
1 mei
We lezen vandaag: Genesis 3
Genesis 3:15
En Ik zal vijandschap teweegbrengen tussen u en de vrouw, en tussen uw nageslacht en haar Nageslacht; Dat zal u de kop vermorzelen, en u zult Het de hiel vermorzelen.
Het geslacht
De Bijbel vergelijkt mensen vaak met bomen. Denk aan Psalm 1: een man als een boom, met wortels (voeten), stam (lijf), takken (armen) en kruin (hoofd). Ook families lijken op bomen: ze beginnen klein, groeien en vertakken. Daarom noemen we een familie ook wel een stamboom.
Bij dieren en planten is het belangrijk wie de ouders zijn: sterke ouders geven sterke nakomelingen. Bij mensen speelt dat ook mee, plus rijkdom en gezondheid. Arme, zieke ouders? Dan start je leven anders dan bij rijke, gezonde ouders.
Om Israël te begrijpen, moet je de stamboom kennen. Jakob is de stamvader van Israël, maar eigenlijk begint het bij Abraham. Uit hem groeit een volk, dat zich vertakt bij Jakobs twaalf zonen.
In Genesis 5 lees je over Adams nageslacht. Hij was de eerste mens en kreeg van God een belofte: Eva zou een kind krijgen dat de vijand zou verslaan en heersen over de schepping. Niet Kaïn of Abel, maar Seth zette die lijn voort.
Door heel Genesis en ook verder in de Bijbel (Mattheüs 1, Lukas 3), zie je die stamboom terug. Uiteindelijk komt Jezus: de Zoon van Adam, de rechtmatige Koning. Daarom noemt God Hem: “Mijn Knecht, Israël” (Jesaja 49:3) en zegt: “Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen” (Mattheüs 2:15). Israël draagt die belofte mee: de komst van de Verlosser, beloofd aan Adam en bevestigd aan Abraham.
Van Adam tot Jezus: één lijn van hoop en belofte.
2 mei
We lezen vandaag: Johannes 8:30-8:43
Johannes 8:39
Zij antwoordden en zeiden tegen Hem: Abraham is onze vader. Jezus zei tegen hen: Als u Abrahams kinderen was, zou u de werken van Abraham doen.
De stamvader
De Israëlieten in de tijd van Jezus waren trots: “Abraham is onze vader”, zeiden ze. En dat klopt, want God beloofde Abraham dat uit hem een groot volk zou komen dat Kanaän als erfdeel zou krijgen. Abraham, de man uit Ur, is dé geloofsheld van Genesis. Hij bleef geloven in Gods belofte: “ iemand die uit uw eigen lichaam voortkomt, die zal uw erfgenaam zijn.” (Genesis 15:4)
aar dat was niet makkelijk. Sarai was 91 jaar en Abraham was al 100 toen hun zoon werd geboren. Dat is pas wachten! God zei dat hun zoon Izak moest heten, omdat ze eerst hadden gelachen om Gods belofte. Zijn naam herinnert eraan dat God altijd het laatste woord heeft. Zoals Psalm 2:4 zegt: “Die in de hemel woont, zal lachen”.
Het geloof van Abraham is een voorbeeld voor ons. Hij vertrouwde God zelfs toen hij Izak moest offeren. Op het laatste moment koos God een ander offer. Abraham noemde die plek: “De HEERE zal erin voorzien.” (Genesis 22:14)
Abraham geloofde dat God zelfs doden kon opwekken (Hebreeën 11:18). Daarom wordt hij genoemd: “Vader van vele volken” (Genesis 17:5), niet alleen van Israël, maar van iedereen die gelooft (Romeinen 4:16). God voorziet ook voor ons: verlossing door Jezus Christus.
Wil je leven zoals Abraham? Vertrouw op God, ook als het lang duurt. Hij houdt Zijn belofte!
Abraham vertrouwde God. Durf jij dat ook?
3 mei
We lezen vandaag: Galaten 4:21-4:31
Galaten 4:22
Want er staat geschreven dat Abraham twee zonen had, een van de slavin, en een van de vrije.
Izak en Ismaël
Abraham had twee zonen: Ismaël en Izak. Ismaël was de eerste en werd geboren uit Hagar, de Egyptische slavin. Waarom? Omdat Abraham en Sara dachten dat ze echt geen kinderen meer konden krijgen en daarom God moesten helpen om Zijn belofte waar te maken. Ze gebruikten een soort draagmoeder. Maar dat was niet het plan van God. Hij herhaalde Zijn belofte: “Mijn verbond echter zal Ik met Izak maken, de zoon die Sara u volgend jaar op deze vastgestelde tijd zal baren.” (Genesis 17:21)
Abraham en Sara moesten leren wachten. Niet zelf oplossingen bedenken, maar vertrouwen op wat God zegt, hoe onmogelijk het ook lijkt.
Uit de verhalen over Izak en Ismaël leren we twee dingen.
- God stelde de besnijdenis in. Op de achtste dag werd de voorhuid weggesneden. Dat laat zien dat het oude weggaat en dat het nieuwe komt. Zo zal ook deze wereld, die nu pijn kent, plaatsmaken voor een nieuwe schepping zonder tranen en verdriet (Romeinen 8:22).
- Er was vijandschap tussen Ismaël en Izak. Ismaël spotte met Izak (Genesis 21:9). Paulus zegt dat Ismaël zijn broer Izak vervolgde (Galaten 4:29). at zien we vandaag nog tussen het Jodendom en de Islam. Ismaël staat voor het oude verbond, de slavernij. Izak voor het nieuwe verbond, de vrijheid.
Paulus leert: wees geen kinderen die alleen maar horen “dat mag niet”, maar leef als vrije mensen die God dienen uit liefde.
Gods belofte komt niet door onze plannen, maar door vertrouwen. Kies voor vrijheid in Christus!
Vrijheid begint bij geloof. Kies voor het Nieuwe Verbond!
4 mei
We lezen vandaag: Hebreeën 12:1-12:17
Hebreeën 12:16-17
Laat niemand een ontuchtpleger zijn of een onheilige, zoals Ezau, die voor één enkele maaltijd zijn eerstgeboorterecht verkocht. Want u weet dat hij ook daarna, toen hij de zegen wilde erven, verworpen werd, want hij vond geen plaats van berouw, hoewel hij de zegen vurig en met tranen zocht.
Jakob en Ezau
Jakob en Ezau vormden samen een bijzonder duo. Ezau was de oudste, maar hij verkocht zijn eerstgeboorterecht voor een bord eten. Later wilde hij alsnog de zegen, maar het was te laat. Dit laat ons iets zien: het eerste, het oude, verdwijnt en het tweede, het nieuwe, blijft.
Ezau staat voor de oude wereld, Jakob voor het nieuwe. De oudste lijkt sterk, maar uiteindelijk erft degene die eeuwig leeft: Jezus Christus, de eerstgeborene van de nieuwe schepping. God laat dit principe steeds zien: Seth boven Kaïn, Izak boven Ismaël, Jakob boven Ezau.
Ook wij moeten leren: Leg de oude mens af en trek de nieuwe aan (Efeze 4:22-24). Het oude hoort bij deze wereld, vol pijn en leegte. Het nieuwe hoort bij Gods belofte.
Rebekka, Jakobs moeder, was eerst onvruchtbaar en net als Sara werd ze uiteindelijk toch zwanger. Ze kreeg een tweeling. Nog vóór de geboorte zei God: “Twee volken zijn in je buik… de oudste zal de jongste dienen.” (Genesis 25:23) Ezau leek sterker, maar Jakob kreeg de belofte.
Vandaag zien we hetzelfde: Israël wordt nu (door de omliggende Arabische volkeren) gepest als het jongere broertje, maar zal uiteindelijk door de genade van God boven zijn broer verheven worden. Het oude verdwijnt, het nieuwe blijft. Kies dus niet voor het tijdelijke, maar voor het eeuwige. God kiest voor wie op Hem vertrouwt.
Kies niet voor het tijdelijke, maar voor het eeuwige!
5 mei
We lezen vandaag: 2 Timotheüs 2:1-2:13
2 Timoteüs 2:12
Als wij volharden, zullen wij ook met Hem regeren. Als wij Hem verloochenen, zal Hij ons ook verloochenen.
Israël
Weet je wat de naam Israël betekent? Het bestaat uit twee delen: Isra en El. El betekent “God”. Dat zie je ook in namen zoals Bethel (Huis van God) en Elia (Mijn God is Heer). Isra betekent “strijden” of “heersen”. De naam Israël in z’n geheel betekent: “Strijder met God” of “Heerser met God”.
In Genesis 32 lees je hoe Jakob ’s nachts worstelt met een man. Als je het goed leest, weet je dat het God is met wie hij strijdt. Hij zegt: “Ik laat U niet gaan, tenzij U mij zegent.” Dan krijgt Jakob een nieuwe naam: Israël. Waarom? Omdat hij heeft gestreden met God en heeft overwonnen. Jakob noemt die plek Pniël: “Gezicht van God”.
Die naam Israël ging over op het hele volk. Het laat zien dat Israël eerst strijdt tegen God, maar dat het later mét God za heersen. Jakob wilde eerst zelf de baas zijn, net als wij vaak doen. Maar hij leerde toen dat de zegen niet door eigen slimheid komt, maar door vertrouwen op God.
God belooft ons hetzelfde: als we volhouden, zullen we samen met Christus regeren. Niet nu, maar straks. Uit genade. Wil je echt sterk zijn? Leer dan om op God te vertrouwen, niet op jezelf.
Israël betekent niet alleen strijd, maar ook overwinning – samen met God!
Sterk zijn is niet genoeg. Trouw maakt je groot.
6 mei
We lezen vandaag: Genesis 35:16-35:26
Genesis 35:19
Zo stierf Rachel en zij werd begraven langs de weg naar Efrath, dat is het tegenwoordige Bethlehem.
Rachel en Lea
Jakob moest, net als zijn vader Izak, een vrouw zoeken buiten Kanaän. Izak wilde niet dat Jakob trouwde met iemand zoals Ezau had gedaan, maar met iemand uit hun familie. Daarom ging Jakob naar Haran, naar de familie van zijn moeder Rebekka. Onderweg kreeg hij een droom waarin God beloofde: “En zie, Ik ben met u, Ik zal u beschermen overal waar u heen zult gaan, en Ik zal u terugbrengen in dít land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik tot u gesproken heb!” (Genesis 28:15)
In Haran werd Jakob verliefd op Rachel. Hij wilde met haar trouwen, maar zijn oom Laban bedroog hem en gaf hem eerst Lea, de oudere zus. Jakob bleef bij oom Laban en trouwde later ook met Rachel. Opnieuw laat God zien dat de oudste eerst komt, maar dat de jongste het meest geliefd is. Zo is het ook met Israël en de Gemeente: Israël werd eerst geroepen, maar de Gemeente krijgt nu een bijzondere plaats in de hemel.
Lea kreeg als eerste kinderen: Ruben, Simeon, Levi en Juda. Rachel moest lang wachten voordat ze zwanger werd. Net als Sara en Rebekka. In haar lange wachten wordt opnieuw een voorbeeld gegeven aan ons. Al duurt het nog zo lang, God houdt woord. Uiteindelijk werd eerst Jozef geboren en later Benjamin, vlakbij Bethlehem. Een belangrijke plaats om te onthouden, want daar zou later de laatste in de lijn van alles zonen geboren worden: Jezus. “en zij zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” (Mattheüs 1:21)
Gods belofte komt altijd uit, ook als het lang duurt. Vertrouw op Hem!
7 mei
We lezen vandaag: Deuteronomium 10:1-10:11
Deuteronomium 10:8
In die tijd zonderde de HEERE de stam Levi af om de ark van het verbond van de HEERE te dragen, om voor het aangezicht van de HEERE te staan, om Hem te dienen en om in Zijn Naam te zegenen, tot op deze dag.
Levi – Geroepen om te dienen
Jakob had twaalf zonen. Elke zoon werd later het begin van een familie, een stam in Israël. Maar één stam was anders: die van Levi. Uit deze familie kwamen Mozes en Aäron. Aäron kreeg van God een speciale taak: hij en zijn nakomelingen moesten God dienen als priesters. Dat betekent dat ze werk deden in de Tabernakel, de plaats waar mensen God konden ontmoeten. Ze leerden de andere stammen over Gods wetten en brachten offers namens het volk.
Omdat hun werk zo belangrijk was, kregen de Levieten geen eigen stuk land in Israël. Ze woonden verspreid tussen de andere stammen, zodat ze overal konden helpen. Ze hoefden geen ander werk te doen, want hun taak was om God te dienen. Om daarvan te kunnen leven, kregen ze een deel van wat de andere Israëlieten aan God gaven: de “tienden”. Dat is 10% van hun opbrengst, zoals graan of dieren.
Toch bleef het aantal stammen twaalf. Hoe? Jozef, een van de zonen van Jakob, kreeg geen eigen stam, maar zijn twee zonen, Efraïm en Manasse, wel. Zo bleef het aantal stammen gelijk. En ook hier zie je iets bijzonders: Efraïm, de jongste, kreeg voorrang boven zijn oudere broer.
De stam van Levi laat zien hoe speciaal het is om God te mogen dienen. In het Nieuwe Testament wordt gezegd dat gelovigen nu ook een soort priesters zijn: mensen die met hun leven iets moois aan God geven.
Jij bent geen toeschouwer in Gods verhaal, je bent een levende steen in Zijn huis.
8 mei
We lezen vandaag: Genesis 49:8-49:12
Genesis 49:10
De scepter zal van Juda niet wijken en evenmin de heersersstaf van tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en Hem zullen de volken gehoorzamen.
Juda – Van fout naar koning
Juda was de vierde zoon van Jakob. Uit zijn familie zou later de koninklijke lijn van Israël komen. Maar in het begin gedraagt Juda zich helemaal niet als een koning. Hij is degene die voorstelt om zijn broer Jozef te verkopen als slaaf. Voor een paar zilverstukken wordt Jozef meegenomen, terwijl hij later de machtigste man van Egypte wordt, onder de farao.
Toch verandert Juda. Hij ziet hoe verdrietig zijn vader is en neemt verantwoordelijkheid. Als ze naar Egypte moeten om eten te kopen, overtuigt hij zijn vader om Benjamin mee te laten gaan. En als Benjamin niet terug mag, biedt Juda aan om zelf als slaaf te blijven. Dat is het moment waarop Jozef zich bekendmaakt aan zijn broers. Hij ziet dat Juda veranderd is. Jozef vergeeft zijn broers en vertelt dat God hun slechte daad heeft gebruikt om iets goeds te doen: het volk redden van de hongersnood.
Uit Juda’s familie komen later de Joden. En nog belangrijker: uit deze stam wordt Jezus geboren. Hij is niet alleen Koning van Israël, maar van de hele wereld. Net als Jozef werd Jezus verraden en verkocht voor zilver door iemand uit zijn eigen volk: Judas. Maar ook dat gebruikte God om iets goeds te doen. Door Jezus’ dood en opstanding is Hij nu Koning in de hemel. We zien het misschien nog niet, maar Hij is al onze Koninklijke Redder.
God kiest geen perfecte mensen. Hij maakt gewone mensen klaar voor koninklijk werk.
9 mei
We lezen vandaag: Genesis 49:22-49-26
Genesis 49:26
De zegeningen van je vader gaan de zegeningen van mijn vaderen te boven, tot aan de begerenswaardigheid van de eeuwige heuvels. Zij zullen zijn op het hoofd van Jozef, ja, op de schedel van de gewijde onder zijn broers.
Jozef – Van gevangenis naar zegen
Jozef was de favoriete zoon van Jakob en dat zie je terug in de bijzondere zegen die hij kreeg. Zijn broer Juda kreeg het koningschap, Levi werd priester, maar Jozef kreeg het eerstgeboorterecht: de grootste zegen. In zijn leven zie je al een voorproefje van Jezus. Jozef werd eerst vernederd, verkocht als slaaf en opgesloten in de gevangenis. Maar later werd hij door de farao verhoogd tot de machtigste man van Egypte. Net zoals Jezus eerst moest lijden en daarna door God werd verhoogd.
God redde Jozef uit de gevangenis. En over Jezus zei God: “U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt.” Jezus werd de Eerstgeborene uit de dood. De eerste die opstond en nooit meer stierf. Alle zegeningen die in het Oude Testament beloofd zijn, komen uiteindelijk bij Hem terecht.
Jozef gaf zijn zegen nog één keer door aan zijn zoon Efraïm. Daarna stopte het. Die zegen blijft op Jozef en Efraïm rusten. Dat is een beeld van Jezus en de Gemeente. Aan Juda en de andere stammen werden aardse dingen beloofd, zoals land en vrede. Maar aan Jozef en Efraïm en dus aan Jezus en de Gemeente, werden hemelse zegeningen beloofd. Die zijn vaak verborgen, maar ze zijn echt.
God laat ons zien dat Hij al lang geleden van plan was om ook mensen buiten Israël te zegenen. Paulus legt dat uit in zijn brieven, al is het soms best ingewikkeld. Maar het laat zien: God heeft een groot plan, en jij mag daar deel van zijn.
Gods plannen zijn soms verborgen, maar jij bent geroepen om Zijn zegen te dragen.
10 mei
We lezen vandaag: Exodus 3:1-3:12
Exodus 3:7
De HEERE zei: Ik heb duidelijk de onderdrukking van Mijn volk, dat in Egypte is, gezien en heb hun geschreeuw om hulp vanwege hun slavendrijvers gehoord. Voorzeker, Ik ken hun leed.
Egypte – Bouwen op wat blijft
Door een grote hongersnood moest het volk Israël naar Egypte verhuizen. Daar woonden ze in het gebied Gosen, waar ze het goed hadden dankzij Jozef. Maar na zijn dood kwam er een nieuwe farao die Jozef niet kende. Hij maakte van het volk Israël slaven. Binnen een paar generaties veranderde hun leven totaal: van gerespecteerde gasten naar uitgebuite arbeiders.
Egypte wordt in de Bijbel vaak “het diensthuis” genoemd. Een plek waar mensen hard moeten werken voor een koning die niet naar God luistert. Egypte is een beeld van deze wereld: een wereld die zonder God haar eigen koninkrijk probeert te bouwen. Net als bij de toren van Babel bouwden ze met tichels (stenen van leem en stro), in plaats van met echte natuursteen. Dat laat zien: de wereld vertrouwt op haar eigen kracht, maar wat zij bouwt is tijdelijk. Alleen wie op God bouwt, bouwt voor altijd.
Israël werkte zich kapot in Egypte, maar het leverde niets op. Dat lijkt op hoe mensen vroeger onder de wet leefden: ze moesten van alles doen om goed genoeg te zijn voor God. Maar Jezus zegt: “Kom naar Mij als je moe bent en het niet meer trekt. Ik geef je rust.” (Mattheüs 11:28)
Jezus vraagt ons niet om te zwoegen, maar om op Hem te vertrouwen. Hij is als een rots: stevig, betrouwbaar, eeuwig. Je hoeft je redding niet te verdienen—God geeft het als cadeau aan wie gelooft. Niet werken, maar vertrouwen. Niet bouwen op zand, maar op de Rots die blijft.
Bouw je leven niet op wat voorbijgaat, maar op de Rots die eeuwig blijft.
11 mei
We lezen vandaag: Deuteronomium 18:15-18:22
Deuteronomium 18:15
Een Profeet uit uw midden, uit uw broeders, zoals ik, zal de HEERE, uw God, voor u doen opstaan; naar Hem moet u luisteren,
Mozes en Jezus: Twee helden van geloof
Mozes vertelde het volk Israël dat er ooit iemand zou komen die nog belangrijker was dan hijzelf: een Profeet zoals hij. Die Profeet is Jezus. In de Bijbel staat zelfs: “Hij is werkelijk de Profeet.” (Johannes 7:40). Dat betekent dat het leven van Mozes lijkt op dat van Jezus.
Beide zijn als baby op wonderlijke wijze gered van de dood. Farao wilde alle jongetjes in Egypte doden, maar Mozes werd gespaard. Herodes wilde alle jongetjes in Bethlehem doden, maar Jezus ontsnapte. Later probeerde de duivel Jezus te verleiden met macht en rijkdom. Maar Jezus zei nee. Net als Mozes, die liever bij Gods volk hoorde dan te leven als prins in Egypte.
Mozes koos voor God, ook al was dat moeilijk. In Hebreeën 11 staat dat hij geloofde dat het beter was om bij God te horen dan om te genieten van zonde en rijkdom. Zo laat Mozes ons zien wat echt geloof is. En Jezus Christus ging nog verder: Hij opende de weg naar het echte leven, zelfs door de dood heen.
Als je in Jezus Christus gelooft, ben je met Hem opgestaan in een nieuw leven. Net als Israël dat door de zee trok en een nieuw begin kreeg. We moeten niet terugverlangen naar vroeger, maar vooruitkijken. Jezus is onze Gids in deze woestijn van het leven. Volg Hem, ook als het moeilijk is.
Kies geloof boven gemak—want met Jezus loop je de weg naar echt leven.*
12 mei
We lezen vandaag: 1 Korinthe 5:1-5:13
1 Korinthe 5:7
Verwijder dan het oude zuurdeeg, opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd, want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus.
Pascha: Het feest van echte vrijheid
God gaf het volk Israël een speciaal feest: Pascha, oftewel het Paasfeest. Elk jaar moesten ze dit vieren om nooit te vergeten hoe God hen op een machtige manier uit Egypte bevrijdde. Toen de Israëlieten in slavernij leefden, beschermde God hen door het bloed van een onschuldig lam op hun deurposten. Zo werden ze gered van de dood en mochten ze in vrijheid verder leven.
Maar dit lam was eigenlijk een beeld van iets groters: Jezus Christus. Hij wordt in de Bijbel “het Lam van God” genoemd. Jezus Christus gaf zijn leven voor ons, zodat wij verlost zijn van zonde en dood. Zijn bloed is als dat van het Paaslam—maar dan voor de hele wereld, voor altijd.
Daarom vieren wij Pascha niet alleen als een herinnering, maar als een teken van nieuw leven. In de Bijbel staat dat we geen “oud zuurdesem” moeten meenemen. Zuurdesem is een stukje oud deeg dat brood luchtig maakt, maar het staat ook symbool voor zonde en leegte. God wil dat we het oude achterlaten en leven in oprechtheid en waarheid.
Als je in Jezus Christus gelooft, ben je een nieuw mens. Het oude is voorbij. Je mag leven in vrijheid, geleid door Hem. Pascha is dus niet zomaar een feest! Het is een uitnodiging om echt opnieuw te beginnen.
Jezus is ons Paaslam. Door Hem begint jouw leven écht opnieuw.
13 mei
We lezen vandaag: Romeinen 7:7-7:13
Romeinen 7:7
Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Volstrekt niet! Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen dan door de wet. Ik zou immers ook niet geweten hebben dat begeerte zonde was, als de wet niet zei: U zult niet begeren.
De wet: meer dan regels, het draait om liefde
God gaf Israël iets heel bijzonders: Zijn eigen woorden. Via Mozes kregen ze die bij de berg Horeb, midden in de woestijn. Daar sloot God een verbond met het volk, een soort trouwbelofte. Hij zou voor hen zorgen en hen zegenen, als zij zich aan Zijn regels hielden.
Maar het volk dacht dat ze dat wel konden, terwijl ze niet doorhadden dat ze, net als alle mensen, fouten maken. Ze zeiden: “Alles wat God zegt, zullen we doen!” Maar dat lukte niet. En daardoor werd het verbond, dat bedoeld was als zegen, juist een probleem.
In het Nieuwe Testament legt God uit dat de wet er juist is om ons te laten zien dat we zondigen.
De wet is goed, maar wij doen vaak het tegenovergestelde van wat God vraagt. Net als Adam, die iets niet mocht doen en het tóch deed.
Er is maar één manier om van zonde af te komen: sterven. En dat deed Jezus voor ons. Hij nam onze straf op zich. Zo opent Hij de weg naar een nieuw verbond, dat niet draait om regels, maar om liefde. “Heb je naaste lief als jezelf” is het grote gebod. Liefde doet geen kwaad. Liefde is de echte vervulling van de wet.
Het Oude Testament laat ons zien dat we hulp nodig hebben. Maar het wijst ook vooruit naar Jezus, die ons helpt om echt te leven zoals God het bedoelt.
Gods wet laat zien wat fout gaat—Jezus’ liefde laat zien hoe het goed komt.
14 mei
We lezen vandaag: 1 Korinthe 10:1-10:13
Exodus 17:6
Zie, Ik zal daar vóór u op de rots bij de Horeb staan. Dan moet u op de rots slaan, en er zal water uitkomen, zodat het volk kan drinken. En Mozes deed dit voor de ogen van de oudsten van Israël.
De woestijnreis: een verhaal vol hoop
De reis van Israël door de woestijn, van Egypte naar het beloofde land, zit vol bijzondere momenten die ons iets vertellen over Jezus en wat Hij betekent voor ons vandaag.
God gaf het volk Manna, een soort brood uit de hemel, wit en zoet als honing. Dat wijst vooruit naar Jezus, die zei: “Ik ben het levende brood, dat uit de hemel neergedaald is; als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid…. ” (Johannes 6:51)
Toen Mozes op een rots sloeg en er water uit kwam, was dat een beeld van Jezus’ lijden. Hij werd geslagen, maar uit Zijn pijn kwam leven. Jezus zei: “maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, zal in eeuwigheid geen dorst meer krijgen….” (Johannes 4:14)
Ook andere dingen in de woestijn wijzen naar Jezus Chrsitus: de wolk die het volk leidde, de staf van Aäron die ging bloeien, en zelfs het gouden kalf als waarschuwing. Toen het volk klaagde, kwamen er giftige slangen. Maar God gaf een oplossing: Mozes moest een koperen slang omhoog houden. Iedereen die ernaar keek, werd beter.
Die slang is een beeld van Jezus. Hij werd verhoogd aan het kruis, zodat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leeft. (Johannes 3:14)
De woestijnreis laat zien dat God altijd een uitweg geeft. Ook als het moeilijk is, mogen we op Jezus Christus vertrouwen. Hij is het Brood, het Water, de Weg en de Redder.
Kijk omhoog naar Jezus. Hij is jouw hoop in elke woestijn.
15 mei
We lezen vandaag: Hebreeën 8
Hebreeën 8:5
Deze priesters doen dienst in een afbeelding en schaduw van de hemelse dingen, overeenkomstig een aanwijzing van God die Mozes ontving bij het voltooien van de tabernakel. Want zie erop toe, zegt Hij, dat u alles maakt overeenkomstig het voorbeeld dat u op de berg getoond is.
Waarom moest Mozes de tabernakel precies bouwen zoals God het liet zien? Omdat het niet zomaar een tent was, maar een beeld van iets groters. In de brief aan de Hebreeën wordt uitgelegd dat alle regels en details in het Oude Testament een doel hadden: ze laten zien dat mensen verzoening nodig hebben.
Onder het Nieuwe Verbond opent de Heilige Geest onze ogen. Dan begrijpen we dat de tabernakel een schaduw/een beeld was van wat Jezus later zou doen. Jezus zegt in Mattheüs 5:17: “Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen.” Alles in het Oude Testament wijst naar Hem.
De tabernakel laat dat prachtig zien. Het Heilige der Heiligen is een beeld van de hemel. De ark van het verbond lijkt op Gods troon. Het voorhangsel tussen het Heilige en het Heilige der Heiligen? Dat is een beeld van Jezus. Toen Hij stierf, scheurde dat voorhangsel in tweeën (Mattheüs 27:51). De weg naar God is nu open!
Jezus is onze “verse en levende weg” naar de hemel (Hebreeën 10:19-10:20). Hij is ons verzoendeksel. Daarom noemen we Gods troon nu de Genadetroon (Hebreeën 4:16). Door Hem mogen wij vrij tot God komen. Geen offers meer, geen afstand, maar directe toegang tot God door Jezus Christus.
De weg naar God is open. Loop hem met Jezus!
16 mei
We lezen vandaag: Numeri 13:16 en Deuteronomium 34
Numeri 13:16
Dit zijn de namen van de mannen die Mozes stuurde om het land te verkennen. En Mozes noemde Hosea, de zoon van Nun, Jozua.
Deuteronomium 34:9
Jozua nu, de zoon van Nun, was vol van de geest van wijsheid; want Mozes had zijn handen op hem gelegd. Daarom luisterden de Israëlieten nu naar hém, en zij deden zoals de HEERE Mozes geboden had.
Jozua was de nieuwe leider van Israël na Mozes. Hij kreeg een grote taak: het volk naar het beloofde land Kanaän brengen. Zijn naam was eerst Hoséa, wat “helper” betekent. Mozes veranderde die in Jozua en dat betekent “De HEERE redt.”
Jozua diende Mozes al toen hij jong was. Hij leidde het leger tegen Amalek en ging zelfs mee de berg op. Hij wilde dicht bij God zijn, want er staat in de Bijbel: “… zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, een jongeman, week niet uit het midden van de tent.” (Exodus 33:11)
Jozua was ook één van de twaalf verspieders. Samen met Kaleb vertrouwde hij op God: “… de HEERE is met ons. Wees niet bevreesd voor hen!” (Numeri 14:9) Maar het volk wilde hem toen bijna stenigen. Toch bleef Jozua trouw.
Jozua is een voorbeeld van Jezus. Jozua bracht Israël in Kanaän en gaf rust na de woestijnreis. Jezus Christus brengt ons naar het hemelse beloofde land en geeft eeuwige rust. Hebreeën 4:8 zegt: “Want als Jozua hen al in de rust gebracht had, zou God daarna niet gesproken hebben over een andere dag.”
Jozua gaf tijdelijke rust, maar Jezus geeft blijvende rust. Hij is onze Redder en Hogepriester. Wie in Hem gelooft, komt in het echte beloofde land.
Jozua bracht Israël naar Kanaän. Jezus brengt jou naar eeuwige rust!
17 mei
We lezen vandaag: Richteren 1:21-1:36 en Richteren 21:25
Richteren 1:28
Toen Israël echter sterker werd, gebeurde het dat het de Kanaänieten herendienst oplegde, maar het verdreef hen niet helemaal.
Richteren 21:25
In die dagen was er geen koning in Israël: eenieder deed wat juist was in zijn ogen.
Aan het einde van zijn leven herinnerde Jozua het volk aan hun belofte: “Wij zullen de HEERE dienen.” Maar na Jozua’s dood ging het mis. De nieuwe generatie kende de grote daden van God niet meer (Richteren 2:7-2:10). Israël deed niet wat God had gezegd: ze verdreven de volken niet en braken hun altaren niet af. Ze maakten zelfs afspraken met hen.
Toen kwam de Engel van de HEERE en zei in Richteren 2:1-4 dat omdat zij de HEERE hebben verlaten, de HEERE hen
zal verlaten.
Daarna gebeurde steeds hetzelfde: Israël kwam in problemen en vijanden kregen macht over hen. Maar telkens stuurde God een richter om hen te redden. Dit boek laat ons dus zien: echte redding komt uiteindelijk door Jezus.
Richteren is ook een waarschuwing voor ons. De eerste christenen dienden God trouw. Maar later kwamen verkeerde ideeën binnen, net zoals Kanaänieten bij Israël. Paulus waarschuwde: “Want dit weet ik: dat na mijn vertrek wrede wolven bij u zullen binnenkomen, die de kudde niet sparen; en dat uit uw eigen midden mannen zullen opstaan die de waarheid verdraaien om de discipelen weg te trekken achter zich aan.” (Handelingen 20:29-20:30) En ook: “Weet u niet dat een klein beetje zuurdeeg het hele deeg doorzuurt?” (1 Korinthe 5:6)
Onze les? Geef geen ruimte aan verkeerde dingen in je leven. Laat het oude weg en leef als nieuwe mensen in Jezus Christus.
Laat het oude los en leef als nieuw mens in Jezus Christus.
18 mei
We lezen vandaag: Matteüs 1:1-1:17
Matteüs 1:5-1:6
Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth, Obed verwekte Isaï; Isaï verwekte David, de koning;
Het verhaal van Ruth en Boaz lijkt bijna een sprookje. Ruth blijft trouw aan haar schoonmoeder Naomi, werkt hard en blijft nederig. Uiteindelijk trouwt ze met Boaz, een rijke man. Maar dit verhaal gaat niet alleen over liefde en trouw. Het laat ons iets groots zien: God kijkt naar je hart, niet naar je afkomst.
Ruth was een Moabitische vrouw, geen Israëliet. Toch zei ze tegen Naomi: “Uw volk is mijn volk en uw God mijn God.” (Ruth 1:16) Daarmee liet ze zien dat ze God wilde volgen. En God zag haar hart. Ruth werd uiteindelijk zelfs onderdeel van de familie van David en dus van de lijn waaruit Jezus geboren werd!
Hoe gebeurde dat? Door de “wet van lossing”. Boaz kocht het land van Naomi’s overleden man en nam Ruth als vrouw. Zo bleef de familie van Naomi bestaan. Boaz gaf Ruth en Naomi een nieuw leven. Dit is een prachtig beeld van wat Jezus Christus voor ons doet. Hij kocht ons vrij. Niet met geld, maar met Zijn bloed. In Hebreeën 9:12 staat het zo: “Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed voor eens en altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht.”
Daarom mogen we zingen: “U bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie.” (Openbaring 5:9)
1 Korinthe 6:20 zegt: “U bent immers duur gekocht. Verheerlijk daarom God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn.” En in Job staat: “Ik weet echter: mijn Verlosser leeft, en Hij zal ten laatste over het stof opstaan.” (Job 19:25)
Ruth laat ons zien dat wie op God vertrouwt, nieuw leven krijgt. Jezus is onze Redder!
Ruth koos voor God. Durf jij dat ook?
19 mei
We lezen vandaag: 1 Samuël 1:20
1 Samuël 1:20
Het gebeurde na verloop van dagen dat Hanna zwanger werd. Zij baarde een zoon en gaf hem de naam Samuel, want, zei ze, ik heb hem van de HEERE gebeden.
Hanna was jarenlang verdrietig, omdat ze geen kinderen kon krijgen. In die tijd was dat heel zwaar. Ze heeft steeds tot God gebeden: “Heer, geef mij alstublieft een kind.” En God luisterde! Hanna kreeg een zoon en noemde hem Samuël, wat betekent: “Van God gebeden.”
In de Bijbel zie je vaker dat kinderen niet zomaar geboren worden. Denk aan Sara, Rebekka, Rachel en ook de moeder van Simson. Hun kinderen kwamen er niet vanzelf, maar door gebed en Gods hulp. Het laat zien dat nieuw leven een cadeau van God is.
Later in de Bijbel gebeurt iets soortgelijks bij de bijzondere geboorte van Johannes de Doper. Al die bijzondere geboortes verwijzen ergens naar. Ze verwijzen naar de schepping en naar God die leven geeft, zelfs als het onmogelijk lijkt. Hij maakt een nieuwe start mogelijk. In Psalm 113 staat: “Die de onvruchtbare doet wonen in haar gezin: een blijde moeder van kinderen.” Dat is toch iets om blij van te worden?
Samuël groeide op en bleef trouw aan God. Hij hielp het volk om de goede weg te volgen. Over hem staat in 1 Samuël 2:26: “En de jonge Samuel kreeg gaandeweg meer aanzien en gunst, zowel bij de HEERE als ook bij de mensen.” Dat doet denken aan de Here Jezus, die ook “toenam in wijsheid en genade.” Jezus Christus is dé Weg naar nieuw leven. Hij leert ons hoe we dicht bij God kunnen blijven.
Wat onmogelijk lijkt, is mogelijk bij God.
20 mei
We lezen vandaag: 1 Samuël 18:6-18:16
1 Samuël 18:7-8
Terwijl de vrouwen huppelden, zongen zij in beurtzang: Saul heeft zijn duizenden verslagen, maar David zijn tienduizenden! Toen ontstak Saul in woede; die woorden waren namelijk kwalijk in zijn ogen. Hij zei: Ze hebben er aan David tienduizend gegeven, maar mij hebben ze er maar duizend gegeven; het koninkrijk zal zeker nog eens voor hém zijn!
Saul was de eerste koning van Israël. David kwam later, maar al snel werd hij super populair. Na de strijd tegen Goliath zongen de mensen: “David heeft tienduizenden verslagen!” Saul voelde zich jaloers en bedreigd. Hij dacht: “Als dit zo doorgaat, wordt hij koning in mijn plaats.”
De strijd tussen Saul en David is beroemd. Het lijkt op de strijd van David tegen Goliath: groot tegen klein. Saul was lang en sterk, met een groot leger. David had maar een paar honderd vrienden. Toch bleef David trouw aan God en hij wilde Saul niet doden, ook al had hij de kans.
Hun verhaal laat iets groters zien: het verschil tussen het Oude Verbond (de wet) en het Nieuwe Verbond (genade). Saul staat voor het oude, David voor het nieuwe. God laat steeds zien dat Zijn plan doorgaat in het tweede, het nieuwe.
In het Nieuwe Testament zien we zoiets ook bij Paulus (die eerst Saulus heette). Eerst was hij een strenge Farizeeër, een echte dienaar van de wet. Na zijn bekering werd hij Paulus (dat betekent “kleintje”). Hij werd nederig en diende Jezus. Zoals Jezus zei: “En wie zichzelf zal verhogen, zal vernederd worden; en wie zichzelf zal vernederen, zal verhoogd worden.” (Matthéüs 23:12)
David werd eerst opgejaagd en vernederd, maar God maakte hem een grote koning. Uit zijn familie kwam uiteindelijk Jezus: de Koning der koningen, onze Herder.
Wees nederig, dan kan God je verhogen.
21 mei
We lezen vandaag: 2 Samuël 7:1-17
2 Samuël 7:12-7:13
Wanneer uw dagen voorbij zijn en u met uw vaderen ontslapen bent, zal Ik uw nakomeling na u, die uit uw lichaam voortkomt, doen opstaan en Ik zal zijn koningschap bevestigen. Die zal voor Mijn Naam een huis bouwen, en Ik zal de troon van zijn koningschap voor eeuwig bevestigen.
Salomo was de zoon van koning David en Bathseba. Toen David stierf, werd Salomo koning van Israël. Zijn naam betekent “rijk aan vrede” en in zijn tijd was er inderdaad rust en voorspoed. God noemde hem ook Jedid-jah, wat betekent: “Geliefd door God”. Daarmee liet God zien dat Salomo de gekozen opvolger was.
God had David beloofd dat er een zoon en erfgenaam zou komen die koning zou worden en een huis voor God zou bouwen. David wilde eigenlijk zelf al een tempel bouwen, maar God zei: “Nee, jij hebt te veel bloed vergoten.” Dus Salomo kreeg die taak.
Salomo is beroemd om zijn wijsheid. Toen God hem in een droom vroeg wat hij wilde hebben, koos Salomo niet voor rijkdom of macht, maar voor wijsheid om het volk goed te leiden. God was blij met die keuze en gaf hem niet alleen wijsheid, maar ook rijkdom en eer zoals geen enkele koning ooit had gehad.
Het leven van Salomo verwijst naar iemand nog groter: Jezus Christus. Hij is de échte Vredevorst en de Wijsheid van God. Jezus bouwt ook een huis, maar niet van stenen. Hij bouwt een geestelijk huis van levende stenen. Die stenen, dat zijn wij, de mensen die Hem volgen. Samen vormen we de gemeente van God, een tempel waarin Hij woont.
Door Gods liefde mogen wij daar nu al onderdeel van zijn en mogen we dagelijks leren uit Zijn Woord. Dat is bijzonder! Het laat zien hoe groot Gods plan is en hoe Hij ons wil gebruiken.
Kies wijsheid boven rijkdom. God zorgt voor de rest.
22 mei
We lezen vandaag: 1 Koningen 11:9-11:13
1 Koningen 11:11
Daarom zei de HEERE tegen Salomo: Omdat het bij u gebeurd is dat u Mijn verbond en verordeningen, die Ik u geboden heb, niet in acht hebt genomen, zal Ik het koninkrijk zeker van u losscheuren en het aan uw dienaar geven.
Salomo was een wijze koning, maar aan het einde van zijn leven ging het helaas mis. Hij begon andere goden te dienen. Dat was tegen Gods geboden en daarom werd hij door God gestraft. God zei: “Ik zal het koninkrijk van je afnemen.” Dat gebeurde niet meteen bij Salomo, maar bij zijn zoon Rehabeam. Het grote rijk van Israël werd in tweeën gesplitst.
Rehabeam bleef koning over twee stammen: Juda en Benjamin. De stam van Benjamin bleef trouw aan de stam van Juda en gezamenlijk vormden zij het tweestammenrijk met als hoofdstad Jeruzalem. Benjamin hoorde dus bij Juda. Waarom? Omdat God had beloofd dat er altijd een “lamp” zou branden in Jeruzalem. Een teken van hoop. Die lamp stond voor Gods Woord en voor de belofte dat uit het huis van David de Messias zou komen.
In de loop van de geschiedenis wordt er bijna niet meer gesproken over Benjamin, maar wordt het tweestammenrijk meestal “Juda” genoemd. De overige tien stammen worden “Israël” genoemd.
Benjamin betekent “zoon van de rechterhand”. Toen hij geboren werd, noemde zijn moeder Rachel hem eerst Ben-Oni, “zoon van mijn smart”, omdat de bevalling van haar zoon heel erg zwaar was en ze daarna ook stierf. Dat laat zien dat er pijn en strijd zou zijn in de stam van Juda (de Joden), voordat het grote plan van God klaar zou zijn: het eeuwige koninkrijk van Jezus Christus.
Ook al ging het rijk kapot door ongehoorzaamheid, God bleef trouw. Hij zorgde dat Zijn belofte doorging. Uit Juda zou uiteindelijk Jezus geboren worden, de Koning der koningen. Hij zou echte vrede brengen. Want zo zal u in rijke mate de toegang worden verleend tot het eeuwig Koninkrijk van onze Heere en Zaligmaker, Jezus Christus. (2 Petrus 1:11)
Gods plan stopt niet, ook niet als mensen fouten maken.
23 mei
We lezen vandaag: 1 Koningen 11:26-11:43
1 Koningen 11:31
Hij zei tegen Jerobeam: Neem er tien stukken van voor uzelf. Want zo zegt de HEERE, de God van Israël: Zie, Ik ga het koninkrijk uit de hand van Salomo losscheuren en Ik zal u tien stammen geven.
De tien stammen – God vergeet niemand
Lang geleden was Salomo koning van Israël. Maar God zei dat een deel van zijn koninkrijk aan iemand anders zou worden gegeven: Jerobeam, een harde werker uit de stam van Efraïm. Salomo zag dat Jerobeam talent had en gaf hem een belangrijke taak. Maar toen Jerobeam hoorde dat hij later koning zou worden, moest hij vluchten naar Egypte.
Na Salomo’s dood kozen tien stammen Jerobeam als hun koning. Zo ontstond het koninkrijk Israël, apart van Juda. Maar deze tien stammen werden later weggevoerd naar Assyrië en kwamen nooit meer terug. Toch is hun verhaal nog niet voorbij.
God belooft in de Bijbel dat Hij zijn volk zal terughalen, waar ze ook zijn. Hij zegt dat er één Koning zal zijn over alle stammen en dat ze weer één volk zullen worden. Dat laat zien dat God mensen nooit vergeet, zelfs niet als ze ver weg zijn.
De tien stammen zijn erfgenamen van Jozef, de favoriete zoon van Jakob. Ze zijn verspreid over de wereld en vormen een beeld van de Gemeente, mensen die bij God horen. In de Bijbel worden ze vergeleken met een wilde olijfboom die wordt ingeënt op een tamme boom. Zo groeien ze samen tot één geheel.
En weet je wat bijzonder is? De woorden van Jozef, dat God hem stuurde om mensen te redden, worden waar in Jezus, de Zoon van Jozef uit Nazareth. Hij is gekomen om ons leven te geven, om ons te redden.
God schrijft niemand af. Zelfs als je verdwaald bent, heeft Hij een plan met jou.
24 mei
We lezen vandaag: Exodus 7:1-7:13
Exodus 7:1
Toen zei de HEERE tegen Mozes: Zie, Ik heb u voor de farao tot een god gemaakt en uw broer Aäron zal uw profeet zijn.
Profeten – Sprekers namens God
Een profeet is iemand die namens God spreekt. Denk aan Mozes, Elia en Elisa. Zij worden ook wel “man van God” genoemd. Ze kregen een speciale opdracht: Gods woorden doorgeven aan mensen. Soms sprak God zelfs direct tot mensen, zoals bij Abraham en Lot. Maar meestal gebruikte Hij profeten, mensen die door de Heilige Geest werden geleid.
Mozes was de eerste profeet die namens God tot het volk Israël sprak. God sloot via hem een verbond met het volk. Maar al snel vergaten de mensen dat verbond, en Mozes moest hen oproepen om terug te keren naar God. Dat deden later ook andere profeten, tot aan Johannes de Doper toe.
Profeten hadden het vaak zwaar. Ze moesten dingen zeggen die mensen liever niet hoorden. Elia voelde zich soms helemaal alleen en Jesaja vroeg zich af of iemand hem überhaupt geloofde. Toch bleven ze trouw, omdat ze wisten dat hun boodschap belangrijk was.
De kern van wat profeten zeggen is altijd hetzelfde: ze wijzen naar Jezus. In de Bijbel staat: “Het getuigenis van Jezus is namelijk de geest van de profetie.” (Openbaring 19:10)
Ook vandaag de dag geldt: als je mensen oproept om terug te keren naar God, kun je weerstand verwachten. Maar Jezus moedigt ons aan: “In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.” (Johannes 16:33)
Wie namens God spreekt, hoeft niet populair te zijn, alleen trouw.
25 mei
We lezen vandaag: Daniël 1:1-1:21
Daniël 1:17
Aan deze vier jongemannen nu gaf God kennis en verstand van allerlei geschriften, en wijsheid, en Daniël gaf Hij inzicht in allerlei visioenen en dromen.
Daniël – Een jongen met een missie
Lang geleden werd het volk Israël verdeeld in twee groepen. De ene groep werd weggevoerd naar Assyrië, de andere (Juda) kwam in Babylon terecht. Daar regeerde koning Nebukadnezar, die Jeruzalem verwoestte. In die tijd leefde Daniël, een hoveling uit de familie van koning David.
Daniël werd meegenomen naar Babylon, maar God liet hem niet in de steek. In het boek Daniël lees je hoe God hem gebruikte om grote dingen te laten zien. Daniël kreeg visioenen over wat er met de wereld zou gebeuren. Hij zag dat er grote rijken zouden komen: Babel, Medo-Perzië, Griekenland, Rome, maar uiteindelijk zou Gods koninkrijk alles overnemen. Een koninkrijk dat nooit kapotgaat en voor altijd blijft bestaan.
Daniël begreep dat de tijd van verwoesting voor Jeruzalem bijna voorbij was. God gaf hem meer uitleg, maar niet alles werd meteen duidelijk. Sommige dingen bleven geheim, verzegeld tot het moment dat “de Leeuw uit de stam van Juda”, een beeld voor Jezus, ze zou openen.
Het boek Daniël laat zien dat God bepaalt wie er regeert en hoe de toekomst eruitziet. Zelfs als het moeilijk is, blijft Hij trouw en heeft Hij Zijn plan.
Als jij trouw blijft aan God, laat Hij je dingen zien die groter zijn dan je dromen.
26 mei
We lezen vandaag: Johannes 1:35-1:43
Johannes 1:42
Deze (Andreas) vond als eerste zijn eigen broer Simon en zei tegen hem: Wij hebben de Messias gevonden, wat vertaald wordt als de Christus.
De Messias – Gods Gezalfde Redder
Het woord ‘Messias’ betekent letterlijk “Gezalfde”. In de Griekse taal is dat ‘Christus’. Jezus wordt zo genoemd omdat Hij, net als koningen, priesters en profeten in het Oude Testament, gezalfd is. Vroeger werd iemand gezalfd met geurige olie als teken dat hij een speciale taak van God kreeg. Die olie stond symbool voor de Heilige Geest: Gods kracht en aanwezigheid.
In het Oude Testament werden mensen als Aäron, Saul, David en Salomo gezalfd. Zij waren priesters of koningen en hun werk wees vooruit naar de komst van dé Messias: Jezus Chrsitus. Hij is de enige die tegelijk Koning én Priester is. God had Hem daarvoor uitgekozen en gezalfd met de Heilige Geest.
Maar het blijft daar niet bij. Als jij in Jezus Christus gelooft, ben jij ook gezalfd! Dat betekent dat jij ook de Heilige Geest hebt ontvangen. God heeft jou uitgekozen om samen met Jezus Christus te leven, te dienen en zelfs (in de toekomst) met Hem te regeren. Dat is geen beloning omdat je zo goed bent, maar een cadeau uit Gods liefde.
Jezus is dus niet zomaar een naam uit de geschiedenis. Hij is de Gezalfde, de Redder, en Hij wil jou betrekken in Zijn plan. Door Hem ben jij ook een priester: iemand die dicht bij God leeft en anderen helpt om Hem te leren kennen.
Jezus is gezalfd om te redden en jij bent gezalfd om mee te bouwen aan Zijn koninkrijk.
27 mei
We lezen vandaag: 2 Petrus 3:8-3:10
2 Petrus 3:9
De Heere vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen.
Het Koninkrijk – Niet alleen daarboven, maar ook hier
Veel mensen denken dat Gods Koninkrijk alleen in de hemel is. Dat komt misschien omdat Jezus, toen Hij op aarde kwam, niet meteen als Koning ging regeren. Zelfs Zijn leerlingen dachten dat het Koninkrijk direct zou beginnen. Maar Jezus legde uit dat het nog even zou duren.
Hij vertelde een verhaal over een man die op reis ging om een koninkrijk te ontvangen en daarna terug zou komen. Daarmee bedoelde Hij Zichzelf. Jezus is nu in de hemel, maar Hij komt terug. En dan zal Hij echt Koning zijn. Niet alleen in de hemel, maar ook op aarde.
Voor ons is dat goed nieuws. Want zolang Jezus nog niet terug is, krijgen mensen nog steeds de kans om bij dat Koninkrijk te horen. Iedereen die in Hem gelooft, wordt nu al burger van dat Koninkrijk. Dat is een voorrecht!
Sommige mensen lachen erom. Ze zeggen: “Er verandert toch niks.” Maar wij weten beter. God heeft beloofd dat Zijn plan doorgaat. Zijn woorden zijn als een stevig anker: ze houden ons vast, ook als het stormt. Net als Abraham mogen wij zeker weten dat God doet wat Hij belooft.
Het Koninkrijk komt eraan. En jij mag er nu al bij horen.
Gods Koninkrijk begint in je hart en zal straks de hele wereld vullen.
28 mei
We lezen vandaag: Zacharia 9:9-9:17
Zacharia 9:9
Verheug u zeer, dochter van Sion! Juich, dochter van Jeruzalem! Zie, uw Koning zal tot u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland, arm, en rijdend op een ezel, op een ezelsveulen, het jong van een ezelin.
Jezus Christus de Koning. Lijdend én Overwinnend
In de Bijbel wordt Jezus als Koning beschreven, maar op twee heel verschillende manieren. Aan de ene kant is Hij zachtmoedig en lijdend, aan de andere kant krachtig en overwinnend. Dat lijkt misschien tegenstrijdig, maar beide kanten zijn nodig om Gods plan uit te voeren.
Toen Jezus Christus na Zijn opstanding bij Zijn vrienden kwam, legde Hij uit dat Hij eerst moest lijden en sterven voordat Hij in Zijn hemelse glorie kon komen. Hij had dit al eerder gezegd, maar de leerlingen snapten het niet. Ze dachten dat Jezus meteen als een machtige koning zou vechten tegen de Romeinen, net als koning David vroeger. Daarom wilden ze zelfs hun zwaard trekken toen Jezus werd gearresteerd.
Maar Jezus Christus kwam voor een veel grotere overwinning: Hij kwam om mensen te bevrijden van angst en de macht van de dood. Niet met geweld, maar door Zijn liefde en offer. Dat is echte kracht.
De Bijbel zegt dat Jezus Christus nog een keer zal terugkomen. De eerste keer kwam Hij als een nederige Koning op een ezel. De tweede keer komt Hij met kracht en majesteit, samen met engelen. Dan zal iedereen Hem zien zoals Hij echt is. Voor wie in Hem gelooft, is dat een moment van vreugde. Dan zullen we op Hem lijken en voor altijd bij Hem zijn.
Jezus overwon door liefde en komt terug als Koning om alles nieuw te maken.
29 mei
We lezen vandaag: Deuteronomium 31:14-31:29
Deuteronomium 31:17
Dan zal Mijn toorn op die dag tegen hen ontbranden. Ik zal hen verlaten en Mijn aangezicht voor hen verbergen…..
De stilte
Na Jezus’ hemelvaart liet God door wonderen en tekenen zien dat het goede nieuws zich moest verspreiden. Maar nu lijkt het alsof God stil is. Veel mensen vragen zich af: “Waarom doet God niets aan alle ellende in de wereld?”
Vroeger was dat anders. Toen liet God zich duidelijk zien, vooral via het volk Israël. Hij hielp hen om andere volken te verslaan, zodat iedereen wist: dit is de God van Israël. Hij hield van Zijn volk, zoals je van een kind houdt. Maar Hij waarschuwde ook: als jullie Mij vergeten, zal Ik Mij verbergen.
Dat gebeurde toen Israël zich afkeerde van God. Ze leefden niet meer onder Zijn zegen, maar onder Zijn stilte. Toch is die stilte niet het einde. De Bijbel noemt deze tijd “het jaar van Gods welbehagen” – een periode waarin God nog steeds mensen uitnodigt om bij Hem te komen.
Sommigen spotten ermee: “God doet toch niks.” Maar ze begrijpen niet dat Zijn stilte ook een kans is. God grijpt niet altijd direct in, maar Hij werkt achter de schermen. Hij trekt mensen uit de duisternis en brengt ze in het Koninkrijk van Zijn Zoon, Jezus Christus.
Dus ook al lijkt het stil, God is bezig. Hij wacht geduldig, zodat zoveel mogelijk mensen Hem kunnen leren kennen. En als Hij straks weer zichtbaar wordt, zal dat een dag zijn van recht en herstel.
Als God stil lijkt, is Hij bezig met iets groots; misschien wel met jou.
30 mei
We lezen vandaag: Galaten 6:11-6:19
Galaten 6:16
En allen die overeenkomstig deze regel wandelen: vrede en barmhartigheid zij over hen en over het Israël van God.
Israël en de Gemeente. Twee wegen, één God
Paulus schrijft dat het niet uitmaakt of je Joods bent of niet. Wat telt is dat je een nieuw mens bent in Jezus Christus. Iedereen die in Hem gelooft, hoort bij Gods familie. De mensen in Galatië waren geen deel van Israël, maar omdat ze in Jezus Christus geloven, noemt Paulus hen “het Israël van God”. Dat is bijzonder, want dat is de enige keer dat de Bijbel die naam gebruikt voor gelovigen uit andere volken.
Israël en de Gemeente lijken op elkaar. Beide zijn door God geroepen om Hem te dienen. Vroeger kon iedereen bij Israël horen als hij zich aan Gods verbond hield. Nu mag iedereen bij de Gemeente horen door geloof in Jezus. Maar er is ook een verschil: Israël is een volk op aarde, de Gemeente is een hemelse familie.
Soms wordt dat verschil vergeten. Sommige mensen denken dat Israël geen rol meer speelt en dat de Gemeente alles heeft overgenomen. Maar dat klopt niet. De Bijbel zegt dat Israël tijdelijk niet luistert, maar dat God hen later weer zal herstellen. Hij is hen niet vergeten.
Wij mogen leren van Israël. Hun fouten en hun geloof. Maar onze roeping is anders: wij horen bij Jezus en leven met Hem, nu al, als burgers van de hemel. En we mogen uitkijken naar Zijn terugkomst.
God roept mensen uit alle volken en jij mag deel zijn van Zijn hemelse familie.
31 mei
We lezen vandaag: Handelingen 1:6 en 2:20
Handelingen 1:6
Zij dan die samengekomen waren, vroegen Hem: Heere, zult U in deze tijd voor Israël het Koninkrijk weer herstellen?
Handelingen 2:20
De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en ontzagwekkende dag van de Heere komt.
Veel mensen denken dat “de dag des Heeren” gewoon een andere naam is voor de zondag. Maar in de Bijbel betekent het iets heel anders. Het gaat niet om één gewone dag van 24 uur. Het gaat om een tijd, een periode, waarin God zichzelf laat zien aan de wereld.
Het woord “dag” betekent in de Bijbel vaak licht, het tegenovergestelde van duisternis. Het is een moment waarop iets wat verborgen is, zichtbaar wordt. De dag des Heeren is de tijd waarin Jezus terugkomt en alles verandert.
Dat gebeurt niet in één keer. Eerst moeten veel dingen gebeuren: Jezus Christus zal Israël redden, Jeruzalem herbouwen, het kwaad vernietigen, de satan binden. Dat gaat stap voor stap. De Bijbel zegt dat de voeten van de Heere op de Olijfberg zullen staan (Zacharia 14:4) en dat Jeruzalem eerst zal worden verwoest. Het volk zal vluchten, maar God brengt hen terug naar het beloofde land.
Het klinkt verdrietig: er zal rouw zijn door zonde en leugen. Maar er is hoop! In Johannes 16:21 staat het goed beschreven: “Wanneer een vrouw baart, heeft zij droefheid, omdat haar tijd gekomen is, maar wanneer zij het kind gebaard heeft, denkt zij niet meer aan de benauwdheid, vanwege de blijdschap dat een mens ter wereld gekomen is.” Dus zoals een vrouw pijn heeft bij de geboorte, maar blij is als het kind er is, zo zal Israël eerst verdriet hebben, maar daarna vreugde. Het volk zal een nieuwe kans krijgen en Jezus zal Koning zijn.
De dag van de Heer is dus toch iets om naar uit te kijken. Het is het begin van een nieuw tijdperk waarin God alles goed maakt.
Jezus komt terug. Dat is zeker!