Hoe alles begon – Het verhaal van de schepping
Lang geleden was er helemaal niets. Geen bomen, geen dieren, geen mensen. Alleen God was er. Toen besloot God iets heel bijzonders te doen: Hij ging alles maken!
Op de eerste dag zei God: “Laat er licht zijn!” En er kwam licht. Hij noemde het licht “dag” en het donker “nacht”.
![]()
Op de tweede dag maakte God de lucht, zodat we kunnen ademen. Hij verdeelde het water: een deel ging omhoog als wolken, de rest bleef op de aarde.
![]()
Op de derde dag liet God het droge land tevoorschijn komen. Hij noemde het “aarde” en het water “zee”. Daarna liet Hij planten en bomen groeien, met bloemen, fruit en zaadjes.
![]()
Op de vierde dag maakte God de zon voor overdag, de maan voor ’s nachts en de sterren om de hemel mooi te maken.
![]()
Op de vijfde dag schiep God alle vissen en zeedieren, en ook de vogels die in de lucht vliegen. Hij zei dat ze zich mochten vermeerderen.
![]()
Op de zesde dag maakte God alle landdieren: van schapen tot leeuwen. En toen maakte Hij iets heel speciaals: de mens! Jongens en meisjes, mannen en vrouwen. Ze mochten goed zorgen voor de aarde.
![]()
Op de zevende dag was God klaar. Hij rustte uit en genoot van alles wat Hij had gemaakt. Die dag noemde Hij de rustdag: de sabbat.
![]()
En zo begon het grote avontuur van de wereld!