-11 zegt dat Jezus Zijn goddelijke macht heeft afgelegd. Hij werd een mens, net als wij. Daarom noemt Hij zichzelf vaak “Zoon des Mensen”.

        Als mens kon Jezus verleid worden en ook sterven. Dat was nodig om onze zonden op zich te nemen. Satan wist dit en probeerde Hem te laten zondigen, net zoals bij Adam en Eva. Hij verleidde Jezus drie keer. Dat lees je in Mattheus 4:1-11 (De verzoeking in de woestijn). Eerst zei hij: “Maak van stenen brood.” Jezus had honger, maar Hij bleef gehoorzaam aan God. Hij antwoordde: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van elk woord van God.”

        Jezus gebruikte geen eigen kracht, maar vertrouwde op Gods Woord. Twee keer daarna probeerde Satan het opnieuw, maar Jezus bleef trouw. Hij wist dat God Hem zou redden, zelfs door de dood heen (Hebreeën 12:2). Als wij ons aan God onderwerpen en de duivel weerstaan, vlucht hij weg (Jakobus 4:7). Dat is echte overwinning!

        Overwin verleiding door Gods Woord. Dat is echte kracht!


        21 juni

        We lezen vandaag: Mattheüs 20:20-20:28

        Mattheüs 20:28
        zoals ook de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een los­prijs voor velen.

        In Matthéüs 20 lezen we dat een moeder met haar twee zonen (leerlingen van Jezus) bij Jezus komt. Ze vraagt of haar zonen naast Hem mogen zitten in Zijn koninkrijk. Dat is een grote vraag! Jezus zegt: Kunnen jullie de weg gaan die Ik moet gaan? Ze antwoorden: Ja! Jezus zegt dat ze die weg zullen gaan, maar dat God bepaalt wie naast Hem zit.

        Daarna legt Jezus iets belangrijks uit: leiders in deze wereld willen macht en heerschappij. Maar bij gelovigen is het anders. Wil je de eerste zijn? Dan moet je dienaar zijn. Jezus geeft zelf het voorbeeld: Hij kwam niet om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn leven te geven als losgeld. Dat betekent dus dat Hij betaalde met Zijn leven om ons vrij te maken.

        Vrij waarvan? De Bijbel zegt dat mensen gevangen zitten onder de macht van de duivel en de dood. Maar Jezus brak die macht. “Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, dat Hij de werken van de duivel verbreken zou” (1 Johannes 3:8). Hij stierf, stond op uit de dood en leeft voor altijd (Romeinen 6:9). Wie in Hem gelooft, krijgt eeuwig leven (Johannes 3:36). Je wordt van Hem en Hij geeft je Zijn Geest, die eeuwig leeft.

        Echte grootheid is niet macht, maar dienen zoals Jezus!


        22 juni

        We lezen vandaag: 1 Johannes 3:18-3:24

        1 Johannes 3:23
        En dit is Zijn gebod: dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon, Jezus Christus, en dat wij elkaar liefhebben, zoals Hij ons een gebod gegeven heeft.

        Jezus is onze Redder en Heer, maar ook ons voorbeeld. Dat betekent niet dat wij precies hetzelfde kunnen doen als Hij – dat kan niemand. Jezus was zonder zonde, wij niet (Romeinen 3:9-18, Hebreeën 4:15). Maar Hij laat ons zien hoe een gelovige moet leven om Gods wil te doen.

        Jezus deed nooit zomaar wat Hij zelf wilde. In Johannes 5:19 zegt Hij: “Ik doe alleen wat Ik de Vader zie doen.” En in vers 30: “Niet Mijn wil, maar de wil van de Vader.” Zelfs toen Hij wist dat Hij zou sterven, bad Hij: “Niet wat Ik wil, maar wat U wilt” (Markus 14:36). Hij vertrouwde erop dat God Hem altijd hoorde (Johannes 11:41-42).

        Hoe wist Jezus dat? Omdat Hij Gods wil kende. En hoe leer je Gods wil kennen? Door de Bijbel te lezen en te begrijpen. Jezus kende de Schrift heel goed en was gehoorzaam tot de dood (Filippenzen 2:8). God gaf Hem nieuw leven – Hij stond op uit de dood!

        Wat vraagt God van ons? Heel simpel: Geloof in Jezus Christus en heb elkaar lief (1 Johannes 3:23). Liefde maakt geloof sterk (Galaten 5:6).

        Wil je leven zoals Jezus? Zoek Gods wil en leef in liefde!


        23 juni

        We lezen vandaag: Johannes 13:1-13:20

        Johannes 13:14
        Als Ik dan, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, moet ook u elkaars voeten wassen.

        Kort voor Zijn dood vierde Jezus het Pascha met Zijn discipelen. Dat feest herinnerde Israël eraan dat God hen uit Egypte had bevrijd (Exodus 12). Tijdens de maaltijd deed Jezus iets bijzonders: Hij pakte een doek en een schaal water en begon de voeten van Zijn discipelen te wassen (Johannes 13:1-13:20).
        Waarom deed Hij dat? Jezus wilde laten zien wat echt dienen is. Hij was de Meester, maar toch deed Hij het werk van een dienaar. Hij wilde Zijn vrienden leren: wie groot wil zijn, moet de minste willen zijn. Petrus vond het eerst vreemd en zei: “U zult mijn voeten nooit wassen!” Maar Jezus antwoordde: “Als Ik je niet was, hoor je niet bij Mij.”

        Wat betekent dat voor ons in deze tijd? Voeten wassen staat voor elkaar schoonmaken, elkaar vergeven. We leven in een wereld vol zonde. Soms maken we fouten. Dan moeten we elkaar niet veroordelen, maar helpen en vergeven, zoals Jezus ons vergeeft (Efeze 4:32).

        Jezus gaf ons een krachtig voorbeeld: Hij diende Zijn Vader en gaf Zijn leven voor ons (Filippenzen 2:8). Nu vraagt Hij ons om elkaar te dienen in liefde. Dat is het nieuwe leven dat Hij ons geeft!

        Door elkaar te vergeven en voor elkaar te bidden dienen wij Christus en elkaar.


        24 juni

        We lezen vandaag: Romeinen 13:1-13:7

        Romeinen 13:4
        Zij is immers Gods dienares, u ten goede. Als u echter kwaad doet, vrees dan, want zij draagt het zwaard niet zonder reden. Zij is namelijk Gods dienares, een wreekster tot straf voor hem die het kwade doet.

        In Romeinen 13 staat dat regeringen en overheden door God zijn ingesteld. Zij maken de regels en wij moeten die volgen. Doe je kwaad en breek je de wet, dan krijg je straf. Doe je goed, dan word je juist gewaardeerd. God wil dat wij gehoorzaam zijn, zodat mensen die nu misschien negatief over ons praten, later zullen zien dat onze goede daden echt bij God horen. Uiteindelijk gaat het erom dat God de eer krijgt.

        Maar er staat ook iets over vrijheid. Vrijheid klinkt super aantrekkelijk: doen wat je wilt, zonder dat iemand je tegenhoudt. Toch waarschuwt de Bijbel dat dit niet betekent dat je zomaar alles mag doen. Als je vrijheid gebruikt om verkeerde dingen te doen, noemt de Bijbel je een boosdoener. Echte vrijheid is dus niet: “ik doe wat ik wil en zie wel of ik gepakt word.” Echte vrijheid is: leven zoals God het bedoeld heeft.

        God heeft ons vrijgemaakt van de macht van zonde. Dat betekent dat we niet meer vastzitten aan verkeerde keuzes, maar dat we nu de kans hebben om goed te doen. Vrijheid is dus een cadeau van God, bedoeld om Hem te dienen en het goede te kiezen. Wanneer wij gehoorzamen en goed doen, laat dat zien dat Gods Geest in ons werkt. Het gaat niet om onszelf, maar om God die door ons zichtbaar wordt. Zo wordt Hij geëerd, en dat is de echte betekenis van vrijheid.

        Echte vrijheid is niet doen wat jij wilt, maar kiezen voor het goede dat God wil.


        25 juni

        We lezen vandaag: 1 Thessalonicenzen 4:1-4:12

        1 Thessalonicenzen 4:9
        Wat nu de broederliefde betreft, hebt u het niet nodig dat ik u schrijf, want u bent zelf door God onderwezen om elkaar lief te hebben.

        Als we het woord “gezag” horen, denken we vaak meteen aan wetten en regels. Dat kan gaan over de wetten van ons land, of de wet die Mozes aan Israël gaf. En bij “vrijheid” denken we vaak: geen regels meer, gewoon doen wat je wilt. Maar dat klopt niet helemaal.

        Wat is een wet eigenlijk? In de Bijbel betekent het vaak “onderwijs”: iets wat je leert en toepast in je leven. Jezus laat zien wat dat onderwijs echt inhoudt: elkaar liefhebben. Hij zegt: “Dit is Mijn gebod: dat u elkaar liefhebt, zoals Ik u liefgehad heb.” (Johannes 15:12). Als we elkaar liefhebben, doen we precies wat de wet vraagt.

        Maar het mooie is: we staan niet meer onder de macht van de wet. Niemand kan de wet helemaal perfect houden. Daarom heeft Jezus die last weggenomen. Hij stierf aan het kruis voor de zonden van de hele wereld – ook voor jou en mij. Daardoor leven we nu onder genade. Dat betekent dat we niet meer veroordeeld worden als we fouten maken. De straf heeft Jezus al gedragen.

        Betekent dat dat we nu zomaar kunnen zondigen? Nee, natuurlijk niet! Genade is geen vrijbrief om verkeerd te doen. Het is juist een kans om Jezus te volgen en goed te leven. En als we toch struikelen, mogen we vergeving ontvangen. God vraagt ons ook om diezelfde genade aan medegelovigen te geven als hij iets tegen ons iets verkeerds doet. Dat heet liefde.

        De Bijbel noemt dit de “wet van vrijheid”. Door genade kun je echt vrij zijn: vrij om God lief te hebben en vrij om anderen lief te hebben. Dat is de vrijheid die blijft.

        Echte vrijheid is leven in genade: liefhebben zoals Jezus Christus jou lief heeft.


        26 juni

        We lezen vandaag: Galaten 5:1-5:21

        Galaten 5:18
        Als u echter door de Geest geleid wordt, bent u niet onder de wet.

        Iedereen wil graag vrij zijn. Maar echte vrijheid krijg je pas als je ook verantwoordelijkheid kunt dragen. Dat betekent dat je kunt uitleggen waarom je iets hebt gedaan en dat je de gevolgen begrijpt. Kinderen doen vaak gewoon wat ze leuk vinden of reageren uit boosheid, zonder stil te staan bij wat er daarna gebeurt. Daarom zijn er ouders en leraren die kinderen helpen volwassen te worden. Zolang je nog niet volwassen bent, leef je onder de regels van je ouders.

        Kinderen leren van volwassenen hoe het leven werkt. Ze vragen: “Mag dit?” of “Hoe moet ik dit doen?” Volwassenen hebben geleerd om goed en kwaad te onderscheiden. De Bijbel zegt dat dit oefenen is: je leert steeds beter keuzes maken. Als je dat nog niet kunt, heb je regels nodig.

        Zo werkt het ook met geloof. Als je net begint te geloven, ben je als een kind: je bent nog vooral met jezelf bezig. Maar het doel is dat je groeit, zodat Christus centraal komt te staan. Volwassen worden in geloof betekent dat je niet alleen weet wat waar is, maar dat je het ook begrijpt en toepast.

        Dat kan alleen als je je laat leiden door de Heilige Geest. Hij helpt je om de waarheid te zien en te leven zoals God het wil. De Geest maakt je echt vrij. Vrijheid is dus niet “doen wat je wilt”, maar leven in het nieuwe leven dat Jezus ons geeft. Echte vrijheid is: God dienen, keuzes maken vanuit liefde en wandelen in genade.

        Vrijheid is niet doen wat jij wilt, maar leven zoals God het bedoeld heeft.


        27 juni

        We lezen vandaag: Efeze 4:1-4:16

        Efeze 4:11
        En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, weer anderen als evangelisten en nog weer anderen als herders en leraars,

        Na de opstanding van Jezus begonnen de apostelen en evangelisten, zoals Paulus en Timotheüs, overal nieuwe kerken te stichten. Paulus gaf Timotheüs de opdracht om in die kerken leiders aan te stellen, mensen die de gelovigen konden helpen en richting geven. In de Bijbel worden ze vaak “oudsten” of “voorgangers” genoemd.

        Een voorganger is eigenlijk iemand die de weg wijst. Het Griekse woord betekent letterlijk: “de weg zoeken voor iemand” of “leiden”. Je kunt het vergelijken met een herder die voor zijn schapen uitloopt. Hij zoekt het beste grasland en zorgt dat de schapen veilig blijven. Als er eentje afdwaalt, gebruikt hij zijn staf of roept zijn hond om de kudde weer bij elkaar te brengen. Zo zorgt een voorganger voor de gelovigen: hij gaat voorop en laat zien hoe je Jezus kunt volgen.

        In Efeze 4:11 staat dat Jezus zelf mensen heeft aangesteld als apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraren. Hun taak is om de gemeente te helpen groeien. In Hebreeën 13:17 staat dat gelovigen hun voorgangers moeten respecteren en volgen, omdat zij verantwoording moeten afleggen aan de Grote Herder: Jezus Christus. Petrus zegt dat oudsten de kudde van God moeten weiden, niet door te heersen, maar door een voorbeeld te zijn.

        Paulus benadrukt dat deze leiders door de Heilige Geest zijn aangesteld. Hun taak is om de gemeente te voeden met het Woord van God en met hun leven te laten zien wat het betekent om Jezus te volgen. Gelovigen worden uitgenodigd om hun leiders te vertrouwen en te volgen – behalve als iemand een “valse herder” blijkt te zijn. Uiteindelijk draait alles om één ding: dat zowel de herders als de gelovigen samen Jezus volgen. Zo ontstaat er eenheid in de kerk en wordt Christus geëerd.

        Volg de Herder die vooropgaat en ontdek samen de weg naar leven en vrijheid


        28 juni

        We lezen vandaag: 1 Korinthe 11:2-11:16

        1 Korinthe 11:3
        Maar ik wil dat u weet dat Christus het Hoofd is van iedere man en de man het hoofd van de vrouw en God het Hoofd van Christus.

        Vandaag kijken we naar hoe de verhoudingen in de Gemeente werken. In 1 Korinthe 11:3 staat dat God het hoofd is van Christus, Christus het hoofd van de man en de man het hoofd van de vrouw. Dat klinkt misschien als een rangorde, maar het gaat vooral om verantwoordelijkheid en zorg. Oudsten en kinderen worden hier niet genoemd, maar later lezen we dat oudsten uit de broeders worden gekozen om de gemeente te dienen.

        In vers 9-11 staat dat de vrouw om de man geschapen is, maar dat ze “in Christus” niet zonder elkaar kunnen. Dat betekent: man en vrouw hebben elkaar nodig. Het gaat hier niet over huwelijk, maar over hoe gelovigen samen Gemeente vormen. God staat bovenaan, daarna Christus, dan de man en daarna de vrouw. Kinderen hebben nog geen stem in dit geheel.

        Toch zegt de Bijbel ook dat we elkaar moeten dienen en hoger achten dan onszelf (Efeze 5:21, Filippenzen 2:3). Dat lijkt misschien tegenstrijdig, maar het laat zien dat niemand beter is dan de ander. In Christus zijn we gelijkwaardig en geroepen om elkaar te respecteren. Mannen hebben wel een speciale verantwoordelijkheid om leiding te nemen in de Gemeente, maar dat betekent niet dat ze mogen heersen. Oudsten – mannen die geestelijk volwassen zijn – worden aangesteld om de Gemeente te leiden, altijd onder leiding van de Heilige Geest. Hun taak is om te dienen, niet om de baas te spelen.

        De Bijbel roept ons op om Christus te volgen en naar Hem te luisteren. Als je iets wilt zeggen in de Gemeente, laat dan Gods Woord spreken. Zo bouwen we samen de Gemeente op, niet door eigen ideeën, maar door Jezus Christus zelf.

        Echt leiderschap in de Gemeente is dienen, en samen groeien we tot één in Christus.


        29 juni

        We lezen vandaag: Kolossenzen 3:18-3:25

        Kolossenzen 3:20
        Kinderen, wees je ouders gehoorzaam in alles, want dat is welbehaaglijk voor de Heere.

        Vandaag gaat het over hoe ouders en kinderen met elkaar omgaan. In Kolossenzen 3:20 staat dat het Gods wil is dat kinderen hun ouders gehoorzamen in alles. Dat klinkt soms best lastig, zeker als je het gevoel hebt dat je iets voor God moet doen wat je ouders niet goed vinden.

        Stel: je houdt van muziek en iemand vraagt je om mee te spelen in een praiseband. Je zou drie keer per week oefenen en optreden. Jij denkt: dit is een kans om God te dienen! Maar je ouders zeggen: “Nee, je moet je focussen op school.” Wat doe je dan?

        De Bijbel geeft duidelijkheid. In Handelingen 5:29 staat dat je God meer moet gehoorzamen dan mensen. Dat geldt vooral als iemand je verbiedt om in Jezus Christus te geloven of je geloof te delen. Maar in het geval van de praiseband gaat het niet om je geloof zelf, maar om een activiteit. Dan blijft gehoorzaamheid aan je ouders belangrijk.

        Als je denkt dat God jou écht wil gebruiken in muziek, kun je dit aan Hem voorleggen in gebed. God kan ook jouw ouders overtuigen, zodat je weet dat het echt Zijn plan is. Zo leer je dat gehoorzaamheid niet alleen een regel is, maar een manier om God te vertrouwen.

        In 1 Samuël 15:22 staat dat gehoorzamen beter is dan offeren. Dat betekent: God wil liever dat je luistert naar Zijn wil dan dat je iets groots doet voor Hem zonder Zijn leiding. Als je niet weet wat je moet doen, vraag het aan God. Hij geeft wijsheid en laat zien hoe jij Hem het beste kunt dienen.

        Echte gehoorzaamheid is vertrouwen dat God jou de juiste weg laat zien.


        30 juni

        We lezen vandaag: Openbaring 1:1-1:8

        Openbaring 22:21
        De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.

        Het laatste Bijbelboek, Openbaring, laat ons zien hoe groot en machtig Jezus Christus is. Het begint met de woorden dat God aan Jezus Christus heeft laten zien wat er binnenkort zal gebeuren, zodat Zijn volgelingen voorbereid zijn.

        In hoofdstuk 1 lezen we dat Jezus Christus “de Eerstgeborene uit de doden” is. Dat betekent dat Hij als eerste de dood heeft overwonnen en daarmee de hoogste plaats heeft in Gods nieuwe schepping. In vers 8 zegt Hij: “Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde.” Daarmee laat Hij zien dat Hij er altijd was, nu is en altijd zal zijn.

        Verder zegt Christus dat Hij de sleutels van dood en hel in handen heeft. Hij leeft voor eeuwig en heeft alle macht. Dat klinkt indrukwekkend, maar tegelijk mogen wij weten dat Hij ons niet veroordeelt, maar ons redt. Hij geeft genade – een cadeau dat je niet verdient, maar wel krijgt. Door Hem zijn we bevrijd van zonde en dood en ontvangen we eeuwig leven.
        In hoofdstuk 19 zien we Jezus op een wit paard. Hij wordt “Trouw en Waarachtig” genoemd en ook “het Woord van God”. Hij oordeelt eerlijk en draagt de titel “Koning der koningen en Heer der heren”. In hoofdstuk 21 lezen we dat Hij op de troon zit en alles nieuw maakt. Uiteindelijk zal iedereen voor Hem buigen, vrijwillig of niet.

        Jezus Christus zegt in Openbaring 22:20: “Ja, Ik kom snel.” Dat is een belofte. Daarom mogen wij Hem verwachten en Hem trouw dienen totdat Hij terugkomt. Het boek Openbaring eindigt met hoop:

        Jezus Christus is de Overwinnaar en wij mogen bij Hem horen.

      2. Mei



        1 mei

        We lezen vandaag: Genesis 3

        Genesis 3:15
        En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen.

        Het geslacht

        De Bijbel vergelijkt mensen vaak met bomen. Denk aan Psalm 1: een man als een boom, met wortels (voeten), stam (lijf), takken (armen) en kruin (hoofd). Ook families lijken op bomen: ze beginnen klein, groeien en vertakken. Daarom noemen we een familie ook wel een stamboom.

        Bij dieren en planten is het belangrijk wie de ouders zijn: sterke ouders geven sterke nakomelingen. Bij mensen speelt dat ook mee, plus rijkdom en gezondheid. Arme, zieke ouders? Dan start je leven anders dan bij rijke, gezonde ouders.
        Om Israël te begrijpen, moet je de stamboom kennen. Jakob is de stamvader van Israël, maar eigenlijk begint het bij Abraham. Uit hem groeit een volk, dat zich vertakt bij Jakobs twaalf zonen.

        In Genesis 5 lees je over Adams nageslacht. Hij was de eerste mens en kreeg van God een belofte: Eva zou een kind krijgen dat de vijand zou verslaan en heersen over de schepping. Niet Kaïn of Abel, maar Seth zette die lijn voort.
        Door heel Genesis en ook verder in de Bijbel (Mattheüs 1, Lukas 3), zie je die stamboom terug. Uiteindelijk komt Jezus: de Zoon van Adam, de rechtmatige Koning. Daarom noemt God Hem: “Mijn Knecht, Israël” (Jesaja 49:3) en zegt: “Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen” (Mattheüs 2:15). Israël draagt die belofte mee: de komst van de Verlosser, beloofd aan Adam en bevestigd aan Abraham.

        Van Adam tot Jezus: één lijn van hoop en belofte.


        2 mei

        We lezen vandaag: Johannes 8:30-8:43

        Johannes 8:39
        Zij antwoordden en zeiden te­gen Hem: Abraham is onze vader. Jezus zei tegen hen: Als u Abrahams kinderen was, zou u de werken van Abraham doen.

        De stamvader

        De Israëlieten in de tijd van Jezus waren trots: “Abraham is onze vader”, zeiden ze. En dat klopt, want God beloofde Abraham dat uit hem een groot volk zou komen dat Kanaän als erfdeel zou krijgen. Abraham, de man uit Ur, is dé geloofsheld van Genesis. Hij bleef geloven in Gods belofte: “ ie­mand die uit uw eigen lichaam voortkomt, die zal uw erfgenaam zijn.” (Genesis 15:4)

        aar dat was niet makkelijk. Sarai was 91 jaar en Abraham was al 100 toen hun zoon werd geboren. Dat is pas wachten! God zei dat hun zoon Izak moest heten, omdat ze eerst hadden gelachen om Gods belofte. Zijn naam herinnert eraan dat God altijd het laatste woord heeft. Zoals Psalm 2:4 zegt: “Die in de hemel woont, zal lachen”.

        Het geloof van Abraham is een voorbeeld voor ons. Hij vertrouwde God zelfs toen hij Izak moest offeren. Op het laatste moment koos God een ander offer. Abraham noemde die plek: “De HEERE zal erin voorzien.” (Genesis 22:14)
        Abraham geloofde dat God zelfs doden kon opwekken (Hebreeën 11:18). Daarom wordt hij genoemd: “Vader van vele volken” (Genesis 17:5), niet alleen van Israël, maar van iedereen die gelooft (Romeinen 4:16). God voorziet ook voor ons: verlossing door Jezus Christus.

        Wil je leven zoals Abraham? Vertrouw op God, ook als het lang duurt. Hij houdt Zijn belofte!

        Abraham vertrouwde God. Durf jij dat ook?


        3 mei

        We lezen vandaag: Galaten 4:21-4:31

        Galaten 4:22
        Want er staat geschreven dat Abraham twee zonen had, een van de slavin, en een van de vrije.

        Izak en Ismaël

        Abraham had twee zonen: Ismaël en Izak. Ismaël was de eerste en werd geboren uit Hagar, de Egyptische slavin. Waarom? Omdat Abraham en Sara dachten dat ze echt geen kinderen meer konden krijgen en daarom God moesten helpen om Zijn belofte waar te maken. Ze gebruikten een soort draagmoeder. Maar dat was niet het plan van God. Hij herhaalde Zijn belofte: “Mijn verbond echter zal Ik met Izak maken, de zoon die Sara u volgend jaar op deze vastgestelde tijd zal baren.” (Genesis 17:21)

        Abraham en Sara moesten leren wachten. Niet zelf oplossingen bedenken, maar vertrouwen op wat God zegt, hoe onmogelijk het ook lijkt.
        Uit de verhalen over Izak en Ismaël leren we twee dingen.

        1. God stelde de besnijdenis in. Op de achtste dag werd de voorhuid weggesneden. Dat laat zien dat het oude weggaat en dat het nieuwe komt. Zo zal ook deze wereld, die nu pijn kent, plaatsmaken voor een nieuwe schepping zonder tranen en verdriet (Romeinen 8:22).
        2. Er was vijandschap tussen Ismaël en Izak. Ismaël spotte met Izak (Genesis 21:9). Paulus zegt dat Ismaël zijn broer Izak vervolgde (Galaten 4:29). at zien we vandaag nog tussen het Jodendom en de Islam. Ismaël staat voor het oude verbond, de slavernij. Izak voor het nieuwe verbond, de vrijheid.
          Paulus leert: wees geen kinderen die alleen maar horen “dat mag niet”, maar leef als vrije mensen die God dienen uit liefde.
          Gods belofte komt niet door onze plannen, maar door vertrouwen. Kies voor vrijheid in Christus!

        Vrijheid begint bij geloof. Kies voor het Nieuwe Verbond!


        4 mei

        We lezen vandaag: Hebreeën 12:1-12:17

        Hebreeën 12:16-17
        Laat niemand een ontuchtpleger zijn of een onheilige, zoals Ezau, die voor één enkele maaltijd zijn eerstgeboorterecht verkocht. Want u weet dat hij ook daarna, toen hij de zegen wilde erven, verworpen werd, want hij vond geen plaats van berouw, hoewel hij de zegen vurig en met tranen zocht.

        Jakob en Ezau

        Jakob en Ezau vormden samen een bijzonder duo. Ezau was de oudste, maar hij verkocht zijn eerstgeboorterecht voor een bord eten. Later wilde hij alsnog de zegen, maar het was te laat. Dit laat ons iets zien: het eerste, het oude, verdwijnt en het tweede, het nieuwe, blijft.

        Ezau staat voor de oude wereld, Jakob voor het nieuwe. De oudste lijkt sterk, maar uiteindelijk erft degene die eeuwig leeft: Jezus Christus, de eerstgeborene van de nieuwe schepping. God laat dit principe steeds zien: Seth boven Kaïn, Izak boven Ismaël, Jakob boven Ezau.

        Ook wij moeten leren: Leg de oude mens af en trek de nieuwe aan (Efeze 4:22-24). Het oude hoort bij deze wereld, vol pijn en leegte. Het nieuwe hoort bij Gods belofte.

        Rebekka, Jakobs moeder, was eerst onvruchtbaar en net als Sara werd ze uiteindelijk toch zwanger. Ze kreeg een tweeling. Nog vóór de geboorte zei God: “Twee volken zijn in je buik… de oudste zal de jongste dienen.” (Genesis 25:23) Ezau leek sterker, maar Jakob kreeg de belofte.

        Vandaag zien we hetzelfde: Israël wordt nu (door de omliggende Arabische volkeren) gepest als het jongere broertje, maar zal uiteindelijk door de genade van God boven zijn broer verheven worden. Het oude verdwijnt, het nieuwe blijft. Kies dus niet voor het tijdelijke, maar voor het eeuwige. God kiest voor wie op Hem vertrouwt.

        Kies niet voor het tijdelijke, maar voor het eeuwige!


        5 mei

        We lezen vandaag: 2 Timotheüs 2:1-2:13

        2 Timoteüs 2:12
        Als wij volharden, zullen wij ook met Hem re­geren. Als wij Hem verloochenen, zal Hij ons ook verloochenen.

        Israël

        Weet je wat de naam Israël betekent? Het bestaat uit twee delen: Isra en El. El betekent “God”. Dat zie je ook in namen zoals Bethel (Huis van God) en Elia (Mijn God is Heer). Isra betekent “strijden” of “heersen”. De naam Israël in z’n geheel betekent: “Strijder met God” of “Heerser met God”.

        In Genesis 32 lees je hoe Jakob ’s nachts worstelt met een man. Als je het goed leest, weet je dat het God is met wie hij strijdt. Hij zegt: “Ik laat U niet gaan, tenzij U mij zegent.” Dan krijgt Jakob een nieuwe naam: Israël. Waarom? Omdat hij heeft gestreden met God en heeft overwonnen. Jakob noemt die plek Pniël: “Gezicht van God”.

        Die naam Israël ging over op het hele volk. Het laat zien dat Israël eerst strijdt tegen God, maar dat het later mét God za heersen. Jakob wilde eerst zelf de baas zijn, net als wij vaak doen. Maar hij leerde toen dat de zegen niet door eigen slimheid komt, maar door vertrouwen op God.

        God belooft ons hetzelfde: als we volhouden, zullen we samen met Christus regeren. Niet nu, maar straks. Uit genade. Wil je echt sterk zijn? Leer dan om op God te vertrouwen, niet op jezelf.

        Israël betekent niet alleen strijd, maar ook overwinning – samen met God!

        Sterk zijn is niet genoeg. Trouw maakt je groot.


        6 mei

        We lezen vandaag: Genesis 35:16-35:26

        Genesis 35:19
        Zo stierf Rachel en zij werd begraven langs de weg naar Efrath, dat is het tegenwoordige Bethlehem.

        Rachel en Lea

        Jakob moest, net als zijn vader Izak, een vrouw zoeken buiten Kanaän. Izak wilde niet dat Jakob trouwde met iemand zoals Ezau had gedaan, maar met iemand uit hun familie. Daarom ging Jakob naar Haran, naar de familie van zijn moeder Rebekka. Onderweg kreeg hij een droom waarin God beloofde: “En zie, Ik ben met u, Ik zal u beschermen overal waar u heen zult gaan, en Ik zal u ter­ugbrengen in dít land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik tot u gesproken heb!” (Genesis 28:15)

        In Haran werd Jakob verliefd op Rachel. Hij wilde met haar trouwen, maar zijn oom Laban bedroog hem en gaf hem eerst Lea, de oudere zus. Jakob bleef bij oom Laban en trouwde later ook met Rachel. Opnieuw laat God zien dat de oudste eerst komt, maar dat de jongste het meest geliefd is. Zo is het ook met Israël en de Gemeente: Israël werd eerst geroepen, maar de Gemeente krijgt nu een bijzondere plaats in de hemel.

        Lea kreeg als eerste kinderen: Ruben, Simeon, Levi en Juda. Rachel moest lang wachten voordat ze zwanger werd. Net als Sara en Rebekka. In haar lange wachten wordt opnieuw een voorbeeld gegeven aan ons. Al duurt het nog zo lang, God houdt woord. Uiteindelijk werd eerst Jozef geboren en later Benjamin, vlakbij Bethlehem. Een belangrijke plaats om te onthouden, want daar zou later de laatste in de lijn van alles zonen geboren worden: Jezus. “en zij zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” (Mattheüs 1:21)

        Gods belofte komt altijd uit, ook als het lang duurt. Vertrouw op Hem!


        7 mei

        We lezen vandaag: Deuteronomium 10:1-10:11

        Deuteronomium 10:8
        In die tijd zonderde de HEERE de stam Levi af om de ark van het verbond van de HEERE te dragen, om voor het aangezicht van de HEERE te staan, om Hem te dienen en om in Zijn Naam te zegenen, tot op deze dag.

        Levi – Geroepen om te dienen

        Jakob had twaalf zonen. Elke zoon werd later het begin van een familie, een stam in Israël. Maar één stam was anders: die van Levi. Uit deze familie kwamen Mozes en Aäron. Aäron kreeg van God een speciale taak: hij en zijn nakomelingen moesten God dienen als priesters. Dat betekent dat ze werk deden in de Tabernakel, de plaats waar mensen God konden ontmoeten. Ze leerden de andere stammen over Gods wetten en brachten offers namens het volk.

        Omdat hun werk zo belangrijk was, kregen de Levieten geen eigen stuk land in Israël. Ze woonden verspreid tussen de andere stammen, zodat ze overal konden helpen. Ze hoefden geen ander werk te doen, want hun taak was om God te dienen. Om daarvan te kunnen leven, kregen ze een deel van wat de andere Israëlieten aan God gaven: de “tienden”. Dat is 10% van hun opbrengst, zoals graan of dieren.

        Toch bleef het aantal stammen twaalf. Hoe? Jozef, een van de zonen van Jakob, kreeg geen eigen stam, maar zijn twee zonen, Efraïm en Manasse, wel. Zo bleef het aantal stammen gelijk. En ook hier zie je iets bijzonders: Efraïm, de jongste, kreeg voorrang boven zijn oudere broer.

        De stam van Levi laat zien hoe speciaal het is om God te mogen dienen. In het Nieuwe Testament wordt gezegd dat gelovigen nu ook een soort priesters zijn: mensen die met hun leven iets moois aan God geven.

        Jij bent geen toeschouwer in Gods verhaal, je bent een levende steen in Zijn huis.


        8 mei

        We lezen vandaag: Genesis 49:8-49:12

        Genesis 49:10
        De scepter zal van Juda niet wijken en evenmin de heersersstaf van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Hem zullen de volken gehoorzamen.

        Juda – Van fout naar koning

        Juda was de vierde zoon van Jakob. Uit zijn familie zou later de koninklijke lijn van Israël komen. Maar in het begin gedraagt Juda zich helemaal niet als een koning. Hij is degene die voorstelt om zijn broer Jozef te verkopen als slaaf. Voor een paar zilverstukken wordt Jozef meegenomen, terwijl hij later de machtigste man van Egypte wordt, onder de farao.

        Toch verandert Juda. Hij ziet hoe verdrietig zijn vader is en neemt verantwoordelijkheid. Als ze naar Egypte moeten om eten te kopen, overtuigt hij zijn vader om Benjamin mee te laten gaan. En als Benjamin niet terug mag, biedt Juda aan om zelf als slaaf te blijven. Dat is het moment waarop Jozef zich bekendmaakt aan zijn broers. Hij ziet dat Juda veranderd is. Jozef vergeeft zijn broers en vertelt dat God hun slechte daad heeft gebruikt om iets goeds te doen: het volk redden van de hongersnood.

        Uit Juda’s familie komen later de Joden. En nog belangrijker: uit deze stam wordt Jezus geboren. Hij is niet alleen Koning van Israël, maar van de hele wereld. Net als Jozef werd Jezus verraden en verkocht voor zilver door iemand uit zijn eigen volk: Judas. Maar ook dat gebruikte God om iets goeds te doen. Door Jezus’ dood en opstanding is Hij nu Koning in de hemel. We zien het misschien nog niet, maar Hij is al onze Koninklijke Redder.

        God kiest geen perfecte mensen. Hij maakt gewone mensen klaar voor koninklijk werk.


        9 mei

        We lezen vandaag: Genesis 49:22-49-26

        Genesis 49:26
        De zegeningen van je vader gaan de zegeningen van mijn vaderen te boven, tot aan de begerenswaardigheid van de eeuwige heuvels. Zij zullen zijn op het hoofd van Jozef, ja, op de schedel van de gewijde onder zijn broers.

        Jozef – Van gevangenis naar zegen

        Jozef was de favoriete zoon van Jakob en dat zie je terug in de bijzondere zegen die hij kreeg. Zijn broer Juda kreeg het koningschap, Levi werd priester, maar Jozef kreeg het eerstgeboorterecht: de grootste zegen. In zijn leven zie je al een voorproefje van Jezus. Jozef werd eerst vernederd, verkocht als slaaf en opgesloten in de gevangenis. Maar later werd hij door de farao verhoogd tot de machtigste man van Egypte. Net zoals Jezus eerst moest lijden en daarna door God werd verhoogd.

        God redde Jozef uit de gevangenis. En over Jezus zei God: “U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt.” Jezus werd de Eerstgeborene uit de dood. De eerste die opstond en nooit meer stierf. Alle zegeningen die in het Oude Testament beloofd zijn, komen uiteindelijk bij Hem terecht.

        Jozef gaf zijn zegen nog één keer door aan zijn zoon Efraïm. Daarna stopte het. Die zegen blijft op Jozef en Efraïm rusten. Dat is een beeld van Jezus en de Gemeente. Aan Juda en de andere stammen werden aardse dingen beloofd, zoals land en vrede. Maar aan Jozef en Efraïm en dus aan Jezus en de Gemeente, werden hemelse zegeningen beloofd. Die zijn vaak verborgen, maar ze zijn echt.

        God laat ons zien dat Hij al lang geleden van plan was om ook mensen buiten Israël te zegenen. Paulus legt dat uit in zijn brieven, al is het soms best ingewikkeld. Maar het laat zien: God heeft een groot plan, en jij mag daar deel van zijn.

        Gods plannen zijn soms verborgen, maar jij bent geroepen om Zijn zegen te dragen.


        10 mei

        We lezen vandaag: Exodus 3:1-3:12

        Exodus 3:7
        De HEERE zei: Ik heb duidelijk de onderdrukking van Mijn volk, dat in Egypte is, gezien en heb hun geschreeuw om hulp vanwege hun slavendrijvers gehoord. Voorzeker, Ik ken hun leed.

        Egypte – Bouwen op wat blijft

        Door een grote hongersnood moest het volk Israël naar Egypte verhuizen. Daar woonden ze in het gebied Gosen, waar ze het goed hadden dankzij Jozef. Maar na zijn dood kwam er een nieuwe farao die Jozef niet kende. Hij maakte van het volk Israël slaven. Binnen een paar generaties veranderde hun leven totaal: van gerespecteerde gasten naar uitgebuite arbeiders.

        Egypte wordt in de Bijbel vaak “het diensthuis” genoemd. Een plek waar mensen hard moeten werken voor een koning die niet naar God luistert. Egypte is een beeld van deze wereld: een wereld die zonder God haar eigen koninkrijk probeert te bouwen. Net als bij de toren van Babel bouwden ze met tichels (stenen van leem en stro), in plaats van met echte natuursteen. Dat laat zien: de wereld vertrouwt op haar eigen kracht, maar wat zij bouwt is tijdelijk. Alleen wie op God bouwt, bouwt voor altijd.

        Israël werkte zich kapot in Egypte, maar het leverde niets op. Dat lijkt op hoe mensen vroeger onder de wet leefden: ze moesten van alles doen om goed genoeg te zijn voor God. Maar Jezus zegt: “Kom naar Mij als je moe bent en het niet meer trekt. Ik geef je rust.” (Mattheüs 11:28)

        Jezus vraagt ons niet om te zwoegen, maar om op Hem te vertrouwen. Hij is als een rots: stevig, betrouwbaar, eeuwig. Je hoeft je redding niet te verdienen—God geeft het als cadeau aan wie gelooft. Niet werken, maar vertrouwen. Niet bouwen op zand, maar op de Rots die blijft.

        Bouw je leven niet op wat voorbijgaat, maar op de Rots die eeuwig blijft.


        11 mei

        We lezen vandaag: Deuteronomium 18:15-18:22

        Deuteronomium 18:15
        Een Profeet uit uw midden, uit uw broeders, zoals ik, zal de HEERE, uw God, voor u doen opstaan; naar Hem moet u luisteren,

        Mozes en Jezus: Twee helden van geloof

        Mozes vertelde het volk Israël dat er ooit iemand zou komen die nog belangrijker was dan hijzelf: een Profeet zoals hij. Die Profeet is Jezus. In de Bijbel staat zelfs: “Hij is werkelijk de Profeet.” (Johannes 7:40). Dat betekent dat het leven van Mozes lijkt op dat van Jezus.

        Beide zijn als baby op wonderlijke wijze gered van de dood. Farao wilde alle jongetjes in Egypte doden, maar Mozes werd gespaard. Herodes wilde alle jongetjes in Bethlehem doden, maar Jezus ontsnapte. Later probeerde de duivel Jezus te verleiden met macht en rijkdom. Maar Jezus zei nee. Net als Mozes, die liever bij Gods volk hoorde dan te leven als prins in Egypte.

        Mozes koos voor God, ook al was dat moeilijk. In Hebreeën 11 staat dat hij geloofde dat het beter was om bij God te horen dan om te genieten van zonde en rijkdom. Zo laat Mozes ons zien wat echt geloof is. En Jezus Christus ging nog verder: Hij opende de weg naar het echte leven, zelfs door de dood heen.

        Als je in Jezus Christus gelooft, ben je met Hem opgestaan in een nieuw leven. Net als Israël dat door de zee trok en een nieuw begin kreeg. We moeten niet terugverlangen naar vroeger, maar vooruitkijken. Jezus is onze Gids in deze woestijn van het leven. Volg Hem, ook als het moeilijk is.

        Kies geloof boven gemak—want met Jezus loop je de weg naar echt leven.*


        12 mei

        We lezen vandaag: 1 Korinthe 5:1-5:13

        1 Korinthe 5:7
        Verwijder dan het oude zuurdeeg, opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd, want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus.

        Pascha: Het feest van echte vrijheid

        God gaf het volk Israël een speciaal feest: Pascha, oftewel het Paasfeest. Elk jaar moesten ze dit vieren om nooit te vergeten hoe God hen op een machtige manier uit Egypte bevrijdde. Toen de Israëlieten in slavernij leefden, beschermde God hen door het bloed van een onschuldig lam op hun deurposten. Zo werden ze gered van de dood en mochten ze in vrijheid verder leven.

        Maar dit lam was eigenlijk een beeld van iets groters: Jezus Christus. Hij wordt in de Bijbel “het Lam van God” genoemd. Jezus Christus gaf zijn leven voor ons, zodat wij verlost zijn van zonde en dood. Zijn bloed is als dat van het Paaslam—maar dan voor de hele wereld, voor altijd.

        Daarom vieren wij Pascha niet alleen als een herinnering, maar als een teken van nieuw leven. In de Bijbel staat dat we geen “oud zuurdesem” moeten meenemen. Zuurdesem is een stukje oud deeg dat brood luchtig maakt, maar het staat ook symbool voor zonde en leegte. God wil dat we het oude achterlaten en leven in oprechtheid en waarheid.

        Als je in Jezus Christus gelooft, ben je een nieuw mens. Het oude is voorbij. Je mag leven in vrijheid, geleid door Hem. Pascha is dus niet zomaar een feest! Het is een uitnodiging om echt opnieuw te beginnen.

        Jezus is ons Paaslam. Door Hem begint jouw leven écht opnieuw.


        13 mei

        We lezen vandaag: Romeinen 7:7-7:13

        Romeinen 7:7
        Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Volstrekt niet! Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen dan door de wet. Ik zou immers ook niet geweten hebben dat begeerte zonde was, als de wet niet zei: U zult niet begeren.

        De wet: meer dan regels, het draait om liefde

        God gaf Israël iets heel bijzonders: Zijn eigen woorden. Via Mozes kregen ze die bij de berg Horeb, midden in de woestijn. Daar sloot God een verbond met het volk, een soort trouwbelofte. Hij zou voor hen zorgen en hen zegenen, als zij zich aan Zijn regels hielden.

        Maar het volk dacht dat ze dat wel konden, terwijl ze niet doorhadden dat ze, net als alle mensen, fouten maken. Ze zeiden: “Alles wat God zegt, zullen we doen!” Maar dat lukte niet. En daardoor werd het verbond, dat bedoeld was als zegen, juist een probleem.

        In het Nieuwe Testament legt God uit dat de wet er juist is om ons te laten zien dat we zondigen.

        De wet is goed, maar wij doen vaak het tegenovergestelde van wat God vraagt. Net als Adam, die iets niet mocht doen en het tóch deed.

        Er is maar één manier om van zonde af te komen: sterven. En dat deed Jezus voor ons. Hij nam onze straf op zich. Zo opent Hij de weg naar een nieuw verbond, dat niet draait om regels, maar om liefde. “Heb je naaste lief als jezelf” is het grote gebod. Liefde doet geen kwaad. Liefde is de echte vervulling van de wet.

        Het Oude Testament laat ons zien dat we hulp nodig hebben. Maar het wijst ook vooruit naar Jezus, die ons helpt om echt te leven zoals God het bedoelt.

        Gods wet laat zien wat fout gaat—Jezus’ liefde laat zien hoe het goed komt.


        14 mei

        We lezen vandaag: 1 Korinthe 10:1-10:13

        Exodus 17:6
        Zie, Ik zal daar vóór u op de rots bij de Horeb staan. Dan moet u op de rots slaan, en er zal water uitkomen, zodat het volk kan drinken. En Mozes deed dit voor de ogen van de oudsten van Israël.

        De woestijnreis: een verhaal vol hoop

        De reis van Israël door de woestijn, van Egypte naar het beloofde land, zit vol bijzondere momenten die ons iets vertellen over Jezus en wat Hij betekent voor ons vandaag.

        God gaf het volk Manna, een soort brood uit de hemel, wit en zoet als honing. Dat wijst vooruit naar Jezus, die zei: “Ik ben het levende brood, dat uit de hemel neergedaald is; als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid…. ” (Johannes 6:51)

        Toen Mozes op een rots sloeg en er water uit kwam, was dat een beeld van Jezus’ lijden. Hij werd geslagen, maar uit Zijn pijn kwam leven. Jezus zei: “maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen….” (Johannes 4:14)

        Ook andere dingen in de woestijn wijzen naar Jezus Chrsitus: de wolk die het volk leidde, de staf van Aäron die ging bloeien, en zelfs het gouden kalf als waarschuwing. Toen het volk klaagde, kwamen er giftige slangen. Maar God gaf een oplossing: Mozes moest een koperen slang omhoog houden. Iedereen die ernaar keek, werd beter.

        Die slang is een beeld van Jezus. Hij werd verhoogd aan het kruis, zodat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leeft. (Johannes 3:14)

        De woestijnreis laat zien dat God altijd een uitweg geeft. Ook als het moeilijk is, mogen we op Jezus Christus vertrouwen. Hij is het Brood, het Water, de Weg en de Redder.

        Kijk omhoog naar Jezus. Hij is jouw hoop in elke woestijn.


        15 mei

        We lezen vandaag: Hebreeën 8

        Hebreeën 8:5
        Deze priesters doen dienst in een afbeelding en schaduw van de hemelse dingen, overeenkomstig een aanwijzing van God die Mozes ontving bij het voltooien van de tabernakel. Want zie erop toe, zegt Hij, dat u alles maakt overeenkomstig het voorbeeld dat u op de berg getoond is.

        Waarom moest Mozes de tabernakel precies bouwen zoals God het liet zien? Omdat het niet zomaar een tent was, maar een beeld van iets groters. In de brief aan de Hebreeën wordt uitgelegd dat alle regels en details in het Oude Testament een doel hadden: ze laten zien dat mensen verzoening nodig hebben.
        Onder het Nieuwe Verbond opent de Heilige Geest onze ogen. Dan begrijpen we dat de tabernakel een schaduw/een beeld was van wat Jezus later zou doen. Jezus zegt in Mattheüs 5:17: “Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen.” Alles in het Oude Testament wijst naar Hem.

        De tabernakel laat dat prachtig zien. Het Heilige der Heiligen is een beeld van de hemel. De ark van het verbond lijkt op Gods troon. Het voorhangsel tussen het Heilige en het Heilige der Heiligen? Dat is een beeld van Jezus. Toen Hij stierf, scheurde dat voorhangsel in tweeën (Mattheüs 27:51). De weg naar God is nu open!

        Jezus is onze “verse en levende weg” naar de hemel (Hebreeën 10:19-10:20). Hij is ons verzoendeksel. Daarom noemen we Gods troon nu de Genadetroon (Hebreeën 4:16). Door Hem mogen wij vrij tot God komen. Geen offers meer, geen afstand, maar directe toegang tot God door Jezus Christus.

        De weg naar God is open. Loop hem met Jezus!


        16 mei

        We lezen vandaag: Numeri 13:16 en Deuteronomium 34

        Numeri 13:16
        Dit zijn de namen van de mannen die Mozes stuurde om het land te verkennen. En Mozes noemde Hosea, de zoon van Nun, Jozua.

        Deuteronomium 34:9
        Jozua nu, de zoon van Nun, was vol van de geest van wijsheid; want Mozes had zijn handen op hem gelegd. Daarom luisterden de Israëlieten nu naar hém, en zij deden zoals de HEERE Mozes geboden had.

        Jozua was de nieuwe leider van Israël na Mozes. Hij kreeg een grote taak: het volk naar het beloofde land Kanaän brengen. Zijn naam was eerst Hoséa, wat “helper” betekent. Mozes veranderde die in Jozua en dat betekent “De HEERE redt.”
        Jozua diende Mozes al toen hij jong was. Hij leidde het leger tegen Amalek en ging zelfs mee de berg op. Hij wilde dicht bij God zijn, want er staat in de Bijbel: “… zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, een jongeman, week niet uit het midden van de tent.” (Exodus 33:11)

        Jozua was ook één van de twaalf verspieders. Samen met Kaleb vertrouwde hij op God: “… de HEERE is met ons. Wees niet bevreesd voor hen!” (Numeri 14:9) Maar het volk wilde hem toen bijna stenigen. Toch bleef Jozua trouw.
        Jozua is een voorbeeld van Jezus. Jozua bracht Israël in Kanaän en gaf rust na de woestijnreis. Jezus Christus brengt ons naar het hemelse beloofde land en geeft eeuwige rust. Hebreeën 4:8 zegt: “Want als Jozua hen al in de rust gebracht had, zou God daarna niet gesproken hebben over een andere dag.”

        Jozua gaf tijdelijke rust, maar Jezus geeft blijvende rust. Hij is onze Redder en Hogepriester. Wie in Hem gelooft, komt in het echte beloofde land.

        Jozua bracht Israël naar Kanaän. Jezus brengt jou naar eeuwige rust!


        17 mei

        We lezen vandaag: Richteren 1:21-1:36 en Richteren 21:25

        Richteren 1:28
        Toen Israël echter sterker werd, gebeurde het dat het de Kanaä­nieten herendienst oplegde, maar het verdreef hen niet helemaal.

        Richteren 21:25
        In die dagen was er geen koning in Israël: eenieder deed wat juist was in zijn ogen.

        Aan het einde van zijn leven herinnerde Jozua het volk aan hun belofte: “Wij zullen de HEERE dienen.” Maar na Jozua’s dood ging het mis. De nieuwe generatie kende de grote daden van God niet meer (Richteren 2:7-2:10). Israël deed niet wat God had gezegd: ze verdreven de volken niet en braken hun altaren niet af. Ze maakten zelfs afspraken met hen.

        Toen kwam de Engel van de HEERE en zei in Richteren 2:1-4 dat omdat zij de HEERE hebben verlaten, de HEERE hen
        zal verlaten.

        Daarna gebeurde steeds hetzelfde: Israël kwam in problemen en vijanden kregen macht over hen. Maar telkens stuurde God een richter om hen te redden. Dit boek laat ons dus zien: echte redding komt uiteindelijk door Jezus.

        Richteren is ook een waarschuwing voor ons. De eerste christenen dienden God trouw. Maar later kwamen verkeerde ideeën binnen, net zoals Kanaänieten bij Israël. Paulus waarschuwde: “Want dit weet ik: dat na mijn vertrek wrede wolven bij u zullen binnenkomen, die de kudde niet sparen; en dat uit uw eigen midden mannen zullen opstaan die de waarheid verdraaien om de discipelen weg te trekken achter zich aan.” (Handelingen 20:29-20:30) En ook: “Weet u niet dat een klein beetje zuurdeeg het hele deeg doorzuurt?” (1 Korinthe 5:6)

        Onze les? Geef geen ruimte aan verkeerde dingen in je leven. Laat het oude weg en leef als nieuwe mensen in Jezus Christus.

        Laat het oude los en leef als nieuw mens in Jezus Christus.


        18 mei

        We lezen vandaag: Matteüs 1:1-1:17

        Matteüs 1:5-1:6
        Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth, Obed verwekte Isaï; Isaï verwekte David, de koning;

        Het verhaal van Ruth en Boaz lijkt bijna een sprookje. Ruth blijft trouw aan haar schoonmoeder Naomi, werkt hard en blijft nederig. Uiteindelijk trouwt ze met Boaz, een rijke man. Maar dit verhaal gaat niet alleen over liefde en trouw. Het laat ons iets groots zien: God kijkt naar je hart, niet naar je afkomst.
        Ruth was een Moabitische vrouw, geen Israëliet. Toch zei ze tegen Naomi: “Uw volk is mijn volk en uw God mijn God.” (Ruth 1:16) Daarmee liet ze zien dat ze God wilde volgen. En God zag haar hart. Ruth werd uiteindelijk zelfs onderdeel van de familie van David en dus van de lijn waaruit Jezus geboren werd!

        Hoe gebeurde dat? Door de “wet van lossing”. Boaz kocht het land van Naomi’s overleden man en nam Ruth als vrouw. Zo bleef de familie van Naomi bestaan. Boaz gaf Ruth en Naomi een nieuw leven. Dit is een prachtig beeld van wat Jezus Christus voor ons doet. Hij kocht ons vrij. Niet met geld, maar met Zijn bloed. In Hebreeën 9:12 staat het zo: “Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed voor eens en altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing te­weeggebracht.”

        Daarom mogen we zingen: “U bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie.” (Openbaring 5:9)
        1 Korinthe 6:20 zegt: “U bent immers duur gekocht. Verheerlijk daarom God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn.” En in Job staat: “Ik weet echter: mijn Verlosser leeft, en Hij zal ten laatste over het stof opstaan.” (Job 19:25)

        Ruth laat ons zien dat wie op God vertrouwt, nieuw leven krijgt. Jezus is onze Redder!

        Ruth koos voor God. Durf jij dat ook?


        19 mei

        We lezen vandaag: 1 Samuël 1:20

        1 Samuël 1:20
        Het gebeurde na verloop van dagen dat Hanna zwanger werd. Zij baarde een zoon en gaf hem de naam Samuel, want, zei ze, ik heb hem van de HEERE gebeden.

        Hanna was jarenlang verdrietig, omdat ze geen kinderen kon krijgen. In die tijd was dat heel zwaar. Ze heeft steeds tot God gebeden: “Heer, geef mij alstublieft een kind.” En God luisterde! Hanna kreeg een zoon en noemde hem Samuël, wat betekent: “Van God gebeden.”

        In de Bijbel zie je vaker dat kinderen niet zomaar geboren worden. Denk aan Sara, Rebekka, Rachel en ook de moeder van Simson. Hun kinderen kwamen er niet vanzelf, maar door gebed en Gods hulp. Het laat zien dat nieuw leven een cadeau van God is.

        Later in de Bijbel gebeurt iets soortgelijks bij de bijzondere geboorte van Johannes de Doper. Al die bijzondere geboortes verwijzen ergens naar. Ze verwijzen naar de schepping en naar God die leven geeft, zelfs als het onmogelijk lijkt. Hij maakt een nieuwe start mogelijk. In Psalm 113 staat: “Die de onvruchtbare doet wonen in haar gezin: een blijde moeder van kinderen.” Dat is toch iets om blij van te worden?

        Samuël groeide op en bleef trouw aan God. Hij hielp het volk om de goede weg te volgen. Over hem staat in 1 Samuël 2:26: “En de jonge Samuel kreeg gaandeweg meer aanzien en gunst, zowel bij de HEERE als ook bij de mensen.” Dat doet denken aan de Here Jezus, die ook “toenam in wijsheid en genade.” Jezus Christus is dé Weg naar nieuw leven. Hij leert ons hoe we dicht bij God kunnen blijven.

        Wat onmogelijk lijkt, is mogelijk bij God.


        20 mei

        We lezen vandaag: 1 Samuël 18:6-18:16

        1 Samuël 18:7-8
        Terwijl de vrouwen huppelden, zongen zij in beurt­zang: Saul heeft zijn duizenden verslagen, maar David zijn tienduizenden! Toen ontstak Saul in woede; die woorden waren namelijk kwalijk in zijn ogen. Hij zei: Ze hebben er aan Da­vid tienduizend gegeven, maar mij hebben ze er maar duizend gegeven; het koninkrijk zal zeker nog eens voor hém zijn!

        Saul was de eerste koning van Israël. David kwam later, maar al snel werd hij super populair. Na de strijd tegen Goliath zongen de mensen: “David heeft tienduizenden verslagen!” Saul voelde zich jaloers en bedreigd. Hij dacht: “Als dit zo doorgaat, wordt hij koning in mijn plaats.”
        De strijd tussen Saul en David is beroemd. Het lijkt op de strijd van David tegen Goliath: groot tegen klein. Saul was lang en sterk, met een groot leger. David had maar een paar honderd vrienden. Toch bleef David trouw aan God en hij wilde Saul niet doden, ook al had hij de kans.

        Hun verhaal laat iets groters zien: het verschil tussen het Oude Verbond (de wet) en het Nieuwe Verbond (genade). Saul staat voor het oude, David voor het nieuwe. God laat steeds zien dat Zijn plan doorgaat in het tweede, het nieuwe.
        In het Nieuwe Testament zien we zoiets ook bij Paulus (die eerst Saulus heette). Eerst was hij een strenge Farizeeër, een echte dienaar van de wet. Na zijn bekering werd hij Paulus (dat betekent “kleintje”). Hij werd nederig en diende Jezus. Zoals Jezus zei: “En wie zichzelf zal verhogen, zal vernederd worden; en wie zichzelf zal vernederen, zal verhoogd worden.” (Matthéüs 23:12)

        David werd eerst opgejaagd en vernederd, maar God maakte hem een grote koning. Uit zijn familie kwam uiteindelijk Jezus: de Koning der koningen, onze Herder.

        Wees nederig, dan kan God je verhogen.


        21 mei

        We lezen vandaag: 2 Samuël 7:1-17

        2 Samuël 7:12-7:13
        Wanneer uw dagen voorbij zijn en u met uw vaderen ontslapen bent, zal Ik uw nakomeling na u, die uit uw lichaam voortkomt, doen opstaan en Ik zal zijn koningschap bevestigen. Die zal voor Mijn Naam een huis bouwen, en Ik zal de troon van zijn koningschap voor eeuwig bevestigen.

        Salomo was de zoon van koning David en Bathseba. Toen David stierf, werd Salomo koning van Israël. Zijn naam betekent “rijk aan vrede” en in zijn tijd was er inderdaad rust en voorspoed. God noemde hem ook Jedid-jah, wat betekent: “Geliefd door God”. Daarmee liet God zien dat Salomo de gekozen opvolger was.

        God had David beloofd dat er een zoon en erfgenaam zou komen die koning zou worden en een huis voor God zou bouwen. David wilde eigenlijk zelf al een tempel bouwen, maar God zei: “Nee, jij hebt te veel bloed vergoten.” Dus Salomo kreeg die taak.

        Salomo is beroemd om zijn wijsheid. Toen God hem in een droom vroeg wat hij wilde hebben, koos Salomo niet voor rijkdom of macht, maar voor wijsheid om het volk goed te leiden. God was blij met die keuze en gaf hem niet alleen wijsheid, maar ook rijkdom en eer zoals geen enkele koning ooit had gehad.

        Het leven van Salomo verwijst naar iemand nog groter: Jezus Christus. Hij is de échte Vredevorst en de Wijsheid van God. Jezus bouwt ook een huis, maar niet van stenen. Hij bouwt een geestelijk huis van levende stenen. Die stenen, dat zijn wij, de mensen die Hem volgen. Samen vormen we de gemeente van God, een tempel waarin Hij woont.

        Door Gods liefde mogen wij daar nu al onderdeel van zijn en mogen we dagelijks leren uit Zijn Woord. Dat is bijzonder! Het laat zien hoe groot Gods plan is en hoe Hij ons wil gebruiken.

        Kies wijsheid boven rijkdom. God zorgt voor de rest.


        22 mei

        We lezen vandaag: 1 Koningen 11:9-11:13

        1 Koningen 11:11
        Daarom zei de HEERE tegen Salomo: Omdat het bij u gebeurd is dat u Mijn verbond en verordeningen, die Ik u geboden heb, niet in acht hebt genomen, zal Ik het koninkrijk zeker van u losscheuren en het aan uw dienaar ge­ven.

        Salomo was een wijze koning, maar aan het einde van zijn leven ging het helaas mis. Hij begon andere goden te dienen. Dat was tegen Gods geboden en daarom werd hij door God gestraft. God zei: “Ik zal het koninkrijk van je afnemen.” Dat gebeurde niet meteen bij Salomo, maar bij zijn zoon Rehabeam. Het grote rijk van Israël werd in tweeën gesplitst.

        Rehabeam bleef koning over twee stammen: Juda en Benjamin. De stam van Benjamin bleef trouw aan de stam van Juda en gezamenlijk vormden zij het tweestammenrijk met als hoofdstad Jeruzalem. Benjamin hoorde dus bij Juda. Waarom? Omdat God had beloofd dat er altijd een “lamp” zou branden in Jeruzalem. Een teken van hoop. Die lamp stond voor Gods Woord en voor de belofte dat uit het huis van David de Messias zou komen.
        In de loop van de geschiedenis wordt er bijna niet meer gesproken over Benjamin, maar wordt het tweestammenrijk meestal “Juda” genoemd. De overige tien stammen worden “Israël” genoemd.

        Benjamin betekent “zoon van de rechterhand”. Toen hij geboren werd, noemde zijn moeder Rachel hem eerst Ben-Oni, “zoon van mijn smart”, omdat de bevalling van haar zoon heel erg zwaar was en ze daarna ook stierf. Dat laat zien dat er pijn en strijd zou zijn in de stam van Juda (de Joden), voordat het grote plan van God klaar zou zijn: het eeuwige koninkrijk van Jezus Christus.

        Ook al ging het rijk kapot door ongehoorzaamheid, God bleef trouw. Hij zorgde dat Zijn belofte doorging. Uit Juda zou uiteindelijk Jezus geboren worden, de Koning der koningen. Hij zou echte vrede brengen. Want zo zal u in rijke mate de toegang worden verleend tot het eeuwig Koninkrijk van onze Heere en Zaligmaker, Jezus Christus. (2 Petrus 1:11)

        Gods plan stopt niet, ook niet als mensen fouten maken.


        23 mei

        We lezen vandaag: 1 Koningen 11:26-11:43

        1 Koningen 11:31
        Hij zei tegen Jerobeam: Neem er tien stukken van voor uzelf. Want zo zegt de HEERE, de God van Israël: Zie, Ik ga het koninkrijk uit de hand van Salomo losscheuren en Ik zal u tien stammen geven.

        De tien stammen – God vergeet niemand

        Lang geleden was Salomo koning van Israël. Maar God zei dat een deel van zijn koninkrijk aan iemand anders zou worden gegeven: Jerobeam, een harde werker uit de stam van Efraïm. Salomo zag dat Jerobeam talent had en gaf hem een belangrijke taak. Maar toen Jerobeam hoorde dat hij later koning zou worden, moest hij vluchten naar Egypte.

        Na Salomo’s dood kozen tien stammen Jerobeam als hun koning. Zo ontstond het koninkrijk Israël, apart van Juda. Maar deze tien stammen werden later weggevoerd naar Assyrië en kwamen nooit meer terug. Toch is hun verhaal nog niet voorbij.

        God belooft in de Bijbel dat Hij zijn volk zal terughalen, waar ze ook zijn. Hij zegt dat er één Koning zal zijn over alle stammen en dat ze weer één volk zullen worden. Dat laat zien dat God mensen nooit vergeet, zelfs niet als ze ver weg zijn.

        De tien stammen zijn erfgenamen van Jozef, de favoriete zoon van Jakob. Ze zijn verspreid over de wereld en vormen een beeld van de Gemeente, mensen die bij God horen. In de Bijbel worden ze vergeleken met een wilde olijfboom die wordt ingeënt op een tamme boom. Zo groeien ze samen tot één geheel.

        En weet je wat bijzonder is? De woorden van Jozef, dat God hem stuurde om mensen te redden, worden waar in Jezus, de Zoon van Jozef uit Nazareth. Hij is gekomen om ons leven te geven, om ons te redden.

        God schrijft niemand af. Zelfs als je verdwaald bent, heeft Hij een plan met jou.


        24 mei

        We lezen vandaag: Exodus 7:1-7:13

        Exodus 7:1
        Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zie, Ik heb u voor de farao tot een god gemaakt en uw broer Aäron zal uw profeet zijn.

        Profeten – Sprekers namens God

        Een profeet is iemand die namens God spreekt. Denk aan Mozes, Elia en Elisa. Zij worden ook wel “man van God” genoemd. Ze kregen een speciale opdracht: Gods woorden doorgeven aan mensen. Soms sprak God zelfs direct tot mensen, zoals bij Abraham en Lot. Maar meestal gebruikte Hij profeten, mensen die door de Heilige Geest werden geleid.

        Mozes was de eerste profeet die namens God tot het volk Israël sprak. God sloot via hem een verbond met het volk. Maar al snel vergaten de mensen dat verbond, en Mozes moest hen oproepen om terug te keren naar God. Dat deden later ook andere profeten, tot aan Johannes de Doper toe.

        Profeten hadden het vaak zwaar. Ze moesten dingen zeggen die mensen liever niet hoorden. Elia voelde zich soms helemaal alleen en Jesaja vroeg zich af of iemand hem überhaupt geloofde. Toch bleven ze trouw, omdat ze wisten dat hun boodschap belangrijk was.

        De kern van wat profeten zeggen is altijd hetzelfde: ze wijzen naar Jezus. In de Bijbel staat: “Het getuigenis van Jezus is namelijk de geest van de profetie.” (Openbaring 19:10)

        Ook vandaag de dag geldt: als je mensen oproept om terug te keren naar God, kun je weerstand verwachten. Maar Jezus moedigt ons aan: “In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.” (Johannes 16:33)

        Wie namens God spreekt, hoeft niet populair te zijn, alleen trouw.


        25 mei

        We lezen vandaag: Daniël 1:1-1:21

        Daniël 1:17
        Aan deze vier jongemannen nu gaf God kennis en verstand van allerlei geschriften, en wijsheid, en Daniël gaf Hij inzicht in allerlei visioenen en dromen.

        Daniël – Een jongen met een missie

        Lang geleden werd het volk Israël verdeeld in twee groepen. De ene groep werd weggevoerd naar Assyrië, de andere (Juda) kwam in Babylon terecht. Daar regeerde koning Nebukadnezar, die Jeruzalem verwoestte. In die tijd leefde Daniël, een hoveling uit de familie van koning David.

        Daniël werd meegenomen naar Babylon, maar God liet hem niet in de steek. In het boek Daniël lees je hoe God hem gebruikte om grote dingen te laten zien. Daniël kreeg visioenen over wat er met de wereld zou gebeuren. Hij zag dat er grote rijken zouden komen: Babel, Medo-Perzië, Griekenland, Rome, maar uiteindelijk zou Gods koninkrijk alles overnemen. Een koninkrijk dat nooit kapotgaat en voor altijd blijft bestaan.

        Daniël begreep dat de tijd van verwoesting voor Jeruzalem bijna voorbij was. God gaf hem meer uitleg, maar niet alles werd meteen duidelijk. Sommige dingen bleven geheim, verzegeld tot het moment dat “de Leeuw uit de stam van Juda”, een beeld voor Jezus, ze zou openen.

        Het boek Daniël laat zien dat God bepaalt wie er regeert en hoe de toekomst eruitziet. Zelfs als het moeilijk is, blijft Hij trouw en heeft Hij Zijn plan.

        Als jij trouw blijft aan God, laat Hij je dingen zien die groter zijn dan je dromen.


        26 mei

        We lezen vandaag: Johannes 1:35-1:43

        Johannes 1:42
        Deze (Andreas) vond als eerste zijn eigen broer Simon en zei tegen hem: Wij hebben de Messias gevonden, wat vertaald wordt als de Christus.

        De Messias – Gods Gezalfde Redder

        Het woord ‘Messias’ betekent letterlijk “Gezalfde”. In de Griekse taal is dat ‘Christus’. Jezus wordt zo genoemd omdat Hij, net als koningen, priesters en profeten in het Oude Testament, gezalfd is. Vroeger werd iemand gezalfd met geurige olie als teken dat hij een speciale taak van God kreeg. Die olie stond symbool voor de Heilige Geest: Gods kracht en aanwezigheid.

        In het Oude Testament werden mensen als Aäron, Saul, David en Salomo gezalfd. Zij waren priesters of koningen en hun werk wees vooruit naar de komst van dé Messias: Jezus Chrsitus. Hij is de enige die tegelijk Koning én Priester is. God had Hem daarvoor uitgekozen en gezalfd met de Heilige Geest.

        Maar het blijft daar niet bij. Als jij in Jezus Christus gelooft, ben jij ook gezalfd! Dat betekent dat jij ook de Heilige Geest hebt ontvangen. God heeft jou uitgekozen om samen met Jezus Christus te leven, te dienen en zelfs (in de toekomst) met Hem te regeren. Dat is geen beloning omdat je zo goed bent, maar een cadeau uit Gods liefde.

        Jezus is dus niet zomaar een naam uit de geschiedenis. Hij is de Gezalfde, de Redder, en Hij wil jou betrekken in Zijn plan. Door Hem ben jij ook een priester: iemand die dicht bij God leeft en anderen helpt om Hem te leren kennen.

        Jezus is gezalfd om te redden en jij bent gezalfd om mee te bouwen aan Zijn koninkrijk.


        27 mei

        We lezen vandaag: 2 Petrus 3:8-3:10

        2 Petrus 3:9
        De Heere vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen.

        Het Koninkrijk – Niet alleen daarboven, maar ook hier

        Veel mensen denken dat Gods Koninkrijk alleen in de hemel is. Dat komt misschien omdat Jezus, toen Hij op aarde kwam, niet meteen als Koning ging regeren. Zelfs Zijn leerlingen dachten dat het Koninkrijk direct zou beginnen. Maar Jezus legde uit dat het nog even zou duren.

        Hij vertelde een verhaal over een man die op reis ging om een koninkrijk te ontvangen en daarna terug zou komen. Daarmee bedoelde Hij Zichzelf. Jezus is nu in de hemel, maar Hij komt terug. En dan zal Hij echt Koning zijn. Niet alleen in de hemel, maar ook op aarde.

        Voor ons is dat goed nieuws. Want zolang Jezus nog niet terug is, krijgen mensen nog steeds de kans om bij dat Koninkrijk te horen. Iedereen die in Hem gelooft, wordt nu al burger van dat Koninkrijk. Dat is een voorrecht!

        Sommige mensen lachen erom. Ze zeggen: “Er verandert toch niks.” Maar wij weten beter. God heeft beloofd dat Zijn plan doorgaat. Zijn woorden zijn als een stevig anker: ze houden ons vast, ook als het stormt. Net als Abraham mogen wij zeker weten dat God doet wat Hij belooft.

        Het Koninkrijk komt eraan. En jij mag er nu al bij horen.

        Gods Koninkrijk begint in je hart en zal straks de hele wereld vullen.


        28 mei

        We lezen vandaag: Zacharia 9:9-9:17

        Zacharia 9:9
        Verheug u zeer, dochter van Sion! Juich, dochter van Jeruzalem! Zie, uw Koning zal tot u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland, arm, en rijdend op een ezel, op een ezelsveulen, het jong van een ezelin.

        Jezus Christus de Koning. Lijdend én Overwinnend

        In de Bijbel wordt Jezus als Koning beschreven, maar op twee heel verschillende manieren. Aan de ene kant is Hij zachtmoedig en lijdend, aan de andere kant krachtig en overwinnend. Dat lijkt misschien tegenstrijdig, maar beide kanten zijn nodig om Gods plan uit te voeren.

        Toen Jezus Christus na Zijn opstanding bij Zijn vrienden kwam, legde Hij uit dat Hij eerst moest lijden en sterven voordat Hij in Zijn hemelse glorie kon komen. Hij had dit al eerder gezegd, maar de leerlingen snapten het niet. Ze dachten dat Jezus meteen als een machtige koning zou vechten tegen de Romeinen, net als koning David vroeger. Daarom wilden ze zelfs hun zwaard trekken toen Jezus werd gearresteerd.

        Maar Jezus Christus kwam voor een veel grotere overwinning: Hij kwam om mensen te bevrijden van angst en de macht van de dood. Niet met geweld, maar door Zijn liefde en offer. Dat is echte kracht.

        De Bijbel zegt dat Jezus Christus nog een keer zal terugkomen. De eerste keer kwam Hij als een nederige Koning op een ezel. De tweede keer komt Hij met kracht en majesteit, samen met engelen. Dan zal iedereen Hem zien zoals Hij echt is. Voor wie in Hem gelooft, is dat een moment van vreugde. Dan zullen we op Hem lijken en voor altijd bij Hem zijn.

        Jezus overwon door liefde en komt terug als Koning om alles nieuw te maken.


        29 mei

        We lezen vandaag: Deuteronomium 31:14-31:29

        Deuteronomium 31:17
        Dan zal Mijn toorn op die dag tegen hen ontbranden. Ik zal hen verlaten en Mijn aangezicht voor hen verbergen…..

        De stilte

        Na Jezus’ hemelvaart liet God door wonderen en tekenen zien dat het goede nieuws zich moest verspreiden. Maar nu lijkt het alsof God stil is. Veel mensen vragen zich af: “Waarom doet God niets aan alle ellende in de wereld?”

        Vroeger was dat anders. Toen liet God zich duidelijk zien, vooral via het volk Israël. Hij hielp hen om andere volken te verslaan, zodat iedereen wist: dit is de God van Israël. Hij hield van Zijn volk, zoals je van een kind houdt. Maar Hij waarschuwde ook: als jullie Mij vergeten, zal Ik Mij verbergen.

        Dat gebeurde toen Israël zich afkeerde van God. Ze leefden niet meer onder Zijn zegen, maar onder Zijn stilte. Toch is die stilte niet het einde. De Bijbel noemt deze tijd “het jaar van Gods welbehagen” – een periode waarin God nog steeds mensen uitnodigt om bij Hem te komen.

        Sommigen spotten ermee: “God doet toch niks.” Maar ze begrijpen niet dat Zijn stilte ook een kans is. God grijpt niet altijd direct in, maar Hij werkt achter de schermen. Hij trekt mensen uit de duisternis en brengt ze in het Koninkrijk van Zijn Zoon, Jezus Christus.

        Dus ook al lijkt het stil, God is bezig. Hij wacht geduldig, zodat zoveel mogelijk mensen Hem kunnen leren kennen. En als Hij straks weer zichtbaar wordt, zal dat een dag zijn van recht en herstel.

        Als God stil lijkt, is Hij bezig met iets groots; misschien wel met jou.


        30 mei

        We lezen vandaag: Galaten 6:11-6:19

        Galaten 6:16
        En allen die overeenkomstig deze regel wandelen: vrede en barmhartigheid zij over hen en over het Israël van God.

        Israël en de Gemeente. Twee wegen, één God

        Paulus schrijft dat het niet uitmaakt of je Joods bent of niet. Wat telt is dat je een nieuw mens bent in Jezus Christus. Iedereen die in Hem gelooft, hoort bij Gods familie. De mensen in Galatië waren geen deel van Israël, maar omdat ze in Jezus Christus geloven, noemt Paulus hen “het Israël van God”. Dat is bijzonder, want dat is de enige keer dat de Bijbel die naam gebruikt voor gelovigen uit andere volken.

        Israël en de Gemeente lijken op elkaar. Beide zijn door God geroepen om Hem te dienen. Vroeger kon iedereen bij Israël horen als hij zich aan Gods verbond hield. Nu mag iedereen bij de Gemeente horen door geloof in Jezus. Maar er is ook een verschil: Israël is een volk op aarde, de Gemeente is een hemelse familie.

        Soms wordt dat verschil vergeten. Sommige mensen denken dat Israël geen rol meer speelt en dat de Gemeente alles heeft overgenomen. Maar dat klopt niet. De Bijbel zegt dat Israël tijdelijk niet luistert, maar dat God hen later weer zal herstellen. Hij is hen niet vergeten.

        Wij mogen leren van Israël. Hun fouten en hun geloof. Maar onze roeping is anders: wij horen bij Jezus en leven met Hem, nu al, als burgers van de hemel. En we mogen uitkijken naar Zijn terugkomst.

        God roept mensen uit alle volken en jij mag deel zijn van Zijn hemelse familie.


        31 mei

        We lezen vandaag: Handelingen 1:6 en 2:20

        Handelingen 1:6
        Zij dan die samengekomen waren, vroegen Hem: Heere, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen?

        Handelingen 2:20
        De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en ontzagwekkende dag van de Heere komt.

        Veel mensen denken dat “de dag des Heeren” gewoon een andere naam is voor de zondag. Maar in de Bijbel betekent het iets heel anders. Het gaat niet om één gewone dag van 24 uur. Het gaat om een tijd, een periode, waarin God zichzelf laat zien aan de wereld.

        Het woord “dag” betekent in de Bijbel vaak licht, het tegenovergestelde van duisternis. Het is een moment waarop iets wat verborgen is, zichtbaar wordt. De dag des Heeren is de tijd waarin Jezus terugkomt en alles verandert.
        Dat gebeurt niet in één keer. Eerst moeten veel dingen gebeuren: Jezus Christus zal Israël redden, Jeruzalem herbouwen, het kwaad vernietigen, de satan binden. Dat gaat stap voor stap. De Bijbel zegt dat de voeten van de Heere op de Olijfberg zullen staan (Zacharia 14:4) en dat Jeruzalem eerst zal worden verwoest. Het volk zal vluchten, maar God brengt hen terug naar het beloofde land.

        Het klinkt verdrietig: er zal rouw zijn door zonde en leugen. Maar er is hoop! In Johannes 16:21 staat het goed beschreven: “Wan­neer een vrouw baart, heeft zij droefheid, omdat haar tijd gekomen is, maar wanneer zij het kind gebaard heeft, denkt zij niet meer aan de benauwdheid, vanwege de blijdschap dat een mens ter wereld gekomen is.” Dus zoals een vrouw pijn heeft bij de geboorte, maar blij is als het kind er is, zo zal Israël eerst verdriet hebben, maar daarna vreugde. Het volk zal een nieuwe kans krijgen en Jezus zal Koning zijn.

        De dag van de Heer is dus toch iets om naar uit te kijken. Het is het begin van een nieuw tijdperk waarin God alles goed maakt.

        Jezus komt terug. Dat is zeker!

      3. April


        1 april

        We lezen vandaag: Handelingen 8:26-8:40

        Handelingen 8:30-31
        En Filippus snelde ernaartoe, hoorde hem de profeet Jesaja lezen en zei: Begrijpt u ook wat u leest? Maar hij zei: Hoe zou ik dat kunnen, als niemand mij de weg wijst? En hij verzocht Filippus op de wagen te klimmen en bij hem te komen zitten.

        Als je de Bijbel wilt leren begrijpen, kun je natuurlijk beginnen bij het eerste hoofdstuk van de Bijbel (Genesis 1:1) en helemaal doorlezen tot het laatste vers (Openbaring 22:21). Dan heb je veel gelezen, maar dat betekent nog niet dat je echt snapt waar het over gaat.

        Waarom niet? Nou, de Bijbel is bedoeld voor iedereen, zodat je God kunt leren kennen. Maar om echt te begrijpen wat er staat, moet je eerst in God geloven. Pas als je Hem vertrouwt en accepteert, ga je beter snappen wat Hij bedoelt.

        Daarna helpt het om verschillende stukjes uit de Bijbel met elkaar te vergelijken. Schrift(plaats) met Schrift(plaats) vergelijken. Zo leer je steeds meer. Dus de volgorde is eerst geloven (dat betekent vertrouwen op wat God zegt), dan luisteren naar Zijn Woord en daarna pas ga je het steeds meer begrijpen.

        Denk bijvoorbeeld aan het verhaal van Filippus en de man uit Ethiopië, de kamerheer. Die man las uit het boek Jesaja en Filippus vroeg: “Snap je ook wat je leest?” De man zei: “Hoe zou ik dat kunnen, als niemand het me uitlegt?” (Handelingen 8:30-31). Als je verder leest, zie je dat het draait om geloof in de Here Jezus Christus. Dat is de sleutel om de Bijbel te begrijpen.

        Veel mensen zeggen: “Ik wil het eerst zien, dan pas geloof ik het.” Maar bij God werkt het anders. Hij wil dat je Hem eerst vertrouwt. Daarna laat Hij je zien hoe Hij werkt.

        Het eerste wat je zou moeten weten is dat de Bijbel is verdeeld in twee grote delen: het Oude Testament en het Nieuwe Testament. Je kunt ook zeggen: het Oude Verbond en het Nieuwe Verbond. Dat weten, helpt al een beetje om overzicht te krijgen.

        Zonder geloof blijft de Bijbel gesloten. Geloof is de sleutel.


        2 april

        We lezen vandaag: Hebreeën 10:1-10:18

        Hebreeën 10:9
        Daarna sprak Hij: Zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God. Hij neemt het eerste weg om het tweede daarvoor in de plaats te zetten.

        Er zijn dus twee soorten verbonden tussen God en mensen. Dat zie je vaker in de Bijbel: dingen komen in tweetallen voor.

        Bijvoorbeeld: er is een oude wereld en een nieuwe wereld. God haalt de oude weg en maakt iets totaal nieuws. Denk ook aan de eerste mens (Adam) en de tweede mens (Jezus). De eerste mens kwam uit de aarde, was ‘aards’. Maar de tweede is de Here uit de hemel, Jezus Christus (1 Korinthe 15:47). De eerste verdwijnt, want die is tijdelijk. Maar de tweede blijft voor altijd. Vandaar ook dat gezegde: “Wie het laatst lacht, lacht het best.”

        In de Bijbel staat dat God het eerste weghaalt om het tweede te geven (Hebreeën 10:9) Dat is een belangrijk principe. God gebruikt het eerste als basis om iets beters te maken. Zo gaat het ook met onze wereld: de oude wereld heeft een doel, want er komt een nieuwe uit voort.

        En zo is het ook met de oude en nieuwe afspraken die God met mensen maakt, het oude verbond en het Nieuwe Verbond. Het oude verbond is al beëindigd, voorbij. Maar het Nieuwe Verbond is er nog steeds, blijft ook en is beschikbaar voor iedereen die het wil aannemen.

        Neem het aan! Je hoeft alleen maar “ja” te zeggen.


        3 april

        We lezen vandaag: Genesis 22:1-22:19

        Genesis 22:16-22:17
        Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de HEERE: Omdat u dit gedaan hebt en Mij uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt, zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben.

        Wat is een verbond eigenlijk?

        Een verbond is eigenlijk gewoon een afspraak of een belofte tussen twee partijen. Denk aan: “Als jij dit doet, dan doe ik dat.” Soms zijn er voorwaarden aan verbonden, zoals: “Als jij je kamer opruimt, krijg je een beloning.” Dat noemen we een voorwaardelijk verbond.

        Maar er zijn ook verbonden zonder voorwaarden. Dan zegt iemand gewoon: “Ik doe dit voor jou,” zonder dat jij iets hoeft terug te doen. Zo’n verbond is eenzijdig.

        Een goed voorbeeld daarvan is wat God tegen Abraham zegt in de Bijbel, in Genesis 22:17. God zegt daar dat Hij Abraham rijkelijk zal zegenen en zijn nakomelingen zo talrijk zal maken als de sterren aan de hemel en het zand op het strand. Dat is een belofte van God aan Abraham. Abraham hoeft daar niks voor terug te doen. God zegt eigenlijk: “Ik beloof dit en ik ga het ook echt doen.”

        Als God iets belooft, kun je erop vertrouwen: Hij komt zijn woord na!


        4 april

        We lezen vandaag: 2 Korinthe 1:12-1:22

        2 Korinthe 1:20-1:22
        Immers, zovele beloften van God als er zijn, die zijn in Hem ja en in Hem amen, tot verheerlijking van God door ons. En Hij Die ons met u bevestigt in Christus en ons ge­zalfd heeft, is God, Die ons ook verzegeld heeft en het onderpand van de Geest in onze harten gegeven heeft.

        In de Bijbel zie je vaak dat God een verbond sluit met mensen. Dat betekent dat Hij een soort afspraak maakt. En meestal is het God die daarmee begint. Hij neemt het initiatief.

        Als je goed kijkt naar die verbonden, zie je dat er altijd iets beloofd wordt voor de toekomst. Die beloften kunnen best verschillend zijn, maar uiteindelijk komen ze allemaal op hetzelfde neer.

        Dat is ook logisch, want in de Bijbel staat: “Alle beloften van God zijn in Jezus waar en betrouwbaar.” Dat betekent: alles wat God belooft, maakt Hij waar door Jezus Christus.

        In 2 Korinthe 1:20-1:22 staat het zo: Alles wat God heeft beloofd, is in Jezus ‘ja’ en ‘amen’. Het is dus helemaal zeker. God zorgt ervoor dat wij bij Jezus Christus horen. Hij heeft ons gezalfd en Hij heeft ons een teken gegeven in ons hart: de Heilige Geest.

        Kort gezegd: God doet wat Hij belooft en Hij doet dat via Jezus Christus. Niet alles gebeurt tegelijk, maar Jezus Christus is degene die het waarmaakt. Hij bouwt aan Gods plan en voert het uit.

        Gods beloften zijn als een schatkaart en Jezus Christus is de route.


        5 april

        We lezen vandaag: Romeinen 7:7-7:14

        Galaten 3:16
        Welnu, zo zijn de beloften aan Abraham en aan zijn nageslacht gedaan. Hij zegt niet: En aan de nageslachten, alsof er sprake zou zijn van velen; maar van één: En aan uw Nageslacht; dat is Christus.

        In het eerste Bijbelboek, Genesis, belooft God grote dingen aan mensen zoals Abraham, Isaak en Jakob. Die beloften waren 100% zeker. God zou ze sowieso waarmaken. Maar, die beloften zouden pas echt uitkomen via een nakomeling van Abraham. En volgens de Bijbel is dat Jezus.

        Later kwam er een ander soort afspraak tussen God en het volk Israël: het verbond met Mozes. Dat was anders. Daarin zei God: “Als jullie je aan mijn regels houden, dan zal het goed met jullie gaan.” Dat noemen we het oude verbond of de wet.

        Bijvoorbeeld in Leviticus 18:5 zegt God: “Wie mijn wetten doet, zal daardoor leven.” En Paulus herhaalt dat in Romeinen 10:5.

        Dus: de wet is duidelijk. Maar hier komt het probleem… niet de wet is fout, maar de mens. De Bijbel zegt dat mensen van nature niet goed zijn. We doen uit onszelf niet wat God wil.

        Kortom: het oude verbond werkte niet echt, omdat mensen het niet konden volhouden.

        Gods belofte is een cadeau, geen contract. Jezus maakt het waar, niet jij.


        6 april

        We lezen vandaag: Galaten 5:1-5:12

        Galaten 5:3
        En nogmaals betuig ik aan ieder mens die zich laat besnijden, dat hij verplicht is de hele wet te onderhouden.

        God heeft twee belangrijke afspraken gemaakt met mensen: het Oude Verbond en het Nieuwe Verbond. Die twee zijn totaal verschillend, dus het is belangrijk om ze niet door elkaar te halen.

        Het Oude Verbond was de deal die God met Mozes sloot. Daarin stond: “Als je je aan alle regels houdt, dan ben je goed bezig.” Maar dat verbond is nu voorbij. Het geldt niet meer. En dat is eigenlijk goed nieuws!

        Want stel je voor: als je onder die oude regels zou leven, dan moest je álles doen wat erin stond. Dus niet alleen de wetten, maar ook alle feesten en rituelen. En als je zelfs maar één regel brak, dan telde dat alsof je ze allemaal had overtreden. Dat was superstreng. En de straf was de doodstraf.

        In Galaten 5:3 staat: “Als je je laat besnijden, een oud ritueel dat hoort bij het oude verbond, dan moet je ook de hele wet volgen.” Maar voor mensen is de wet van het oude verbond zwaar en onmogelijk om vol te houden.

        Dus: gelukkig is er nu het Nieuwe Verbond, waarin Jezus alles voor ons heeft gedaan. Dat geeft hoop!

        Gods nieuwe deal: geen stress om regels, maar leven door genade!


        7 april

        We lezen vandaag: Galaten 2:15-2:21

        Galaten 2:19
        Want ik ben door de wet voor de wet gestorven, opdat ik voor God zou leven.

        Vroeger had God een strenge afspraak met Israël: het Oude Verbond, ook wel de wet genoemd. Die gold alleen als ze in het beloofde land woonden. Maar Israël hield zich er niet aan. Ze waren vaak ongehoorzaam. Daardoor werd die afspraak verbroken.

        God zelf maakte er ook een einde aan. Hoe? Door Jezus. De wet zei: “Een zondaar moet sterven.” Maar Jezus stierf in onze plaats. Hij nam de straf op zich. In Romeinen 8:3 staat dat Hij deed wat de wet vroeg. En in Galaten 2:20 zegt Paulus: “Ik ben met Christus gekruisigd.” Dat betekent: het oude leven onder de wet is voorbij.

        Waarom zou je dan nog volgens die oude regels willen leven? Mensen konden er toch nooit helemaal aan voldoen. Daarom werd het oude verbond ook door beide partijen gestopt.

        Gelukkig kwam er iets beters: het Nieuwe Verbond. Dat is een eeuwige afspraak, zonder voorwaarden. Dus ook al maken we fouten, we mogen er toch bij horen. Door Jezus Christus’ opstanding krijgen we nieuw leven van God. En met dat leven mogen we voor God leven, niet uit angst, maar uit liefde.

        Het oude is voorbij. Jezus geeft je een nieuw begin, zonder voorwaarden.


        8 april

        We lezen vandaag: 2 Samuël 7:1-7:17

        Psalm 89:5
        Ik zal uw nakome­lingen tot in eeuwigheid stand doen houden, uw troon bouwen van generatie op generatie. Se­la

        In Psalm 89 en 2 Samuël 7 staat een mega-beloft aan David. God zei tegen hem: “Jouw familie zal niet zomaar verdwijnen. Er komt een Koning uit jouw familie die voor altijd zal regeren.”

        Dat heeft te maken met een eerdere belofte aan Abraham, want David is een nakomeling van hem. Maar deze belofte aan David ging over een Koningshuis dat nooit zou stoppen, een eeuwig Koninkrijk dus.

        David zou zelf sterven, maar er zou iemand komen uit zijn familie die niet zou sterven. Een Koning die voor altijd leeft. En dat kan alleen Jezus zijn. Want Hij is opgestaan uit de dood en leeft voor eeuwig. Zijn Koninkrijk stopt nooit.

        Check 2 Samuël 7:12 en Handelingen 13:36-37 als je het zelf wilt lezen.

        Jezus is de Koning die nooit stopt. Zijn troon staat vast, voor altijd.


        9 april

        We lezen vandaag: Hebreeën 8:1-8:13

        Hebreeën 8:6
        Nu heeft Hij echter een zoveel voortreffelijker bediening ontvangen, zoals Hij ook van een beter verbond Middelaar is: een verbond dat in betere beloften is vastgelegd.

        De Bijbel bestaat uit twee grote delen: het Oude en het Nieuwe Testament. Dat woord ‘testament’ betekent eigenlijk gewoon ‘verbond’. dat is een soort afspraak of belofte. In zo’n verbond wordt vastgelegd wat iemand wil, net als in een officieel document.

        Het Nieuwe Testament gaat over Jezus Christus. Hij wordt ook wel de ‘Middelaar’ of ‘Hogepriester’ van dat Nieuwe Verbond genoemd, omdat Hij de verbinding maakt tussen God en mensen.

        Het Oude Verbond is de afspraak die God met Mozes maakte. Dat noemen we ook wel de wet. Die vind je in de Bijbel vanaf het boek Exodus tot en met Maleachi. Alleen het eerste boek, Genesis, hoort daar niet bij, want toen was die wet er nog niet.

        Twee delen, één verhaal: Gods belofte vóór en mét Jezus!


        10 april

        We lezen vandaag: Romeinen 3:21-3:31

        Romeinen 3:28
        Wij komen dus tot de slotsom dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt zonder werken van de wet.

        Vanaf het Bijbelboek Exodus tot en met Maleachi draait het vooral om de wet. Dat betekent: regels die God gaf aan het volk Israël, bijvoorbeeld via Mozes. Die regels bepaalden hoe mensen moesten leven, wat wel en niet mocht, en hoe ze met God en elkaar moesten omgaan. Het was een soort handleiding voor het leven in die tijd.

        Maar dan komt het Nieuwe Testament, en dat gaat over iets heel anders: Genade. Genade betekent dat God ons niet straft zoals we verdienen, maar ons juist vergeeft ook al maken we fouten. In het Nieuwe Verbond, dat is de afspraak die God met ons maakt via Jezus Christus, staat genade centraal. Het draait niet meer om het volgen van regels om goed genoeg te zijn, maar om vertrouwen in Jezus Christus en leven vanuit geloof.

        De wet vertelt wel iets over het Nieuwe Verbond, bijvoorbeeld dat mensen uit geloof mogen leven. Maar de wet zelf ís niet dat Nieuwe Verbond. Als je het Nieuwe Testament goed leest, merk je dat het juist laat zien dat we niet meer onder de macht van de wet leven. We mogen leven in vrijheid, vanuit genade.

        Niet regels, maar genade: Jezus geeft vrijheid, geen straflijst


        11 april

        We lezen vandaag: Hebreeën 7:11-7:28

        Hebreeën 7:18
        Want de terzijdestelling van het voorgaande gebod vindt plaats vanwege zijn zwakheid en nutteloosheid.

        Het Nieuwe Verbond is eigenlijk de vervulling van het Oude Verbond. Dat betekent: het oude plan van God is afgerond en er is iets nieuws en beters voor in de plaats gekomen. Zolang dat oude verbond nog gold, de regels en wetten van vroeger, kon het nieuwe nog niet beginnen. Eerst moest het oude worden afgesloten, zodat er ruimte kwam voor iets groters.

        Waarom moest dat oude verbond stoppen? Omdat het niet sterk genoeg was. Het gaf wel vergeving voor fouten, maar die vergeving was niet blijvend. Het was een tijdelijke oplossing. Daarom moest er iets komen dat wél krachtig en eeuwig is: het Nieuwe Verbond.

        Dat nieuwe verbond geeft ons hoop. Het is niet gebaseerd op strenge regels, maar op genade en geloof. En het mooiste? Door het Nieuwe Verbond mogen we vrij naar God toe gaan. Jezus Christus is onze Hogepriester. Hij is degene die voor ons zorgt, voor ons bidt en ons helpt om dicht bij God te komen. Toen Hij opstond uit de dood, begon dat nieuwe tijdperk. Wat een cadeau dat we Hem mogen kennen!

        Oude regels voorbij. Jezus Christus maakt de weg vrij!


        12 april

        We lezen vandaag: Ezechiël 16:58-16:63

        Ezechiël 16:63
        opdat u eraan denkt, u schaamt en uw mond niet meer opendoet vanwege uw smaad, wanneer Ik voor u verzoening doe over alles wat u gedaan hebt, spreekt de Heere HEERE.

        Al lang voordat Jezus Christus kwam, had God al aangekondigd dat er een nieuw begin zou komen. In het Bijbelboek Ezechiël, hoofdstuk 16, vertelt God dat het oude verbond verbroken zou worden. Waarom? Omdat het volk Israël niet trouw was aan God. Ze deden dingen die tegen Zijn wil ingingen en hielden zich niet aan de afspraken die ze met Hem hadden gemaakt.

        God zegt daar eigenlijk: “Jullie hebben het verbond verbroken, dus ik zal het ook beëindigen.” Maar Hij laat het daar niet bij. Hij belooft iets nieuws: een Nieuw Verbond. In vers 63 zegt Hij dat Hij verzoening zal brengen. Dat betekent dat Hij alles weer goed zal maken tussen Hem en de mensen. En dat zal ervoor zorgen dat mensen stil worden van schaamte, maar ook van dankbaarheid.

        En nu weten wij: dat Nieuwe Verbond is werkelijkheid geworden door Jezus Christus. Door Zijn dood en opstanding heeft Hij de verzoening gebracht die God beloofde. Jezus Christus heeft alles wat fout ging op zich genomen, zodat wij weer vrij met God kunnen leven. Dat is geen strafverhaal, maar een verhaal van hoop en herstel!

        Jezus maakt alles nieuw. Vergeving in plaats van verwijten


        13 april

        We lezen vandaag: 2 Korinthe 3:1-3:18

        2 Korinthe 3:14
        Maar hun gedachten werden ver­hard, want tot op heden blijft diezelfde bedekking bij het lezen van het Oude Testament, zonder te worden weggenomen. Die bedekking wordt tenietgedaan in Christus.

        Als je alleen maar leeft volgens de regels en wetten uit het Oude Testament, dan lijkt het alsof je een blinddoek op hebt. Je ziet niks, je hoort niks en je snapt er eigenlijk ook niks van. Je hart is dan donker, alsof het licht uit is.

        Als je denkt dat je door het volgen van religieuze regels dichter bij God komt, dan werkt dat juist averechts. Die regels maken je blind en doof voor wie God echt is. De wet was bedoeld om mensen te helpen leven, maar door de zonde van de mens werd het juist iets dat dood brengt. In vers 7 wordt dat zelfs “de bediening van de dood” genoemd.

        De manier waarop mensen vroeger God probeerden te volgen, met al die regels, zorgde er juist voor dat ze Hem niet echt leerden kennen. Het was alsof er een deksel lag over wat ze lazen in het Oude Testament. Ze konden het niet goed begrijpen.

        Maar gelukkig staat er ook iets hoopvols in vers 14: “Dat deksel wordt door Jezus weggehaald.”
        Als je in Jezus gelooft, dan gaat die blinddoek af. Dan kun je God echt leren kennen. Je hart wordt verlicht door het goede nieuws van Jezus. En als je je leven aan Hem geeft (vers 16), hoef je je niet meer schuldig te voelen. Het oude leven is voorbij, je mag opnieuw beginnen.

        God begrijpen begint bij Jezus Christus volgen.


        14 april

        We lezen vandaag: Romeinen 10:4

        Romeinen 10:4
        Want het einddoel van de wet is Christus, tot gerechtigheid voor ieder die gelooft.

        Jezus heeft door Zijn dood aan het kruis een einde gemaakt aan de oude regels van de wet. Hij heeft de weg vrijgemaakt voor iets nieuws: het Nieuwe Verbond. Dat is begonnen toen God Jezus uit de dood liet opstaan. Jezus kreeg toen een nieuw, puur en eeuwig leven. Hij was de eerste die dat kreeg!

        Het mooie is dat iedereen die in Jezus Christus gelooft, ook mee mag doen in dat nieuwe leven. Je hoort dan bij dat Nieuwe Verbond.

        In Johannes 3:16 staat: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.”

        In het Nieuwe Verbond draait het niet meer om strenge regels of “je moet dit, je moet dat”. Het gaat om genade, vergeving en liefde. Er is eigenlijk nog maar één belangrijk gebod en dat staat beschreven in de eerste brief van Johannes.

        “En dit is Zijn gebod: dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon, Jezus Christus, en dat wij elkaar liefhebben, zoals Hij ons een gebod gegeven heeft.” (1 Johannes 3:23)

        Het enige wat telt is dus geloven in Jezus Christus en elkaar liefhebben.

        Geloof is geen lijstje met ‘moetjes’, maar een hart vol vertrouwen.


        15 april

        We lezen vandaag: 2 Korinthe 3:4-3:6

        2 Korinthe 3:4-3:6
        Zo’n vertrouwen nu hebben wij door Christus op God. Niet omdat wij van ons­zelf bekwaam zijn iets te denken, als was het uit onszelf, maar onze bekwaamheid is uit God. Hij heeft ons namelijk bekwaam gemaakt om dienaars van het nieuwe verbond te zijn, niet van de letter, maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.

        Wat betekent dit voor jou?

        Stel je voor: je hoort bij het Nieuwe Verbond; Gods nieuwe manier om met mensen om te gaan, gebaseerd op geloof en een nieuw begin. Dan wil je natuurlijk weten: hoe kan ik God dan dienen?

        Het antwoord is eigenlijk best duidelijk: je kunt het niet alleen. Uit jezelf ben je niet sterk, slim of goed genoeg om echt iets voor God te doen. Maar het goede nieuws is dat God je daarbij helpt. Hij geeft je kracht, Hij maakt je geschikt, en Hij geeft je een nieuw leven. Een leven dat echt bij Hem past.

        Dat nieuwe leven is niet gebaseerd op strenge regels of wetten, maar op de Heilige Geest. Die Geest maakt je levend van binnen, geeft je energie, liefde en richting. Zonder dat nieuwe leven zou je niks voor God kunnen betekenen. Dan zou Hij ook niet in jou kunnen werken.

        Dus wat is jouw taak? Stel jezelf beschikbaar aan God. Zeg: “Heer, hier ben ik. Wat kan ik voor U doen?” Dat is hoe je begint met Hem te dienen. Niet perfect, niet door jezelf, maar met Zijn hulp en kracht.

        Dienen begint met beschikbaar zijn.


        16 april

        We lezen vandaag: 2 Korinthe 3:4-4:18

        2 Korinthe 4:3-4:4
        Maar in het geval dat ons Evangelie nog bedekt is, dan is het bedekt in hen die verloren gaan. Van hen, de ongelovigen, geldt dat de god van deze eeuw hun gedachten heeft verblind, opdat de verlichting met het Evangelie van de heerlijkheid van Christus, Die het beeld van God is, hen niet zou bestralen.

        Wij horen bij Jezus Christus en we mogen Hem volgen!

        Maar weet je wie dat helemaal niet leuk vindt? De god van deze eeuw, de duivel. Hij is tegen alles wat met God te maken heeft. Hij wil juist dat we leven volgens de oude, strenge regels. (de wet). Gisteren lazen we dat er in de Bijbel staat dat leven vanuit die regels (de letter) je zelfs geestelijk kunnen doden (2 Korinthe 3:6).

        De duivel wil dat we alleen maar bezig zijn met religie, met regeltjes en gewoontes, zonder echt contact met God. Dan zijn we als het ware blind en vastgebonden, met een soort deksel op ons hoofd waardoor we het echte Licht niet kunnen zien. Dat kun je lezen in 2 Korinthe 3:5-18.

        In 2 Korinthe 4:3-4:4 staat dat als mensen het goede nieuws van Jezus Christus niet begrijpen, dat komt doordat hun denken is verblind. Ze kunnen het Licht van het Evangelie niet zien en dat is precies wat de duivel wil. Hij wil niet dat we Jezus Christus zien zoals Hij echt is: vol liefde, kracht en glorie.

        Maar wij doen daar niet aan mee! Wij lezen de Bijbel, we laten het Licht van God in ons hart schijnen. En dan zien we Jezus Christus zoals Hij echt is. We leven niet meer onder die oude, strenge regels, maar in vrijheid. Samen met Hem, onder het Nieuwe Verbond.

        Niet religieus doen, maar echt leven met God.


        17 april

        We lezen vandaag: Efeze 5:1-5:21

        Efeze 5:1-5:2
        Wees dan navolgers van God, als geliefde kinderen, en wandel in de liefde, zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slach­toffer, tot een aangename geur voor God.

        Wandelen als kinderen van het licht

        Als je leeft met God, dan leef je onder het Nieuwe Verbond. Dat betekent dat je leeft vanuit genade (Gods liefde die je niet hoeft te verdienen, maar gewoon krijgt). En dat is eigenlijk hetzelfde als wandelen in het Licht.

        In de Bijbel, in Efeze 5, staat we navolgers van God moeten zijn als Zijn geliefde kinderen en dat we moeten wandelen in de liefde. In vers 8 staat: “Want u was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heere; wandel als kinderen van het licht”

        Wat betekent dat nou?

        Omdat je in Jezus Christus gelooft, zit Zijn leven in jou. Jij bent nu Licht, omdat Hij in jou leeft. Omdat je door geloof deel hebt gekregen aan Zijn eeuwig leven. Dat mag je laten zien in je dagelijks leven, door te wandelen in het Licht. Je hoort bij het Licht, niet bij het donker.

        Misschien denk je: “Maar dat lukt me toch nooit?” Dan mag je weten dat God je daarbij helpt. Hij heeft jou geschikt gemaakt om in het Licht te leven. Daarom is het niet zo moeilijk om gewoon te zeggen: “God, hier ben ik. Ik open mijn hart voor Uw Licht. Doe Uw werk maar in mij.”

        Leef in het Licht, stap voor stap.


        18 april

        We lezen vandaag: Galaten 3:1-3:12

        Galaten 3:1-3:3
        O dwaze Galaten, wie heeft u betoverd om de waarheid niet te gehoorzamen; u voor wie Jezus Christus eerder voor ogen is geschilderd alsof Hij onder u gekruisigd was? Dit alleen wil ik van u vernemen: Hebt u de Geest ontvangen uit de werken van de wet, of uit de prediking van het geloof? Bent u zo dwaas? U die met de Geest begonnen bent, gaat u nu eindigen met het vlees?

        In de brief aan de Hebreeën staat dat Jezus garant staat voor een beter Verbond dan het oude, dat gebaseerd was op de wet. Ook in de brief van Paulus aan de Galaten gaat het hierover: het verschil tussen leven volgens de wet (het oude verbond) en leven uit genade (het nieuwe verbond).

        De christenen in Galatië hadden een probleem. Ze waren tot geloof gekomen in Jezus en hadden nieuw leven ontvangen. Maar daarna gingen ze toch weer proberen om God tevreden te stellen door zich aan allerlei regels te houden, alsof ze nog onder het oude verbond leefden.

        Paulus is daar echt boos over. Hij zegt in de Galatenbrief: “Jullie zijn gek geworden!” Want als je door geloof in Jezus nieuw leven hebt gekregen, dan moet je niet terugvallen op oude regels. Dat werkt niet. Genade betekent dat je mag leven vanuit vertrouwen op God, niet vanuit angst om fouten te maken.

        Als je nieuw leven ontvangen hebt en daarna onder de wet gaat leven, dan ben je niet goed wijs.


        19 april

        We lezen vandaag: Galaten 3:1-3:12

        Galaten 3:10-3:11
        Want allen die uit de werken van de wet zijn, zijn onder de vloek. Er staat im­mers geschreven: Vervloekt is ieder die niet blijft bij alles wat geschreven staat in het boek van de wet, om dat te doen. En dat door de wet niemand gerechtvaardigd wordt voor God, is duidelijk, want de rechtvaardige zal uit het geloof leven.

        Het thema van Galaten hoofdstuk 3 is: Je wordt niet rechtvaardig door regels, maar door geloof!

        Ook hier zie je weer het verschil tussen het oude verbond (leven volgens de wet) en het nieuwe verbond (leven door geloof in Jezus). Paulus legt uit dat als je denkt dat je door het volgen van alle regels goed genoeg bent voor God, je eigenlijk onder een vloek leeft. Want niemand kan álle regels perfect houden.

        Leven onder de wet is ook vreselijk zwaar. Het voelt als een rugzak vol stenen die je moet dragen. Je krijgt er schuldgevoelens van en het maakt je moe. Dat was vroeger al zo, en nu nog steeds.

        Maar er is goed nieuws: Jezus heeft ons bevrijd van die zware last!
        In Galaten 3:13 staat dat Hij ons heeft verlost van de vloek van de wet. Hij heeft die rugzak van ons afgenomen. Door Hem mogen we leven in vrijheid, zonder dat we bang hoeven zijn om fouten te maken.

        Dat is het mooie van het nieuwe verbond: je mag leven vanuit vertrouwen en liefde, niet vanuit angst. Jezus heeft gedaan wat wij zelf nooit konden.

        Regels maken je moe, geloof maakt je vrij.


        20 april

        We lezen vandaag: Galaten 3:13-3:29

        Galaten 3:19
        Waartoe dient dan de wet? Zij is eraan toegevoegd omwille van de overtredingen, tot­dat het Nageslacht zou gekomen zijn aan Wie het beloofd was; en zij is door engelen in de hand van de middelaar beschikt.

        Het “nageslacht” is Jezus Christus (zie vers 16)

        Als je door de wet niet rechtvaardig kunt worden, wat heeft die wet dan voor zin? Dat vraagt Paulus zich ook af in Galaten 3. En hij geeft een duidelijk antwoord.

        De wet is er niet vanaf het begin geweest. God gaf de wet pas later, speciaal aan het volk Israël. Dat was 430 jaar na Abraham! In de tijd van Abraham bestond er nog geen wet.

        Waarom kwam de wet dan? Omdat de mensen fouten maakten. De functie van de wet was dat men door de wet “goed en kwaad” zou kennen. De wet laat dus zien wat goed en fout is en zegt: dit mag wel, dat mag niet. Maar het probleem is dat geen mens zich perfect aan alle regels kan houden. Dat is onmogelijk. De wet laat dus vooral zien dat we hulp nodig hebben.

        In Galaten 3:23-24 staat dat Israël onder de wet werd “bewaard” tot het geloof zou komen. En dat geloof is eigenlijk gewoon onze Here Jezus Christus.

        Dus: de wet was tijdelijk en was bedoeld om mensen bewust te maken van hun fouten, zodat ze zouden uitkijken naar iemand die hen echt kon redden. Die persoon is Jezus. Hij kwam om ons te bevrijden van de last van de wet en ons te laten leven in vrijheid door geloof.

        De wet zegt wat je moet doen, Jezus zegt: “Ik heb het al gedaan.”


        21 april

        We lezen vandaag: Romeinen 11:1-11:12

        Romeinen 11:5
        Zo is er dan ook in deze tegenwoordige tijd een overblijfsel ontstaan, overeenkomstig de verkiezing van de genade.

        God heeft vanaf het begin duidelijk gemaakt dat Hij geen mensen zoekt die alleen maar netjes alle regels volgen. Wat Hij echt wil, is dat mensen Hem vertrouwen en in geloof met Hem leven. Daar heb je geen wetboek voor nodig. Het gaat om een relatie, niet om een lijstje met ‘moeten’.

        In de Bijbel zie je dat er altijd een kleine groep mensen was die dat begreep. Die groep wordt het “overblijfsel” genoemd. Zij leefden met God, gewoon omdat ze op Hem vertrouwden. Ze hadden genoeg aan Zijn Woord, Zijn kracht en Zijn liefde.

        Paulus schrijft in Romeinen 11 dat dat vandaag nog steeds zo is. Er zijn nog steeds mensen die leven vanuit genade, niet vanuit regels. En dat is belangrijk, want leven onder de wet (zoals in het Oude Verbond) en leven uit genade (zoals in het Nieuwe Verbond) zijn totaal verschillend. Ze passen niet bij elkaar. Je kunt niet tegelijk leven vanuit regels én vanuit genade. Het is het één of het ander.

        God vraagt geen perfectie, maar vertrouwen . Kies genade, niet gebondenheid!


        22 april

        We lezen vandaag: Romeinen 3:21-3:31

        Romeinen 3:21
        Maar nu is zonder de wet gerechtigheid van God geopenbaard, waarvan door de Wet en de Profeten is getuigd:

        Het volk Israël, beter gezegd het Joodse volk, laat goed zien hoe het leven onder het Oude Verbond eruitziet. Zij houden zich nog steeds aan de regels van de wet en willen meestal niets weten van de genade die Jezus Christus geeft. Er zijn wel een paar uitzonderingen, maar als volk leven ze niet in het nieuwe leven dat Jezus Christus aanbiedt.

        Als je niet gelooft in het goede nieuws van Jezus Christus, hoor je niet bij het Nieuwe Verbond. En dan ben je dus ook geen gelovige. Want geloven betekent: je vertrouwt op Jezus Christus en je luistert naar Hem. Mensen die nog leven volgens het Oude Verbond missen daardoor iets heel belangrijks: Gods rechtvaardigheid.

        Die rechtvaardigheid, dat je goed bent in Gods ogen, komt namelijk niet door het volgen van regels, maar door het Evangelie van Jezus Chrsitus. De wet zelf was niet Gods rechtvaardigheid, maar liet wel zien wat rechtvaardigheid is. Israël had dat eigenlijk al kunnen begrijpen door wat God eerder had gezegd.

        In Psalm 32:2 staat: “Welzalig de mens wie de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent……” Dat laat zien hoe belangrijk het is om God te kennen en op Hem te vertrouwen.

        Niet regels maken je rechtvaardig, maar Jezus Christus . Vertrouw op Hem en leef echt!


        23 april

        We lezen vandaag: Hebreeën 8:1-8:13

        Hebreeën 8:1
        De hoofdzaak nu van de dingen waarover wij spreken, is dit: Zo’n Hogepriester hebben wij, Eén Die Zich heeft gezet aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hemelen.

        In de Bijbel, in de brief aan de Hebreeën, legt Paulus uit wie Jezus Christus is: Hij is onze Hogepriester en de Middelaar van het Nieuwe Verbond. In Hebreeën hoofdstuk 8:1 zegt Paulus zelfs: dit is het belangrijkste van alles wat we vertellen.

        Wat betekent dat? Dat het allerbelangrijkste in ons geloof is dat we Jezus Christus erkennen als onze Heer. Hij is opgestaan uit de dood, en God heeft Hem alles gegeven: Hij is nu Koning én Hogepriester. Als Koning zit Hij op de troon in de hemel. En als Hogepriester zorgt Hij voor ons . Voor iedereen die bij Zijn Gemeente hoort. Dus ook voor jou en mij!

        Als Hogepriester is Jezus Christus de brug tussen God en mensen. Zonder Hem kunnen we niet bij God komen. Alleen als je in Jezus Christus gelooft en Hem vertrouwt, hoor je bij het Nieuwe Verbond. Dan krijg je nieuw leven. Leven dat nooit meer ophoudt.

        Dat is wat we nu weten: echt leven, eeuwig leven, is alleen mogelijk door Jezus Christus. Niet door oude regels, maar door het Nieuwe Verbond.

        Jezus is jouw Koning en Brug naar God – vertrouw op Hem en leef écht!


        24 april

        We lezen vandaag: Hebreeën 7:1-7:28

        Hebreeën 7:24
        maar Hij (Jezus Christus), omdat Hij blijft tot in eeuwigheid, heeft een Priesterschap dat niet op anderen overgaat.

        Wist je dat Jezus een superbelangrijke rol heeft? Hij is niet zomaar iemand. Hij is onze Hogepriester en onze Tussenpersoon in het Nieuwe Verbond. Dat betekent dat Hij de verbinding is tussen God en ons. En waar is Hij nu? Hij zit op de allerhoogste troon in de hemel, naast God. Echt een ereplek!

        In de tijd van het Oude Verbond, dat was vóór Jezus op aarde kwam, waren er ook priesters en hogepriesters. Die mensen hadden een taak: ze hielpen het volk om dicht bij God te blijven. Maar zij waren gewoon mensen, dus ze gingen dood en moesten steeds vervangen worden. Er kwamen telkens nieuwe priesters, omdat niemand eeuwig leeft… behalve Jezus!

        Jezus is anders. Hij leeft voor altijd. En omdat Hij eeuwig leeft, kan Hij ook altijd voor ons zorgen. Als jij op Hem vertrouwt, dan hoor je bij Hem. En dat betekent dat Hij jou helemaal kan redden. Hij bidt zelfs voor jou! In de Statenvertaling staat het zo:

        Romeinen 8:34
        “Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechter hand Gods is, Die ook voor ons bidt.”

        Hoe bijzonder is dat? Jezus, die alles heeft meegemaakt, zelfs de dood, leeft nu en praat met God over jou. Het is dus een mega voorrecht dat we op Jezus mogen vertrouwen. Hij is de Hogepriester van het Nieuwe Verbond dat nooit ophoudt. Hij is er altijd. Voor jou. Voor mij. Voor iedereen die op Hem vertrouwt.

        Jezus Christus leeft voor altijd en Hij vergeet jou nooit!


        25 april

        We lezen vandaag Hebreeën 8:1-8:13

        Hebreeën 8:5
        Deze priesters doen dienst in een afbeelding en schaduw van de hemelse dingen, overeenkomstig een aanwijzing van God die Mozes ontving bij het voltooien van de tabernakel. Want zie erop toe, zegt Hij, dat u alles maakt overeenkomstig het voorbeeld dat u op de berg getoond is.

        In de tijd van het Oude Testament, dus lang voordat Jezus op aarde kwam, hadden de mensen priesters. Die priesters hadden een belangrijke taak: ze moesten offers brengen aan God. Waarom? Om de fouten en zonden van het volk goed te maken. Dat was toen de manier om weer in contact met God te komen.

        Maar in Hebreeën 8:5, staat iets bijzonders. Daar wordt uitgelegd dat al die dingen uit het Oude Verbond eigenlijk een soort voorbeeld waren. Een schaduw van iets groters. Mozes kreeg van God de opdracht om een speciale tent te bouwen waar God aanwezig zou zijn, de tabernakel. Maar zelfs die tabernakel was niet het echte einddoel. Het was een afbeelding van iets hemels, iets dat nog zou komen.

        In Hebreeën 8:7 staat: als het eerste verbond perfect was geweest, dan was er geen tweede nodig geweest. Maar God had iets beters in gedachten. En dat kwam met Jezus Christus.

        Toen Jezus Christus opstond uit de dood, begon er iets nieuws: het Nieuwe Verbond. En dat is veel krachtiger dan het oude. Jezus Christus is nu onze Middelaar. Dat betekent dat Hij de verbinding is tussen God en ons. Hij heeft een veel betere taak gekregen dan de priesters van vroeger.

        En weet je wat het mooiste is? Jij mag daar deel van uitmaken. Als je op Jezus Christus vertrouwt, hoor je bij dat Nieuwe Verbond. Je hoeft geen offers meer te brengen. Jezus Christus heeft dat al gedaan. Voor jou. Voor altijd.

        Jezus is geen schaduw van het verleden. Hij is het licht van jouw toekomst!


        26 april

        We lezen vandaag (nog een keer): Hebreeën 8:1-8:13

        Hebreeën 8:9
        niet overeenkomstig het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb, op de dag toen Ik hen bij de hand nam om hen uit het land Egypte uit te leiden. Want zij bleven niet in Mijn verbond en Ik heb geen acht meer op hen geslagen, zegt de Heere.

        Misschien vraag je je af: stond het Nieuwe Verbond eigenlijk al in het Oude Testament? Het antwoord is: ja, zeker! In Hebreeën hoofdstuk 8 verwijst de Bijbel naar Jeremia 31. Dat is een tekst uit het Oude Testament waarin God al zegt dat Hij een nieuw verbond wil sluiten met Israël. Dus eigenlijk had het volk al kunnen weten dat er iets nieuws zou komen.

        Maar… Israël luisterde toen niet goed naar God. Ze hielden zich niet aan het Oude Verbond, en toen Jezus Christus, de Messias, kwam, geloofden ze niet in Hem. Daarom heeft God hen op dat moment niet meer op dezelfde manier aandacht gegeven. Ze hadden Zijn Zoon afgewezen.

        Maar toen Jezus opstond uit de dood, veranderde alles. Dat was het begin van het Nieuwe Verbond. En dat nieuwe verbond is veel beter dan het oude. Het oude verbond is nu verouderd, niet meer geldig. Het heeft zijn taak gehad, maar speelt geen rol meer. Daarom noemen we het ook het “Oude Verbond”.

        Hebreeën 8:13 staat: “Als Hij spreekt van een nieuw verbond, heeft Hij daarmee het eerste voor verouderd verklaard. En wat oud is verklaard en wat veroudert, staat op het punt te verdwijnen.”

        Dat betekent: het nieuwe is gekomen, en het oude is voorbij. En dat nieuwe verbond is er ook voor jou. Het is gebouwd op liefde, vergeving en een persoonlijke relatie met Jezus Christus. Geen offers meer, geen ingewikkelde regels. Gewoon vertrouwen op Hem.

        God had het nieuwe al gepland en jij mag er helemaal bij horen!


        27 april

        We lezen vandaag: Hebreeën 8:8-8:13

        Hebreeën 8:10
        Want dit is het verbond dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven en Ik zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.

        In de tijd van het Oude Verbond, dus vóórdat Jezus op aarde kwam, moesten mensen zich aan een heleboel regels houden. Denk aan honderden wetten en voorschriften die precies vertelden wat je wel en niet mocht doen. Alles moest tot in de puntjes kloppen. Maar eerlijk is eerlijk: dat was bijna niet vol te houden. En als je je niet aan die regels hield, dan was je schuldig. Soms stond daar zelfs de doodstraf op. Best heftig, toch?

        Maar toen kwam Jezus. En met Hem begon er iets totaal nieuws: het Nieuwe Verbond. En dat werkt heel anders. Het draait niet meer om het letterlijk volgen van regels, maar om iets veel diepers. God zegt in Hebreeën 8:10: “Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die inschrijven.” Dat betekent: God wil niet dat je alleen maar regeltjes volgt omdat het moet. Hij wil dat je Hem leert kennen, van binnenuit. Hij wil dat je Zijn woorden begrijpt en dat ze een plek krijgen in je hart. Niet omdat je bang bent om straf te krijgen, maar omdat je van Hem houdt en Hem vertrouwt.

        De apostel Paulus legt het zo uit in de Bijbel: vroeger leefden mensen volgens de letter van de wet, dat waren de regels op papier. Maar nu leven we door de Geest. Dat is Gods kracht in ons hart. De regels op papier konden je niet redden, maar de Geest van God geeft je echt leven.

        Daarom is het belangrijk dat we openstaan voor Gods Woord. Dat we het lezen, ernaar luisteren en het geloven. En weet je wat het mooie is? Jezus Christus helpt ons daarbij. Hij plant Zijn woorden in ons hart. Hij zorgt ervoor dat ze blijven groeien, net als een zaadje dat uitgroeit tot iets moois.

        God schrijft geen regels op steen, maar liefde in jouw hart.


        28 april

        We lezen vandaag: Galaten 5:1-5:12

        Galaten 5:1
        Sta dan vast in de vrijheid (van het Nieuwe Verbond) waarmee Christus ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer met een juk van slavernij (van het Oude Verbond) belasten.

        Als je bij Jezus Christus hoort, dan hoor je bij het Nieuwe Verbond. En dat is iets geweldigs! Want Jezus Christus heeft jou vrijgemaakt. Je hoeft niet meer te leven onder een berg regels zoals in het Oude Verbond. Dat voelde toen als een soort gevangenis: mensen moesten zich aan superveel wetten houden en als ze dat niet deden, hadden ze geen hoop op eeuwig leven. Geen toekomst dus.

        Maar Jezus Christus heeft dat veranderd. Hij is onze Hogepriester en Tussenpersoon. Hij zorgt voor iedereen die bij het Nieuwe Verbond wil horen. Dus voor mensen die Hem willen volgen en op Hem vertrouwen. Als je dat niet doet, dan kies je eigenlijk zelf om buiten die zorg te blijven.

        In de Bijbel staat dat sommige gelovigen in Galatië wel geloofden dat Jezus was opgestaan, maar toch vasthielden aan de oude regels. Paulus schreef hun een duidelijke boodschap in Galaten 5:1.

        Met andere woorden staat daar: als je weer teruggaat naar het oude systeem, dan mis je wat Jezus Christus voor jou wil doen. Want Hij is gekomen om jou écht vrij te maken, van schuld, van angst, van het gevoel dat je nooit goed genoeg bent.

        Dus ja, we mogen geloven in eeuwig leven. Elke dag mogen we leven met Jezus Christus. Hem vertrouwen en in Zijn vrijheid te wandelen. Niet omdat we moeten, maar omdat we mogen.

        Jezus bevrijdt je niet om regels te volgen, maar om écht te leven!


        29 april

        We lezen vandaag: Galaten 5:22-5:25

        Galaten 5:25
        Als wij door de Geest leven, laten wij dan ook door de Geest wandelen.

        Als je bij God hoort, is het logisch dat je je ook zo gedraagt. Maar wat betekent dat? Moeten we dan allerlei regels volgen zoals vroeger? Nee, we leven niet meer onder het Oude Verbond met al die wetten. We horen bij het Nieuwe Verbond. Dus wat wil God nu van ons?
        Het antwoord staat in de Bijbel, bijvoorbeeld in 1 Johannes 3:23-24: “En dit is Zijn gebod: dat we geloven in de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus, en dat we elkaar liefhebben, zoals Hij ons heeft opgedragen. En wie Zijn geboden bewaart, blijft in Hem, en Hij in die persoon.”

        Zie je? Dat is niet moeilijk. We hoeven van God geen lange lijst met regels te volgen. Hij wil dat we in Jezus geloven en dat we van elkaar houden. Dat betekent dat we ons geloof samen delen en elkaar steunen.
        Door de Geest leven is niet alleen iets voor in de kerk, maar ook voor op school, thuis en met vrienden. Het gaat erom dat je keuzes maakt die laten zien dat je bij Jezus Christus hoort: eerlijk zijn, helpen, niet roddelen en liefde tonen. Zo wandel je door de Geest.

        Galaten 5:25 zegt het eigenlijk heel duidelijk: “Als wij door de Geest leven, laten wij dan ook door de Geest wandelen.” Dat is leven zoals God het bedoeld heeft.

        Jouw geloof is zichtbaar in hoe je met anderen omgaat


        30 april

        We lezen vandaag: Johannes 13:31-13:35

        Johannes 13:34
        Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben.

        Dit is het hart van het Nieuwe Verbond. Geen stapel regels, geen zware wetten zoals vroeger. In het Oude Verbond waren er zoveel geboden dat niemand ze allemaal kon houden. Maar Jezus maakt het eenvoudig: er is maar één gebod.
        Hij zegt: “Heb elkaar lief, zoals Ik jullie heb liefgehad.” Dat is alles. Jezus Christus houdt van ons en wil dichtbij ons zijn. Hij zorgt voor ons als onze Hogepriester en woont door Zijn Woord in ons hart.
        Wat vraagt Hij van ons? Dat we Hem liefhebben. Hoe? Door ons hart open te stellen voor Hem en Zijn Woord. Als we dat doen, gebeurt er iets moois: we gaan ook van elkaar houden. We zoeken contact met andere gelovigen en bouwen samen eenheid in de naam van Jezus Christus.
        Het Nieuwe Verbond draait om liefde. Niet om regels, maar om relatie. Liefde voor God en liefde voor elkaar. Dat is hoe we laten zien dat we bij Christus horen.
        Dus, wil je leven zoals Hij het bedoelt? Begin met liefde. Voor Hem. Voor elkaar. Dat is het Nieuwe Verbond in één zin.

        Het Nieuwe Verbond? Eén woord: Liefde.

      4. Maart


        1 maart

        We lezen vandaag: Lukas 24:36-24:49

        Lukas 24:37
        En zij werden angstig en zeer bevreesd en dachten dat ze een geest zagen.

        De Heilige Geest

        Deze maand gaan we het hebben over de Heilige Geest. Wat is dat precies? Wat doet de Heilige Geest nu en wat deed Hij vroeger? Veel mensen hebben hier best wat vragen over en soms ook verkeerde ideeën. Maar als je in de Bijbel kijkt, valt het eigenlijk best mee.

        Wat is een geest eigenlijk?

        In Lukas 24:37-24:39 gebeurt iets bijzonders. Jezus was net opgestaan uit de dood en kwam opeens bij zijn vrienden, de discipelen. Ze schrokken daar behoorlijk van en dachten dat ze een geest zagen. Maar Jezus zei: “Zie Mijn handen en Mijn voeten, want Ik ben het Zelf. Raak Mij aan en zie, want een geest heeft geen vlees en beenderen, zoals u ziet dat Ik heb.”

        Wat Jezus hier duidelijk maakte, is dat een geest geen lichaam heeft zoals wij. Geen spieren, geen botten, niks stevigs. Een geest kun je niet aanraken. Het is iets onzichtbaars, iets dat geen vaste vorm heeft.
        Jezus had wél een lichaam. Het was natuurlijk wel een bijzonder en speciaal lichaam na zijn opstanding, maar Hij kon dus laten zien dat Hij geen geest was.
        Dus wat weten we nu vanuit de Bijbel?

        • Een geest is niet iets dat je kunt vastpakken.
        • Een geest heeft geen vlees en botten.
        • Een geest is iets onzichtbaars en niet-stevig.

        Dat is alvast een begin om te snappen wat dan de Heilige Geest is. In de komende tijd gaan we verder ontdekken wat de Heilige Geest doet en waarom Hij zo belangrijk is.

        Een gewone geest is onzichtbaar en ongrijpbaar.


        2 maart

        We lezen vandaag: Johannes 3:1-3:21

        Johannes 3:6
        Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit de Geest gebo­ren is, is geest.

        De Geest

        In Johannes 3:8 staat dat de Geest van God een beetje lijkt op de wind. Denk maar eens goed na over de wind: je ziet het niet, maar je voelt wind wel als het langs je waait. Je weet niet precies waar het vandaan komt of waar het naartoe gaat. Wind heeft geen vaste vorm en je kunt het niet pakken of vasthouden. Maar het is er wel en je merkt het duidelijk.

        In de Bijbel hoor je voor het eerst over de Geest van God in Genesis 1:2. Daar staat dat de Geest van God boven het water zweefde. Zweven lijkt wel een beetje op waaien. Het laat zien dat de Geest iets is wat je niet kunt zien en niet kunt grijpen of begrijpen, maar wat er wel is. Vergelijk het ook maar eens met elektriciteit, wifi of straling van je telefoon. Dat zijn ook allemaal dingen die je niet ziet, maar die er wel zijn en wat wel werkt.

        Als we nog eens kijken naar de vergelijking tussen Geest en wind dan is er nog iets met wind, namelijk wind beweegt altijd. Soms is het zacht, soms heel krachtig. Het staat nooit stil. Wind kan dingen in beweging brengen. Zo werkt de Geest van God ook. Het brengt iets in beweging en het kan iets nieuws laten ontstaan, iets laten groeien. Het is heel krachtig, ook al zie je het niet.

        Gods Geest is als een onzichtbare motor: Hij zet dingen in beweging.


        3 maart

        We lezen vandaag: Johannes 1:1-1:18

        Johannes 1:12
        Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven;

        Levenskracht van God. Wat betekent dat?

        Gods Geest is superkrachtig. Hij kan leven geven. Dat zie je bijvoorbeeld in hoe Hij de wereld heeft gemaakt. Eerst de oude wereld en later ook een nieuwe. Die kracht van God kun je ook in jouw leven merken, bijvoorbeeld als je een nieuw begin maakt met God. Dat noemen we “wedergeboorte”.

        In de Bijbel staat dat God de mens maakte uit stof van de aarde. In Genesis 2:7 staat: “toen vormde de HEERE God de mens uit het stof van de aardbodem en blies de levensadem in zijn neusgaten; zo werd de mens tot een levend wezen.”
        Ook in Job 33:4 staat iets vergelijkbaars: “De Geest van God heeft mij gemaakt, en de adem van de Almachtige heeft mij levend gemaakt.”

        Wind en adem zijn eigenlijk onzichtbare luchtstromen. Je ziet ze niet, maar ze zijn er wel. En zo is de Geest van God ook: onzichtbaar, maar superkrachtig. Alles wat God heeft gemaakt, heeft Hij gedaan met Zijn levenskracht. Soms staat er in de Bijbel dat Hij iets maakte met Zijn Geest, of dat Hij ergens Zijn adem in blies zodat het ging leven. Maar vaak staat er gewoon dat Hij iets “maakte” of “schiep”.

        Denk eens na over praten. Als je praat, gebruik je adem. Je blaast kleine stukjes lucht uit en je mond, tong en lippen maken daar klanken van. Dus eigenlijk is praten ook een soort geest. Het komt uit je adem. Dat geldt ook voor muziek en geluid: je ziet het niet, maar je hoort het wel. Het komt via je oren binnen.
        In Psalm 33:6 staat: “Door het Woord van de HEERE is de hemel gemaakt, door de Geest van Zijn mond heel hun legermacht.” Dus Gods woorden zijn ook geest. Jezus zei zelfs in Johannes 6:63: “De Geest is het Die levend maakt, het vlees heeft geen en­kel nut. De woorden die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.”

        Gods Woord is ook geest.


        4 maart

        We lezen vandaag: 2 Korinthe 11:7-11:15

        2 Korinthe 11:14
        En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht.

        Wat je denkt, zegt iets over wie je bent

        Praten en luisteren zijn niet zomaar dingen die je doet, ze komen uit iets diepers: je geest. Gods woorden laten zien wat Hij denkt. Ook jouw gedachten, ideeën en plannen ontstaan in je hoofd, in je geest. Je kunt iemands gezicht zien of in de ogen iets te lezen, maar wat iemand écht denkt, blijft onzichtbaar. Toch stuurt je geest alles aan wat je doet.

        En dan is het belangrijk: door wie laat jij je gedachten beïnvloeden? Door God? Of door mensen? Sommige mensen hebben zulke nare gedachten dat je ze liever niet kent, denk aan dictators of moordenaars. Dus niet alles wat geestelijk is, is goed. De Bijbel zegt zelfs dat er boze geesten bestaan.

        Iedereen spreekt en denkt vanuit zijn eigen innerlijke bron. De kern van wie je bent, je ziel of je geest, is wat jou echt mens maakt. En je verstand hoort daar ook bij. De Bijbel zegt dat Gods adem ons wijs maakt (Job 32:8) en dat iemand die echt slim is, goed nadenkt voordat hij iets zegt (Spreuken 17:27).

        Er is dus een groot verschil tussen de menselijke geest, een boze geest en Gods Geest. Je kunt ze niet zien, maar ze zijn er wel. Engelen zijn ook geesten. En zelfs satan kan zich voordoen als een engel van het licht (2 Korinthe 11:14). Dus: let goed op welke stem je volgt.

        Niet elke stem in je hoofd komt van God. Leer het verschil en kies wijs.


        5 maart

        We lezen vandaag: Romeinen 3:9-3:20

        Romeinen 3:9
        Wat dan wel? Zijn wij voortreffelijker? Beslist niet! Wij hebben immers zojuist én Joden én Grieken beschuldigd dat zij allen onder de zonde zijn,

        Er is meer aan de hand dan je kunt zien

        De Bijbel vertelt dat God een tegenstander heeft: satan. Daarom is het belangrijk dat je leert onderscheiden wat goed is en wat niet. Er bestaan geestelijke wezens, zoals engelen en demonen, die sterker zijn dan mensen. Ze hebben geen lichaam zoals wij, dus ze zijn niet beperkt zoals wij dat zijn. Ze kunnen meer, leven langer en zijn onzichtbaar.

        God staat boven alles. Hij heeft alles gemaakt. Hij is de bron van leven en kracht.

        Wij mensen hebben ook een geest, maar de Bijbel noemt ons ‘vlees’, we zijn kwetsbaar. Door de zondeval (toen Adam en Eva ongehoorzaam waren aan God) zijn mensen onder invloed van satan komen te staan. God is veel sterker dan satan, maar mensen niet. Dat maakt ons kwetsbaar voor verkeerde invloeden.

        En hoe zit het dan met ons innerlijk? De Bijbel zegt dat mensen van nature niet betrouwbaar zijn. Niemand is uit zichzelf echt goed. Dat klinkt misschien hard, maar het laat zien waarom we God nodig hebben. Door de zondeval zijn we de directe verbinding met God kwijtgeraakt.

        Maar hier komt het goede nieuws: God geeft niet op. Hij spreekt nog steeds tot mensen. We hebben nog steeds een soort ‘geestelijke antenne’ waarmee we Zijn woorden kunnen ontvangen. Daarom heeft God altijd gesproken en zijn Zijn woorden zorgvuldig opgeschreven in de Bijbel.

        Je geest is als een antenne; zorg dat je op Gods frequentie zit.


        6 maart

        We lezen vandaag: 2 Petrus 1:16-1:21

        2 Petrus 1:16
        Want wij zijn geen kunstig bedachte verzinsels gevolgd, toen wij u de kracht en de komst van onze Heere Jezus Christus bekendmaakten, maar wij zijn ooggetuigen geweest van Zijn majesteit.

        De Bijbel is geen boek vol meningen. Het is Gods stem op papier.

        Je kunt niet zomaar zelf bedenken wie God is of wat Hij van plan is. Dat moet Hij zelf aan ons vertellen. Gelukkig doet Hij dat ook, al vanaf het begin. God spreekt. En wat Hij zegt, is belangrijk: wie Hij is, wat Hij doet, hoe Hij mensen wil redden en hoe Hij omgaat met Zijn tegenstander.

        God sprak in het verleden ook via de profeten. De Bijbel zegt dat profeten niet zomaar uit zichzelf spraken. Ze werden geleid door Gods Geest. Wat ze zeiden, kwam van God. En als God iets zegt, dan gebeurt het ook.

        Je kunt de woorden van de profeten dus niet zomaar anders uitleggen. Alles wat God zegt, hangt met elkaar samen. Daarom is het slim om Bijbelteksten met andere Bijbelteksten te vergelijken. Zo krijg je een duidelijker beeld van wat God bedoelt. Want als God perfect is, dan spreekt Hij zichzelf nooit tegen. Als iets toch verwarrend lijkt, ligt dat meestal aan ons begrip: we snappen het nog niet helemaal.

        De Bijbel is niet zomaar een boek. Het is door God ‘ingeademd’, dat betekent dat het door Zijn Geest is ontstaan. Het is een schepping van God zelf. Daarom verdient het respect. Geen wonder dat God Zijn Woord een goddelijke status geeft.

        Gods Geest en Gods Woord horen bij elkaar. Ze werken samen en hebben dezelfde kracht. Als iemand vervuld is met Gods Geest, dan spreekt die ook Gods woorden. En als je goed luistert naar wat er in de Bijbel staat, dan hoor je Gods gedachten, Zijn kracht en Zijn Leven.

        De Bijbel is geen mensenboek. Het is Gods adem in woorden.


        7 maart

        We lezen vandaag: 2 Samuel 23:1-23:7

        Deuteronomium 34:9
        Jozua nu, de zoon van Nun, was vol van de geest van wijsheid; want Mozes had zijn handen op hem gelegd. Daarom luisterden de Israëlieten nu naar hém, en zij deden zoals de HEERE Mozes geboden had.

        Wat doet Gods Geest?

        Tot nu toe hebben we het gehad over “de Geest” in het algemeen. Maar wat doet Gods Geest precies? In de Bijbel zie je dat Hij mensen helpt op superkrachtige manieren.

        In het Oude Testament zie je dat Jozua een slimme leider werd dankzij Gods Geest (Deuteronomium 34:9). Gideon kreeg de moed om een leger te verzamelen (Richteren 6:34). Saul begon te profeteren. Hij sprak woorden van God (1 Samuël 10:6). Daniël kon dromen uitleggen die niemand snapte (Daniël 5:11). Kortom: Gods Geest geeft wijsheid, kracht, kennis en laat verborgen dingen zien.

        En dan heb je Simson. Elke keer als Gods Geest hem raakte, werd hij mega sterk. Hij versloeg een leeuw en zelfs duizend man in z’n eentje! (Richteren 14:6,19 en 15:14,15). Dat klinkt als een actiefilm, maar het gebeurde echt.

        Ook mensen die dingen moesten maken voor Gods tent (de tabernakel) kregen extra skills van de Geest. Ze waren al handig, maar God gaf ze extra inspiratie om het perfect te maken (Exodus 31:1-5).

        David, de psalmenschrijver, sprak door Gods Geest. Veel van zijn gedichten staan in de Bijbel. Hij wordt zelfs een profeet genoemd (2 Samuël 23:1-4, Handelingen 2:30). Er zijn weinig profeten van wie zoveel woorden zijn opgeschreven!

        Alles wat Gods Geest doet, komt van God Zelf. Hij kiest mensen uit en geeft ze wat ze nodig hebben om Hem te dienen. Dat laat zien hoe groot God is. Bij Hem is niks onmogelijk.

        De Bijbel bewaart al deze verhalen zodat wij kunnen ontdekken wie God is, wat Hij doet en waar Hij naartoe werkt in de geschiedenis.

        Gods Geest maakt gewone mensen buitengewoon!


        8 maart

        We lezen vandaag: Haggaï 2:2-2:10

        Haggaï 2:5
        Nu dan, wees sterk, Zerubbabel, spreekt de HEERE, wees sterk, Jozua, zoon van Jozadak, hogepriester, en wees sterk, heel de bevolking van het land, spreekt de HEERE. Werk door, want Ik ben met u, spreekt de HEERE van de legermachten.

        Gods Geest is altijd aan het werk

        In de Bijbel staat niet altijd letterlijk dat Gods Geest iets doet. Bijvoorbeeld tijdens de lange reis van het volk Israël door de woestijn in de tijd van Mozes. Daar wordt de Geest niet genoemd, maar toch was Hij erbij. God sprak tot het volk en was zichtbaar aanwezig, overdag in een wolk, ’s nachts in een vuurkolom. Die wolk en vuur waren als een GPS: ze lieten zien waar het volk heen moest. God gaf hen eten (het manna) en genoeg te drinken (water), en Hij leerde hen wat goed was. Dat staat in Nehemia 9:19-20.

        Ook in Haggai 2 zegt God: “Wees sterk en ga aan het werk, want Ik ben bij jullie. Mijn Geest is in jullie midden, dus wees niet bang.” God was dus niet ver weg, maar juist heel dichtbij.

        Die wolk, dat vuur, de ark van het verbond; het zijn allemaal tekenen dat God bij Zijn volk was. Hij zorgde voor hen, gaf richting en liet zien dat Hij hen niet in de steek liet.

        Je hoeft niet altijd te lezen “Gods Geest deed dit” om te weten dat Hij aan het werk is. Gods Geest is gewoon God Zelf in actie. Alles wat Hij doet (spreken, helpen, leiden) komt voort uit Zijn Geest.

        Als je het in één woord zou moeten zeggen: Gods Geest is Gods leven. En dat leven wil Hij met mensen delen. Hij geeft iets van Zichzelf, zonder dat Hij het zelf kwijt raakt.

        Gods Geest is Gods leven in actie.


        9 maart

        We lezen vandaag: 1 Koningen 17:7-7:24

        1 Koningen 17:14
        Want zo zegt de HEERE, de God van Israël: Het meel in de pot zal niet opraken en in de kruik zal het aan olie niet ontbreken tot op de dag dat de HEERE regen op de aardbodem geven zal.

        Gods Geest: kracht, leven… en oordeel

        God doet wat Hij wil en Hij gebruikt Zijn Geest om dat te doen. Door die Geest deelt Hij Zijn gedachten en Zijn karakter met mensen. God is eerlijk en goed, maar als mensen Hem blijven negeren of tegenwerken, dan laat Hij ook Zijn strenge kant zien.

        In de Bijbel zie je dat de Geest van God vaak wordt uitgebeeld met symbolen. Sommige symbolen of beelden zijn positief, andere zijn best heftig.

        Olie is bijvoorbeeld een beeld van leven.
        Denk aan de kruik van Sarfath. Een bijzonder verhaal in de Bijbel, in 1 Koningen 17. Het gaat over de profeet Elia en een arme weduwe die in het plaatsje Sarfath woonde. Het meel in de pot raakte niet op en er was olie in de kruik. Olie bederft niet snel en geeft kracht en soepelheid. Het staat voor levensenergie.

        Een wolk is een ander symbool, ook een beeld.
        Als God bij Zijn volk kwam wonen, bijvoorbeeld in de tabernakel of tempel, verscheen Hij in een wolk. Dat was een teken dat Hij dichtbij was. (Exodus 40:34, 1 Koningen 8:10-11)

        Ook vuur is een beeld van Gods Geest.
        Maar dan als oordeel. God verscheen als vuur op de berg Sinaï (Exodus 24:17). In Jesaja staat dat Zijn woorden als een brandende vlam zijn. (Jesaja 30:27, Jesaja 4:4)

        Een vlam lijkt op een tong en dat is geen toeval. Het laat zien dat Gods oordeel ook via woorden komt. Wie God blijft afwijzen, zal uiteindelijk door vuur geoordeeld worden (2 Thessalonicenzen 1:8). Zelfs de hele wereld zal een keer door vuur vergaan (2 Petrus 3:10). En ook de daden van gelovigen worden getest. Wat van de aarde is, verdwijnt; wat van God is, blijft (1 Korinthe 3:13).

        Gods Geest is dus niet alleen troost en kracht, maar ook waarheid en oordeel. Hij laat zien wat echt telt.

        Gods Geest is als vuur: Hij verwarmt wie Hem zoekt, maar verbrandt wie Hem blijft negeren.


        10 maart

        We lezen vandaag: 2 Kronieken 18:1-18-27

        2 Kronieken 18:21
        Hij zei: Ik zal eropuit gaan en tot een leugengeest zijn in de mond van al zijn profeten. En Hij zei: U mag misleiden, en u zult er ook toe in staat zijn. Vertrek en doe het zo.

        Wat betekent Gods Geest voor ons?

        Hopelijk snap je nu een beetje wie of wat Gods Geest is en wat Hij doet. Maar dan komt natuurlijk de vraag: wat betekent dat voor ons vandaag?

        In de tijd van het Oude Testament koos God steeds bepaalde mensen uit om iets bijzonders te doen. Denk aan leiders zoals Mozes, Gideon of David. Zij waren geen superhelden, maar door God konden ze wel hele bijzondere dingen doen. God gebruikte hen voor een speciaal doel. En eigenlijk waren ze allemaal een soort voorproefje van wat Jezus Christus later zou doen.

        Dat betekent niet dat jij nu ook meteen grote wonderen hoeft te verwachten in je eigen leven. Die verhalen uit de Bijbel gingen over mensen die op dat moment een rol speelden in Gods grote plan. Ze waren onderdeel van wat God toen aan het doen was.

        Daarom is het belangrijk dat wij ontdekken wat Gods plan is in onze tijd. Dan kunnen wij ook meedoen aan wat Hij nu aan het doen is. Daar gaan we later nog verder op in.

        De verhalen uit het Oude Testament laten zien dat Gods Geest grote dingen deed, maar vaak tijdelijk. De tabernakel werd later vervangen door de tempel. Gideon won een grote strijd, maar daarna kwamen er weer nieuwe vijanden. Israël kreeg een prachtig land, maar honderden jaren later werden ze eruit gezet.

        Gods Geest kwam soms tijdelijk over mensen. Hij kwam voor een bepaalde taak, maar kon ook weer weggaan. Zoals bij koning Saul. En soms liet God zelfs een leugengeest toe bij mensen die eerst profeten waren.

        Kortom: de Geest van God werkte in het Oude Testament krachtig, maar vaak voor een bepaalde tijd en een bepaald doel. Het echte blijvende werk? Dat kwam pas met Jezus Christus en daar mogen wij nu deel aan hebben.

        Gods Geest werkt niet altijd groots en spectaculair, maar altijd precies op tijd en met een doel.


        11 maart

        We lezen vandaag: Jeremia 31:27-31:40

        Jeremia 31:38
        Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat de stad herbouwd zal worden voor de HEERE, van de Hananeëltoren tot aan de Hoekpoort,

        Kan God iets blijvends doen?

        Soms lijkt het alsof God dingen doet die later weer verdwijnen. Je zou kunnen denken: “Is God dan niet sterk genoeg om iets blijvends te maken?” Of: “Komt het door het ongeloof van mensen dat het niet lukt?” En ja, dat laatste speelt zeker mee. Maar God kan mensen ook veranderen en dat is precies wat Hij van plan is.

        In het Oude Testament wordt al aangekondigd dat er een tijd komt waarin Israël écht Gods volk zal zijn en blijven. Ze zullen leven in het beloofde land en God van harte dienen. In die profetieën wordt steeds gesproken over Gods Geest. Hij is degene die dat mogelijk maakt.

        God zorgt ervoor dat er een nieuw verbond komt. Een verbond is een soort afspraak tussen God en mensen. In dat nieuwe verbond komt echte verlossing. Zonden worden weggedaan en alles wat kapot was, wordt hersteld. Er staat zelfs: “Er zal niets meer uit elkaar gehaald of afgebroken worden, voor altijd.”

        Het oude verbond werkte niet blijvend. Het was een afspraak tussen God en Israël, maar Israël hield zich er niet aan. God bleef trouw, maar het volk niet. Daardoor werd het verbond uiteindelijk onbruikbaar en door God verbroken.

        Maar God gaf hoop. In Jesaja 44 zegt Hij: “Ik zal water geven aan wie dorst heeft, en stromen op droge grond. Ik zal Mijn Geest geven aan jullie kinderen, en Mijn zegen aan jullie nakomelingen.” (Jesaja 44:2-3)

        En dan zie je dat mensen echt bij God gaan horen. Ze noemen zichzelf “van de Heer”. Dat komt ook terug in Jeremia 31:34, waar staat dat God zonden zal vergeven en mensen Hem echt zullen kennen.

        Gods plan is dus niet tijdelijk. Hij werkt toe naar iets dat blijft. En dat doet Hij door Zijn Geest.

        Gods Geest maakt van tijdelijke hoop een blijvend thuis.


        12 maart

        We lezen vandaag: Ezechiël 37:14-28

        Ezechiël 37:26
        Ik zal met hen een verbond van vrede sluiten. Het zal een eeuwig verbond met hen zijn, Ik zal hun een plaats geven en hen talrijk maken, en Ik zal Mijn heiligdom in hun midden zetten tot in eeuwigheid.

        Gods plan is écht blijvend en dat zie je in de profetieën.

        In de Bijbel staan meerdere profetieën die laten zien dat God iets blijvends gaat doen. In Ezechiël 36 en 37 staat bijvoorbeeld dat God Zijn Geest aan mensen geeft, zodat ze echt veranderen van binnen. Zijn volk Israël gaat uiteindelijk ook weer in het land wonen dat Hij beloofd heeft, hun fouten worden vergeven en ze leren God kennen met hun hart. Dat is niet tijdelijk, maar voor altijd.

        In Ezechiël 39:29 staat zelfs: “Ik zal Mijn aangezicht niet meer voor hen verbergen, wanneer Ik Mijn Geest over het huis van Israël heb uitgestort, spreekt de Heere HEERE.” Dat betekent dat God dichtbij blijft. Hij laat Zijn volk niet in de steek, want Zijn Geest is bij hen.
        Ook Jesaja 32:15 zegt iets soortgelijks. Eerst is alles kapot en verlaten, maar dan komt er verandering: “Totdat over ons uitgegoten wordt de Geest uit de hoogte…” Dan komt er leven, hoop en herstel.
        In Jesaja 59:21 belooft God: “Wat Mij betreft, dit is Mijn verbond met hen, zegt de HEERE: Mijn Geest, Die op U is, en Mijn woorden die Ik U in de mond gelegd heb, zullen uit Uw mond niet wijken, ook niet uit de mond van Uw nakomelingen, evenmin uit de mond van de nakomelingen van Uw nakomelingen, zegt de HEERE, van nu aan tot in eeuwigheid.” Dat is dus een verbond dat nooit stopt.

        Wat ook steeds terugkomt in deze profetieën, is dat er een Verlosser komt. Iemand die door God gestuurd wordt om alles goed te maken. Die persoon is natuurlijk Jezus, de Messias.
        In Zacharia 12:10 staat: “Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene.” Daar staat dus dat Israël Hem in de toekomst zullen zien, Hem die ze hebben doorstoken. Dat is een verwijzing naar Jezus aan het kruis.

        God doet geen tijdelijke dingen. Hij werkt aan Zijn plan dat blijvend is. Hij geeft Zijn Geest, herstelt wat kapot is en stuurt een Verlosser. Dat alles is bedoeld om mensen écht bij Hem te brengen, voorgoed.

        Gods plan stopt niet bij vandaag, het gaat door tot in eeuwigheid.


        13 maart

        We lezen vandaag: Jesaja 11:1-11:10

        Zacharia 12:10
        Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene.

        Jezus: de Verlosser die al lang was aangekondigd

        In bovenstaande tekst zegt God dat mensen Hem zullen zien, degene die ze hebben doorstoken. Dat gaat dus over Jezus. Toen Hij aan het kruis hing, werd Hij met een speer gestoken (Johannes 19:32-19:37). Over Hem wordt gerouwd omdat men niet heeft doorgehad dat Hij de Messias was.

        Ook in andere profetieën zie je dat Jezus al lang was aangekondigd. In Jesaja 44:6 wordt Hij genoemd als de Koning van Israël én als de Verlosser. In Ezechiël 37 staat dat er één Koning zal zijn over het volk. Dat is Jezus Christus. Hij wordt daar ook “mijn knecht David” genoemd, omdat Hij uit de familie van koning David komt. Hij zal voor altijd Koning zijn.

        In Jesaja 11 lees je over een jonge tak uit de stam van Isaï (de vader van David). Dat is een beeld van Jezus. Op Hem rust Gods Geest. Hij komt met rechtvaardigheid en dat betekent dat Hij doet wat goed is. Voor mensen die in Hem geloven is dat een zegen, maar voor mensen die Hem afwijzen is het een oordeel. Jesaja 11:10 zegt dat Jezus rust en dus vrede zal brengen voor alle volken.

        Toen Jezus op een sabbat een man genas, wilden de religieuze leiders Hem doden omdat Jezus iets deed dat niet mocht. Maar Jezus ging rustig verder, zonder ruzie te maken. In Mattheüs 12:16-12:18 staat dat dit precies is, wat Jesaja in Jesaja 42:1-42:4 had voorspeld: de Messias zou rechtvaardigheid brengen, maar op een zachte manier.

        Dus: al lang voordat Jezus kwam, had God al laten weten dat Hij zou komen. Als Verlosser, als Koning, als Vredestichter. Hij doet dat vanuit liefde en rechtvaardigheid.

        Wat de profeten voorspelden, werd werkelijkheid in Jezus.


        14 maart

        We lezen vandaag: Lukas 2:22-2:40

        Jesaja 42:1
        Zie, Mijn Knecht, Die Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik heb Mijn Geest op Hem gelegd. Hij zal tot de heidenvolken het recht doen uitgaan.

        Jezus is de vervulling van Gods belofte en dat zie je overal in de Bijbel

        Jesaja 42, waar ik net een vers uit voorlas, wordt meerdere keren aangehaald in het Nieuwe Testament. Bijvoorbeeld in Lukas 2, waar de oude man Simeon, het kindje Jezus in zijn armen houdt. Hij is superblij, want hij had al zijn hele leven gewacht op de komst van de Messias. En nu ziet hij Hem met eigen ogen! Simeon looft God, omdat Hij zijn belofte heeft waargemaakt: Jezus is gekomen om redding te brengen; niet alleen voor Israël, maar voor alle volken.

        In Jesaja 42:6–42:10 spreekt God tot de Messias. Hij zegt dat Jezus niet alleen mensen zal bevrijden van vijanden, maar ook van zonde, dood en alles wat hen van God weghoudt. Dat is echte vrijheid, van binnenuit.

        God noemt dit “nieuwe dingen”. Daarmee bedoelt Hij het Nieuwe Verbond. Jezus is degene die dat verbond mogelijk maakt. Hij is de Uitverkorene, de Messias. Hij is trouw aan God. Daarom wil God via Hem, mensen zegenen.

        Dat is anders dan het Oude Verbond, waarbij God een afspraak maakte met Zijn volk Israël. Het Nieuwe Verbond ligt vast in de beloften die God aan Jezus heeft gedaan. Jezus moest eerst iets afschuwelijks doen: sterven aan het kruis. Maar daarna stond Hij op uit de dood. God wekte Hem op. En nu is Hij de brug tussen God en mensen, de Middelaar.

        In het Nieuwe Testament wordt dit op veel plekken bevestigd (zoals in Galaten en Hebreeën). Jezus stelde Zich beschikbaar om Gods wil te doen. Hij zei: “Ik wil U dienen.” Dat kun je ook lezen in veel Psalmen.

        Dus: de komst van Jezus, de Geest van God en het Nieuwe Verbond horen allemaal bij elkaar. Het is Gods plan om mensen te redden, te vernieuwen en dichtbij Hem te brengen. Voorgoed.

        Jezus is de brug tussen jou en God: stevig, betrouwbaar, voor altijd.


        15 maart

        We lezen vandaag: Jesaja 61:1-61:11

        Maar eerst een vers uit Lukas 4, waar Jezus in de synagoge een stukje voorleest uit Jesaja 61.

        Lukas 4:21
        Hij begon tegen hen te zeggen: Heden is deze Schrift in uw oren in ver­vulling gegaan.

        Jezus stopt met voorlezen op een opvallend moment en zegt dat dit stukje uit de Bijbel, uit Jesaja 61, werkelijkheid is geworden. Met andere woorden: “Dit gaat over Mij! Ik ben degene waarover Jesaja sprak.”

        Dat is best bijzonder. Want Jesaja voorspelde dat er een Redder zou komen die mensen zou helpen, genezen en bevrijden. Jezus zegt: “Ik ben die Redder!”

        Maar… als je verder kijkt in de Bijbel, bijvoorbeeld in het boek Handelingen, dan zie je dat nog niet alles uit Jesaja 61 is gebeurd. Israël is nog steeds niet de baas over haar vijanden en veel mensen in Israël geloven nog steeds niet dat Jezus de Messias is.

        Dus, wat is er aan de hand? Heeft Jezus gefaald?

        Nee. De Bijbel legt uit dat er een pauze zit tussen twee belangrijke momenten:

        • Jezus’ eerste komst – toen Hij op aarde kwam als mens, om te lijden en te sterven.
        • Jezus’ tweede komst – die nog moet gebeuren, waarin Hij als Koning zal terugkomen.

        Toen Jezus in Lukas 4 voorlas, stopte Hij in vers 19 met de zin: “om het jaar van het welbehagen van de Heere te prediken.” Maar de tekst in Jesaja 61 gaat daarna nog verder: “…en de dag van de wraak van onze God;” Dat laatste stukje las Jezus dus niet voor. Waarom niet? Omdat dat deel, toen niet en ook nu nog niet is begonnen. Jezus kwam eerst om mensen te redden van hun zonden. De rest, zoals het verslaan van vijanden en het herstel van Israël, komt pas bij Zijn tweede komst.

        Dat is het geheim in Gods plan. De apostel Paulus praat hier veel over in zijn brieven. Hij legt uit dat Israël tijdelijk aan de kant is gezet en dat God nu werkt via de Gemeente (alle mensen die in Jezus Christus geloven, Joods of niet). Je kunt hierover lezen in Romeinen hoofdstuk 9 tot 11.

        Jezus wist dit allemaal. Hij zei tegen Pilatus: “… nu is Mijn Koninkrijk niet van hier” (Johannes 18:36)

        Ook in 1 Petrus 1:10-1:12 staat dat profeten al lang geleden spraken over deze dingen, maar dat ze niet alles begrepen. Wij weten nu dat er sprake is van een tussenperiode, de Genadetijd. Onze tijd dus. Een tijd waarin mensen uit alle landen Jezus Christus kunnen leren kennen, voordat Hij terugkomt als Koning.

        Jezus kwam eerst om te redden, straks komt Hij om te regeren.


        16 maart

        We lezen vandaag: Mattheüs 28:16-28:20

        Mattheüs 28:18
        En Jezus kwam naar hen toe, sprak met hen en zei: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.

        Wat betekent dit eigenlijk?

        Jezus is door God aangewezen als de Redder van de wereld. Dat gebeurde toen Hij opstond uit de dood. Daarmee liet God zien dat Jezus Zijn Zoon was. (Zie: Handelingen 13:30-13:39)
        Jezus heeft de macht van het kwaad – van Satan – gebroken. (Zie: Hebreeën 2:14-15)
        Door wat Hij heeft gedaan, kunnen mensen gered worden. Hij stierf in onze plaats, zodat onze fouten en zonden vergeven kunnen worden. Sindsdien kan God mensen vergeven en een band met hen hebben die nooit meer kapotgaat. Dat noemen we ‘eeuwig leven’. Daarom is het goede nieuws zo bijzonder: er is nieuw leven voor iedereen die voor Jezus kiest (Lees: Romeinen 1:4, Romeinen 1:16-1:17). Heb jij dat al gedaan?

        Wie was Jezus eigenlijk?

        Jezus werd geboren doordat Gods Geest bij zijn moeder Maria kwam. Hij werd geboren uit Gods Geest (Mattheüs 1:18). God was vanaf het begin bij Hem (Lukas 2:40). Toen Jezus twaalf jaar was, kon Hij al goed met de leraren praten over de Bijbel. Hij wist er veel van. Tijdens zijn leven liet Hij zich leiden door Gods Geest (Lukas 4:1). Hij kende de Bijbel heel goed en leefde precies zoals God het wilde.

        Jezus gaf zijn eigen leven op om te doen wat God van Hem vroeg. Hij was geen superheld of halfgod, maar een mens zoals jij en ik. Ook Hij kon in de verleiding komen, maar Hij bleef trouw aan God. Jezus moest leren om te vertrouwen op God, ook als het moeilijk was (Hebreeën 5:7-8).
        God kon door Jezus laten zien wie Hij echt is (Zie: Johannes 1:18; Johannes 3:31-3:34; Johannes 14:8-14:10).

        Waarom deed Jezus dit allemaal?

        Omdat Hij geloof had. Hij zag mensen zoals God ze ziet, met liefde en medelijden. Hij was bereid om te sterven, omdat Hij van God en van mensen hield.

        Eeuwig leven begint met één keuze: vertrouwen op Jezus.


        17 maart

        We lezen vandaag: Filippenzen 2:5-2:11

        Filippenzen 2:8-2:9
        En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is ge­hoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood. Daarom heeft God Hem ook bo­venmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, …

        Wat heeft Jezus gedaan?

        Jezus was de enige mens die precies deed wat God wilde. Hij koos daar zelf voor. Daarom kon Hij de straf dragen die eigenlijk voor alle mensen was. Hij stierf aan het kruis met al onze fouten en zonden op zich. Hij deed dat voor ons allemaal. Zo nam Hij de straf over die ooit aan Adam was gegeven. Maar God liet Hem niet in de dood blijven; Hij gaf Hem nieuw leven. Satan kon Hem niet tegenhouden.

        Door Jezus is er weer een verbinding tussen God en mensen. Het leven dat Hij geeft, is sterker dan de dood en kan niet kapotgemaakt worden door het kwaad. Jezus bleef trouw aan God en viel niet voor verleidingen.
        God zei: “Jij bent rechtvaardig”, ook al droeg Hij de zonden van de wereld. Satan had verloren. Gods plan met Jezus, de Messias, werkte precies zoals bedoeld.

        Jezus werd de brug tussen God en mensen; de Middelaar van het Nieuwe Verbond (Hebreeën 12:24).

        Wat betekent dat voor ons?

        Er is nu leven beschikbaar voor iedereen die voor dat nieuwe leven kiest. Een leven dat schoon is, helemaal aan God gegeven en in contact met Hem. Dat noemen we een heilig leven. Daarom heet Gods Geest in het Nieuwe Testament de Heilige Geest. Die heeft alles te maken met Jezus Christus.

        Johannes de Doper zei dat Jezus mensen zou dopen met de Heilige Geest en met vuur (Mattheüs 3:11). Dat betekent dat Jezus eeuwig leven geeft. Leven dat sterker is dan de dood en altijd verbonden blijft met God.

        Jezus zei in Johannes 7:38-7:39: “Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.” (En dit zei Hij over de Geest, Die zij die in Hem geloven, ontvangen zouden; want de Heilige Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.)

        Daarmee bedoelde Hij de Heilige Geest, die mensen zouden ontvangen als ze in Hem geloven. Maar dat kon pas gebeuren nadat Jezus Christus verheerlijkt was, dus nadat Hij was opgestaan en naar God was gegaan.

        De Heilige Geest is Gods kracht in jou, dankzij Jezus Christus.


        18 maart

        We lezen vandaag: Handelingen 2:14-2:40

        Handelingen 2:32-2:33
        Deze Jezus heeft God doen opstaan, waarvan wij allen getuigen zijn. Hij dan, Die door de rechterhand van God verhoogd is en de belofte van de Heilige Geest ontvangen heeft van de Vader, heeft dit uitgestort wat u nu ziet en hoort.

        Jezus was de eerste die echt nieuw leven kreeg na de dood.

        Toen Petrus op de Pinksterdag bovenstaande tekst zei, was de Heilige Geest net op de apostelen gekomen. Maar hij legt uit dat Jezus eerst de Heilige Geest kreeg, nadat Hij opstond uit de dood. Toen Jezus nog op aarde leefde, werd Hij ook geleid door de Geest van God, maar dat was zoals bij de mensen in het Oude Testament.

        Het echte, eeuwige leven met God begon pas bij Jezus’ opstanding. Dat is ook al te lezen in Psalm 51 (Lees: Psalm 51:9-51:12). Het is de vervulling van het gebed om een sterke geest die blijft en die heeft Jezus gekregen toen Hij opstond uit de dood.

        Wie krijgt de Heilige Geest nog meer?

        In Handelingen 2:38 zegt Petrus: “Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zon­den; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.”

        Ook in bijvoorbeeld Handelingen 5:30-5:32 en Efeze 1:13 kun je lezen dat wanneer je gelooft in Jezus Christus, je gehoorzaam bent aan God en jij je tot Hem wendt, dat je dan de Heilige Geest ontvangt.

        Dat betekent dat:

        • Je gelooft dat Jezus door God is gestuurd.
        • Je Hem vraagt om redding.
        • Je bij God hoort en opnieuw bent geboren; je bent een kind van God.

        God geeft jou Zijn Geest als je Hem vertrouwt en volgt.


        19 maart

        We lezen vandaag: 1 Korinthe 6:12-6:20

        1 Korinthe 6:19
        Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent?

        Eeuwig leven, nu al!

        Als je gelooft in het goede nieuws over Jezus Christus (het evangelie), dan heb je nu al eeuwig leven gekregen. Niet pas na je dood, maar gewoon tijdens je leven hier op aarde. En dat betekent ook dat je de Heilige Geest hebt ontvangen. Dat is de kracht van God en Zijn aanwezigheid in jou.

        Over mensen die niet geloven staat in Judas 1:19: “Zij zijn het die scheuringen veroorzaken, natuurlijke mensen, die de Geest niet hebben.”

        Snap je hoe bijzonder dat is? God heeft jou dit cadeau gegeven, zonder dat je er eerst iets voor moest doen. Hij gaf het gewoon, ook al wist Hij dat je het misschien niet altijd op waarde zou schatten tijdens je leven. Toch vindt God het belangrijk dat je begrijpt wat Hij ermee bedoelt, vooral in deze tijd.

        Verschillende woorden, één betekenis

        In de Bijbel worden allerlei uitdrukkingen gebruikt om te zeggen dat iemand de Heilige Geest krijgt. Bijvoorbeeld:

        • gedoopt in/met de Heilige Geest;
        • verzegeld met de Heilige Geest;
        • gezalfd met de Heilige Geest;
        • geboren uit de Geest;
        • de Geest ontvangen;
        • de Geest wordt uitgestort;
        • de Geest in ons hart;
        • de Geest woont in ons.

        Al die woorden betekenen eigenlijk hetzelfde: God is met je, van binnenuit. Eerder deze maand hadden we het al over Geest en dat Geest sprak over het onzienlijke, actieve leven van God. De Heilige Geest spreekt over blijvend leven. Leven dat een gelovige kan ontvangen via Christus.

        In 1 Korinthe 15:45 staat het ook mooi beschreven: “De eerste mens Adam is geworden tot een levend wezen, de laatste Adam tot een levendmakende Geest.”

        De ‘laatste Adam’ in dit vers is natuurlijk Christus.

        Jezus Christus geeft het eeuwige leven en dat begint niet later, maar nu al.


        20 maart

        We lezen vandaag: Romeinen 8:1-8:17

        Romeinen 8:10
        Als Christus echter in u is, dan is het lichaam wel dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid.

        Er is geen verschil tussen de Geest van God en de Geest van Jezus Christus. Want Jezus Christus ís God. In Romeinen 8:10 staat zelfs: “Christus in u” Dat betekent: de Heilige Geest is eigenlijk gewoon Jezus Christus zelf. Je ziet Hem nu niet, want Hij is in de hemel tot Hij terugkomt (Kolossenzen 3:1-4).

        In vers 11 lees je dat Gods Geest Jezus Christus uit de dood heeft laten opstaan. En diezelfde Geest woont nu in ons! Dat betekent dat de kracht van Jezus’ opstanding ook in jou leeft. Twee keer wordt dat genoemd, zodat je weet: de Heilige Geest is levenskracht. Check ook Efeze 1:17-20.

        Als de Geest van Christus “Christus in u” wordt genoemd, dan is de Geest van God dus ook “God in jou”! Wacht eens… betekent dat dat God echt in gelovigen woont? Jazeker!

        In Johannes 14:23 zegt Jezus:

        “Jezus antwoordde en zei tegen hem: Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord in acht nemen; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen naar hem toe komen en bij hem intrek nemen.”

        In 2 Petrus 1:3-4 staat dat God ons alles heeft gegeven wat we nodig hebben om goed te leven. Hij heeft ons beloften gedaan zodat we mogen delen in Zijn goddelijke natuur en dat is Zijn karakter, Zijn leven, Zijn kracht.

        God wil dat we steeds meer van die goddelijke natuur zouden ontvangen. Zijn Geest werkt in ons, zodat ons lichaam en onze tijd gebruikt worden voor iets goeds. Dat we vrucht dragen voor God. Dat we vol worden van Zijn Geest. Daar gaan we het nog verder over hebben.

        God woont niet alleen in de hemel. Hij woont ook in jou!


        21 maart

        We lezen vandaag: Johannes 20:19-20-23

        Johannes 20:22
        En nadat Hij dit gezegd had, blies Hij op hen en zei tegen hen: Ontvang de Heilige Geest.

        De Heilige Geest kwam al bij Jezus’ opstanding, dus vóór Pinksteren. Jezus blies op zijn discipelen en ze ontvingen de Heilige Geest. Herinner je je dat God in Adam blies en hij toen ging leven? Jezus Christus wordt ook wel de ‘tweede Adam’ genoemd en Hij blaast ons leven in dat nooit meer stopt. Eeuwig leven!

        Toen Jezus op aarde was, liet Hij mensen weer leven, zoals het dochtertje van Jaïrus en Lazarus. Maar zij stierven later toch weer. Nu geeft Hij leven dat blijft. Dat had Hij al aangekondigd in Johannes 5:20-26.

        Bij zijn opstanding gaf Jezus zijn discipelen al de Heilige Geest. Hun ogen gingen open voor wat er in de Bijbel stond (Lukas 24:44-49). Maar in Handelingen lijkt het alsof de Geest pas op Pinksteren kwam. Wat gebeurde er dan op die dag?

        In Handelingen 1:4-8 zegt Jezus dat ze moesten wachten op de kracht van de Heilige Geest. Die zou hen helpen om overal over Hem te vertellen. Van Jeruzalem tot aan de verste uithoeken van de wereld.

        God had een speciaal moment gekozen waarop de Geest echt aan het werk zou gaan. En dat was Pinksteren. In Handelingen 2:1-4 lees je dat de Heilige Geest kwam als een harde wind en als vuur op iedereen neerdaalde. Vuur is een symbool dat al in het Oude Testament voorkomt. Het was Gods manier om te laten zien: “Ik ben hier en dit is echt!” Niemand kon er nog omheen, de Heilige Geest was gekomen.

        Gods Geest blaast leven in jou. Niet tijdelijk, maar voor altijd.


        22 maart

        We lezen vandaag: Handelingen 2:1-2:13

        Handelingen 2:36
        Laat dan heel het huis van Israël zeker weten dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus, Die u gekruisigd hebt.

        In Handelingen 2 gebeurt iets groots: een oude voorspelling uit Joël 2 komt uit. God laat zien dat er iets nieuws begint. Het Nieuwe Verbond. En waar? In Jeruzalem, het hart van het joodse geloof. Daar waren op dat moment superveel mensen, want het was het wekenfeest. Joden uit allerlei landen waren naar Jeruzalem gekomen om dat te vieren.

        Petrus, één van Jezus’ discipelen, stond op en hield een mega-preek. Hij vertelde dat Jezus echt is opgestaan uit de dood, precies zoals de profeten vroeger al hadden gezegd. En dat Jezus Christus degene is die dit allemaal mogelijk heeft gemaakt.

        Petrus riep de mensen op om zich te bekeren, om te kiezen voor Jezus als hun Redder. De komst van de Heilige Geest was het bewijs dat de leiders van Israël zich hadden vergist: Jezus ís echt de Zoon van God. Veel mensen waren geraakt door wat Petrus zei. Op die dag besloten 3000 mensen om Jezus te volgen.

        De apostelen werden op die dag één groep. Iedereen zag: deze mensen zijn speciaal. Ze zijn getuigen van Jezus Christus. Het woord “Christus” betekent in het Grieks “Gezalfde” en in het Hebreeuws: “Messias.” Jezus werd pas echt de Gezalfde van God toen Hij opstond uit de dood (Handelingen 2:36).

        Vanaf dat moment begonnen de apostelen te vertellen wat ze zelf hadden meegemaakt. De Gemeente ging van start. En de apostelen kregen een bijzondere kracht: ze konden ineens spreken in talen die ze nooit geleerd hadden. Dat was Gods manier om te zeggen: “Dit is echt, dit is voor iedereen.”

        Gods Geest spreekt jouw taal. Om jou te raken, te vullen en te sturen.


        23 maart

        We lezen vandaag: Handelingen 8:9-8:25

        Handelingen 8:20
        Maar Petrus zei tegen hem: Laat uw geld met u naar het verderf gaan, omdat u dacht dat Gods gave door geld verkregen wordt!

        In het boek Handelingen wordt het evangelie van Jezus Christus eerst verteld aan het Joodse volk, ook aan hun leiders. Maar ze wilden er niks van weten. Ze gingen zelfs de volgelingen van Jezus en nieuwe gelovigen lastigvallen en vervolgen.

        Toen vond God het tijd om zijn geheime plan te laten zien: dat Gemeente niet alleen uit Joden zou bestaan, maar uit mensen van álle landen en culturen. In Handelingen zie je hoe dat stap voor stap gebeurt. Het gaat van een aards koninkrijk alleen voor Israël naar een hemels koninkrijk voor iedereen.

        Elke keer als de Heilige Geest op een groep mensen komt, gebeurt er iets bijzonders: ze gaan ineens praten in talen die ze nooit geleerd hebben. Dat is Gods manier om te laten zien: dit nieuwe verbond is niet alleen voor Joden.

        Eerst komt de Geest op de Joodse leerlingen van Jezus Christus. Daarna op de Samaritanen. Zij waren een soort mix van Joden. En dan… op mensen die helemaal geen Jood zijn, heidenen. Bijvoorbeeld Cornelius, een Romein. Petrus gaat naar hem toe en vertelt over Jezus. Cornelius nodigt zijn vrienden uit, en ze luisteren allemaal. God laat zien: ook zij horen erbij.

        Later komt de Geest ook in Azië (Turkije), bij mensen die helemaal buiten Israël vallen. Dat gebeurt wat later, waarschijnlijk omdat Paulus eerst nog ergens anders moest zijn. God hield hem eerst tegen om naar Azië te gaan. Maar als hij er eenmaal is, blijft hij er twee jaar. Daarna wordt hij gearresteerd in Jeruzalem, door Joden uit Azië die hem beschuldigen.

        Wat opvalt in Handelingen: het boek noemt God vaak gewoon “de Geest.” Geen ander boek in het Nieuwe Testament doet dat zo vaak. Het laat zien hoe belangrijk de Heilige Geest is in dit verhaal.

        Gods Geest is niet voor één volk. Hij is voor iedereen die wil luisteren.


        24 maart

        We lezen vandaag: Romeinen 8:1-8:17

        Romeinen 8:14
        Immers, zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen* van God.

        Wat wil God met Zijn Geest?

        Waarom heeft God ons Zijn Geest gegeven? Omdat Hij wil dat we leren leven zoals Hij het bedoeld heeft. Dat betekent: luisteren naar Zijn Geest, keuzes maken die bij Hem passen en leven met geloof. Als we dat doen, kan God ons later samen met Christus verheerlijken.

        God haalt onze oude, verkeerde natuur niet zomaar weg. Maar Hij heeft ze wel ‘uitgeschakeld’. Toch werkt dat alleen als we echt openstaan voor wat God zegt en doen wat Hij ons leert. Het is alsof je je oude ‘ik’ uittrekt en een nieuwe ‘ik’ aantrekt. Die twee ‘ikken’ botsen soms vanbinnen, dat voel je als innerlijke strijd.

        Hoe ziet zo’n leven met de Geest eruit? En waar leidt Hij je naartoe? God heeft een groot plan dat stap voor stap wordt uitgevoerd. In de tijd van Abraham begon Hij met een familie voor de Messias. Later gaf Hij Israël een eigen land en zegen, maar ook straf. Nu, in onze tijd, bouwt Jezus Christus aan Zijn Gemeente. En straks zal Hij Koning zijn over de hele aarde.

        Wil je weten wat God nú doet? Lees dan de brieven in het Nieuwe Testament, vooral die van Paulus. Dan ontdek je hoe jij vandaag kunt meedoen met wat Gods Geest aan het doen is.

        Laat je leiden door Gods Geest. Hij heeft een plan en jij mag daarin meespelen.

        *Er zou eigenlijk zonen moeten staan. Het Griekse “huios” betekent zonen.


        25 maart

        We lezen vandaag: Hebreeën 12:18-12:29

        Openbaring 1:6
        en Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader, Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen.

        Als je bij Jezus hoort, ben je niet zomaar iemand. Je bent onderdeel van Zijn team, de Gemeente. Dat is eigenlijk een ander woord voor alle mensen die in Hem geloven. Samen vormen we Zijn lichaam, Zijn hemelse familie. En dat is niet alleen iets voor nu, maar ook voor later: Jezus wil samen met ons regeren in Zijn Koninkrijk.

        In de Bijbel staat dat Hij ons heeft gemaakt tot koningen en priesters. Dat betekent: we mogen invloed hebben én dichtbij God zijn. Vroeger in Israël kon je óf koning zijn óf priester, maar nooit allebei. Jezus Christus is dat wél en Hij wil dat wij daarin met Hem meedoen.

        Jesaja 62:11 & 12
        Zie, de HEERE heeft het doen horen tot aan het einde der aarde: Zeg tegen de dochter van Sion: Zie, uw heil komt, zie, Zijn loon heeft Hij bij Zich en Zijn arbeidsloon gaat voor Hem uit. Zij zullen hen noemen: het heilige volk, de verlosten van de HEERE, en u zult genoemd worden: Gezochte, Stad die niet verlaten is.

        God had dit al lang van tevoren bedacht. Hij heeft ons uitgekozen om mee te bouwen aan Zijn plan. Alles wat Jezus Christus nog gaat doen, doet Hij samen met ons. In de profetieën van Jesaja zie je dat terug: God noemt ons Zijn heilige volk, mensen die Hij heeft gered. We zijn niet vergeten. We zijn juist gezocht en geliefd.

        Je hebt geen bijrol in Gods verhaal, je bent geroepen voor de hoofdrol.


        26 maart

        We lezen vandaag: Efeze 1:15-1:23

        Efeze 1:17
        opdat de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest van wijsheid en van openbaring geeft in het kennen van Hem,

        Geloof is ook training

        Als je bij Jezus hoort, ben je niet alleen een volger. Je bent in opleiding. God wil jou klaarmaken om later samen met Jezus te kunnen werken in Zijn Koninkrijk. Dat betekent: leren spreken zoals een priester en eerlijk leiding geven zoals een koning.

        God geeft ons Jezus Christus als voorbeeld. Hij wil ons veranderen naar zodat we steeds meer worden zoals Hij. Hij wil ons kennis geven van de Bijbel, ons leren liefhebben en nederig zijn. Zo worden we stap voor stap geschikt voor onze taak.

        De Bijbel laat zien dat ons gewone leven eigenlijk een soort school is. Soms zit je in de klas (bijbelstudie), soms loop je stage (je dagelijkse leven). Tijdens je leven leer je wie God is, hoe Hij werkt en hoe jij zelf keuzes kunt maken die bij Hem passen.

        Als je leert leven met de kracht van Christus’ opstanding, vult de Heilige Geest je hart. Dan groei je in geloof en liefde en word je volwassen in je relatie met God. In de Bijbel wordt dat ook wel “volmaakt” genoemd, niet perfect, maar wel sterk en verantwoordelijk.

        God wil dat jouw training slaagt. Zodat Hij jou later iets bijzonders kan geven: een erfenis in Zijn Koninkrijk. Iets waar jij goed mee om kunt gaan, tot Zijn eer. De Heilige Geest helpt je daarbij, elke stap van de weg.

        Gods plan is groter dan je denkt en jij wordt er nu al voor klaargestoomd.


        27 maart

        We lezen vandaag: Romeinen 8:18-8:30

        Romeinen 8:29
        Want hen die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broeders.

        Jezus verandert ons van binnenuit

        God kent jou al vanaf het begin. Hij heeft jou uitgekozen om steeds meer naar Jezus Christus te gaan kijken. Dat is Zijn plan: Jezus Christus als grote Broer en wij als broers en zussen.

        Jezus Christus is bezig met jouw opvoeding. Hij weet precies wat jij nodig hebt en wanneer. Soms snap je pas later waarom iets gebeurde. Hij bepaalt de volgorde waarin je dingen leert en hoeveel je aankan. Hij doet dat met liefde en zorg.

        Maar als jij zelf gaat bepalen wat je van God verwacht, of je eigen plan maakt zonder Hem, dan kan je Hem tegenwerken. Daarom is het belangrijk om tegen God te zeggen: “Heer ik luister.” Dan kan Hij jou persoonlijk laten zien wat Zijn plan is voor jouw leven.

        Als je een echte en directe relatie met Jezus Christus hebt, gaat de Bijbel voor je leven. Je gaat dingen opeens begrijpen en je verandert langzaam van binnen. De Heilige Geest helpt je daarbij.

        Na Jezus’ opstanding bleven de gelovigen gewoon met Hem leven, alleen was Hij niet meer zichtbaar. Ze waren één met elkaar. Jezus Christus beloofde dat alles wat ze in Zijn naam zouden vragen, Hij zou geven. En dat gebeurde ook! In het boek Handelingen zie je dat: de apostelen spraken vol lef over God en Jezus gaf hen kracht om te genezen, in andere talen te spreken, uit de gevangenis te komen en nog veel meer wonderen.

        Jezus leidt jouw leven als een meestertrainer. Als jij Hem de ruimte geeft, word je sterker dan ooit.


        28 maart

        We lezen vandaag: 1 Korinthe 13

        1 Korinthe 13:8
        De liefde vergaat nooit. Wat dan profetieën betreft, zij zullen tenietgedaan worden, wat talen betreft, zij zullen ophouden, wat kennis be­treft, zij zal tenietgedaan worden.

        Doet God vandaag nog steeds wat Hij vroeger deed?

        Je vraagt je misschien af: behandelt God ons nu op dezelfde manier als de apostelen toen? Nou, als het gaat om relatie en lesgeven, dan wel ongeveer. Maar als het gaat om hulp en wonderen, is er wel wat veranderd.

        In het begin, bij het volk Israël, liet God zich heel duidelijk zien, met grote wonderen. Maar na een tijdje stopte dat. Dat zie je ook bij de eerste christenen: eerst waren er nog profetieën, mensen spraken in vreemde talen en er gebeurden nog wonderen. Maar dat was niet voor altijd.

        Veel mensen denken dat bovenstaande stukje Bijbeltekst gaat over de toekomst, als we bij God zijn. Maar eigenlijk gaat het over nu: over hoe je als gelovige groeit van kind naar volwassene in je geloof. Er staat: “wanneer het volmaakte zal gekomen zijn…” en dat betekent: als de hele Bijbel af is. Toen de apostelen leefden, was de Bijbel nog niet compleet. Door hun brieven en verhalen is het Woord van God afgemaakt (Zie ook Romeinen 16:25-16:26)

        Het verborgen plan van God, dat Hij in deze tijd uitwerkt, moest toen bekend
        gemaakt worden. Dat deed Hij via brieven van mensen zoals Paulus. Die brieven moesten nog in de Bijbel komen. Paulus zegt in Kolossenzen 1:24-27 dat het zijn taak was om Gods Woord af te maken.

        En dan heb je natuurlijk ook nog Openbaring 22:18-19. Daar staat een duidelijke waarschuwing: je mag niks meer toevoegen aan de Bijbel, maar ook niks weglaten. Waarom zou God dat zeggen als Hij later nog profeten zou sturen? Profeten zijn er om Gods Woord te vertellen. Maar als alles al gezegd is, zijn ze niet meer nodig. God heeft alles al bekendgemaakt.

        Gods plan was geheim, maar alles is nu geopenbaard in Zijn Woord.


        29 maart

        We lezen vandaag: 1 Korinthe 14:1-14:25

        1 Korinthe 14:21-14:22
        In de wet staat geschreven: Door mensen die een andere taal spreken, en door andere lippen zal Ik spreken tot dit volk, en ook dan zullen zij niet naar Mij luisteren, zegt de Heere. Zo zijn de andere talen dus tot een teken, niet voor hen die geloven, maar voor de onge­lovigen, en zo is de profetie niet voor de ongelovigen, maar voor hen die geloven.

        Sommige mensen denken dat je als christen in vreemde talen moet kunnen praten, maar dat is eigenlijk niet zo. Die gave was vroeger belangrijk toen het evangelie nog naar andere landen moest worden gebracht. Nu is dat niet meer nodig.

        In de Bijbel wordt het spreken in vreemde talen vooral besproken in de brief aan de Korintiërs. Daar legt Paulus uit dat er veel misverstanden over waren. Hij is er zelf ook niet enthousiast over. Hij zegt nergens dat álle gelovigen dat zouden moeten kunnen.

        Niet iedereen kreeg die gave en het was ook geen bewijs dat je dichter bij God stond. Wat sommige mensen nu “spreken in tongen” noemen, klinkt vaak als onbegrijpelijk gebrabbel. Soms vallen mensen zelfs op de grond of raken in een soort trance. Dat lijkt meer op rare rituelen uit andere religies dan op iets wat van God komt.

        De Bijbel zegt juist dat we ons verstand moeten gebruiken. God gaf het spreken in vreemde talen vroeger als een teken voor mensen die niet wilden geloven, vooral voor het volk Israël. Het was voor hen moeilijk te accepteren dat de boodschap van God ook in andere talen werd verteld. Dat was trouwens wel al voorspeld in Jesaja 28.

        In bovenstaande Bijbeltekst staat dat profetie (dus het vertellen van wat God wil zeggen) juist bedoeld is voor mensen die wél geloven. God wil zijn plannen aan hen bekendmaken (zie ook 1 Korinthe 2:9-13).

        In het Bijbelboek Handelingen lees je veel over genezingen als bewijs dat God aan het werk was. Maar later in de Bijbel zie je dat sommige helpers van Paulus ziek werden en niet op wonderlijke manier beter werden. Al die zichtbare tekenen van Gods Koninkrijk, zoals genezingen en vreemde talen, komen pas weer terug als Gods Koninkrijk echt op aarde komt. Nu is dat Koninkrijk nog onzichtbaar.

        Wij, als gelovigen, horen nu bij de hemel (Efeze 2:6). Jezus Christus is naar de hemel gegaan en Gods werk gebeurt nu op een verborgen manier. Daarom zijn die bijzondere tekenen voor nu ook verdwenen.

        Verborgenheden zijn geen mysterie voor wie met God wandelt.


        30 maart

        We lezen vandaag: Efeze 5:17-5:21

        Efeze 2:10
        Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, op­dat wij daarin zouden wandelen.

        Hoe leef je als je door Gods Geest wordt geleid?

        Als je leeft met Gods Geest, dan groei je stap voor stap in je geloof. Dat gebeurt niet in één keer, maar gedurende je hele leven. De Geest helpt je om steeds meer te leven zoals God het bedoeld heeft.

        Vol zijn van Gods Geest betekent ook: vol zijn van Zijn Woord. In de Bijbel staan veel tips over hoe je kunt leven zoals God dat wil. Het draait om liefde voor God en liefde voor elkaar. Denk aan de vruchten van de Geest: liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing (Galaten 5:22).

        God heeft ons gemaakt om goede dingen te doen. Dingen die Hij al van tevoren voor ons heeft klaargezet (Efeze 2:10). Maar wat zijn dan “goede dingen”? Dat zijn dingen die passen bij het nieuwe leven dat Jezus ons geeft.

        Wat betekent leven in Jezus’ liefde?

        Dat je elkaar niet buitensluit. Iedereen hoort erbij, ook mensen die je misschien lastig vindt of die anders zijn dan jij. We zouden elkaar helpen, steunen, vergeven en troosten. Niet pesten, liegen of elkaar afkraken.

        We zouden ook denken aan mensen die het moeilijk hebben. Ons huis openstellen voor anderen, vrede zoeken met mensen buiten de kerk en dat alles oprecht, niet omdat het “moet”.

        Is dat makkelijk? Nee, voor ons niet. Maar God helpt ons erbij. Hij maakt het mogelijk.

        Wat betekent leven uit geloof?

        Dat je God de ruimte geeft om tot je hart te spreken. Dat je gelooft dat je door Jezus rein en goed bent in Gods ogen. Je hoeft je niet schuldig te voelen. Je mag altijd naar God toe komen.

        Je leert erop te vertrouwen dat God dingen uit je leven weghaalt die niet goed voor je zijn. Je mag trots zijn op wat Hij je heeft gegeven en je mag vrijuit over Hem praten, ook als het moeilijk is of als mensen je erom uitlachen.

        God geeft je alles wat je nodig hebt om Hem te dienen.


        31 maart

        We lezen vandaag: 1 Petrus 2:21-2:25

        Galaten 6:8
        Want wie in zijn eigen vlees zaait, zal uit het vlees verderf oogsten; maar wie in de Geest zaait, zal uit de Geest het eeuwige leven oogsten.

        Leven met geloof, wat betekent dat nou eigenlijk?

        Als je leeft vanuit geloof, dan kijk je niet alleen naar hoe iemand iets zegt, maar vooral naar wat diegene zegt. Het gaat niet om mooie praatjes, maar om de inhoud. Je gebruikt de Bijbel niet om je zin te krijgen, maar om anderen te helpen en sterker te maken.

        Je hoeft niet altijd de discussie aan te gaan. Soms is het beter om gewoon een goed antwoord te geven dat iemand verder helpt. Het is belangrijk dat we proberen anderen enthousiast te maken voor het geloof. Dat doen we met respect voor God én voor elkaar.

        We blijven leren en bidden voor anderen en voor onszelf. We doen rustig ons werk op de plek waar we zijn. Ook als het moeilijk wordt, geven we niet op.

        We leven niet voor onszelf of voor wat anderen willen. We proberen niet beroemd of belangrijk te worden, maar we weten dat we hier op aarde eigenlijk een soort ‘gast’ zijn. Daarom laten we ons niet vastzetten door regels of religie. We zijn tevreden met wat we hebben en proberen niet altijd alles te veranderen.

        We zorgen zelf voor ons geld, op een eerlijke manier, en we zijn trouw aan de mensen die leiding geven. We snappen dat onze talenten ons niet dichter bij God brengen, soms zelfs verder weg. Daarom maken we plannen, maar wel met het idee: “God weet wat het beste is.”

        We zijn bereid om oude gewoontes los te laten. We leren om grenzen te stellen. We doen niet zomaar mee met alles wat anderen doen, zeker niet als het egoïstisch is. En we doen dat niet omdat anderen het zeggen, maar omdat we trouw willen zijn aan God.

        God geeft ons geen lijst met regels, maar Hij geeft ons een voorbeeld: de Here Jezus Christus. Dat heb je ook kunnen lezen in 1 Petrus 2:21-2:25. Vergeet nooit dat het Woord dat je hoort of leest in de eerste plaats voor jezelf is, niet voor de ander. Het doel is om zelf te groeien.

        De Heere Jezus Christus is ons tot een voorbeeld.

      5. Februari


        1 februari

        We lezen vandaag: Johannes 3:1-3:21

        Johannes 3:6
        Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit de Geest geboren is, is geest.

        Wedergeboorte – Wat betekent dat nou eigenlijk?

        Wij willen samen met jullie nadenken over iets bijzonders: wedergeboorte. Dat klinkt misschien als een moeilijk begrip, maar we gaan het stap voor stap bekijken.

        In andere geloven hoor je soms het woord reïncarnatie. Dat betekent letterlijk: opnieuw in een lichaam komen. Maar in de Bijbel betekent wedergeboorte iets anders. Het gaat niet om opnieuw geboren worden in een lichaam, maar om een nieuw begin vanbinnen. Een geestelijke geboorte! Reïncarnatie gaat over een nieuw leven op aarde, maar wedergeboorte gaat over een eeuwig leven met God.

        Wedergeboorte is mogelijk geworden door de opstanding van Jezus. Voor die tijd kon het niet. En ook al komt het woord ‘wedergeboorte’ maar een paar keer voor in de Bijbel, het idee erachter is superbelangrijk. Er worden ook andere woorden gebruikt, zoals “uit God geboren worden” of “geboren uit de Geest”.

        Volgens de Bijbel gebruikt God wedergeboorte om iets ouds en gebrekkigs te vervangen door iets nieuws en perfects. Het is dus niet zomaar een theorie of een moeilijk woord. Het gaat erom dat we echt geestelijk veranderen.

        Ons doel is niet dat je alleen maar nieuwe woorden leert, maar dat je beter begrijpt wat God bedoelt. Als we openstaan voor wat Hij in ons wil doen, dan merken we dat ons leven verandert. We gaan anders denken, minder gericht op het oude en meer op wat komt: een nieuwe toekomst met God.

        Je lichaam is tijdelijk, maar wat God met je geest doet, leeft voor altijd.


        2 februari

        We lezen vandaag: Johannes 3:1-3:21

        Johannes 3:3
        Jezus antwoordde en zei tegen hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.

        Wat betekent wedergeboorte eigenlijk?

        Je ziet dat de Bijbel zelf de term wedergeboorte eigenlijk niet gebruikt. In de Bijbel staat “opnieuw geboren” worden. Om te snappen wat “wedergeboorte” betekent, moeten we even kijken naar het Griekse woord dat in de Bijbel wordt gebruikt: gennao. Dat woord betekent eigenlijk gewoon “voortbrengen” of “iets laten ontstaan”. Het zegt niet precies hoe dat gebeurt. Dat hangt af van de zin waarin het staat.

        In de Bijbel zie je dat het woord op verschillende manieren wordt vertaald:

        • Als het gaat om een vrouw die een baby krijgt, wordt het vertaald als baren.
        • Als het gaat om een man die een kind verwekt, wordt het vertaald als verwekken.

        In Johannes 3:3 praat Jezus met Nicodémus over wedergeboorte. Nicodémus denkt dat Jezus het heeft over een gewone geboorte, zoals bij een vrouw. Maar in vers 5 legt Jezus uit dat Hij iets anders bedoelt: een geboorte uit de Geest. Dat is geen normale geboorte, maar iets geestelijks.

        Dus wedergeboorte is: Een nieuwe start, die van God komt, en die leidt naar eeuwig leven in plaats van de dood.
        Jezus was de eerste die uit de dood opstond en was de eerste die op deze manier wedergeboren werd. Dat kun je terugvinden in 1 Korinthe 15:20.

        Wedergeboorte is niet terug naar het begin, maar een nieuwe start met God als jouw krachtbron.


        3 februari

        We lezen vandaag: Romeinen 5:12-5:21

        Romeinen 5:12
        Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen, in wie allen gezondigd hebben.

        De Bijbel zegt dat het superbelangrijk is dat we wedergeboren worden. Dat betekent dat onze gewone geboorte, dus hoe we als baby zijn geboren, niet genoeg is om bij God te horen. In de Bijbel wordt dat ook wel “vlees”, “oude mens” of “oude natuur” genoemd.

        Jezus zegt in Johannes 3:4 dat je wedergeboren moet worden om in het Koninkrijk van God te komen. Dus: je moet een nieuwe start maken, niet alleen lichamelijk, maar ook geestelijk

        Volgens de Bijbel zijn we allemaal zondaars omdat we afstammen van Adam. Daardoor zijn we niet geschikt voor Gods koninkrijk. Maar er is goed nieuws: Jezus heeft dat probleem opgelost toen Hij stierf aan het kruis op Golgotha. In Romeinen 6 staat dat toen ook onze “oude mens” met Hem is gestorven en begraven.

        Let op: het gaat hier om zonde (in het enkelvoud), dus onze zondige aard. Niet om zonden (de dingen die we fout doen). Denk aan een zieke boom. Een zieke boom kan geen gezonde vruchten maken. Toch zijn de vruchten niet het echte probleem — de boom zelf is ziek. Zo is het ook met ons. We doen verkeerde dingen omdat we van binnen zondig zijn.

        In Johannes 3:6 zegt Jezus dat “vlees voortkomt uit vlees”. Dat betekent dat we onze zondige aard van onze ouders hebben meegekregen. Je hebt daar niet voor gekozen, het is als een soort erfelijke fout.

        Maar als je wedergeboren bent, krijg je een nieuwe natuur. En dan heb je wél een keuze: wil je leven volgens je oude ik, of volgens je nieuwe ik, namelijk jouw nieuwe mens die bij God hoort?

        Je eerste geboorte gaf je aards leven, maar je tweede geboorte, je wederge­boorte, geeft je een eeuwig hemels leven.


        4 februari

        We lezen vandaag: 1 Korinthe 15:35-15:49

        1 Korinthe 15:44
        Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam wordt opgewekt. Er is een natuurlijk lichaam en er is een geestelijk lichaam.

        Wat betekent dit eigenlijk?

        We hebben eerder gezien dat ons gewone lichaam, dus gewoon als mens van vlees en bloed, niet zomaar bij God kan komen in Zijn Koninkrijk. Toch proberen veel mensen, ook gelovigen, om beter te worden. Ze doen hun best, leven netjes en houden zich aan allerlei regels, in de hoop dat ze zo dichter bij God komen.

        Maar hoe goed je ook je best doet, dat werkt echt niet. We blijven mensen, met fouten en zwaktes. Denk maar aan goede voornemens, zoals “ik ga elke dag bidden” of “ik ga nooit meer liegen.” Vaak lukt dat niet en dan voel je je teleurgesteld of gefrustreerd.

        Waarom is dat zo? Dat komt door wie we van nature zijn. Paulus, een belangrijke figuur uit de Bijbel, zegt daar ook iets over:

        Romeinen 7:18-19
        “Want ik weet dat in mij, dat is in mijn vlees, niets goeds woont. Immers, het willen is er bij mij wel, maar het goede teweegbrengen, dat vind ik niet. Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik.”

        Als we eerlijk zijn, moeten we toegeven dat we onszelf niet kunnen redden. Paulus zegt zelfs:

        Romeinen 7:24
        “Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?”

        Daarom hebben we hulp nodig, we moeten bevrijd worden van onze oude “ik”, zodat we een nieuwe “ik” kunnen ontvangen.

        Je oude “ik” mag je loslaten. God heeft iets nieuws voor jou klaarstaan.


        5 februari

        We lezen vandaag: Jesaja 53:4-53:6

        Jesaja 53:5
        Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen.

        Waarom Jezus moest lijden

        Er is een verschil tussen “zonde” en “zonden”.

        • “Zonde” is als een slechte kant in onszelf, iets wat diep vanbinnen zit.
        • “Zonden” zijn de dingen die we doen die niet goed zijn, zoals lie­gen, stelen of iemand pijn doen.

        In de Bijbel, in het boek Jesaja, staat dat Jezus zou komen om die verkeerde dingen (onze zonden) op zich te nemen. Dat betekent dat Hij zou lijden voor wat wij fout doen. Jezus kreeg te maken met pijn en verdriet omdat God boos was over onze zonden. In 1 Petrus 2:24 staat:

        “Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout, opdat wij, voor de zonden dood, voor de gerechtigheid zouden leven. Door Zijn striemen bent u genezen.”

        Omdat God eerlijk en rechtvaardig is, moeten zonden gestraft worden. Maar het mooie is: Jezus nam die straf op zich. Hij kreeg de straf die eigenlijk voor ons was bedoeld. Zo kon God ons vergeven en toch rechtvaardig blijven. In Romeinen 3:26 staat dat God rechtvaardig is, ook als Hij mensen goedkeurt die in Jezus geloven.

        Jezus Christus is dus de manier waarop God ons kan vergeven.
        Iedereen op aarde is van nature verdwaald, zeg maar ‘spiritueel verdwaald’. Maar we zijn niet zomaar van onszelf, we horen bij God. Daarom heeft God een plan bedacht om ons te redden. Dat plan heet “verlossing”.

        Een belangrijk onderdeel van dat plan is “wedergeboorte”. Dat betekent dat je een nieuw begin krijgt, niet als onderdeel van de oude wereld, maar als iemand die hoort bij Gods nieuwe wereld.

        Jezus droeg jouw fouten, zodat jij vrij kunt leven met een nieuw begin.


        6 februari

        We lezen vandaag: Romeinen 6:1-6:14

        Romeinen 6:7
        Want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.

        Wat Jezus voor ons heeft gedaan

        Jezus heeft de straf gedragen voor alles wat wij fout doen, dus voor alle zonden. Daardoor, door Jezus, zijn we vergeven. Maar dat betekent niet dat we meteen helemaal veranderd zijn van binnen. De Bijbel zegt dat er maar één manier is om echt los te komen van die oude, verkeerde kant in onszelf: dat is door te sterven. Niet letterlijk nu meteen, maar geestelijk, alsof die oude jij stopt met bestaan.

        Omdat Jezus voor ons is gestorven, hoeven wij die straf niet meer te dragen. Eerst heeft Hij geleden voor onze fouten en daarna is Hij gestorven om ons echt te kunnen verzoenen met God. Dat betekent dat we weer goed kunnen zijn met God. In de Bijbel staat: “Als Eén voor iedereen is gestorven, dan zijn we allemaal gestorven.” Dat betekent dat Jezus dat voor ons allemaal heeft gedaan.

        Maar gelukkig stopt het daar niet. Want als het alleen bij de dood bleef, dan zouden we wel vergeven zijn, maar niet meer leven. Dat zou zinloos zijn. Jezus betaalde een supergrote prijs. Niet met geld, maar met Zijn eigen bloed, zodat we niet meer vastzitten aan een leeg leven dat we hebben meegekregen.

        Nieuw leven

        We zijn niet alleen met Jezus gestorven (geestelijk gezien), maar door ons geloof in Hem zijn wij met Hem weer tot nieuw leven gewekt. We zijn opnieuw geboren, niet om ons leven weer kwijt te raken, maar juist om het eeuwige leven te krijgen. We hebben door ons geloof eeuwig leven gekregen. Een leven dat echt zin heeft, met God.

        Geloof is de sleutel en eeuwig leven is de deur die God voor je opent.


        7 februari

        We lezen vandaag: Johannes 12:20-12:36

        Johannes 12:24 en 25
        .. Als de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen, maar als hij sterft, draagt hij veel vrucht. Wie zijn leven liefheeft, zal het verliezen, en wie zijn leven haat in deze wereld, zal het behouden tot het eeuwige leven.

        Wat betekent het verhaal van de tarwekorrel eigenlijk?

        Stel je een tarwekorrel voor. Zo’n klein zaadje dat in de grond moet verdwijnen (oftewel sterven) voordat er iets nieuws uit groeit. In de Bijbel wordt dat zaadje vergeleken met Jezus. Hij stierf, maar daardoor ontstond er iets groots: de Gemeente, oftewel alle mensen die in Hem geloven.

        In het Hebreeuws lijkt het woord voor tarwe op het woord voor zonde. Dat is geen toeval. Het zaadje staat ook voor de mens zoals we van nature zijn, met fouten en zonden. Jezus nam die zonden op zich en stierf voor ons. Maar dat was niet het einde.

        Jezus zegt in Johannes 12:24 “Als het zaadje sterft, komt er veel vrucht uit.” Dat betekent dat er door Zijn dood en opstanding er iets goeds kwam, iets nieuws. En dat geldt niet alleen voor Hem, maar ook voor iedereen die in Hem gelooft. Als je je leven hier op aarde het allerbelangrijkst vindt, raak je het uiteindelijk kwijt. Maar als je kiest voor God en leeft voor iets groters, krijg je eeuwig leven.
        De Bijbel vertelt ook over twee soorten lichamen:

        • Een natuurlijk lichaam: dat is je gewone lichaam, zoals je nu bent.
        • Een geestelijk lichaam: dat is een nieuw lichaam dat je krijgt als je opstaat uit de dood en dat voor altijd leeft met God.

        Dat opstaan uit de dood, ook wel opstanding genoemd, is hetzelfde als wedergeboorte (een nieuw begin met God). Maar niet elke opstanding is wedergeboorte. Bijvoorbeeld: Lazarus en het dochtertje van Jaïrus kwamen wel terug uit de dood, maar ze stierven later weer. Jezus Christus was de eerste die opstond en nooit meer stierf. Hij kreeg een nieuw, eeuwig leven. Dat is echte wedergeboorte.

        Jezus stierf als een zaadje, maar stond op als het begin van eeuwig leven.


        8 februari

        We lezen vandaag: Exodus 14:1-14:22

        Exodus 14:22
        Zo gingen de Israëlieten midden in de zee op het droge. Het water was voor hen aan hun rechter- en linkerhand een muur.

        Wat betekent wedergeboorte eigenlijk?

        Wedergeboorte klinkt misschien als een moeilijk woord, maar het betekent eigenlijk dat je een nieuw begin maakt, alsof je opnieuw geboren wordt, maar dan van binnen.

        Het begon allemaal met Jezus. Hij was de eerste die “wedergeboren” werd toen Hij opstond uit de dood. Daarna geldt het wedergeboren worden ook voor mensen die in Hem geloven. Jezus zei zelfs: “….u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte,….” (Matteüs 19:28). Dat betekent: als je in Hem gelooft, krijg je ook zo’n nieuw begin.

        Toen Israël uit Egypte vertrok (de uittocht), was dat eigenlijk hun ‘geboorte’ als volk. Je zou Egypte kunnen zien als hun ‘moederland’. Misschien is dat ook waarom Israël en Egypte nog steeds een speciale band hebben. Egypte was zelfs het eerste land in het Midden-Oosten dat vrede sloot met Israël. Toen Jakob (die van God de naam Israël kreeg) met zijn familie in Egypte ging wonen, begon het allemaal. Je zou kunnen zeggen dat Egypte toen ‘zwanger’ was van Israël. De negen plagen die Egypte troffen, kun je vergelijken met de negen maanden van een zwangerschap. De tiende plaag was heftig, maar zowel Israël als Egypte konden eraan ontsnappen door bloed op hun deurpost te smeren. Een teken dat verwijst naar de dood en opstanding van Jezus Christus.

        In het Hebreeuws is de negende letter “thet”, en die betekent “baarmoeder”. Dat past mooi bij het idee dat Israël uit Egypte ‘geboren’ werd. Maar dat ging niet zomaar, want Israël had honderden jaren in Egypte gewoond.
        Toen God de Rode Zee liet splijten, zodat Israël erdoor kon lopen, was dat net als bij een geboorte: het water brak, en Israël kwam eruit, vrij en opnieuw begonnen.

        Toen het water brak, werd Israël geboren. Een bevrijding dwars door de zee!


        9 februari

        We lezen vandaag: Exodus 16:1-4

        Exodus 16:3
        De Israëlieten zeiden tegen hen: Och, waren wij maar door de hand van de HEERE gestorven in het land Egypte, toen wij bij de vleespotten zaten en brood aten tot verzadiging toe! Want u hebt ons uitgeleid naar deze woestijn om heel deze gemeente van honger te laten sterven.

        Gisteren heb je kunnen lezen dat het volk Israël pas echt een volk werd toen ze uit Egypte vertrokken. Dat was eigenlijk hun “geboorte” als volk. Maar die geboorte ging niet helemaal zoals het eigenlijk bedoeld was. Het was alsof de navelstreng, de band tussen moeder en kind, niet was doorgeknipt. Daardoor bleef Israël steeds terugdenken aan Egypte en verlangen naar hoe het daar was.

        In de Bijbel staat Egypte vaak symbool voor de gewone, aardse wereld. Vol spullen, macht en comfort. In Deuteronomium hoofdstuk 27 en 28 staat al aangekondigd wat er later met Israël zou gebeuren. Het volk zou verspreid raken over de hele wereld en zelfs weer teruggaan naar Egypte. En dat gebeurde ook echt. In het jaar 70 na Christus werd de tempel in Jeruzalem verwoest. Veel Joden vluchtten toen naar Egypte. Sommigen probeerden zichzelf zelfs als slaaf te verkopen. Het eindigde dus zoals het ooit begon: als slaven in Egypte.

        Sinds die tijd was Israël geen echte staat meer. In de Bijbel wordt dat een “dood lichaam” genoemd. In hoofdstuk 28 van Deuteronomium staat in vers 26: “Uw dode lichaam zal voedsel zijn voor alle vogels in de lucht en voor de dieren op de aarde, en niemand zal ze schrik aanjagen.” Dat betekent niet dat het volk verdwenen was, maar dat er geen echte verbinding meer was met God. Er was geen contact, geen relatie meer. Israël wilde niet afhankelijk zijn van God en daarom trok God zich terug. Dat zie je in veel profetieën terugkomen.

        Als je blijft hangen in het verleden, mis je de kans om te groeien in het nu.


        10 februari

        We lezen vandaag: Ezechiël 37:1-37:14

        Ezechiël 37:11
        Toen zei Hij tegen mij: Mensenkind, deze beenderen zijn heel het huis van Israël. Zie, ze zeggen: Onze beenderen zijn verdord en onze hoop is vergaan, wij zijn afgesneden!

        Wedergeboorte van het volk

        In Ezechiël 37 staat een bijzonder verhaal. Het gaat over hoe het volk Israël weer tot leven komt, alsof het opnieuw geboren wordt. In dat verhaal vergelijkt God Israël met een hoop droge botten. Best een gek beeld ook weer, toch?

        Maar in de Bijbel betekent “leven” iets meer dan alleen ademhalen. Iets leeft pas echt als er geest in zit. Denk maar aan Adam. Hij leefde pas echt toen God hem adem gaf. Die adem staat voor de Geest van God en die maakt dingen levend. Zo is ook onze wedergeboorte tot stand gekomen. In Ezechiël 37:5 zegt God: Zo zegt de Heere HEERE tegen deze beenderen: Zie, Ik ga geest in u brengen en u zult tot leven komen.
        En in Ezechiël 37:6 zegt Hij: Ik zal pezen op u leggen, vlees op u doen komen, een huid over u heen trekken, en geest in u ge­ven, zodat u tot leven komt. Dan zult u weten dat Ik de HEERE ben.

        Wat opvalt is dat God zegt twee keer dat Hij geest geeft. Maar dat betekent niet dat Israël twee keer tot leven komt. Het gaat hier om twee verschillende dingen:

        • Vers 5 gaat over individuele Joden die tot geloof komen, zoals de leerlingen van Jezus ná Zijn opstanding.
        • Vers 6 gaat over de hele Joodse staat Israël die weer tot leven komt, dus via het volk.

        Wat we tot nu toe hebben besproken gaat over wat God van plan is met Israël. Wat er echt gebeurde lezen we in de volgende verzen van Ezechiël. Er ontstaat wel een lichaam, maar het is nog dood. Er is nog geen geest in, dus is er ook nog geen echte wedergeboorte.

        Dat lijkt op de situatie van nu: er is wel een Joodse staat Israël, maar veel mensen daar geloven niet in Jezus als de Messias. Het is dus nog niet helemaal zoals God het bedoelde. De profetie uit vers 6 is dus nog niet uitgekomen.

        Israël is niet vergeten. God bouwt verder aan Zijn belofte.


        11 februari

        We lezen vandaag: Ezechiël 37:1-37:14

        Ezechiël 37:10
        Ik profeteerde zoals Hij mij geboden had. Toen kwam de geest in hen en zij kwamen tot leven. Zij gingen op hun voeten staan, een zeer, zeer groot leger.

        Ezechiël moest eerst tegen de botten praten, maar dat was niet genoeg. Nu moest hij tegen de geest praten. Pas toen de geest kwam, werden de mensen echt levend.
        Dat laat zien ons zien dat er alleen door Gods Geest echt leven komt. Maar die Geest komt niet zomaar. In het Nieuwe Testament staat dat je de Geest pas krijgt als je in Jezus gelooft.

        Hoe zit dat dan met Israël?

        In Handelingen 7:51 staat dat het volk Israël zich altijd heeft verzet tegen Gods Geest. Ze wilden niet luisteren, net als hun voorouders.
        Ook toen Jezus opstond uit de dood, geloofde Israël als volk niet in Hem. Een enkeling geloofde wel, maar niet het hele volk. En dat is nog steeds zo. Israël is een land, maar het gelooft niet in Jezus als de Messias.
        Toch heeft God een plan met Israël. Hij heeft Zijn volk uitgekozen voor een speciaal doel. En uiteindelijk zal Hij ervoor zorgen dat ze zich overgeven aan Hem.

        Wat gaat er dan gebeuren?

        Als Gods Geest komt, zal Hij een oordeel brengen over wat verkeerd is. Dat geldt ook voor Israël. De Bijbel noemt dat de “tijd van benauwdheid voor Jakob”. Dit zal een hele moeilijke periode zijn, ook wel de “grote verdrukking” genoemd. In Jeremia 30:7 staat: “Wee! Want die dag is groot, er is er geen als hij. Het is een tijd van benauwdheid voor Jakob, toch zal hij daaruit verlost worden.”

        Na die moeilijke tijd zullen de mensen die echt in God geloven, overblijven.

        Waar geloof is, komt leven


        12 februari

        We lezen vandaag: Ezechiël 37:1-37:9

        Ezechiël 37:9
        Hij zei tegen mij: Profeteer tegen de geest, profeteer, mensenkind! Zeg tegen de geest: Zo zegt de Heere HEERE: Geest, kom uit de vier windstreken en blaas in deze gedo­den, zodat zij tot leven komen.

        Wat hier gebeurt, is best bijzonder. Het laat zien dat God zelf het initiatief neemt. Niet het volk Israël begint met verandering, maar God stuurt zijn Geest om het nieuwe leven te geven. Maar voordat dat gebeurt, moet het volk eerst spijt krijgen van hun fouten en terugkeren naar God.
        Er komt eerst een moeilijke tijd, een soort oordeel van God. Dat wordt de grote verdrukking genoemd. In die periode zullen de Joden, die het dan heel zwaar hebben, God om hulp roepen. In de Bijbel staat dat God dan zal antwoorden: “Ik zal zeggen: Dit is Mijn volk; en zij zullen zeggen: De HEERE is mijn God.” (Zacharia 13:9)
        Pas daarna zal de belofte uit Ezechiël echt uitkomen. En het gaat dan niet alleen over de twee stammen die nu in Israël wonen, maar over alle twaalf stammen van het gehele volk Israël.

        Wat gaat er gebeuren?

        Jezus vertelt in Markus 13:24-27 wat er zal gebeuren na die moeilijke tijd:

        • De zon zal donker worden.
        • De maan zal geen licht meer geven.
        • Sterren zullen uit de hemel vallen.
        • Alles in de hemel zal door elkaar geschud worden.

        En dan… komt Jezus terug! Iedereen zal Hem zien, op de wolken, met grote kracht en glorie. Hij zal zijn engelen sturen om alle gelovigen van over de hele wereld te verzamelen.

        Wat betekent dit allemaal?

        Dit wordt een geweldige gebeurtenis! Het is het moment waarop Israël als volk opnieuw geboren wordt. Gods Geest zal komen in de Joden die verspreid zijn over de hele wereld. En van daaruit zullen ze samenkomen in het beloofde land, als één levend volk.

        Jezus komt terug en dat verandert alles!


        13 februari

        We lezen vandaag: Romeinen 1:16-1:17

        Romeinen 1:16
        Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en ook voor de Griek.

        Gods plan met het Joodse volk

        God heeft een speciaal plan met het Joodse volk. Maar dat plan gaat alleen door als ze aan bepaalde voorwaarden voldoen. Sommige mensen denken dat Joden automatisch gered zijn, gewoon omdat ze vroeger Gods uitverkoren volk waren. Maar dat klopt niet en dat staat ook niet zo in de Bijbel.

        In het Oude Testament wordt al voorspeld dat Israël weer tot leven komt, net als dode botten die weer levend worden. Maar dat gebeurt alleen als ze echt geloven. Net zoals een zondaar pas opnieuw kan beginnen (wedergeboren wordt) als hij of zij gelooft.

        De apostel Paulus wist dit ook. In de Bijbelboeken Romeinen 9 tot 11 legt hij uit dat iedereen, Jood of niet-Jood, alleen gered kan worden door geloof. Niet door goede daden of het volgen van regels, maar door echt te vertrouwen op God.

        Waarom is Israël dan nog niet opnieuw begonnen met God? Paulus zegt: omdat ze dachten dat ze het zelf wel konden, door zich aan de regels van de wet te houden. Maar dat werkt niet. Mensen kunnen zichzelf niet redden, ze hebben een Redder nodig.

        In Romeinen 9:33 haalt Paulus een stukje uit het Oude Testament aan om te laten zien dat dit altijd al zo was: redding komt door geloof. Niet door regels. Een volk dat niet gelooft, zet God opzij. Maar als Israël uiteindelijk gaat geloven, zal God hen opnieuw aannemen.

        God kijkt niet naar wat je doet, maar naar of je op Hem vertrouwt.


        14 februari

        We lezen vandaag: Johannes 3:1-3:21

        Johannes 3:3
        Jezus antwoordde en zei tegen hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.

        Wedergeboorte

        We hebben inmiddels gezien dat het woord wedergeboorte zelf niet letterlijk in het Oude Testament staat, maar het idee ervan wel. Het woord komt wel voor als plaatsnaam: Gilgal. Die naam betekent zoiets als “wiel” of “draaien”.

        Een van de eerste keren dat het woord wedergeboorte echt besproken wordt in de Bijbel, is in Johannes hoofdstuk 3. Daar komt Nicodemus, een belangrijke leraar van het volk, ’s nachts naar Jezus toe. Hij had gehoord over Jezus en waarschijnlijk ook zelf gezien dat Jezus wonderen deed. Nicodemus kende het Oude Testament goed en hij wist dat Jezus misschien wel de Messias kon zijn. De Messias die in het Oude Testament al werd voorspeld.

        Maar dan zegt Jezus tegen hem: “Bent u de leraar van Israël en weet u deze dingen niet?” (Johannes 3:10) Jezus vindt het dus raar dat Nicodemus niet weet wat wedergeboorte betekent. Maar is dat wel eerlijk? Het woord wordt hier toch voor het eerst gebruikt? Toch werd van Nicodemus verwacht dat hij het idee van wedergeboorte kende, omdat het al in het Oude Testament te vinden is, zoals we eerder hebben gezien bij de wedergeboorte van Israël.

        Jezus zegt ook: “Voor­waar, voorwaar, Ik zeg u: Wij spreken over wat Wij weten en getuigen van wat Wij gezien hebben, en toch neemt u Ons getuigenis niet aan.” (Johannes 3:11) Jezus spreekt Nicodemus aan, maar eigenlijk bedoelt Hij het hele volk. Ze willen niet geloven wat Hij zegt, ook al komt het uit de Bijbel die ze zelf kennen. Jezus laat zien dat Zijn woorden gebaseerd zijn op het Oude Testament. Dus Nicodemus had het kunnen weten, als hij goed had opgelet bij het lezen van de Schriften.

        Nicodemus dacht dat hij alles wist, tot hij Jezus ontmoette.


        15 februari

        We lezen vandaag: Johannes 3:1-3:21

        Johannes 3:12
        Als Ik aardse dingen tegen u zei en u niet gelooft, hoe zult u geloven als Ik hemelse dingen tegen u zeg?

        Een nieuw begin

        Jezus heeft het hier nog steeds over wedergeboorte. Dat betekent dus een nieuw leven beginnen, alsof je opnieuw geboren wordt. Maar is dat iets aards of iets hemels? Eigenlijk allebei. Het heeft te maken met wat God met je van plan is. In de Bijbel lees je over twee soorten opstanding (weer levend worden na de dood):

        De eerste is opstanding van het lichaam: mensen worden weer levend, maar sterven later opnieuw. Daar zijn meerdere voorbeelden van in de Bijbel:

        • De zoon van de Sunamitische vrouw (2 Koningen 4)
        • Het dochtertje van Jaïrus (Mattheüs 9:18-9:26, Markus 5:21-5:43 en Lukas 8:40-56)
        • Lazarus (Johannes 11:1-11:46)

        De tweede soort opstanding is opstanding tot eeuwig leven: dat is echt iets anders. Dan leef je voor altijd, met God. Ook Israël (het volk van God) maakt zo’n opstanding mee. Eerst worden ze als volk hersteld. Dat is lichamelijk, dus aards. Maar pas als ze zich echt tot Jezus Christus keren, krijgen ze eeuwig leven. Dan zijn ze wedergeboren en horen ze bij Gods nieuwe wereld.

        Wedergeboorte in het Oude Testament gaat dus vooral over aardse dingen. Mensen worden klaargemaakt voor de nieuwe aarde. In het Nieuwe Testament is er sprake van een nieuwe situatie. Mensen die na de dood en opstanding van Jezus in Hem zijn gaan geloven, horen bij de hemelse dingen. Zij zijn bestemd voor de hemel. Dat wist Nicodemus (aan wie Jezus dit vertelde) nog niet en dat kon hij ook nog niet weten, want dat werd pas later uitgelegd door Paulus. Maar dat wedergeboorte de stap is van het oude naar het nieuwe, dát had Nicodemus wel kunnen en moeten weten.

        Wedergeboorte is de start van jouw reis naar iets groters dan jezelf.


        16 februari

        We lezen vandaag: 2 Petrus 3:11-3:16

        2 Petrus 3:13
        Maar wij verwachten, overeenkomstig Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.

        Nieuwe hemelen en een nieuwe aarde

        We hebben eerder al besproken dat het idee van wedergeboorte (opnieuw geboren worden) begint bij Jezus. Doordat Hij stierf en weer opstond uit de dood, is het mogelijk geworden dat mensen een nieuw leven krijgen. Zonder Hem was dat niet gebeurd.

        In Matthéüs 19:28 zegt Jezus: “Voorwaar, Ik zeg u dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, als de Zoon des mensen zal zitten op de troon van Zijn heerlijkheid, ook zult zitten op twaalf tronen en de twaalf stammen van Israël zult oordelen.”

        Hier bedoelt Hij dat mensen die in Hem geloven, deel gaan uitmaken van iets nieuws, een nieuwe groep mensen die bij God hoort. Dat zijn niet alleen gelovige Joden, maar ook mensen uit andere landen en culturen.
        Later zal ook Israël (het land en het volk uit de Bijbel) opnieuw beginnen, maar op een andere manier. Uiteindelijk zal zelfs de hele wereld, de hemel en de aarde, vernieuwd worden. Alles wat nu bestaat, zal veranderen.
        In Romeinen 8:22 staat: “Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamen­lijk in barensnood verkeert tot nu toe.”

        Dat betekent dat de wereld zoals we die nu kennen, vergeleken kan worden met een moeder die zwanger is en dus een baby gaat krijgen. Het oude maakt plaats voor iets nieuws. Net zoals mensen een nieuw leven kunnen krijgen, zal ook de aarde een nieuw begin krijgen.
        De wereld zoals die nu is, is niet perfect. Wij mensen komen uit deze oude wereld en daardoor kunnen we niet zomaar bij God zijn. Daar is eerst iets nieuws voor nodig.

        De opstanding van Jezus is jouw kans op een nieuw leven.


        17 februari

        We lezen vandaag: Genesis 1:1-1:5

        Genesis 1:1-2
        In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de Geest van God zweefde boven het water.

        Wat staat er nou echt in Genesis over de schepping?

        In de Bijbel, in het boek Genesis, staat maar één zin die vertelt dat God de hemel en de aarde heeft gemaakt. Dat is Genesis 1:1. Veel mensen denken dat de verzen daarna uitleggen hoe God dat precies deed, maar dat klopt eigenlijk niet. De Bijbel zegt daar niks over, omdat dat blijkbaar niet het belangrijkste is voor ons.

        Dan komt er een zin die vaak verwarring geeft: “De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed;”

        Die zin gaat niet over het begin van de schepping, maar over wat er daarna gebeurde. Dat is best even wennen, want veel mensen hebben geleerd dat God eerst een soort chaos maakte en daaruit in zes dagen alles netjes vormde. Maar dat idee komt eigenlijk uit oude Griekse verhalen, niet uit de Bijbel. In de Bijbel staat juist dat God een God van orde is, niet van rommel of chaos. Hij heeft de hemel en aarde goed en mooi geschapen.

        Volgens ons kun je vers 2 beter vertalen met: “Maar de aarde werd woest en leeg door het verschijnen van de duisternis.”

        Dat zou dan inhouden dat er iets misging na de schepping, alsof er een soort oordeel of ramp kwam waardoor de aarde donker en leeg werd. En dat klopt. Wat die ramp of dat oordeel precies was, laten we nu maar even liggen, want dat is een heel ander verhaal. Daar kun je een hele studie naar doen.

        Dus:
        Vers 1 gaat over het moment dat God alles schiep.
        Vers 2 gaat over wat er daarna misging, waardoor de aarde er niet meer mooi uitzag.

        Chaos is niet het einde. God maakt er iets nieuws van.


        18 februari

        We lezen vandaag: Genesis 2:4-2:25

        Genesis 2:4
        Dit is wat uit de hemel en de aarde voortkwam, toen zij geschapen werden. Op de dag dat de HEERE God aarde en hemel maakte

        Wat gebeurde er na de schepping volgens de Bijbel?

        In Genesis 1:1 staat dat God de hemel en de aarde heeft geschapen. Daarna, in vers 2, lezen we dat er iets misging. De aarde werd een donkere, lege en chaotische plek. Maar God liet het daar niet bij. In de zeven dagen die volgen, begint Hij met het weer maken, herstellen, van alles wat kapot was gegaan. Dat herstellen wordt in Genesis 2:4 “voortkomen (uit)” genoemd. Het gaat eigenlijk om een soort geboorte. Bij een geboorte komt een kind uit de moeder voort. “Voortkomen uit” betekent dat iets gemaakt wordt uit iets wat er al is. Terwijl “scheppen” in de Bijbel betekent: iets creëren uit helemaal niets.

        In Kolossenzen 1:16 staat:
        “Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem ge­schapen.”

        Maar wat ging er dan mis? De schepping kwam onder invloed van satan te staan. Dat was niet alleen een probleem voor mensen, maar voor de hele wereld.

        De zeven dagen zijn dus een periode van herstel, maar nog niet van volledige vernieuwing of wedergeboorte.

        God begon met licht in de duisternis en Hij doet dat nog steeds, ook in jou.


        19 februari

        We lezen vandaag: Kolossenzen 1:15-1:23

        Kolossenzen 1:18
        En Hij is het hoofd van het lichaam, namelijk van de gemeente, Hij, Die het begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.

        Wat bedoelt de Bijbel met “alle dingen”?

        In sommige Bijbelvertalingen en ook hier dus, staat “allen”, maar eigenlijk is “alles” of “alle dingen” een betere vertaling. Het gaat hier namelijk niet over mensen, maar over dingen en dus alles wat bestaat. Het gaat nog niet over hoe de hele wereld opnieuw geboren zal worden in de toekomst, maar wel over wat er nu al veranderd is.

        Want mensen die in Christus geloven, zijn nu al een nieuwe schepping. Samen vormen ze de gemeente, het Lichaam van Christus, een soort geestelijke familie die bij Hem hoort.

        In Kolossenzen 1:20 staat:
        “en dat Hij door Hem alle dingen met Zichzelf verzoenen zou, door vrede te maken door het bloed van Zijn kruis, ja door Hem, zowel de dingen die op de aarde zijn als de dingen die in de hemelen zijn.”

        Dat betekent dat Jezus niet alleen gekomen is om mensen te redden, maar om alles te herstellen. De hele schepping, dus hemel én aarde.

        Vroeger was de wereld bedoeld om God te eren. Maar door de opstand van satan kwam alles onder zijn invloed te staan. De schepping diende hem in plaats van God. Maar door wat Jezus heeft gedaan, door Zijn dood aan het kruis en Zijn opstanding, is er weer hoop. Alles wat kapot ging, zal uiteindelijk hersteld worden.

        Dus:

        • Mensen die in Christus zijn, zijn nu al vernieuwd.
        • Uiteindelijk zal ook de hele wereld opnieuw geboren worden en weer zijn zoals God het bedoeld had.
        • Door Jezus Christus worden wij én de schepping bevrijd uit de macht van het kwaad.

        Jezus Christus maakt niet alleen jou nieuw; Hij geeft ook de wereld een tweede kans en jij mag daar deel van zijn!


        20 februari

        We lezen vandaag: Hebreeën 10:1-10:18

        Hebreeën 10:9
        Daarna sprak Hij: Zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God. Hij neemt het eerste weg om het tweede daarvoor in de plaats te zetten.

        Wat is het verschil tussen geboorte en wedergeboorte?

        Geboorte betekent: leven dat begint vóór de dood.
        Wedergeboorte betekent: nieuw leven dat begint ná de dood.
        Dus tussen die twee, tussen geboorte en wedergeboorte, zit de dood.

        Dat geldt niet alleen voor mensen, maar ook voor de wereld zelf. Deze wereld werd “geboren” uit een oude, zondige wereld (die je kunt zien als een soort moeder), en het “levende Woord van God” als een vader. De wereld zoals wij die nu kennen, is nog steeds diezelfde wereld uit Genesis 1.
        Er is wel iets veranderd, maar het is nog niet helemaal nieuw of vervangen.

        In de zes dagen van Genesis werkte God aan het herstel van de wereld, maar dat was nog geen wedergeboorte. Die komt pas na de opstanding van Jezus Christus. Hij wordt in de Bijbel vergeleken met een zaadje dat in de aarde valt, sterft, en daarna opkomt met veel vrucht. Dat is het begin van iets nieuws.

        De zes dagen van Genesis maakten de wereld klaar om “moeder” te worden. De aarde was eerst onvruchtbaar (kon geen leven voortbrengen), maar werd weer vruchtbaar. Daarna was het wachten op het “Zaad”, dat is Jezus Christus, die zou komen, sterven, en door Zijn opstanding nieuw leven zou brengen.

        De echte “geboorte” van de nieuwe wereld gebeurt pas op de Jongste Dag en wordt aan het eind van de Bijbel beschreven in het boek Openbaring. Maar het is belangrijk om te weten dat de oude wereld daar een rol in speelt. God gebruikt de oude schepping om iets nieuws voort te brengen. Daarom zei Hij in Genesis 1 dat alles “zeer goed” was. De wereld was toen al geschikt om uiteindelijk nieuw leven voort te brengen.

        God maakt van wat gebroken is, iets nieuws. Jij bent deel van dat plan!


        21 februari

        We lezen vandaag: Genesis 1:27-1:31

        Genesis 1:28
        En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!

        Wat betekent dit verhaal over Adam en Jezus?

        God gaf Adam een belangrijke taak: hij moest goed voor de aarde zorgen en er de baas over zijn. Maar dat was eigenlijk te moeilijk voor Adam, want hij was zelf onderdeel van die oude wereld die niet perfect was. Toch had God een plan en Hij zou dat plan laten slagen ook al ging het niet zoals je misschien zou verwachten.

        De eerste opdracht voor Adam was: zorg voor kinderen, voor nageslacht. In de Bijbel staat in Genesis 3:15 dat er een strijd zou komen tussen het kwaad (satan) en de nakomelingen van de vrouw. Er staat zelfs dat één van haar nakomelingen het kwaad zou verslaan.

        Die nakomeling is Jezus Christus. Hij werd geboren uit een vrouw en heeft, door op te staan uit de dood, de macht van satan gebroken. Dat staat ook in Hebreeën 2:14.

        Jezus Christus wordt in de Bijbel “Zoon van de mens” genoemd. Dat betekent eigenlijk “Zoon van Adam”. In het Hebreeuws betekent “zoon” ook “erfgenaam”, dus Jezus Christus erfde de taak van Adam. Maar waar Adam faalde, deed Jezus het wel goed.

        In 1 Korinthe 15:45 wordt Jezus de “laatste Adam” genoemd. Dat betekent: Hij is niet zoals de eerste mens, maar Hij is de nieuwe mens. Hij hoort bij een nieuwe wereld, de nieuwe schepping. In Hebreeën 10:9 staat: “Hij neemt het eerste weg, om het tweede te stellen.” Oftewel: Jezus vervangt het oude door iets beters.

        Waar Adam viel, stond Jezus op!


        22 februari

        We lezen vandaag: 1 Korinthe 2:1-2:16

        1 Korinthe 2:12
        En wij hebben niet ontvangen de geest van de wereld, maar de Geest Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen die ons door God genadig geschonken zijn.

        Nog een keertje, wat betekent wedergeboorte eigenlijk?

        Wedergeboorte betekent dat je een nieuw begin hebt gekregen. Door God ben je opnieuw geboren, niet als baby, maar vanbinnen. Je hoort nu bij Hem en bent een kind van God. Je oude lichamelijke ‘ik’, die soms verkeerde dingen deed bestaat nog steeds wel, maar naast die ‘ik’ heb je een nieuwe geestelijke ‘ik’ gekregen.

        Dat nieuwe leven, die geestelijke ‘ik’ groeit niet vanzelf. Net als een zaadje in de grond, heeft het voeding nodig. In de natuur is dat water en zon. In je geloof is dat het Woord van God, de Bijbel. Dat wordt ook wel ‘levend water’ genoemd, omdat het je helpt te groeien vanbinnen.

        God heeft iets moois in jou geplant en Hij wil dat het uitgroeit tot iets sterks en goeds. Maar daarvoor moet je wel leren en ontdekken wat Hij zegt. Pas als je wedergeboren bent, kun je echt gaan begrijpen wat God bedoelt. En Hij belooft dat Zijn Geest je daarbij helpt. Je helpt om de waarheid te leren kennen.

        Dus: als je wilt groeien in je geloof, moet je weten waar je in gelooft. Daarom is het bestuderen van de Bijbel zo belangrijk voor een gelovige.

        Je nieuwe leven met God begint als een zaadje. Geef het water, en het groeit uit tot iets groots.


        23 februari

        We lezen vandaag: Efeze 4:17-4:32

        Efeze 4:17
        Dit zeg ik dan en getuig ervan in de Heere, dat u niet meer wandelt zoals de andere heidenen wandelen, in de zinloosheid van hun denken,

        Veranderd denken: hoe God je hoofd en hart vernieuwt

        Als je opnieuw geboren bent in geloof, begint er iets bijzonders: je manier van denken verandert. God wil dat we niet meer denken zoals de wereld dat doet. Dus niet alleen maar denken aan onszelf, aan spullen of aan wat cool lijkt. Want die manier van denken is leeg en leidt nergens naartoe.

        De Bijbel zegt dat we uit onszelf niet kunnen bedenken wat God van ons wil. Maar God helpt ons daarbij. Hij maakt ons geschikt om Hem te begrijpen en te volgen.

        In Éfeze 4 staat dat ons “denken” vernieuwd moet worden. Dat betekent: ons verstand. Niet alleen wat we voelen, maar juist ook hoe we dingen zien en begrijpen.

        Dat gebeurt niet in één keer. Het is een proces. De Heilige Geest, die je hebt ontvangen toen je wedergeboren werd, helpt je daarbij. En dat doet Hij vooral door het Woord van God, de Bijbel. Als je daarin leest, ga je steeds beter begrijpen wie God is en wat Hij met jouw leven wil doen.

        Net als bij de Emmaüsgangers. (Lukas 24:13-24:35) Ineens zagen ze wie Jezus echt was. Hun ogen gingen open. Dat wil God ook bij jou doen.

        God verandert niet alleen je hart, maar ook je hoofd, zodat je leert denken met Hem mee.


        24 februari

        We lezen vandaag: 1 Korinthe 2:1-2:16

        1 Korinthe 2:14
        Maar de natuurlijke mens neemt de dingen van de Geest van God niet aan, want ze zijn dwaasheid voor hem. Hij kan ze ook niet leren kennen, omdat ze geestelijk beoordeeld worden.

        Waarom snappen mensen ons geloof soms niet?

        Sommige mensen zijn super slim, maar toch snappen ze niks van God. Dat komt omdat je Gods wijsheid niet kunt begrijpen met alleen je eigen verstand. Je hebt daar de Geest van God voor nodig. Die krijg je als je wedergeboren bent, als je een nieuw leven met God begint.

        Zonder die Geest is je denken leeg en draait het alleen om aardse dingen. Maar als je de Geest van God, ook wel “het nieuwe leven in ons” genoemd, hebt, leer je het verschil te zien tussen wat gewoon menselijk is en wat geestelijk is. Daarom snappen mensen die Jezus Christus niet kennen, vaak niet waar jij over praat als je over je geloof begint. Ze missen dat stukje vanbinnen dat het begrijpelijk maakt.

        Maar als je gelooft, dan ben je geestelijk geworden, een geestelijk mens, zoals de Bijbel het zegt in 1 Korinthe 2:15. Jij kunt dan wél het verschil zien tussen wat van God komt en wat niet.

        In 1 Johannes 5:20 staat dat Jezus ons het verstand heeft gegeven om God echt te leren kennen. Dat is niet zomaar een gevoel, want gevoelens kunnen je soms misleiden. Het gaat om feiten uit Gods Woord. God heeft beloofd dat Hij Zichzelf aan ons zal laten zien en Hij houdt zich aan die belofte. Jezus Christus geeft ons eeuwig leven.

        Je hoeft niet alles te voelen om het te geloven. Gods waarheid is sterker dan je emoties.


        25 februari

        We lezen vandaag: 1 Petrus 1:1-1:12

        1 Petrus 1:3
        Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons, overeenkomstig Zijn grote barm­hartigheid, opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden, …

        Wat betekent levende hoop

        God is de Vader van Jezus, onze Heer. Omdat Hij zoveel van ons houdt, heeft Hij ons nieuw leven gegeven. Dat nieuwe leven is niet zomaar iets: het is een leven met hoop. En die hoop is levend, omdat Jezus is opgestaan uit de dood.

        Als wij het woord hoop gebruiken, bedoelen we vaak: “Ik weet het niet zeker, maar ik hoop dat het lukt.” Bijvoorbeeld: “Ik hoop dat ik een goed cijfer haal.” Maar in de Bijbel betekent hoop juist: “Ik weet zeker dat het goedkomt.” Niet omdat jij dat voelt, maar omdat God het heeft beloofd. En God houdt altijd woord.

        De wereld is best onzeker. Je weet nooit precies wat er gaat gebeuren. Maar als je in God gelooft, heb je een toekomst die vaststaat. Dat geeft rust. Deze hoop is niet vaag of zweverig; ze helpt je nu al om keuzes te maken en anders naar het leven te kijken.

        Hoop als anker

        De Bijbel zegt dat God nooit liegt. Daarom kun je Hem volledig vertrouwen. Als je bij Hem schuilt, mag je die hoop stevig vasthouden. Die hoop werkt als een anker voor je ziel.

        Denk aan een schip: een anker zorgt ervoor dat het niet wegdrijft, zelfs niet als er golven zijn. Zo werkt hoop ook voor ons. Je ziet de toekomst misschien nog niet, maar je weet dat die komt. Dat geeft houvast. Je gaat minder letten op alles wat onzeker is, en meer op wat God nog gaat doen.

        Leven met vertrouwen

        Ons leven zit vol verrassingen. Soms leuke, soms minder leuke. Maar wie gelooft, mag weten dat God de toekomst in Zijn hand heeft. Dat geeft rust. Die zekerheid verandert hoe je denkt en leeft. Het is alsof je blik vooruit gericht staat: niet alleen naar de problemen van nu, maar naar Gods beloften.

        In Hebreeën 6 wordt hoop opnieuw een “anker voor de ziel” genoemd. Het houdt je stabiel, ook als het stormt in je leven. Hoop helpt je om verder te kijken dan vandaag en te leven vanuit de toekomst die God geeft.

        Een levende hoop is dus een houvast. Het geeft richting, kracht, vreugde en rust. Het is weten dat je toekomst veilig is en dat maakt je leven nu al anders.


        26 februari

        We lezen vandaag: 1 Petrus 1:1-1:12

        1 Petrus 1:4-1:5
        tot een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare erfe­nis, die in de hemelen bewaard wordt voor u. U wordt immers door de kracht van God bewaakt door het geloof tot de zaligheid, die gereedligt om geopenbaard te worden in de laatste tijd.

        In vers 3 werd gesproken over een “levende hoop”. In vers 4 gaat het verder: die hoop is eigenlijk een soort cadeau dat we later krijgen, een erfenis. Maar niet zomaar eentje. Het is een perfecte erfenis (zonder fouten, zonder zonde) en het is een erfenis die nooit kapotgaat of verdwijnt. Die erfenis ligt voor ons klaar in de hemel. En het mooie is: God bewaart zowel die erfenis, als ons. Het is alsof we voor elkaar bewaard worden.

        Misschien denk je nu: Wat moet ik doen om dat cadeau te krijgen? Nou, als je in God gelooft, is het belangrijk dat je je inzet voor Hem. Niet met je eigen kracht, maar met de kracht die Christus je geeft. Dat kan, omdat je opnieuw geboren bent, wedergeboren. Dat betekent dat je een nieuw begin hebt gemaakt met God.

        Later krijgen we een nieuw lichaam. De heerlijkheid van ons nieuwe lichaam, dat we in de toekomst zullen ontvangen, is afhankelijk van de “zaligheid van de ziel”. In de Bijbel staat dat onze ziel te maken heeft met onze wandel hier op aarde, met hoe we leven en keuzes maken. Dus: of en hoeveel we zullen erven, hangt af van onze vrijwillige dienst aan de Heer.

        Dat is ook wat Paulus bedoelt als hij in Filippenzen 3:12 zegt:
        “Niet dat ik het al verkregen heb of al volmaakt ben, maar ik jaag ernaar om het ook te grijpen. Daartoe ben ik ook door Christus Jezus gegrepen.”
        Hij heeft het hier niet over zijn redding. Nee, want die heeft hij al. Hij heeft het over die hemelse beloning en daarvoor zet hij alles opzij om zich helemaal te richten op Jezus.
        Dus: wedergeboorte is het allereerste begin en daardoor krijg je dat nieuwe leven. Dat is een zekerheid. Maar daarna komt de rest van jouw keuze. Wil je ook echt voor God leven? Dan moet je daar zelf voor kiezen en ook de verantwoordelijkheid voor nemen. Die keuze is eigenlijk niet zo moeilijk. Kies je voor de dingen van deze wereld, dan kan de Heer niet goed in jou werken en dan mis je misschien wel die erfenis die voor je klaarligt in de hemel. Maar als je kiest voor Hem, dan leef je met een toekomst die zeker is en een belofte die nooit vergaat. Jij beslist.

        Gods cadeau ligt klaar, maar jij moet het wel willen uitpakken.


        27 februari

        We lezen vandaag: Galaten 4:1-4:7

        Galaten 4:7
        Dus nu bent u geen slaaf meer, maar een zoon; en als u een zoon bent, dan bent u ook erfgenaam van God door Christus.

        Geen slaaf meer, maar een kind van God

        In de Bijbel betekent “zoon” niet alleen “kind”, maar ook erfgenaam. Een erfgenaam is iemand die iets erft van zijn ouders. Dat zie je ook hier. In het Grieks staat het woord huios, wat “zoon” betekent, maar soms wordt dit woord ook vertaald als “kind”. Bijvoorbeeld in Romeinen 8:23, waar staat “En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerste­lingen van de Geest hebben, ook wij zelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aan­neming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam.” Eigenlijk zou hier moeten staan: “in de verwachting van de aan­neming tot zonen.”

        We wachten op het moment dat we officieel als zonen worden aangesteld en dat is wanneer ons lichaam verlost wordt. Zolang we nog in ons gewone, oude lichaam leven, zijn we kinderen. Maar als we, bij de opname van de Gemeente, een nieuw lichaam krijgen, dan worden we pas zonen. Dan zijn we ook echte erfgenamen en zal blijken of we klaar zijn om samen met Jezus Christus te erven. Om een zoon te worden, moet je opgevoed worden. Je moet leren, groeien en soms moeilijke dingen meemaken.

        Opvoeding

        1 Petrus 1:7 zegt: “opdat de beproeving van uw geloof mag blijken te zijn tot lof en eer en heerlijkheid, bij de openbaring van Jezus Christus.”

        Je geloof wordt getest, zodat het iets moois oplevert: eer, glans en kracht als Jezus Christus terugkomt. In 1 Petrus 1:6 wordt gesproken over “verzoeking”. Dat zijn moeilijke momenten die niet van God komen, maar die wel gebeuren. God gebruikt die momenten om ons te beproeven, om ons op te voeden, zodat we sterker worden. Het verschil is dus:

        Verzoeking = moeilijkheden die je kapot willen maken.

        Beproeving = moeilijkheden die je sterker willen maken.

        God gebruikt beproevingen om ons te laten groeien. Het is een soort training. Net zoals je bij een sport soms moet afzien, pijn hebt, of dingen moet laten, maar je doet het omdat je weet dat het iets oplevert. Romeinen 8:25 zegt dat we met geduld wachten op het moment dat we zonen worden. Dat geduld leer je door moeilijke dingen mee te maken. Je leert volhouden, keuzes maken en je krijgt ervaring.

        Kort samengevat

        Jij bent geen slaaf van regels of angst, maar je bent een kind van God. Als kind van God ben je bedoeld om te groeien tot een erfgenaam, iemand die samen met Christus alles mag ontvangen.
        Dat vraagt training: moeilijke momenten, keuzes maken, leren volhouden.
        Net als bij sport: je doet het niet omdat het makkelijk is, maar omdat het de moeite waard is.

        Moeilijke momenten zijn geen straf, maar training voor iets beters.


        28 februari

        We lezen vandaag: 2 Korinthe 5:11-5:21

        2 Korinthe 5:17
        Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.

        Als je bij Jezus Christus hoort, ben je een totaal nieuw mens. Je oude leven is voorbij, alles is anders geworden. Dat klinkt misschien als iets voor later, maar het is ook iets voor nu. Als je in Jezus Christus gelooft, is dit nu al elke dag echte waarheid. Natuurlijk komt er nog iets geweldigs aan: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar alles wat fout was, weg is. Maar ook nu leven we in een bijzondere tijd.
        Wij zijn anders dan gelovigen van vroeger. Zij keken uit naar een nieuwe aarde. Maar wij mogen uitkijken naar iets hemels en we zullen later zelfs samen met Christus regeren.

        Romeinen 8:17 “Met reikhalzend ver­langen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God.”
        Als je snapt hoe bijzonder jouw plek is, ga je merken dat je samen met Christus sterk staat. Hij helpt je en daardoor leer je ook omgaan met moeilijke momenten. Je leert om steeds weer te vertrouwen op wie je bent in Hem.

        Aan het einde van deze maand zijn we nu ook aan het einde gekomen van de uitleg over wat het betekent om opnieuw geboren te worden, geestelijk gezien. De Bijbel laat zien dat dit niet zomaar een idee is, maar dat het echt iets verandert in wie je bent en hoe je leeft.

        Misschien heb je hier nog nooit echt over nagedacht. Of misschien twijfel je nog. Maar dit is een goed moment om er eens serieus bij stil te staan. Steeds meer mensen ontdekken dat hun leven echt anders wordt als ze ervoor kiezen om Jezus te volgen. Het geeft richting, kracht en hoop. Niet alleen voor later, maar ook voor nu.

        Je hoeft niet alles meteen te snappen. Maar het begint met een open hart en de wil om te ontdekken wat God allemaal voor jou heeft klaarliggen. Het is een keuze die je leven positief kan veranderen.

        Laat God je helpen om te begrijpen wat Hij van je vraagt.

      6. Januari


        1 januari

        We lezen vandaag: Johannes 1:1-1:5

        Johannes 1:1
        In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.

        Johannes 1:1 in begrijpelijke taal

        Johannes begint zijn verhaal met de woorden: “In het begin.” Dat is niet zomaar gekozen. Het lijkt op hoe het allereerste Bijbelboek, Genesis, begint. Daar gaat het over hoe God de wereld maakte. Johannes wil duidelijk maken dat er toen al iets heel belangrijks was: het Woord.

        Maar wat bedoelt hij met “het Woord”? Nou, Johannes zegt dat alles wat bestaat door dat Woord is ontstaan. Dus het Woord was er al voordat de aarde en de hemel bestonden. Als je Genesis 1:1 en Johannes 1:1 naast elkaar legt, zie je dat ze allebei zeggen dat God er vanaf het begin was. En ook het Woord was er vanaf het begin.

        Maar wat is dat Woord dan?

        Als je verder leest in Johannes 1, kom je erachter dat hij met “het Woord” eigenlijk Jezus bedoelt. In Johannes 1:14 staat dat “het Woord mens is geworden.” Dat betekent dat Jezus, die bij God was, een mens van vlees en bloed werd, net als jij en ik. Hij kreeg een lichaam, gevoelens, en alles wat bij mens-zijn hoort.

        Wat wil Johannes dan duidelijk maken?

        Johannes zegt: God is een geest, maar Hij werd echt mens. Niet zomaar een idee of een verhaal, het is echt gebeurd. En wat ook belangrijk is, is dat Johannes zegt dat Jezus niet zondig was. Hij was mens, maar zonder zonde.

        Het is werkelijk gebeurd!


        2 januari

        We lezen vandaag: 2 Timótheüs 3:10-3:17

        2 Timótheüs 3:16
        Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid,

        Wat betekent “Goddelijke inspiratie” eigenlijk?

        De Bijbel is niet zomaar een boek. Sommige mensen denken dat het gewoon door mensen is geschreven, zonder hulp van God. Anderen denken dat God er wel iets mee te maken had, maar meer ook niet. Maar veel christenen geloven dat de hele Bijbel, van begin tot eind, door God is geïnspireerd.

        Dat betekent dat God ervoor heeft gezorgd dat wat er in de Bijbel staat, precies is wat Hij wilde zeggen. In de originele Griekse tekst staat daar één speciaal woord voor: theopneustos. Dat betekent letterlijk “door God ingeblazen”.
        Stel je eens voor:

        • God “blies” als het ware zijn woorden uit – ze kwamen van Hemzelf.
        • En Hij “blies” ze ook in mensen – zoals profeten en apostelen – zodat zij die woorden konden opschrijven.

        Dus hoewel mensen de Bijbel hebben geschreven, geloven we dat God hen daarbij leidde. Hij gaf ze de juiste woorden, maar liet ze wel hun eigen stijl en persoonlijkheid gebruiken. Zo is de Bijbel een boek dat tegelijk menselijk én helemaal van God is.

        Mag ook jij zó door Gods Geest geïnspireerd worden!


        3 januari

        We lezen vandaag: Hebreeën 1

        Hebreeën 1:1
        Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon,

        God praat met ons

        God is niet stil, Hij spreekt! Maar waarom doet Hij dat? Omdat Hij wil laten zien wie Hij is, wat Hij denkt, wat Zijn plan is en wat Hij van ons wil. Hij wil dat jij Hem leert kennen. Hij vertelt wat Hij vroeger heeft gedaan, wat Hij nu doet en wat Hij nog gaat doen. En uiteindelijk laat Hij zien dat Hij zal winnen.

        Andere goden, zoals die van vroeger of die waar sommige mensen nu nog in geloven, zeggen helemaal niks. In de Bijbel staat zelfs dat ze niet kunnen praten, niet kunnen antwoorden en je ook niet kunnen helpen. Ze zijn nep. Als je wilt, kun je dat lezen in 1 Koningen 18:26-29. Daar roepen mensen de naam van hun god Baäl, maar er komt geen reactie. Geen stem, geen antwoord.

        God is totaal anders dan die stille, kille goden waar sommige filosofen of mensen in geloven. Hij is niet afstandelijk of ongeïnteresseerd. Hij heeft juist laten zien dat Hij om ons geeft. En dat deed Hij door Jezus Christus. Jezus is als een soort megafoon van God: door Hem laat God zien wat Hij bedoelt. Dus nee, geen briefjes uit de hemel, maar een echte persoon: Jezus Christus.

        Richt je daarom altijd op de Heere Jezus Christus, zodat je Zijn stem niet verwart met je eigen gedachten.


        4 januari

        We lezen vandaag: Kolossenzen 1:24-1:29

        Kolossenzen 1:25
        Daarvan ben ik een dienaar geworden, overeenkomstig de taak in de dienst van God, die mij met het oog op u gegeven is om het Woord van God te vervullen,

        De kracht en compleetheid van het Woord van God

        In dit Bijbelvers gaat het over het “vervullen” van Gods Woord. Dat betekent eigenlijk: het helemaal afmaken, compleet maken. Elk boek in het Nieuwe Testament heeft een soort sleutelwoord, een thema dat steeds terugkomt. Bij de brief aan de Kolossenzen is dat woord: volheid of volkomenheid. Dat wil zeggen: iets dat helemaal af is, waar niets meer aan ontbreekt.

        Als iets nog niet volkomen is, dan mist er nog iets. Het is nog niet klaar, nog niet volledig. Paulus zegt hier dat het zijn taak was om Gods Woord te helpen “vervullen”, om het dus af te maken, zodat het helemaal compleet zou zijn. Hij had de verantwoordelijkheid om eraan bij te dragen dat de Bijbel als geheel afgerond werd. Niet zomaar een verzameling teksten, maar een compleet en perfect geheel.

        Wat betekent dat voor ons? Dat de Bijbel het volledige Woord van God is. Er hoeft niets meer aan toegevoegd te worden. Alles wat we nodig hebben om tot geloof te komen, om te groeien in ons geloof en om vrucht te dragen in ons leven, dat staat er in. De Bijbel is genoeg! Het is Gods complete boodschap aan ons.

        Mag ik net als Paulus een dienaar zijn van het Woord van God?


        5 januari

        We lezen vandaag: Lukas 6:46-6:49

        Lukas 6:46
        Waarom noemt u Mij: Heere, Heere, en doet niet wat Ik zeg?

        Jezus is de Baas, maar luister je ook echt?

        Als je Jezus “Heer” noemt, zeg je eigenlijk dat Hij de baas is. Maar hoe kun je zeggen dat Hij de baas is, en ondertussen niet doen wat Hij zegt?
        Dat klopt toch niet?

        Jezus vertelt in de Bijbel een verhaal om duidelijk te maken hoe belangrijk het is om niet alleen te luisteren naar wat Hij zegt, maar er ook echt iets mee te doen. Het is goed om naar Hem te komen en te luisteren, net zoals veel mensen toen deden. Maar dat is pas stap één. Als je echt bij God hoort, dan leef je ook volgens dat wat er in de Bijbel staat.

        Als je tot geloof komt, begint er iets nieuws: je hebt contact met God. Je praat met Hem in gebed, en Hij spreekt tot jou via de Bijbel en door Zijn Geest. Vanuit die relatie spreekt God met gezag. Hij wil dat je niet alleen luistert, maar ook doet wat Hij zegt. En dat je je laat leiden door Zijn Geest.

        Als je echt Jezus Christus wilt leren kennen, moet je niet alleen luisteren, maar ook leven alsof zijn Woord jouw routekaart is.


        6 januari

        We lezen vandaag: Handeling 2:37-2:47

        Handelingen 2:41
        Zij nu die zijn woord met vreugde aannamen, werden gedoopt; en ongeveer drieduizend zielen werden er op die dag aan hen toegevoegd.

        Jezelf toevertrouwen aan Gods Woord

        Als je zegt dat je God wilt volgen, dan betekent dat ook dat je luistert naar wat er in de Bijbel staat. Want wat God zegt, staat in Zijn Woord, de Bijbel. Daarin lees je over dingen als fouten maken (zonde), spijt hebben (schuld), vergeving krijgen, en hoe Jezus Christus stierf en weer opstond. De mensen in de Bijbel hoorden dat en ze dachten: “Wow, dit is belangrijk.” Ze veranderden hun leven en gingen Gods weg volgen. Dat is wat het betekent om je te onderwerpen aan Gods Woord.

        Soms denk je zelf iets, of voel je iets, en dan lijkt dat anders dan wat er in de Bijbel staat. Maar als God iets zegt, dan is dat de waarheid. Dan moeten we ons eigen idee loslaten en luisteren naar wat Hij zegt. Dat is niet altijd makkelijk hoor.

        Als je bij Jezus Christus hoort, dan geloof je wat Hij zegt in de Bijbel. Want dat is Zijn stem, Zijn boodschap aan jou. En als er iets in de Bijbel staat, dan is dat het laatste woord. Geen discussie meer. De Bijbel is als een kompas. Het wijst altijd de juiste richting.

        Luister met je hart, leef met geloof, en laat de wereld zien wat Jezus Christus zegt!


        7 januari

        We lezen vandaag: Handelingen 9:23-9:31

        Handelingen 9:31
        De gemeenten dan in heel Judea, Galilea en Samaria hadden vrede en werden opgebouwd; en zij wandelden in de vreze des Heeren en de vertroosting door de Heilige Geest en namen in aantal toe.


        Wat betekent “de vreze des Heeren”

        In Handelingen 9:31 staat dat de eerste christenen wandelden “in de vreze des Heeren”. Dat klinkt misschien ingewikkeld, maar het betekent eigenlijk dat ze God met respect en eerbied volgden.
        Sommige mensen proberen die uitdrukking anders uit te leggen, maar de Bijbel bedoelt het echt letterlijk: leven met ontzag voor God en doen wat Hij zegt.

        De uitdrukking komt al voor in het Oude Testament (zoals in 2 Kronieken 19:9 en Spreuken 1:29). Het betekent dat je beseft: God is heilig en machtig, en je kunt niet zomaar tegen Zijn Woord ingaan zonder gevolgen.

        God is niet streng of onredelijk, maar wel rechtvaardig. Hij is ook liefdevol, genadig en betrokken bij mensen. Maar Hij laat zich niet uitlachen. Als je tegen Zijn wil ingaat, kom je Hem vroeg of laat tegen.
        In Handelingen 9 zie je wat er gebeurt als mensen God serieus nemen: de gemeente groeit! Als je God gehoorzaam volgt, zal Hij je zegenen. Dat betekent niet dat je leven altijd makkelijk is, of dat je rijk en gezond wordt. Maar het betekent wel dat Jezus blij is met hoe je leeft, en dat Hij je helpt en leidt. En dat is misschien wel de grootste zegen die er is.

        Echt wijs worden begint met respect hebben voor God.


        8 januari

        We lezen vandaag: Handelingen 17:10-17:14

        Handelingen 17:11
        En dezen waren edeler van gezindheid dan die in Thessalonica, want zij ontvingen het Woord met grote bereidwilligheid en onderzochten dagelijks de Schriften om te zien of die dingen zo waren
        .


        De Bijbel begrijpen, hoe pak je dat goed aan?

        Als je de Bijbel leest en wilt snappen wat er staat, zijn er een paar handige tips. Die helpen je om eerlijk en duidelijk met de tekst om te gaan. Hier komen ze:

        1. Laat de Bijbel zichzelf uitleggen. Lees verschillende stukken uit de Bijbel en vergelijk ze. Soms legt een ander stukje precies uit wat je niet snapt. De Bijbel helpt je om de Bijbel te begrijpen. Dat doe je door Schrift met Schrift te vergelijken.
        2. Lees wat er écht staat. Neem de tekst zoals hij er staat, letterlijk. Alleen als het duidelijk is dat het een voorbeeld of beeldspraak is, mag je het anders uitleggen.
        3. Let op de context. Lees niet zomaar één vers. Kijk wat ervoor en erna staat, en denk na over het grotere verhaal van de Bijbel.
        4. Blijf bij de tekst. Niet zelf invullen. Ga niet raden wat er bedoeld wordt. Vraag jezelf af: “Staat dit er echt, of bedenk ik het zelf?”
        5. Gebruik makkelijke teksten om moeilijke te snappen. Als je een moeilijk stukje leest, kijk dan naar andere, duidelijkere teksten over hetzelfde onderwerp. Die kunnen je helpen om het beter te begrijpen.

        1 Petrus 1:25 Maar het Woord van de Heere blijft tot in eeuwigheid. En dit is het Woord dat onder u verkondigd is.


        9 januari

        We lezen vandaag: Handelingen 17:10-17:14

        Handelingen 17:11
        En dezen waren edeler van gezindheid dan die in Thessalonica, want zij ontvingen het Woord met grote bereidwilligheid en onderzochten dagelijks de Schriften om te zien of die dingen zo waren.


        De Bijbel begrijpen, hoe pak je dat goed aan? (deel 2)

        1. Gebruik je verstand, maar vraag ook hulp aan God. Denk goed na als je leest, maar vertrouw niet alleen op je eigen logica. Vraag de Heilige Geest om je te helpen. Hij geeft je inzicht en helpt je eerlijk te blijven.
        2. Stel altijd de vraag: “Wat zegt de Bijbel?” Bij elk onderwerp of probleem is dit de belangrijkste vraag. Niet wat mensen vinden, maar wat God zegt in Zijn Woord.
        3. De Bijbel is genoeg. We hebben geen extra dromen of visioenen nodig. Alles wat we moeten weten om goed te leven volgens God, staat al in de Bijbel. Dat heet: Sola Scriptura – alleen de Schrift. Gods Woord is compleet en betrouwbaar.
        4. De Bijbel laat Gods wil zien. De Bijbel geeft geen losse tips, maar echte aanwijzingen om mee aan de slag te gaan. Het gaat niet om regeltjes volgen, maar om doen wat God van je vraagt. Als we doen wat Hij zegt, gaan we de weg die Hij voor ons heeft uitgestippeld.

        De Bijbel is ons kompas, zonder dat verdwalen we


        10 januari

        We lezen vandaag: Lukas 24:13-24:35

        Lukas 24:27
        En Hij begon bij Mozes en al de profeten en legde hun uit wat in al de Schriften over Hem geschreven was.

        Eén Bijbel, één verhaal

        Als je kijkt naar wat Jezus leerde toen Hij op aarde rondliep, dan zie je dat Hij heel vaak dingen uit het Oude Testament gebruikte. Dat is het eerste deel van de Bijbel, dus geschreven vóórdat Jezus geboren werd.
        Een goed voorbeeld is het verhaal van de Emmaüsgangers. Jezus liep met hen mee en legde uit wat er allemaal over Hem geschreven stond in het Oude Testament. Daarin werd de Messias (de Redder) al op veel plekken aangekondigd, bijvoorbeeld in Deuteronomium 18:15 en Psalm 132:11.
        Jezus wist dat Hij gekomen was om te doen wat in die oude teksten stond. Alles wat Hij zei en deed, paste precies bij wat er al voorspeld was.
        Ook in het Nieuwe Testament zie je dat de schrijvers van de verschillende Bijbelboeken vaak teruggrijpen op het Oude Testament. Ze halen teksten aan om te laten zien dat die over Jezus gaan. Jezus vertelde zelf ook dat het Oude Testament eigenlijk al over Hem ging. Maar pas na Zijn lijden, dood en opstanding begrepen mensen dat echt.

        Kort gezegd: Gods verhaal begint in het Oude Testament en komt tot leven in Jezus Christus. Als je Jezus Christus kent, snap je de hele Bijbel beter. Zijn leven is de sleutel om Gods verhaal te begrijpen.

        Gods plan snap je pas als je de Bijbel als één geheel ziet.


        11 januari

        We lezen vandaag: Romeinen 15:1-15:13

        Romeinen 15:4
        Want alles wat eertijds geschreven is, is tot onze onderwijzing eerder geschreven, opdat wij in de weg van volharding en ver­troosting door de Schriften de hoop zouden behouden.


        De Bijbel helpt je echt

        De apostel Paulus zegt in de Bijbel dat alles wat er geschreven is, bedoeld is om ons iets te leren. God liet de Bijbel opschrijven zodat mensen die later zouden gaan geloven, zoals jij en ik, en er iets aan zouden hebben

        Maar wat leer je dan precies?

        Paulus zegt dat we door de verhalen en voorbeelden uit het Oude Testament kunnen leren om vol te houden en troost te vinden. Dat betekent: als je Jezus Christus volgt, heb je soms geduld nodig en moet je sterk blijven, ook als het moeilijk is.

        Soms betekent dat rustig afwachten en soms moet je juist actief iets doen om met lastige situaties om te gaan. Dat lukt alleen als je vertrouwt op wat God zegt in de Bijbel.

        Een mooi en praktisch voordeel van de Bijbel is dat het je troost geeft. Als je verdrietig bent, bang of in de war, kun je in het Woord van God kracht en hoop vinden. Soms gebruikt God ook gebeurtenissen of mensen om je te troosten, maar het begint allemaal bij Zijn Woord.

        Laat het Woord van God jou veranderen, zodat jij een licht mag zijn voor anderen.


        12 januari

        We lezen vandaag: Johannes 20:24-20:31

        Johannes 20:31
        maar deze zijn beschreven, opdat u gelooft dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat u, door te geloven, het leven zult hebben in Zijn Naam.

        Wat is het doel van de Bijbel?

        Het belangrijkste doel van het Woord van God is dat mensen gaan geloven in Jezus Christus en daardoor eeuwig leven krijgen. Dat staat ook in het Evangelie van Johannes.

        In Handelingen 10:43 zegt Petrus: “Van Hem getuigen al de profeten dat ieder die in Hem gelooft, vergeving van zonden ontvangen zal door Zijn Naam.”

        Dus: de Bijbel wil jou helpen om Jezus Christus te leren kennen en in Hem te geloven. Maar dat is niet alles.
        Als je eenmaal in Jezus Christus gelooft, begint er iets nieuws. Je bent dan als het ware opnieuw geboren. Je begint een nieuw leven met God. En net als een baby moet je dan groeien. Daarvoor heb je de Bijbel nodig. Die geeft je kracht, richting en helpt je om sterker te worden in je geloof. Zoals Judas het zegt in Judas 1:20 “Maar u, geliefden, bouw uzelf op in uw allerheiligst geloof…”
        Kort gezegd: De Bijbel helpt je om Jezus Christus te leren kennen én om te groeien in je geloof.

        Geef je leven aan Jezus en ontdek hoe Hij jou laat groeien, sterker maakt en gebruikt om verschil te maken.


        13 januari

        We lezen vandaag: Éfeze 4:11-4:15

        Éfeze 4:13
        totdat wij allen komen tot de eenheid van het geloof en van de kennis van de Zoon van God, tot een volwassen man, tot de maat van de grootte van de volheid van Christus, …

        Groei door het Woord van God. Wat betekent dat?

        In de Bijbel staat dat God mensen heeft uitgekozen om anderen te helpen groeien in geloof. Denk aan apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraren. Zij helpen de gemeente, dat is eigenlijk de groep mensen die in God gelooft, om sterker te worden en meer te kijken naar Jezus.
        Alle taken die genoemd worden hebben te maken met het Woord van God, dus met wat God ons wil vertellen.

        • Apostelen en profeten waren er al vanaf het begin. Profeten spraken namens God, vaak door de kracht van de Heilige Geest. (Zie ook: Handelingen 21:10 en 11). Tegenwoordig is die speciale gave van profetie niet meer nodig, omdat Gods Woord nu compleet is. Alles wat God wilde zeggen, staat in de Bijbel. (Zie ook de uitleg van 4 januari.)
        • Evangelisten hebben als taak om het goede nieuws over Jezus te vertellen, overal en aan iedereen. (Zie: 2 Timótheüs 4:2.)
        • Herders en leraren worden vaak samen genoemd. Een herder zorgt ervoor dat gelovigen gevoed worden met het Woord van God, net zoals een herder zijn schapen naar gras leidt. Leraren leggen uit wat God bedoelt en helpen mensen om te leven volgens Zijn wil.

        Als ik groei in geloof, snap ik steeds beter wat echt belangrijk is.


        14 januari

        We lezen vandaag: Éfeze 6:10-6:20

        Éfeze 6:17
        En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord,

        Het Woord van God als wapen

        Als je gelooft in Jezus Christus en besluit om Hem te volgen, dan begint er een levenslange strijd. Niet met zwaarden of vuisten, maar een geestelijke strijd. Je helpt anderen om God te leren kennen én je verdedigt je geloof tegen verkeerde ideeën.

        Je belangrijkste wapen? De Bijbel. Dat kun je zien als een geestelijk zwaard. Daarmee kun je foute gedachten en ideeën bestrijden en ruimte maken voor wat God echt wil zeggen.

        Jezus zelf liet zien hoe krachtig de Bijbel is. Toen Hij in de woestijn werd verleid door de duivel (Matthéüs 4:1-11), gebruikte Hij drie keer de woorden: “Er staat geschreven…”. Daarmee sloeg Hij de duivel terug en Hij gebruikte teksten uit het Oude Testament.

        Ook als mensen Jezus probeerden te testen, gaf Hij antwoorden uit de Bijbel. Vaak waren ze onder de indruk van wat Hij zei.

        Daarom is het belangrijk dat je de Bijbel goed leert kennen. Het Woord van God is superkrachtig. Het kan mensen helpen om het denken en doen te veranderen.

        Met de Bijbel als mijn wapen ben ik nooit alleen in de strijd.


        15 januari

        We lezen vandaag: Johannes 17:1-17:26

        Johannes 17:17
        Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.

        Het Woord van God is de waarheid

        De evangelist Johannes praat in de Bijbel vaak over “de waarheid”. Hij zegt dat Gods Woord, de Bijbel dus, de echte waarheid is. Hij zegt ook dat de Heilige Geest de Geest van de waarheid is, omdat die ons helpt om te begrijpen wat waar is. (Johannes 16:13)

        Johannes vertelt dat Jezus Christus zelf de waarheid is. (Johannes 1:17 en 14:6) En in Johannes 8:32 staat: “De waarheid zal u vrij maken.” Dat betekent: als je Gods waarheid kent, ben je echt vrij van leugens en verkeerde dingen.

        De Bijbel zegt dus zelf dat wat erin staat volledig klopt. Jezus gebruikte de Bijbel ook altijd als basis voor wat Hij zei en wat Hij leerde.

        Dat betekent niet dat we álles in de Bijbel meteen snappen. Sommige dingen blijven moeilijk. Maar als kinderen van God geloven we dat de Bijbel betrouwbaar en foutloos is, omdat de Bijbel dat zelf zegt. Gods Woord is waarheid. Altijd.

        Gods Woord is mijn houvast, ook als ik het even niet snap.


        16 januari

        We lezen vandaag: Romeinen 10:4-10:24

        Romeinen 10:14 en 15
        Hoe zullen zij dan Hem aanroepen in Wie zij niet geloven? En hoe zullen zij in Hem geloven van Wie zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen zonder iemand die predikt? En hoe zullen zij prediken, als zij niet ge­zonden worden?…..


        Het Woord van God doorvertellen

        Paulus zit met een lastig probleem: veel Joden geloven nog niet in Jezus en zijn daardoor niet gered. Dat is verdrietig en als christenen herkennen we dat gevoel want ook vandaag geloven veel mensen niet in God.

        Daarom stelt Paulus vier slimme vragen om duidelijk te maken hoe dat komt:

        1. Hoe kun je Jezus Christus om hulp vragen als je niet in Hem gelooft?
        2. Hoe kun je in Hem geloven als je nooit van Hem hebt gehoord?
        3. Hoe hoor je over Hem als niemand het je vertelt?
        4. En hoe kan iemand over Jezus Christus vertellen als hij daar niet voor gestuurd is?

        Paulus wil hiermee zeggen: God heeft mensen gestuurd om te vertellen over Jezus Christus. Dus het is niet Gods schuld dat sommige mensen niet geloven. Hij heeft Zijn werk gedaan, nu is het aan ons om het door te geven.

        Als jij spreekt over Jezus Christus, kan iemand anders Hem ook leren kennen.


        17 januari

        We lezen vandaag Romeinen 1:16-1:17

        Romeinen 1:16
        Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus, want het is een kracht van God tot zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en ook voor de Griek.

        Gods Woord: Superkracht van God

        Paulus, een belangrijke man uit de Bijbel, legt hier uit waarom hij het superbelangrijk vindt om over God te vertellen in Rome. Hij schaamt zich totaal niet voor het goede nieuws over Jezus Christus. In plaats van zich te verstoppen, durft hij er juist openlijk voor uit te komen (check Lukas 9:26 en 2 Timoteüs 1:8 als je nieuwsgierig bent).

        Het goede nieuws, ook wel het Evangelie genoemd, draait helemaal om Jezus Christus. Hij is opgestaan uit de dood, en dat maakt dit nieuws zo krachtig. Want als God de dood kan verslaan, dan kan Hij ook mensen helpen die de weg kwijt zijn geraakt door verkeerde keuzes.

        Wat doet die kracht van God dan precies in je leven?

        1. Je krijgt vergeving voor je fouten.
          Als je bij God hoort, ben je nu al vrij van straf.
        2. Je krijgt hulp om niet meer vast te zitten aan verkeerde dingen.
          God helpt je stap voor stap om sterker te worden.
        3. Je wordt uiteindelijk helemaal vrij van alles wat fout is.
          Dat is iets wat nog komt, maar waar je op mag hopen.

        Ik sta sterk voor God! Niet omdat ik moet, maar omdat ik mag!


        18 januari

        We lezen vandaag: Johannes 17:1-17:26

        Johannes 17:17
        Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.

        De Waarheid van vandaag. Wat is nou echt waar?

        Tegenwoordig lijkt het alsof je overal leugens tegenkomt. Kijk maar eens naar reclames op tv: alles ziet er super mooi uit, producten lijken goedkoop en leningen worden aangeprezen alsof ze je leven beter maken. Maar in het echt raken veel mensen juist in geldproblemen door zulke “snelle deals”. Het klinkt goed, maar de werkelijkheid is vaak heel anders.

        Wat gebeurt er met Gods Woord?

        Wat nog erger is: zelfs de waarheid van de Bijbel wordt soms verdraaid. Dat gebeurt niet alleen buiten de kerk, maar ook binnen kerken. Sommige mensen vertellen alleen de stukken uit de Bijbel die goed voelen of makkelijk zijn. Maar hé, als je maar een deel van de waarheid vertelt, dan is het eigenlijk ook een leugen.

        Alleen maar liefde?

        Veel mensen praten tegenwoordig over God alsof Hij alleen maar liefde is. Alsof Hij er alleen is om je te helpen als je verdrietig bent, ziek bent, of problemen hebt. Natuurlijk wil God helpen, maar het belangrijkste is dat je eerst naar Hem komt omdat je fouten hebt gemaakt en dus omdat je vergeving nodig hebt. Dat stukje wordt steeds minder vaak verteld.

        Waarom dit belangrijk is

        Als we de Bijbel aanpassen aan wat mensen willen horen, doen we geen recht aan wat er echt staat. De waarheid moet volledig verteld worden, ook als die soms moeilijk is. Want alleen dan leer je wie God echt is.

        De waarheid van God is geen mening, het is een kompas.


        19 januari

        We lezen vandaag: Filippenzen 2:12-2:18

        Filippenzen 2:16
        door vast te houden aan het Woord van het leven, mij tot roem met het oog op de dag van Christus, dat ik niet tevergeefs heb hardgelopen en mij ook niet tevergeefs heb ingespannen.


        Het Woord dat Leven geeft

        Het “Woord dat Leven geeft” is eigenlijk een andere manier om te zeggen: het goede nieuws over Jezus Christus. Door dat nieuws kun je eeuwig leven krijgen. Maar vandaag de dag lijkt het alsof mensen liever geloven in leugens dan in wat God zegt. En in plaats van leven, zie je dat de dood en verdriet vaak de baas zijn.

        Als mensen niet meer horen wat er écht in de Bijbel staat, dan krijgen ze eigenlijk alleen maar slechte berichten te horen. Maar Paulus, een belangrijke man uit de Bijbel, zegt dat wij als gelovigen juist het goede nieuws moeten delen: het Woord dat leven geeft.

        Het draait allemaal om Jezus Christus. Hij heeft de dood overwonnen en leeft! Daarom is Hij het echte Leven. En als Hij spreekt, dan is dat dus ook een boodschap die leven geeft. Zonder wat God zegt, kun je dat echte leven niet vinden.

        Laat Jezus Christus in jou stralen, zodat anderen het echte Leven kunnen zien!


        20 januari

        We lezen vandaag Openbaring 19:11-19:21

        Openbaring 19:13
        En Hij was bekleed met een in bloed gedoopt bovenkleed, en Zijn Naam luidt: Het Woord van God.

        Jezus is het Woord van God

        Het is supermooi om te weten dat Jezus niet zomaar iemand is, maar dat Hij het echte Woord van God is. Stel je voor dat Hij alleen maar praatte namens mensen… Dan zou je daar eigenlijk niet zoveel aan hebben. Want laten we eerlijk zijn: mensen zeggen vaak dingen die niet kloppen. Hun woorden zijn soms nep, veranderen steeds, en je kunt er niet altijd op vertrouwen.

        Mensen praten vaak zoals het hen het beste uitkomt. Soms zeggen ze iets en doen ze het tegenovergestelde. Maar Jezus Christus is totaal anders. Wat Hij zegt, is altijd waar en blijft voor altijd belangrijk. Hij zegt niet alleen mooie dingen, Hij doet ook wat Hij belooft. Hij is wat Hij zegt. In de Bijbel, in Openbaring 19:13, staat zelfs dat Jezus het Woord van God is.

        En als er Iemand is op wie je écht kunt bouwen, die eerlijk, rechtvaardig en vol liefde is, dan is dat God. Daarom kun je altijd vertrouwen op wat Hij zegt. Zijn woorden geven hoop, kracht en licht in je leven.

        Ik wil bouwen op iets dat nooit breekt. Gods beloften zijn mijn rots!


        21 januari

        We lezen vandaag: 1 Petrus 1:13:-1:25

        1 Petrus 1:23
        u, die opnieuw geboren bent, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God.

        Wat betekent “wedergeboorte”?

        In de Bijbel, in Johannes hoofdstuk 3, praat Jezus met een man die Nicodémus heet. Daar legt Hij uit wat “wedergeboorte” is. Dat is een moeilijk woord, maar het betekent eigenlijk dat je vanbinnen helemaal nieuw wordt.Er zijn twee dingen die tegelijk gebeuren:

        1. Bekering: Jij kiest ervoor om in God te geloven. Dat is jouw stap.
        2. Wedergeboorte: God verandert jou vanbinnen. Dat is Zijn werk.

        Als je wedergeboren wordt, krijg je de Heilige Geest. Dat betekent dat je anders gaat denken, voelen en leven. Je bent dan als het ware een nieuw mens geworden. Maar let op: geloof en wedergeboorte horen bij elkaar. Zonder geloof geen wedergeboorte, en andersom.

        In de Bijbel staat dat we niet opnieuw geboren worden uit iets dat vergaat, maar uit iets dat blijft. Door het eeuwige Woord van God. Dat is de boodschap van God die altijd blijft bestaan. Alleen door dat Woord kan iemand echt veranderen vanbinnen.

        In het Grieks (de taal waarin dit deel van de Bijbel is geschreven) zie je dat het woord “wedergeboren” in een vorm staat die laat zien: Dit doet God, niet jij. Het is dus iets wat God in jou doet.

        Het “zaad” waarover gesproken wordt, is een beeld voor het Woord van God. Net zoals een zaadje uitgroeit tot een plant, zorgt Gods Woord ervoor dat jij vanbinnen groeit en verandert.

        Je bent niet vrijgekocht met goud, maar met het bloed van Gods eigen Lam, dat maakt jou van onschatbare waarde.”


        22 januari

        We lezen vandaag: Lukas 8:4-8:15

        Lukas 8:11
        Dit is de gelijkenis: Het zaad is het Woord van God.

        Het zaad is het Woord van God

        In vers 11 van het Bijbelverhaal wordt uitgelegd wat de bekende gelijkenis over het zaad betekent. Het gaat niet zozeer over de persoon die het zaad strooit (de zaaier), maar vooral over wat er met het zaad gebeurt. Het zaad staat eigenlijk voor het Woord van God. Dus wat God tegen mensen zegt.

        Maar wat is zaad eigenlijk? In een woordenboek staat dat zaad een “kiem” is, of een “begin”. Een kiem is het allereerste stukje van iets dat gaat groeien. Als je dat vergelijkt met het Woord van God, dan kun je zeggen dat er al leven in zit. Het Woord van God heeft kracht in zich om iets moois te laten groeien in iemands leven.

        Het doel van dat zaad is om vrucht te dragen, oftewel: dat het iets goeds oplevert. Dat gebeurt als mensen het Woord van God:

        • horen (zoals in Romeinen 10:14-15),
        • ontvangen (Lukas 8:13),
        • begrijpen (Lukas 8:10),
        • geloven,
        • en bewaren (Lukas 8:15).

        Als je dat doet, dan kan het Woord van God echt iets veranderen in je leven. Het helpt je om goede dingen te doen voor God en dichter bij Hem te leven.

        Laat Gods Woord in jou groeien als een zaadje. Van klein begin tot groot verschil!


        23 januari

        We lezen vandaag: Hebreeën 4:1-4:13

        Hebreeën 4:12
        Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.

        De Bijbel: Niet zomaar een boek, maar een krachtig wapen

        Soms zeg ik voor de grap: “Ik heb m’n zwaard vandaag ook bij me.” En nee, ik bedoel dan geen echt zwaard, maar m’n Bijbel. In de Bijbel wordt Gods Woord vergeleken met een zwaard dat aan twee kanten snijdt. Best heftig, toch? Die vergelijking komt uit Jesaja 49:2 en ook Hosea 6:5 zegt iets soortgelijks.

        In Hebreeën 4:12 staat dat Gods Woord alles raakt. Er is niks wat ervoor verborgen blijft. Net als een zwaard snijdt het diep, het raakt je vanbinnen. Soms doet het pijn, maar het laat je nooit koud. Het dwingt je om keuzes te maken. Je kunt er niet omheen.

        Als je echt met de Bijbel aan de slag gaat, alsof je dat geestelijke zwaard oppakt, dan gebeurt er iets. Het zet je aan het denken, het verandert je. Alleen vergeten we dat soms, of beseffen we niet hoe krachtig het eigenlijk is.

        Pak je zwaard en wees ready! Gods Woord maakt je sterk vanbinnen én vanbuiten.


        24 januari

        We lezen vandaag Kolossenzen 4:1-4:6

        Kolossenzen 4:6
        Laat uw woord altijd aangenaam zijn, met zout smakelijk gemaakt, opdat u weet hoe u iedereen moet antwoorden.

        Gods Woord en onze woorden

        Wat we zeggen, doet ertoe. Stel je voor dat iemand een opname maakt van alles wat jij zegt op een dag. Zou je dan trots zijn op je eigen woorden of misschien ook wel schrikken van sommige dingen. Soms zeg je iets zonder erbij na te denken en dat kan iemand kwetsen. Dat wil je natuurlijk niet, maar het gebeurt wel.

        In de Bijbel staat dat onze woorden altijd vriendelijk en opbouwend moeten zijn. Maar dat is niet altijd makkelijk. Gelukkig helpt Gods Woord ons daarbij. Denk aan het Woord van God als “zout”. Het Woord van God heeft net als zout een speciale werking:

        • Zout bewaart eten – Gods Woord bewaart ons leven
          Als je gelooft in Jezus, krijg je een leven dat nooit vergaat. Het is eeuwig en sterk, net als goed bewaard voedsel. (Zie ook: 1 Korinthe 15:50-54 en 2 Timótheüs 1:10)
        • Zout ontsmet wonden – Het Woord is als een medicijn
          Door het Woord van God zijn we overgegaan van dood naar leven. De “ziekte” die zonde heet, is verslagen.(Zie ook: 1 Petrus 2:24)
        • Zout reinigt – Het Woord van God maakt ons schoon.
          In Efeze 5:26 staat dat Jezus de gelovigen reinigt met het waterbad van het Woord. Het helpt je om innerlijk schoon te worden.
        • Zout geeft smaak – Het Woord geeft betekenis aan ons leven
          Soms voelt het Woord bitter als het je laat zien wat fout gaat. Maar het kan ook juist zoet zijn, als het je hoop en leven geeft. (Zie ook: Ezechiël 3:1)

        Laat jouw woorden licht geven en smaak brengen. Zoals Jezus zegt: “U bent het zout van de aarde”…


        25 januari

        We lezen vandaag: Jeremía 23:9-23:32

        Jeremía 23:29
        Is niet Mijn woord zó, als het vuur, spreekt de HEERE, …

        Het Woord van God is als een vuur

        Het klinkt misschien een beetje heftig, maar als je erover nadenkt, is het eigenlijk best mooi.

        Vuur geeft licht, zodat je kunt zien waar je naartoe gaat. En het geeft warmte, zodat je niet koud wordt. Maar vuur doet nog iets: het maakt dingen schoon. Goud wordt bijvoorbeeld in vuur verhit om alle troep eruit te halen. En onkruid? Dat wordt door vuur verbrand.

        Zo werkt Gods Woord ook. Het laat jou zien wat goed en wat niet goed is. Soms maken we iets moeilijks mee, bijvoorbeeld als je ziek of verdrietig bent, of iets niet lukt. Dat is niet fijn, maar het helpt ons om te laten zien dat we echt op God vertrouwen. Net zoals het vuur het goud zuiver maakt, maken moeilijke momenten ons geloof sterker en mooier. (Zie ook: (1 Petrus 1:7)

        En als we blijven vertrouwen op Jezus, ook als het moeilijk is, dan is dat iets waar God heel blij mee is. Het laat zien hoe kostbaar ons geloof is, zelfs kostbaarder dan goud!

        God wil dat jij jezelf kunt zijn. Zonder al die dingen die je tegenhouden of je onzeker maken. Door de Bijbel leer je wie je echt bent en hoe je dichter bij God kunt komen.

        Hoe meer je op Jezus leert vertrouwen, hoe rustiger je wordt. Je hoeft niet alles zelf op te lossen. Hij helpt je.


        26 januari

        We lezen vandaag: Jeremia 23:9-23:32

        Jeremia 23:29
        Is niet Mijn woord zó, als het vuur, spreekt de HEERE, of als een hamer die een rots verplettert?

        Het Woord van God is als een hamer

        Je hebt gisteren gehoord dat Gods Woord vergeleken wordt met vuur. Het brandt weg wat niet goed is. Maar vandaag ontdekken we iets nieuws: Gods Woord is ook als een hamer. Niet zomaar wat gereedschap, maar iets wat echt iets kapot kan slaan.

        In de Bijbel komt de hamer negen keer voor, allemaal in het Oude Testament. En telkens gaat het over oordeel, iets wat verkeerd is, wordt aangepakt. Een heftig voorbeeld is het verhaal van Jaël en Sísera (Zie: Richteren 4). Jaël gebruikt een hamer en een tentpin om een vijand te doden. Best schokkend, maar het laat duidelijk zien: God neemt het kwaad serieus.

        Wat betekent dat voor ons vandaag? Nou, je zou kunnen zeggen dat Gods Woord als een soort hamer werkt in ons leven. Het breekt onze oude, harde kant (ons “stenen hart”) en maakt plaats voor iets nieuws, iets wat veel zachter is. Soms doet dat pijn. Maar het is het waard. Want God wil ons vernieuwen, van binnenuit. Door het Woord van God en zijn Geest krijgen we een hart dat openstaat voor liefde, geloof en verandering.

        Laat Gods Woord je raken. Het maakt je niet zwakker, maar sterker.


        27 januari

        We lezen vandaag: Lukas 4:1-4:13

        Lukas 4:4
        Maar Jezus antwoordde hem: Er staat geschreven dat de mens van brood alleen niet zal leven, maar van elk woord van God.

        De Bijbel als geestelijk voedsel

        Eten en kleding zijn superbelangrijk. Je hebt ze nodig om gezond te blijven en jezelf goed te kunnen verzorgen. Maar… alleen maar bezig zijn met spullen en geld maakt je leven nog niet echt zinvol. Er is meer dan alleen het aardse leven. God heeft een bedoeling met jouw leven. En die ontdek je niet als je alleen maar kijkt naar wat je hebt of wilt hebben. Er zijn dingen die belangrijker zijn dan spullen. Dingen die met je hart, je geloof en je keuzes te maken hebben.

        Als je probeert te leven zoals de Bijbel het uitlegt, kom je stap voor stap dichter bij wat God met jouw leven wil. Daarom is het goed om regelmatig in de Bijbel te lezen. Het is net als voeding, maar dan voor je hart en je gedachten. Je groeit ervan, van binnen.


        In Lukas 12 zegt Jezus iets belangrijks. Hij stelt geen vraag, maar doet een oproep. Hij wil dat we echt gaan nadenken over wat er écht toe doet in het leven. In het kort komt dat hier op neer:

        • Wees eerlijk – doe je niet anders voor dan je bent.
        • Vertrouw op God – Hij is belangrijker dan wat mensen van je vinden.
        • Schaam je niet voor je geloof – durf te laten zien dat je bij Jezus hoort.
        • Denk niet alleen aan spullen – geld en bezit maken je leven niet echt
          waardevol.
        • Maak je geen zorgen – God zorgt voor jou.
        • Wees klaar voor Jezus – leef alsof Hij elk moment terug kan komen.
        • Doe goed voor anderen – help, geef en wees er voor mensen die het nodig hebben.

        Jezus daagt je uit om anders te leven: met lef, liefde en vertrouwen. Niet omdat je alles al weet, maar omdat je mag groeien, stap voor stap.


        28 januari

        We lezen vandaag: Jesaja 44:6-44:28

        Jesaja 44:6
        Zo zegt de HEERE, de Koning van Israël, zijn Verlosser, de HEERE van de legermachten: Ik ben de Eerste en Ik ben de Laatste, en buiten Mij is er geen God.

        God spreekt en dat is belangrijk!

        In de Bijbel zeggen profeten vaak: “Zo zegt de HEERE…”. Dat betekent dat wat daarna komt, niet zomaar een mening is, maar echt een boodschap van God zelf. Het is een beetje zoals in de rechtbank, als de rechter zegt: “In naam van de Koning…” Dan weet je: dit is serieus. Wat daarna komt, kan gaan over vrijheid of gevangenisstraf, leven of dood.

        Maar als God spreekt, gaat het nog verder. Zijn woorden gaan niet alleen over het leven nu, maar ook over wat er gebeurt na de dood, namelijk over de eeuwigheid. Dat maakt Zijn boodschap nog veel belangrijker.

        Het is super bijzonder dat God nog steeds spreekt, ook vandaag. In de Bijbel staat in Hebreeën 1:1 dat God nu tot ons spreekt via Zijn Zoon, Jezus Christus. Dus als je de Bijbel leest, hoor je eigenlijk Jezus Christus zelf spreken.

        En weet je wat het mooiste is? God spreekt niet om je bang te maken, maar om je te laten weten dat Hij van je houdt. Hij wil je laten zien dat Hij genade heeft. Dat betekent: Hij wil je vergeven en je helpen. God heeft de mensen niet opgegeven. Hij roept ons nog steeds, elke dag. “Zo zegt de HEERE…”

        Als God iets zegt, is het belangrijk. Het is een boodschap met betekenis.


        29 januari

        We lezen vandaag: Genesis 3

        Genesis 3:9
        En de HEERE God riep Adam en zei tegen hem: Waar bent u?

        God spreekt nog steeds tot mensen

        Helemaal aan het begin van de Bijbel gebeurt er iets opvallends: een slang praat met Adam, met de mens. Die slang zegt grote dingen, maar wat God zegt is nog veel belangrijker. Want God, de HEERE, roept de mens terug naar Zich toe, zelfs nadat die mens een fout heeft gemaakt.

        Voor God ben je niet zomaar “lucht”. Hij ziet je, ook als je bang bent of als je je schaamt. Dat gebeurde ook bij Adam. Hij had iets verkeerds gedaan en verstopte zich. Maar God wist waar hij was. Hij weet en ziet alles.

        Wat we hier zien, is dat alle liefde van God komt. Hij is degene die roept. Hij laat Adam zelf vertellen wat er is gebeurd. En zelfs als Adam de schuld aan Eva geeft en Eva de schuld op de slang schuift, blijft God geduldig luisteren.

        Hier zien we de liefde van God. Het is echte liefde. Hij houdt van ons zoals we zijn.

        God ziet jou, roept jou en houdt van jou zoals je bent.


        30 januari

        We lezen vandaag: 2 Timótheüs 3:10-3:17

        2 Timótheüs 3:15
        en u van jongs af de heilige Schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof dat in Christus Jezus is.

        Wat betekent de Bijbel voor ons?

        In het bovenstaande vers uit de Bijbel zegt Paulus dat de Bijbelboeken uit het Oude Testament (de Schriften) ons kunnen helpen om gered te worden, als we geloven in Jezus Christus. Dat betekent: de Bijbel is niet bedoeld als een boek vol weetjes over wetenschap of geschiedenis. Het gaat om iets veel belangrijkers.

        Wat Paulus bedoelt, is dat je door het lezen van het Oude Testament kunt leren hoe je gered kunt worden, als je maar gelooft in Jezus Christus. Het Oude Testament op zichzelf redt je niet, maar het laat wel zien dat Jezus Christus de Redder is. Je kunt daar terugvinden dat Hij de beloofde Messias is.

        Ook al gaat het Oude Testament over dingen van lang geleden, toch vertelt het ons al iets over Jezus Christus. Soms is dat verborgen, maar het is er wel. Denk bijvoorbeeld aan:

        • de verhalen over offers,
        • de bouw van de tent voor God (de tabernakel),
        • de avonturen van de leiders van Israël,
        • de voorspellingen van profeten.

        Als je de verhalen goed leest, zul je zien dat die dingen al wijzen naar de Here Jezus Christus.

        Dank U, Heer, voor Uw Woord dat mij helpt om wijs te worden en U te leren kennen.


        31 januari

        We lezen vandaag: Openbaring 22:12-22:21

        Openbaring 22:21
        De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.

        Jezus Christus heeft het laatste woord

        We zijn op deze dag aangekomen bij het laatste stukje van de Bijbel. Mooi om te zien dat God aan het begin van de Bijbel al spreekt en dat Jezus Christus aan het einde van de Bijbel spreekt. Hij was er vanaf het begin en Hij is er ook aan het einde.

        Het laatste woord in de Bijbel is “Amen”. Dat betekent: het is waar, je kunt erop vertrouwen. Alles wat God heeft gezegd, is betrouwbaar en zal echt gebeuren.

        In Openbaring 1:8 zegt Jezus: “Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige.”

        Als Jezus zegt dat Hij “het Einde” is, bedoelt Hij niet alleen dat Hij alles afsluit. Hij bedoelt ook dat alles uiteindelijk om Hem draait. Hij is het doel van alles.

        Soms zeggen we: “Die persoon is echt het einde!” Daarmee bedoelen we dat we iemand geweldig vinden. Mag Jezus Christus voor jou ook “het einde” zijn? Dat je Hem geweldig vindt en dat Hij belangrijk is in jouw leven?

        Jezus Christus is de Amen. Dat betekent: Hij is eerlijk, trouw en je kunt op Hem rekenen. Hij was er toen alles begon, en Hij blijft altijd bij ons.

        Jezus Christus is er altijd. Ook als jij Hem even niet ziet.

      7. Jouw dagelijkse reis met God

        Hey jij daar!

        Wat mooi dat je dit dagboek gevonden hebt! Misschien ben je nieuwsgierig, misschien zoek je antwoorden, of misschien wil je gewoon ontdekken wat God met jouw leven te maken heeft. Hoe dan ook: je bent op de juiste plek.
        Samen gaan we op reis door de Bijbel, waarbij we lezen uit de Herziene Statenvertaling. Misschien denk je bij die naam aan ouderwetse taal, maar laat je verrassen: de woorden zijn puur, krachtig en spreken recht tot het hart. Ze brengen eeuwenoude wijsheid dichtbij, op een manier die vandaag nog steeds mensen aanraakt.

        In deze fase van je leven zit je midden in een tijd waarin alles verandert. Je lichaam, je gedachten, je vriendschappen, je dromen. Soms is dat verwarrend. Soms ook geweldig. En juist in die chaos wil God dichtbij zijn. Niet als een strenge leraar, maar als een Vader die jou kent, jou ziet en van jou houdt precies zoals je bent.
        Dit dagboek is geen checklist. Het is een uitnodiging om stil te worden, om te luisteren, om te groeien. En vooral: om Jezus Christus beter te leren kennen. Je leest elke dag een stukje uit Gods Woord, in een moment voor jezelf. Laat je verrassen door wat God vandaag tegen jou wil zeggen.

        Je bent geliefd. Je bent bedoeld. Je bent nooit alleen.

        ‘Jouw dagelijkse reis met God’ is een bijbels dagboek bedoeld als praktische ondersteuning voor dagelijkse bijbelstudie en persoonlijke reflectie. Elke dag biedt een korte overdenking, gebaseerd op bijbelteksten uit de Herziene Statenvertaling. Het doel is verdieping van geloof en toepassing in het dagelijks leven.

        Het dagboek is geschikt voor zowel individuele gebruikers vanaf 13 jaar als voor gebruik in groepsverband. Het sluit aan bij de thema’s en benadering van het bijbels dagboek “Goede start”. Door structuur en inhoud te combineren, helpt dit dagboek om het geloofsleven vorm te geven en op te bouwen.

        De schrijvers Jan en Tineke Gutman zijn al geruime tijd actief binnen het christelijke werkveld en hebben zich gedurende vele jaren ingezet als betrokken en toegewijde gelovigen. Zij zijn verbonden aan de websites bijbelshandboek.nl en debijbelvoorkinderen.nl, waar zij verantwoordelijk zijn voor zowel het schrijven van inhoudelijke artikelen als het verzorgen van de visuele vormgeving. Met hun werk leveren zij een bijdrage aan het toegankelijk maken van Bijbelse kennis en verhalen, zowel voor volwassenen als voor kinderen.