Categorie: Bijbelsdagboek voor Kinderen

  • 1 januari

    Hoe alles begon – Het verhaal van de schepping

    Lang geleden was er helemaal niets. Geen bomen, geen dieren, geen mensen. Alleen God was er. Toen besloot God iets heel bijzonders te doen: Hij ging alles maken!

    Op de eerste dag zei God: “Laat er licht zijn!” En er kwam licht. Hij noemde het licht “dag” en het donker “nacht”.

    Op de tweede dag maakte God de lucht, zodat we kunnen ademen. Hij verdeelde het water: een deel ging omhoog als wolken, de rest bleef op de aarde.

    Op de derde dag liet God het droge land tevoorschijn komen. Hij noemde het “aarde” en het water “zee”. Daarna liet Hij planten en bomen groeien, met bloemen, fruit en zaadjes.

    Op de vierde dag maakte God de zon voor overdag, de maan voor ’s nachts en de sterren om de hemel mooi te maken.

    Op de vijfde dag schiep God alle vissen en zeedieren, en ook de vogels die in de lucht vliegen. Hij zei dat ze zich mochten vermeerderen.

    Op de zesde dag maakte God alle landdieren: van schapen tot leeuwen. En toen maakte Hij iets heel speciaals: de mens! Jongens en meisjes, mannen en vrouwen. Ze mochten goed zorgen voor de aarde.

    Op de zevende dag was God klaar. Hij rustte uit en genoot van alles wat Hij had gemaakt. Die dag noemde Hij de rustdag: de sabbat.

    En zo begon het grote avontuur van de wereld!