Blog

  • Vervangingsleer

    De oorsprong en essentie van de vervangingstheologie

    Vervangingstheologie, ook wel supersessionisme genoemd, is een theologische stroming die stelt dat de christelijke kerk het volk Israël heeft vervangen als het verbondsvolk van God. Deze gedachte heeft een lange en complexe geschiedenis, gevormd door politieke omstandigheden, filosofische invloeden en interpretaties van de Schrift. Hoewel de term pas in de moderne tijd gangbaar werd, gaat de inhoud ervan terug tot de eerste eeuwen van het christendom. Dit artikel onderzoekt zowel de oorsprong als de essentie van deze theologie en plaatst haar in haar historische en geestelijke context.

    Historische wortels: de vroege kerk en het verdwijnen van Israël uit het zicht

    De oorsprong van vervangingstheologie ligt in de periode na de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 en de Bar Kochba-opstand in 135. Deze gebeurtenissen leidden tot een massale diaspora van het Joodse volk. Voor de jonge kerk, die zich snel verspreidde onder niet‑Joodse volken, leek Israël als natie verdwenen. De zichtbare realiteit van een land, een tempel en een Joodse staat was weggevallen. Hierdoor ontstond een hermeneutische spanning: hoe moesten profetieën over Israëls herstel worden begrepen wanneer Israël als volk en natie niet langer zichtbaar aanwezig was?

    Tegelijkertijd ontwikkelde de kerk zich in een Grieks-Romeinse cultuur waarin allegorische interpretatie van teksten gebruikelijk was. Theologen zoals Origenes en later Augustinus lazen het Oude Testament vaak symbolisch. Israël werd niet langer gezien als een concrete historische natie, maar als een geestelijke metafoor voor de gelovigen. De kerk werd zo het “ware Israël”, het geestelijke volk van God dat de plaats innam van het fysieke Israël.

    Deze ontwikkeling werd versterkt door de groeiende afstand tussen de kerk en het jodendom. De eerste christenen waren grotendeels Joods, maar naarmate het evangelie zich verspreidde onder heidenen, ontstond een nieuwe identiteit. De kerk begon zichzelf te zien als een nieuw volk, los van de Joodse tradities. De breuk werd verdiept door conflicten over de interpretatie van de Schrift, de rol van de wet en de erkenning van Jezus als Messias.

    De opkomst van het idee van het ‘Verus Israël’

    In de tweede eeuw ontstond het concept van het Verus Israël – het ware Israël. Dit idee werd onder andere verwoord door Justinus de Martelaar, die stelde dat de kerk de erfgenaam was van de beloften aan Abraham. Israël had volgens hem zijn rol verloren door de verwerping van Jezus, waardoor de kerk nu de plaats innam van het uitverkoren volk.

    Deze gedachte werd later systematisch uitgewerkt door kerkvaders zoals Tertullianus en Augustinus. Augustinus zag de kerk als het geestelijke Jeruzalem en het Koninkrijk van God op aarde. De profetieën over Israëls herstel werden daarom niet langer letterlijk gelezen, maar toegepast op de kerk. Het land Kanaän werd een beeld van de hemel, Jeruzalem een symbool van de kerk, en Israël een metafoor voor de gelovigen.

    Met de legalisering van het christendom onder keizer Constantijn kreeg de kerk politieke macht. Dit versterkte het idee dat de kerk Gods nieuwe volk was dat de wereld moest leiden. Israël werd gezien als een volk dat zijn rol had uitgespeeld.

    De essentie van vervangingstheologie

    De kern van vervangingstheologie bestaat uit drie hoofdstellingen:

    1. Israël heeft Jezus verworpen Daarom heeft God Israël verworpen als verbondsvolk.
    2. De kerk is het nieuwe Israël De beloften aan Israël zijn overgegaan op de kerk, die nu het geestelijke volk van God vormt.
    3. Profetieën worden geestelijk geïnterpreteerd Beloften over land, herstel en toekomst worden niet letterlijk toegepast op het Joodse volk, maar geestelijk op de kerk.

    Deze drie elementen vormen samen een hermeneutisch systeem waarin het Oude Testament wordt gelezen door de lens van het Nieuwe, en waarin Israël een voorafschaduwing is van de kerk.

    Kritiek en herwaardering in de moderne tijd

    Vanaf de twintigste eeuw kwam er steeds meer kritiek op vervangingstheologie. De heroprichting van de staat Israël in 1948 bracht het Joodse volk opnieuw zichtbaar in de geschiedenis. Theologen begonnen zich af te vragen of de eeuwenoude interpretaties wel recht deden aan de Bijbelse teksten.

    Daarnaast leidde de confrontatie met het antisemitisme in Europa, en vooral de Holocaust, tot een herbezinning. Veel kerken erkenden dat vervangingstheologie had bijgedragen aan negatieve houdingen tegenover Joden. De Rooms-Katholieke Kerk verwierp in Nostra Aetate (1965) expliciet de gedachte dat God Israël heeft verworpen.

    Tegenwoordig bestaan er verschillende alternatieven, zoals de twee-verbonden-theologie en de visie dat de kerk is ingeënt op Israël zonder het te vervangen.

    Conclusie

    Vervangingstheologie is ontstaan uit historische omstandigheden, filosofische interpretaties en kerkelijke machtsvorming. De essentie ervan is de overtuiging dat de kerk het volk Israël heeft vervangen in Gods heilsplan. Hoewel deze visie eeuwenlang dominant was, wordt zij vandaag kritisch heroverwogen in het licht van zowel de Schrift als de geschiedenis.

  • Openbaring

    Het voorlezen van de Herziene Statenvertaling gebeurt met toestemming van Jongbloed Media.

  • Judas

    Het voorlezen van de Herziene Statenvertaling gebeurt met toestemming van Jongbloed Media.

  • 3 Johannes

    Het voorlezen van de Herziene Statenvertaling gebeurt met toestemming van Jongbloed Media.

  • 2 Johannes

    Het voorlezen van de Herziene Statenvertaling gebeurt met toestemming van Jongbloed Media.

  • 1 Johannes

    Het voorlezen van de Herziene Statenvertaling gebeurt met toestemming van Jongbloed Media.

  • Juli


    1 juli

    We lezen vandaag: Romeinen 8:31-8:39

    Romeinen 8:39-39
    Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere.

    Het Wezen van God

    Als we het hebben over het “wezen” van iets, bedoelen we de kern, het binnenste, wat het echt is. Het wezen van God gaat dus over wie Hij werkelijk is, Zijn persoonlijkheid. Voor mensen die Hem niet kennen, kan God vreemd of geheimzinnig lijken. Maar de Bijbel is het boek waarin God zichzelf bekendmaakt.

    Johannes 1:18 zegt dat niemand ooit God heeft gezien, maar dat Jezus, de Zoon van God, Hem zichtbaar heeft gemaakt. Dat betekent dat we God leren kennen door Jezus te leren kennen. Jezus zegt zelf: “Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.” (Johannes 14:9-10). Hij laat zien dat God in Hem woont en dat alles wat Hij doet en zegt van de Vader komt.

    In Hebreeën 1:3 lezen we dat Jezus het “afschijnsel van Gods heerlijkheid” is en het “beeld van Zijn wezen”. Met andere woorden: Jezus laat precies zien wie God is. Daarom zegt Hij ook: “Ik en de Vader zijn één.” (Johannes 10:30). Vader en Zoon zijn onlosmakelijk verbonden.

    En het mooie is: als wij in Jezus geloven, worden wij ook één met Hem. Romeinen 6:5 zegt dat wij met Hem “geplant” zijn, alsof ons leven met Zijn leven verweven raakt. En Romeinen 8:38-39 verzekert ons dat niets ons ooit kan scheiden van Zijn liefde.

    Dus: het wezen van God zien we in Jezus Christus. Hij is de zichtbare kant van de onzichtbare God. Door Hem leren we Gods hart kennen: een hart vol liefde, genade en trouw.

    Wil je weten wie God is? Kijk naar Jezus. Hij laat Gods hart zien.


    2 juli

    We lezen vandaag: Romeinen 8:1-8:17

    Romeinen 8:9-10
    Maar u bent niet in het vlees, maar in de Geest, wanneer althans de Geest van God in u woont. Maar als iemand de Geest van Christus niet heeft, die is niet van Hem. Als Christus echter in u is, dan is het lichaam wel dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid.

    God laat zien wie Hij is door Zijn Zoon.

    In de Bijbel staat dat Jezus is opgestaan uit de dood. God heeft Hem teruggebracht uit het rijk van de doden – dat betekent dus letterlijk “opstaan uit de doden”. In Handelingen 13:30-37 lees je dat hiervoor ook woorden worden gebruikt als “verwekt” en “gegenereerd”. Jezus Christus was de allereerste die uit de dood opstond en daarna nooit meer gestorven is. Hij is het begin van een nieuwe schepping die God maakt door Zijn Zoon. De Zoon hééft eeuwig leven, en Hij ís het eeuwige leven. Iedereen die in Hem gelooft, heeft dat leven ook (1 Johannes 5:12).

    Sinds Zijn opstanding wordt Jezus “de Christus” genoemd. In Handelingen 2:36 staat dat God Hem tot Heer en Christus heeft gemaakt. Christus betekent “Gezalfde”. In de Bijbel wordt Christus ook wel “de Geest” of “de Geest van Christus” genoemd. Geest betekent: alles wat je niet kunt zien. Christus – de zichtbare kant van God – is nu ook onzichtbaar, want Hij is verborgen in de hemel. In Kolossenzen 3:3 staat dat ons leven samen met Christus verborgen is in God. God is verborgen, Christus is verborgen, en wij zijn in Hem verborgen. Het nieuwe leven is nu nog niet zichtbaar in deze wereld, maar wacht op het moment dat het openbaar wordt (Kolossenzen 3:4).

    In Romeinen 8:9-10 zie je verschillende woorden die allemaal naar dezelfde Persoon verwijzen: de Geest, de Geest van God, de Geest van Christus en Christus zelf. Het gaat steeds om dezelfde. God laat Zich dus zien door Zijn Zoon, maar net zo goed door Zijn Geest. Die Geest helpt ons om de waarheid te begrijpen (Johannes 16:13). Wat bijzonder dat God ons Zijn Zoon én Zijn Geest heeft gegeven, zodat wij Hem echt kunnen leren kennen.

    Wie Jezus leert kennen, ontdekt het leven dat nooit ophoudt.


    3 juli

    We lezen vandaag: Micha 6:9-6:16

    Micha 6:9
    De stem van de HEERE roept tot de stad: – Uw Naam ziet uit naar wat wezenlijk is – Hoor de roede en Wie hem voor u bestemd heeft.

    In de Bijbel gaat het woord “wezen” over wie iemand echt is. In Micha 6:9 staan de woorden “naam” en “wezen” zelfs in één zin. Daar staat dat Gods Naam het wezen ziet. De naam HEERE (met kleine hoofdletters) is in het Hebreeuws Jehovah. Het woord “Heer” met kleine letters is Adonai, wat “meester” of “iemand die je dient” betekent. Een naam vertelt dus iets over iemands karakter, reputatie en identiteit.

    Als God Zich bekendmaakt, doet Hij dat met de Naam Jehovah. Dat is ook de Naam die bij Zijn Zoon hoort. De eerste keer dat de naam HEERE God voorkomt, is in Genesis 2:4.

    In Exodus 3:13 vraagt Mozes aan God: “Wat is Uw Naam? Wat moet ik tegen de Israëlieten zeggen?” God antwoordt in vers 14: “IK ZAL ZIJN DIE IK ZIJN ZAL.” En in vers 15 zegt Hij: “Dit is Mijn Naam voor altijd.” De Naam Jehovah betekent letterlijk: “Hij Die is”, “Hij Die bestaat” of “Hij Die zal zijn.” God zegt: “IK BEN.” Wij zeggen: “Hij is.”

    We mogen dus zeker weten dat God bestaat. Zijn Naam laat dat zien. Hij heeft Zijn Naam aan ons gegeven en Hij laat Zich kennen door Zijn Zoon, Die de Naam Jehovah draagt. God is het wezen; de Zoon laat dat wezen zien. Daarom kunnen we op Hem vertrouwen.

    In Psalm 9:11 staat dat mensen die Gods Naam kennen, op Hem vertrouwen, omdat Hij niemand verlaat die Hem zoekt. God kennen betekent dat je met Hem leeft, in relatie met Hem. In 1 Korinthe 1:9 staat dat wij geroepen zijn tot gemeenschap met Jezus Christus, onze Heer. En in Hebreeën 11:6 staat dat je moet geloven dat God ís, en dat Hij beloont wie Hem zoeken.

    Wie Gods Naam leert kennen, ontdekt dat Hij er altijd is — nu, morgen en voor altijd.


    4 juli

    We lezen vandaag: 1 Timotheüs 6:11-6:16

    1 Timotheüs 6:16
    Hij Die als enige onsterfelijkheid bezit en een ontoegankelijk licht bewoont; Hem heeft geen mens gezien en niemand kan Hem ook zien. Hem zij eer en eeuwige kracht. Amen.

    De Bijbel vertelt dat Gods wezen onzichtbaar is. Er staat dat God woont in een licht dat niemand kan bereiken. In 1 Timotheüs 6:16 lees je dat Hij als enige onsterfelijk is en dat geen mens Hem ooit heeft gezien of kan zien. Dat maakt duidelijk dat niemand Gods wezen direct kan zien.

    Jezus zegt in Johannes 8:12: “Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, zal niet in het donker leven, maar het licht van het leven hebben.” Jezus Christus is als het ware de zichtbare vorm van God. God laat Zichzelf zien door Christus, Die Zijn Licht is. Wij kunnen niet uit onszelf naar God toe, daarom komt Hij naar ons toe met Zijn Licht. Dat is waarom Jezus naar de aarde kwam. Als wij Jezus volgen, leren we God kennen.

    In Psalm 104:1-2 staat dat God Zich met licht bekleedt, alsof het een kledingstuk is. Licht en heerlijkheid betekenen in de Bijbel hetzelfde. Gods grootheid zie je terug in de glans van het licht, zoals bij een zonsopgang. Licht maakt dingen zichtbaar, zegt Efeze 5:13. Als wij naar God toe gaan en in Zijn licht komen, wordt duidelijk wie wij echt zijn.

    We mogen naar het Licht – naar Jezus – gaan en dat Licht in ons leven toelaten. In 2 Korinthe 4:6 staat dat God het licht in onze harten laat schijnen, zodat wij de kennis krijgen van Zijn heerlijkheid, die zichtbaar wordt in Jezus Christus. Het “aangezicht” van God is Jezus Zelf. Door Hem leren we wie God is. Als Zijn licht in ons leven komt, zien we iets van Gods waarheid en liefde. Door Jezus kunnen wij God zien.

    Wie het Licht volgt, ontdekt de God Die altijd dichtbij is.


    5 juli

    We lezen vandaag: Kolossenzen 1:15-1:23

    Kolossenzen 1:15
    Hij is het Beeld van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van heel de schepping.

    De Bijbel laat zien dat Christus eigenlijk de “buitenkant” van God is. Die buitenkant heeft in de Bijbel veel verschillende namen. In Hebreeën 1 wordt Hij het “afschijnsel van Gods heerlijkheid” genoemd, dus het licht dat van God afkomt. Ook staat er dat Hij het “uitgedrukte beeld van Gods wezen” is. In 2 Korinthe 4 wordt Hij het “aangezicht van Jezus Christus” genoemd. En in Exodus 33:23 heet die buitenkant zelfs “de achterste delen”.

    Die buitenkant is de Persoon van God. Het woord “persoon” komt uit het Latijn en betekent letterlijk “door klinken”. In het theater kan één acteur verschillende rollen spelen door steeds een ander masker op te zetten. Zo kun je het ook een beetje zien bij God: Hij wordt zichtbaar gemaakt door Zijn Zoon. De Zoon laat zowel de HEERE als Jezus Christus zien.

    In Genesis 2 wordt God voor het eerst “HEERE God” genoemd. De HEERE (Jehovah) is God Die via die Naam tot de mens spreekt. In het Hebreeuws heeft de naam Jehovah een vrouwelijke uitgang, omdat het eindigt op een h. De binnenkant van Godb (Zijn wezen) is mannelijk, onzichtbaar en niet te bereiken. De buitenkant (de zichtbare vorm) is vrouwelijk. In het Oude Testament is dat Jehovah, in het Nieuwe Testament Jezus Christus.

    Bij de schepping staat in Genesis 1:27 dat God de mens maakte naar Zijn beeld: mannelijk én vrouwelijk. Dat laat zien dat God Zelf beide kanten heeft: binnenkant en buitenkant. In Kolossenzen 1:15 staat dat de Zoon het Beeld is van de onzichtbare God.

    God maakte de schepping via Zijn Zoon. Het Hebreeuwse woord voor “zoon” (ben) betekent “bouwer”. God is de architect, de Zoon voert het uit. In Hebreeën 11:10 staat dat God de Bouwmeester is. De Zoon spreekt en werkt namens Zijn Vader, zoals Jezus uitlegt in Johannes 14.

    Wie Jezus ziet, ziet de God Die Zich laat vinden.


    6 juli

    We lezen vandaag: Genesis 16

    Genesis 16:7
    De Engel van de HEERE vond haar bij een waterbron in de woestijn, bij de bron aan de weg naar Sur.

    In het Nieuwe Testament lees je vaak over de Vader en de Zoon. De Vader is de onzichtbare God, en de Zoon is de zichtbare vorm van God wanneer Hij als mens op aarde komt. Dan heet Hij Jezus. Gelovigen noemen Jezus al de Zoon van God. Petrus zegt in Matteüs 16:16: “U bent de Christus, de Zoon van de levende God.” Toch werd Jezus pas echt de Zoon door Zijn opstanding uit de dood.

    In het Oude Testament wordt niet gesproken over “Vader en Zoon”, maar over God en Jehovah, of “de HEERE God”. In 1 Koningen 18 roept Elia het volk bij elkaar. Hij vraagt: “Hoe lang blijven jullie twijfelen? Als de HEERE God is, volg Hem dan. En als Baäl God is, volg dan hem.” Er wordt een altaar gebouwd, en de God Die met vuur zou antwoorden, zou de ware God zijn. Wanneer God antwoordt, roept het volk: “De HEERE is God!” Dat laat zien dat God en de HEERE dezelfde zijn. In Deuteronomium 6:4 staat: “De HEERE, onze God, is één.” De Bijbel en ook het Joodse volk zeggen: God is één.

    In het Oude Testament verschijnt de HEERE God vaak als “de Engel van de HEERE”. Een engel betekent boodschapper. Toen Hagar was weggelopen, vond de Engel van de HEERE haar bij een bron (Genesis 16:7). Dat betekent eigenlijk: de Engel, namelijk de HEERE Zelf. Ook bij Abraham in Genesis 18 komt de Heer als één van drie mannen op bezoek. Abraham spreekt Hem aan als “Heere” en ontvangt de belofte dat Sara een zoon zal krijgen. De Engel van de HEERE verschijnt ook aan Gideon in Richteren 6.

    In het Oude Testament spreekt God rechtstreeks tot mensen als Jehovah. In het Nieuwe Testament spreekt Hij eerst door Jezus, de Mens. Nu spreekt Hij tot ons door de opgestane Zoon (Hebreeën 1:1).

    God spreekt door Zijn Zoon, zodat wij Hem kunnen kennen en volgen.


    7 juli

    We lezen vandaag: Psalm 68

    Psalm 68:34
    Die rijdt door de aloude hemel der hemelen; zie, Hij laat Zijn stem klinken, een stem met macht.

    God laat Zich niet alleen zien door Zijn Zoon, maar ook door alles wat Hij gemaakt heeft. God is de Schepper. In de Bijbel staat: “In het begin schiep God de hemel en de aarde.” God Zelf woont in de “hemel der hemelen”, een plek die boven alle andere hemelen staat. In Deuteronomium 10:14 lees je dat de hemel, de hemel der hemelen, de aarde en alles wat daarop leeft van God zijn.

    De hemelen en de aarde zijn door God gemaakt in Genesis 1:1, maar de hemel der hemelen bestond al. In Psalm 68:34 staat dat God rijdt in de hemel der hemelen, die er al sinds heel lang is. Dat laat zien dat die hoogste hemel niet bij de schepping hoort, maar de plek is waar God woont.

    De tabernakel in het Oude Testament laat dezelfde structuur zien: het heilige der heiligen komt overeen met de hemel der hemelen, het heilige en de voorhof met de twee hemelen, en alles daarbuiten met de aarde. God woonde in het heilige der heiligen, net zoals Hij woont in de hemel der hemelen.

    In Romeinen 1:20 staat dat Gods onzichtbare eigenschappen (Zijn kracht en goddelijkheid) zichtbaar worden door wat Hij gemaakt heeft. Niemand kan dus zeggen dat hij God niet kan kennen, zelfs niet als iemand nooit in de Bijbel heeft gelezen. De schepping laat zien wie God is: eeuwig en krachtig. Alles wat bestaat, blijft bestaan door Zijn Zoon (Kolossenzen 1:16-17). Niets is voor Hem verborgen; alles ligt open voor Zijn ogen.

    We hebben een Hogepriester, Jezus, de Zoon van God, Die door de hemelen is gegaan. Hij begrijpt onze zwakheden, omdat Hij alles heeft meegemaakt wat wij meemaken, maar zonder zonde. Daarom mogen we vrij naar de troon van Gods genade gaan, die in de hemel der hemelen staat (Hebreeën 4:13-16).

    In alles wat God maakte, schittert de kracht van de Zoon Die ons naar het Licht brengt.


    8 juli

    We lezen vandaag: Johannes 4:1-4:30

    Johannes 4:24
    God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.

    De Bijbel zegt dat God Geest is. In Genesis 1:2 staat dat “de Geest van God over het water zweefde”. Dat betekent gewoon: de Geest is God. Het is niet iemand anders. In Johannes 4:24 staat: “God is Geest.” In het Grieks en Hebreeuws bestaat het woordje “een” niet, dus er staat letterlijk: God is de Geest.

    Wat betekent dat? God is onzichtbaar. Dat wisten we al uit Johannes 1:18. In Johannes 3:8 legt Jezus uit wat Geest is door het te vergelijken met de wind: je hoort de wind wel, maar je ziet hem niet en je weet niet precies waar hij vandaan komt of waar hij naartoe gaat. Zo is het ook met iemand die uit de Geest geboren is: dat nieuwe leven is nog verborgen. Het wordt pas zichtbaar wanneer Christus zichtbaar wordt (Kolossenzen 3:3-4).

    Het Hebreeuwse woord voor Geest is ruach en het Griekse woord is pneuma. Deze woorden komen heel vaak in de Bijbel voor. In Genesis 6:3 zegt God: “Mijn Geest zal niet voor altijd met de mens twisten, want hij is vlees.” “Mijn Geest” betekent daar eigenlijk: “Ikzelf”.

    David zegt in Psalm 42:3: “Mijn ziel dorst naar God.” Daarmee bedoelt hij: ik dorst naar God.

    God is Geest, en de mens is een levende ziel. In 1 Korinthe 15:45 staat dat de eerste mens, Adam, een levende ziel werd, maar dat de laatste Adam – Jezus – een levendmakende Geest is. In Ezechiël 18:4 zegt God dat alle zielen van Hem zijn, maar dat de ziel die zondigt zal sterven.

    Iedere mens sterft, maar wie de levendmakende Geest ontvangt, leeft voor altijd. Die persoon is uit de Geest geboren en heeft Gods Geest ontvangen. Door die Geest kunnen we begrijpen wat God ons heeft gegeven. Dat staat in 1 Korinthe 2:9-12.

    Gods Geest maakt ons levend, zodat we kunnen zien wat Hij ons echt wil geven.


    9 juli

    We lezen vandaag: Johannes 6:60-6:66

    Johannes 6:63
    De Geest is het Die levend maakt, het vlees heeft geen enkel nut. De woorden die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven.

    De Bijbel zegt dat God Geest is. Dat betekent dat Zijn leven en kracht overal in de schepping zichtbaar worden. De Geest van God doet iets: Hij geeft leven, kracht en wijsheid. Wanneer Gods Geest over iemand komt, wordt die persoon geschikt gemaakt om iets voor God te doen (2 Korinthe 3:5-6).

    In de Bijbel zie je dat vaak gebeuren. Jozef had de Geest van God in zich, waardoor hij de dromen van de farao kon uitleggen (Genesis 41:25-39). Hij werd wijs en verstandig door Gods Geest. Ook Bezaleël, die de tabernakel moest bouwen, werd vervuld met Gods Geest. Daardoor kreeg hij wijsheid, inzicht en kennis om het heilige werk te doen (Exodus 31:2-5).

    De richteren kregen ook de Geest van de HEERE om het volk te leiden (Richteren 3:10). In Handelingen 1:8 zegt Jezus dat de Heilige Geest kracht geeft, zodat gelovigen Zijn getuigen kunnen zijn. Dat is de werking van Gods Geest in ons: het nieuwe leven dat Hij geeft.

    Jezus zegt in Johannes 6:63 dat de Geest levend maakt, maar dat het vlees ( ons gewone, zichtbare leven) dat niet kan. Geest en vlees staan tegenover elkaar (Galaten 5:17). De Geest is onzichtbaar en onsterfelijk; het vlees is zichtbaar en sterfelijk.

    In Hebreeën 9:14 wordt Gods Geest de “eeuwige Geest” genoemd. Christus gaf Zichzelf door die eeuwige Geest aan God, om ons geweten schoon te maken van dode werken. Zo kunnen wij de levende God dienen. Zoals Jezus Zich overgaf aan de Vader, zo mogen wij ons ook aan God geven. Door Zijn Geest in ons hebben we contact met Hem.

    Wij kunnen die Geest niet zelf “aanzetten”. Het is juist andersom: God werkt in ons (Filippenzen 1:6). Hij activeert ons en leidt ons op de weg van het leven (Filippenzen 2:13). Wij mogen ons beschikbaar stellen voor wat Hij wil doen (Romeinen 12:1).

    Gods Geest geeft kracht, leven en richting. Als jij je hart openzet, doet Hij de rest.


    10 juli

    We lezen vandaag: 1 Korinthe 2

    1 Korinthe 2:10
    Aan ons echter heeft God het geopenbaard door Zijn Geest. De Geest immers onderzoekt alle dingen, zelfs de diepten van God.

    De Bijbel vertelt dat God een Geest is en dat Hij ons wil leiden. In Jesaja 48:17 zegt God: “Ik ben de HEERE, uw God, Die u leert wat nuttig is en Die u leidt op de weg die u gaan moet.” Dat betekent dat onze hemelse Vader ons laat zien wat goed voor ons is en welke keuzes ons helpen groeien.

    Paulus legt in 1 Korinthe 10:23 uit dat het gaat om dingen die opbouwen en sterker maken. Niet alles wat je kunt doen is nuttig, maar wat echt waarde heeft, is dat wat jou en anderen dichter bij God brengt. In het Nieuwe Testament belooft Jezus dat de Heilige Geest ons in alle waarheid zal leiden (Johannes 16:13). De Geest laat ons zien wat echt waar en goed is.

    Door de hele Bijbel heen zien we dat Gods Geest via mensen spreekt. David zegt bijvoorbeeld: “De Geest van de HEERE heeft door mij gesproken.” (2 Samuël 23:2). De psalmen die hij schreef, gingen niet alleen over zijn eigen leven, maar wezen vooruit naar Jezus Christus.

    Jezus wordt in Mattheüs 22:42-45 de Zoon van David genoemd, maar David noemt Hem zijn Heer. Dat laat zien dat Jezus meer is dan een koning op aarde: Hij is de Zoon van God, de ware Erfgenaam van de troon.

    De Geest van God helpt ons om dingen te begrijpen die vroeger verborgen waren. In 1 Korinthe 2:10-12 staat dat Hij ons alles openbaart. Dat is pure genade: wij mogen door de Heilige Geest Gods waarheid leren kennen en deel krijgen aan Zijn rijkdom.

    Laat je leiden door Gods Geest. Hij wijst je altijd de weg naar waarheid en leven.


    11 juli

    We lezen vandaag: Handelingen 2:14-2:36

    Handelingen 2:31
    daarom voorzag hij dit en zei hij over de opstanding van Christus dat Zijn ziel niet is verlaten in het graf en dat Zijn vlees geen ontbinding heeft gezien.

    De Bijbel zegt dat God Geest is en dat Hij onsterfelijk is (1 Timotheüs 6:16). Mensen zijn sterfelijk, maar als we in Jezus geloven, krijgen we nieuw leven: eeuwig leven. Dat leven komt van God zelf en kan nooit kapot.

    Toch lezen we dat Jezus aan het kruis stierf. Hoe kan dat, als Hij God is? God kan toch niet sterven? Het antwoord vinden we in Filippenzen 2. Daar staat dat Jezus, die gelijk was aan God, ervoor koos om mens te worden. Hij legde Zijn goddelijke macht neer en nam de gestalte van een dienaar aan. Hij werd zoals wij, een mens van vlees en bloed, en gehoorzaamde tot het uiterste. Zelfs tot de dood aan het kruis.

    Jezus werd mens om te kunnen sterven in onze plaats. Romeinen 8:3 zegt dat Hij kwam “in gelijkheid van het zondige vlees” zodat de zonde in Zijn lichaam werd veroordeeld. Aan het kruis stierf dus niet God zelf, maar de menselijke kant van Jezus. Toch bleef de Vader met Hem verbonden. Zelfs toen Hij riep uit Psalm 22: “Hoe lang nog?”, was God bij Hem.

    En het bijzondere: God liet Zijn Zoon niet in de dood achter. Psalm 16:10 en Handelingen 2:31 vertellen dat Jezus’ ziel niet in het dodenrijk bleef en dat Zijn lichaam niet verging. Hij stond op uit de dood en leeft voor altijd. Dat laat zien wie Hij werkelijk is: de Eeuwige, de “Ik ben”, Jehovah.

    Door Jezus’ dood en opstanding mogen wij zeker weten dat ook wij eeuwig leven hebben. Hij leeft en daarom mogen wij leven met Hem.

    Jezus werd mens om te sterven, maar leeft voor altijd en geeft ons eeuwig leven.


    12 juli

    We lezen vandaag: 1 Korinthe 1:1-1:9

    1 Korinthe 1:9
    God is getrouw, door Wie u geroepen bent tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onze Heere.

    De Bijbel zegt vaak dat God trouw is. Dat betekent dat Hij altijd doet wat Hij belooft en dat je op Hem kunt rekenen. In 1 Korinthe 1:9 staat dat God ons roept om samen te leven met Jezus. Dat laat zien dat Zijn trouw niet zomaar een eigenschap is, maar dat het ons leven raakt.

    Al heel vroeg in de Bijbel, in Deuteronomium 7:9, wordt God “de trouwe God” genoemd. Hij houdt zich aan Zijn afspraken en blijft goed voor mensen die Hem liefhebben, zelfs voor duizenden generaties. Dat is echt een lange tijd!

    Psalm 111 vertelt dat alles wat God zegt betrouwbaar is. Hij doet wat Hij belooft. In 2 Korinthe 1:18 staat dat God niet dubbel spreekt. Hij zegt niet eerst “ja” en daarna “nee”. Zijn woorden zijn altijd waarheid. In het Hebreeuws zijn “trouw” en “waarheid” zelfs hetzelfde woord.

    In 1 Korinthe 10:13 lezen we dat God ons niet laat verdrinken in moeilijke situaties. Hij zorgt dat we het aankunnen en geeft altijd een uitweg. Dat betekent niet dat God ons in de problemen brengt, Jakobus 1 zegt dat verleidingen uit onszelf komen.

    Paulus schrijft in 2 Timotheüs 2 dat God trouw blijft, zelfs als wij Hem vergeten of tegenwerken. Hij kan Zichzelf niet veranderen. Jezus Christus wordt in Openbaring 1:5 zelfs “de trouwe Getuige” genoemd. Dat laat zien dat Gods trouw niet afhangt van ons gedrag. Hij blijft altijd dezelfde.

    Gods trouw is sterker dan onze fouten. Hij laat je nooit vallen!


    13 juli

    We lezen vandaag: Romeinen 3:1-3:8

    Romeinen 3:4
    Volstrekt niet! Zo echter moet het zijn: God is waarachtig maar ieder mens een leugenaar, zoals geschreven staat: Opdat U gerechtvaardigd wordt wanneer U rechtspreekt, en overwint wanneer U oordeelt.

    De kern van wie God is, is waarheid. In Romeinen 3:4 staat: “God is waarachtig, maar ieder mens is leugenachtig.” Dat klinkt misschien hard, maar het laat zien dat God altijd eerlijk is en mensen vaak fouten maken.

    De Bijbel zegt dat God niet kan liegen. In Numeri 23:19 staat dat Hij niet zoals mensen is, die soms iets beloven en het niet doen. Wat Hij zegt, dat doet Hij ook. Zijn woorden zijn betrouwbaar, omdat Hij zelf de Waarheid is.

    Daar tegenover staat de duivel, die in Johannes 8:44 “de vader van de leugen” wordt genoemd. Jezus zegt dat er geen waarheid in hem is. Hij spreekt alleen leugens, omdat dat zijn hele wezen is.

    Ook mensen kunnen de waarheid wegstoppen of vervangen door leugens. In Romeinen 1 staat dat sommige mensen liever het schepsel aanbidden dan de Schepper. Ze kiezen voor nep in plaats van echt.

    Maar Jezus zegt in Johannes 14:6: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.” Wie in Hem gelooft, krijgt deel aan die waarheid. Het betekent dat je niet hoeft te leven in leugens of onzekerheid, maar dat je mag bouwen op iets dat altijd klopt.

    Paulus schrijft in Éfeze 4:25 dat gelovigen de leugen moeten afleggen en de waarheid moeten spreken met elkaar. Want we horen bij hetzelfde lichaam: verbonden met Jezus, die zelf de Waarheid is.

    Leugens breken af, maar Gods waarheid bouwt je leven op!


    14 juli

    We lezen vandaag: Johannes 8:30-8:59

    Johannes 8:32
    en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.

    Jezus zegt in Johannes 8:31-32 dat als we vasthouden aan Zijn woorden, we echt Zijn volgelingen zijn. Dan zullen we de waarheid leren kennen, en die waarheid maakt ons vrij. Vrij van wat? Romeinen 8:2 legt uit dat Jezus ons vrijmaakt van de macht van zonde en dood. Zonde leidt altijd tot scheiding van God, en dat is wat de Bijbel “dood” noemt. Maar door Jezus krijgen we leven.

    Gods Woord is waarheid (Johannes 17:17). Het is niet zomaar een boek vol regels, maar een kracht die ons helpt om echt vrij te leven. Vrij van schuld, vrij van angst, vrij van alles wat ons kapotmaakt.

    In het Hebreeuws heeft het woord “waarheid” (emeth) een bijzondere betekenis. De letters van het woord hebben staan ook voor de getallen: 1-40-400. Haal de 1 weg, en je krijgt het woord “dood”. Die 1 staat voor God, de Eerste. Zonder God wordt waarheid leeg en verandert het in dood. Maar mét God wordt waarheid leven. Jezus zegt in Openbaring 1:17: “Ik ben de Eerste en de Laatste.” Als Hij in ons leven staat, zijn we levend gemaakt.

    Johannes 8:36 zegt: “Als de Zoon je vrijmaakt, ben je echt vrij.” Dat betekent dat echte vrijheid niet komt van doen wat je zelf wilt, maar van verbonden zijn met Jezus. Hij en de Vader zijn één (Johannes 10:30). Waar Gods Geest is, daar is vrijheid (2 Korinthe 3:17).

    Die vrijheid komt door Gods Woord, vol van genade en waarheid. Mozes bracht de wet, maar Jezus bracht genade en waarheid (Johannes 1:17). Dat is de echte vrijheid waar je blij van wordt.

    Echte vrijheid vind je niet in jezelf, maar in Jezus. Hij maakt je écht vrij!


    15 juli

    We lezen vandaag: 1 Johannes 1

    1 Johannes 1:5
    En dit is de boodschap die wij van Hem gehoord hebben en aan u verkondigen, dat God licht is en dat in Hem in het geheel geen duisternis is.

    De Bijbel zegt dat God Licht is. Dat betekent dat er bij Hem geen duisternis is (1 Johannes 1:5). Licht en waarheid horen bij elkaar: licht laat zien wat echt is, en waarheid maakt duidelijk wat klopt. In Genesis 1 sprak God als eerste: “Er zij licht.” Dat wijst vooruit naar Jezus, die later zegt: “Ik ben het Licht van de wereld” (Johannes 8:12).

    Licht maakt dingen zichtbaar. In Efeze 5:13 staat dat alles door het licht openbaar wordt. God laat door Zijn Licht vooral Jezus zien. En omdat Jezus de Waarheid is, laat het Licht ons ook Gods Woord begrijpen. Psalm 119:105 zegt: “Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.” Dat betekent dat Gods Woord ons helpt de juiste weg te gaan.

    Jezus zelf leefde zo: Hij struikelde niet en zondigde niet, omdat Hij zich liet leiden door Gods Woord. En God wil ons ook leiden. Als wij Hem volgen, hoeven we niet in het donker te lopen (1 Johannes 1:6).

    Psalm 36:10 zegt: “In Uw licht zien wij het licht.” Dat betekent dat Gods Woord ons Jezus laat zien. Hij is het echte Licht dat ons leven richting geeft. In Openbaring 19:10 staat dat de hele Bijbel uiteindelijk getuigt van Jezus. Alles wijst naar Hem.

    Dus: God is Licht. Zijn Woord is Licht. En Jezus is het Licht dat ons leven helder maakt. Wie Hem volgt, hoeft niet bang te zijn voor duisternis.

    Met Jezus als Licht op je pad hoef je nooit meer in het donker te lopen!


    16 juli

    We lezen vandaag: Kolossenzen 1:9-1:14

    Kolossenzen 1:13
    Hij heeft ons getrokken uit de macht van de duisternis en overgezet in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn liefde.

    De Bijbel vertelt dat God Licht is, en dat dit Licht zichtbaar is geworden in Jezus, het Licht van de wereld. Hij heeft de macht van de duisternis overwonnen. Duisternis staat in de Bijbel vaak voor de macht van satan, Gods tegenstander. In Kolossenzen 1:13 staat dat God ons uit die duisternis heeft gehaald en ons in Zijn Licht heeft geplaatst.

    Vanaf het begin zien we dit al. In Genesis 3:15 wordt beloofd dat het Licht de kop van satan zou vermorzelen. Dat is gebeurd door Jezus Christus. Hij heeft overwonnen, en daarom mogen wij samen met Hem meer dan overwinnaars zijn (Romeinen 8:37).

    Duisternis lijkt op blindheid: je ziet niets en weet niet waar je heen moet. Maar God stuurde Zijn Zoon om blinde ogen te openen en gevangenen vrij te maken (Jesaja 42:7). Hij belooft dat Hij mensen zal leiden op wegen die ze niet kennen, en dat Hij duisternis zal veranderen in licht (Jesaja 42:16).

    In het Nieuwe Testament doet Jezus veel wonderen. Die wonderen zijn niet zomaar spectaculaire gebeurtenissen, maar tekenen die laten zien dat God doet wat Hij belooft. Zo werd in Johannes 9 een blindgeboren man genezen, zodat Gods werk zichtbaar werd in zijn leven.

    Eigenlijk zijn wij allemaal blindgeboren: zonder Jezus leven we in duisternis. Maar door Gods Woord, dat we horen en geloven, gaan onze ogen open. Paulus schrijft in Handelingen 26:18 dat God mensen uit de duisternis haalt en naar het Licht brengt, zodat ze vergeving van zonden ontvangen en een plaats krijgen bij Hem.

    Gods Woord maakt ons ziende. Het Licht van Jezus Christus verandert ons leven.


    17 juli

    We lezen vandaag: 2 Petrus 3:8-3:18

    2 Petrus 3:9
    De Heere vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen.

    Wat betekent “lankmoedig”? Het is een oud woord dat eigenlijk “heel geduldig” betekent. In Exodus 34:6 wordt God zo omschreven: barmhartig, genadig, lankmoedig en vol van goedheid en waarheid. Dat laat zien wie Hij is: een God die niet snel boos wordt, maar vol liefde en geduld.

    Mozes kreeg toen voor de tweede keer de tien geboden. Het eerste stel stenen had hij kapot gegooid. Dat tweede stel staat symbool voor het Nieuwe Verbond, dat begon bij de opstanding van Jezus. Dat verbond is eeuwig en laat Gods trouw en geduld zien.

    In 2 Petrus 3:9 staat dat God niet traag is met Zijn belofte, maar lankmoedig. Hij wil niet dat mensen verloren gaan, maar dat iedereen de kans krijgt om tot Hem terug te keren. Dat is Gods hart: Hij wacht, omdat Hij wil dat zoveel mogelijk mensen gered worden.

    Het Griekse woord voor lankmoedig is “makrothumos”: “makro” betekent groot of lang, en “thumos” betekent hart of verlangen. Dus: een groot hart, vol verlangen dat mensen Hem leren kennen. In 1 Timótheüs 2:4 staat dat God wil dat alle mensen zalig worden. En in Titus 2:11-12 lezen we dat Zijn genade ons leert om anders te leven: niet meer voor verkeerde dingen, maar rechtvaardig en goed.

    Gods geduld is dus geen zwakte, maar een teken van Zijn liefde. Hij geeft ons tijd om keuzes te maken en om Hem te volgen. Zijn lankmoedigheid is hoop voor iedereen.

    Gods geduld is groter dan jouw fouten. Hij wacht met liefde op jou!


    18 juli

    We lezen vandaag: Hebreeën 4:1-13

    Romeinen 3:23-24
    Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus.

    God is vol genade. In de Bijbel is het slim om te kijken waar een woord voor het eerst voorkomt, want dat laat vaak zien wat het echt betekent. In Exodus 22:27 zegt God: “… want Ik ben genadig!” Dat laat zien wie Hij is.

    Het Hebreeuwse woord voor genade is chen. Het omgekeerde daarvan is noach, wat “rust” betekent. In het Grieks heet genade charis, en daarin hoor je ons woord “gratis”. Genade kun je dus niet verdienen. Als je naar God gaat en Zijn genade ontvangt, kom je in rust. Je hoeft niet meer te proberen alles zelf goed te doen. Je mag leven vanuit Gods rust, zoals in Hebreeën 4:10-11 staat: wie in Gods rust binnenkomt, stopt met zijn eigen werken, net zoals God rustte na de schepping. Daarom moedigt de Bijbel ons aan om die rust binnen te gaan door te geloven.

    In de woestijn vroeg God maar één ding van Zijn volk: geloof. Dat is vandaag nog steeds wat Hij van ons vraagt. In Genesis 6:8 staat dat Noach genade vond in Gods ogen. Daar komen de woorden noach (rust) en chen (genade) samen. Noach vond rust omdat hij geloofde wat God zei.

    Op veel plekken in de Bijbel staan “genadig” en “barmhartig” naast elkaar. In Psalm 112:4 staat: “Hij is genadig, en barmhartig, en rechtvaardig.” Dat laat zien hoe goed God is.

    In Lukas 18:13 roept een tollenaar: “O God, wees mij zondaar genadig!” En God hoorde hem. Hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig was verklaard. Dat is genade: je krijgt vergeving en nieuw leven, helemaal gratis. Romeinen 3:24 zegt dat wij “om niet” gerechtvaardigd worden door Gods genade, dankzij Jezus Christus. Dat is het hart van het Evangelie: God geeft genade aan iedereen die gelooft.

    Genade is gratis, maar verandert alles: wie gelooft, vindt echte rust.


    19 juli

    We lezen vandaag: Hosea 1

    Lukas 19:10
    Want de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren is.

    God is niet alleen genadig, maar ook barmhartig. Dat betekent dat Hij zich over mensen ontfermt. In het Hebreeuws zijn “barmhartig” en “ontferming” eigenlijk hetzelfde woord. Soms laat de Statenvertaling dat woord gewoon staan, zoals in Hosea 1:6: “Noem haar naam Lo-Ruchama…” Het woord lo betekent “niet”. Dus Lo‑Ruchama betekent: “niet ontfermd” of “niet bemind”.

    Paulus legt dit later uit in Romeinen 9:25. Hij zegt dat God mensen die eerst Lo‑Ammi (niet Mijn volk) waren, Ammi zal noemen (Mijn volk). En wie Lo‑Ruchama was (niet bemind), zal Hij Ruchama noemen (bemind). In het Nieuwe Testament wordt ruchama vertaald met “beminde”.

    Door ongeloof was Israël niet Gods volk en niet Zijn beminde. Maar de Bijbel zegt dat dit zal veranderen. Als Israël in de toekomst tot geloof komt, zal God zich weer over hen ontfermen. Dan worden ze opnieuw Zijn volk. Hosea 1:12 zegt het al: “Zeg tegen je broeders: Ammi, en tegen je zusters: Ruchama.”

    Paulus gebruikt dit voorbeeld ook voor gelovigen nu. Wij waren eerst geen volk van God en niet ontfermd. Maar door geloof horen we bij Gods hemelse volk. Hij heeft zich over ons ontfermd en Hij bemint ons. Sinds Jezus stierf en opstond, leven we in de tijd van Gods genade. Alles wat Hij geeft, is om niet: helemaal gratis.

    In Lukas 10:25-37 vertelt Jezus over de barmhartige Samaritaan. De priester en de leviet – een beeld van mensen die onder de wet leven – helpen de gewonde man niet. Maar de Samaritaan, iemand die geen Jood is, stopt wél. Hij ziet de man liggen en wordt diep geraakt. Hij helpt hem en wordt zijn “naaste”. Zo kijkt God ook naar ons: met echte ontferming en liefde.

    Gods barmhartigheid tilt je op precies op het moment dat je zelf niet meer kunt.


    20 juli

    We lezen vandaag: Lukas 10:25-37

    Lukas 10:36-37
    Wie van deze drie denkt u dat de naaste geweest is van hem die in handen van de rovers gevallen was? En hij zei: Degene die hem barmhartigheid bewezen heeft. Jezus zei tegen hem: Ga heen en doet u evenzo.

      De barmhartige Samaritaan uit Lukas 10 is eigenlijk een beeld van Jezus, de Zoon van de mens. Hij werd diep geraakt door de nood van de gewonde man. Dat heet barmhartigheid: echte innerlijke ontferming. Jezus verbindt de wonden en giet er olie en wijn op. In de Bijbel staan olie en wijn vaak voor de Heilige Geest. Door de Geest krijgen wij nieuw leven.

      De Samaritaan zet de gewonde man op zijn eigen dier. Dat laat zien dat wie Jezus ontmoet en Zijn barmhartigheid ontvangt, één wordt met Hem en bij Zijn lichaam gaat horen. Daarna brengt de Samaritaan de man naar een herberg. Die herberg is een beeld van de Gemeente: de groep mensen die Jezus volgt. In die Gemeente worden gelovigen verzorgd, gevoed en geholpen. Dat is precies wat Jezus doet.

      De Samaritaan laat zien wie Jezus is: Hij gaf Zichzelf voor Zijn Gemeente. Hij haalt ons weg van de weg naar de dood (Jericho) en brengt ons naar het hemelse Jeruzalem, een beeld van de hemel. In Efeze 2:6-7 staat dat wij met Christus in de hemel gezet zijn, zodat God in de toekomst Zijn enorme rijkdom aan genade kan laten zien.

      Christus is onze Naaste geworden. Daarom zegt de Bijbel dat wij Hem boven alles zouden liefhebben (Matteüs 22:37-39). En omdat wij bij elkaar horen als gelovigen, zouden wij ook elkaars naasten zijn (Efeze 4:25). Jezus zegt in Lukas 10:37: “Ga heen en doe jij hetzelfde.” Met andere woorden: Heb Mij lief. Ik ben de weg naar het eeuwige leven!!

      Kolossenzen 3:12-13 legt uit hoe dat eruitziet: wees barmhartig, vriendelijk, nederig, zachtmoedig en geduldig. Verdraag elkaar en vergeef elkaar, net zoals Christus ons vergeven heeft. Zo laat je Zijn liefde zien.

      Wie Jezus volgt, wordt zelf een naaste: barmhartigheid is liefde in actie.


      21 juli

      We lezen vandaag: 2 Korinthe 5:11-21

      2 Korinthe 5:15
      En Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem Die voor hen gestorven en opgewekt is.

      God is rechtvaardig. Maar wat betekent dat eigenlijk? Wij denken vaak dat we zelf precies weten wat eerlijk of oneerlijk is. Soms worden we daar zelfs boos of verdrietig van. Maar de vraag is: met welk recht oordelen wij? Alleen Gods recht is echt het hoogste recht. Hij heeft de wereld gemaakt, alles is van Hem. Toch raakte Hij Zijn schepping kwijt door de zonde – door ongeloof. Daardoor is de mens verloren geraakt. Maar God liet het daar niet bij. Hij deed alles om terug te vinden wat verloren was (Lukas 19:10). Hij gaf zelfs Zijn enige Zoon.

      Gods recht zegt: “De mens die zondigt, zal sterven” (Ezechiël 18:4). En omdat iedereen heeft gezondigd (Romeinen 3:23), zouden wij eigenlijk moeten sterven. Maar God is niet alleen rechtvaardig, Hij is ook liefdevol. Daarom gaf Hij een oplossing.

      In 2 Korinthe 5:15 staat dat als Eén voor allen gestorven is, dan zijn allen gestorven. En Romeinen 6:7 zegt dat wie gestorven is, vrij is van de zonde. Jezus stierf in onze plaats. Dat had God zo bepaald. Als wij dat geloven, verklaart God ons rechtvaardig – helemaal gratis, uit genade (Romeinen 3:24). God ziet onze oude, zondige natuur niet meer, want die is gestorven met Christus. Door geloof krijgen wij nieuw leven.

      Romeinen 5:1 zegt dat wij, omdat we rechtvaardig zijn door geloof, vrede hebben met God. En vers 8 laat zien hoe groot Gods liefde is: Christus stierf voor ons toen wij nog zondaars waren.

      Christus is onze Verlosser, onze “Losser”. In het Oude Testament heet dat de goël: het hoofd van de familie dat de hoogste plichten vervult. Jezus is het Hoofd van de mensheid. Hij is de Enige die ons kon verlossen van onze zonde. Hij bracht verzoening (2 Korinthe 5:18). Dat is Gods rechtvaardigheid: Hij redt ons door Zijn Zoon.

      Gods rechtvaardigheid veroordeelt niet, maar bevrijdt. Dankzij Jezus ben je echt vrij.


      22 juli

      We lezen vandaag: Romeinen 5:1-11

      Romeinen 5:6
      Want toen wij nog krachteloos waren, is Christus op de bestemde tijd voor goddelozen gestorven.

      In het Hebreeuws heet een rechtvaardige een tzadiek. Dat woord kom je voor het eerst tegen in Exodus 9:27. Daar staat Farao tegenover God. Farao zegt: “De HEERE is rechtvaardig; ik en mijn volk zijn goddelozen.” Egypte is in de Bijbel een beeld van de wereld. Farao en zijn volk staan symbool voor satan en de mensheid die zonder God leeft.

      In Romeinen 5:6 staat dat Christus stierf voor de goddelozen toen wij nog krachteloos waren. Zoals Mozes het volk bevrijdde uit Egypte, zo bevrijdt Jezus ons uit de macht van satan. Romeinen 3:25-26 legt uit dat God Jezus gaf als verzoening, zodat Hij kon laten zien dat Hij rechtvaardig is én mensen rechtvaardig verklaart die geloven in Jezus.

      Wij worden niet rechtvaardig door onze eigen goede daden, en zelfs niet door ons eigen geloof. Galaten 2:16 zegt dat wij gerechtvaardigd worden door het geloof van Jezus Christus: door Zijn trouw, Zijn gehoorzaamheid. Daardoor staan wij recht voor God.

      In Romeinen 4 lees je over Abraham. Hij geloofde God, en dat werd hem gerekend als rechtvaardigheid. Niet omdat hij werkte, maar omdat hij vertrouwde op God die de goddeloze rechtvaardigt. David zegt hetzelfde: gelukkig zijn de mensen van wie de zonden vergeven en bedekt zijn. Gelukkig is de mens aan wie de Heer de zonde niet toerekent.

      Zo staan wij nu tegenover God. Hij rekent ons niets meer toe, want Jezus heeft de rekening betaald. 2 Korinthe 5:21 zegt dat Christus voor ons tot zonde gemaakt werd, zodat wij in Hem rechtvaardig zouden worden. Dat is Gods rechtvaardigheid: Hij redt ons door Zijn Zoon.

      God rekent jouw schuld niet meer, omdat Jezus alles heeft betaald – dat is echte rechtvaardigheid.


      23 juli

      We lezen vandaag: 2 Samuel 1:17-27

      2 Samuel 1:26
      Ik ben benauwd om jou, mijn broeder Jonathan! Je was mij zeer lief; je liefde was mij wonderlijker dan de liefde van vrouwen.

      Veel mensen ontkennen Gods liefde. Ze zeggen: “Als God liefde is, waarom bestaat er dan ziekte, oorlog of dood?” Ze verwachten dat een liefdevolle God alles hier op aarde perfect maakt. Maar de Bijbel laat zien dat God wél alles in orde heeft gemaakt — alleen hebben gelovigen daar nu al deel aan, en de wereld nog niet.

      In het Hebreeuws hebben de woorden liefde (ahavah) en één (echad) dezelfde getalswaarde: 13. Dat betekent dat ze inhoudelijk bij elkaar horen. Liefde gaat over eenheid. In de wereld wordt 13 gezien als een ongeluksgetal, maar dat komt omdat Gods tegenstander alles omdraait. In werkelijkheid is 13 juist een prachtig getal dat spreekt over Gods liefde en eenheid.

      Die eenheid ontstaat wanneer we leven in relatie met God. 1 Korinthe 1:9 zegt dat we geroepen zijn tot gemeenschap met Hem. Vanuit die verbondenheid kunnen we vrucht dragen, zoals Filippenzen 1:11 uitlegt.

      Het woord ahavah komt voor het eerst voor bij Jonathan en David. In 1 Samuël 20:17 staat dat Jonathan David liefhad “met de liefde van zijn ziel”. Jonathan is een beeld van een gelovige die niet onder de wet van Saul wil leven. Hij sloot een verbond met David. Later zegt David in 2 Samuël 1:26 dat de liefde van Jonathan voor hem wonderlijker was dan die van vrouwen. Dat betekent niet dat ze een romantische relatie hadden; het gaat om een ander soort liefde — een diepe, geestelijke verbondenheid.

      De liefde tussen God en mensen is ook zo’n bijzondere liefde. Romeinen 5:5 zegt dat Gods liefde in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest. Die Geest is het opstandingsleven van Christus. Daardoor hebben wij deel aan Gods liefde én aan Zijn leven.

      Gods liefde maakt één: wie Hem kent, leeft verbonden en gedragen.


      24 juli

      We lezen vandaag: Johannes 3:1-21

      Johannes 3:16
      Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

      Johannes 3:16 is misschien wel de bekendste Bijbeltekst ooit: God had de wereld zó lief dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gaf, zodat iedereen die in Hem gelooft eeuwig leven krijgt. Maar deze tekst wordt vaak verkeerd begrepen. Veel mensen denken meteen aan het kindje in de kribbe met kerst. Maar de Zoon waar Johannes over spreekt, is niet het baby’tje dat je zou kunnen optillen. Het gaat om de opgestane Heer, Jezus Christus. Hij is Degene die óns wil optillen, die ons in Zijn armen wil nemen. We zingen soms: “Veilig in Jezus’ armen…” Maar durven we ons echt helemaal aan Hem toe te vertrouwen?

      Johannes schrijft heel veel over Gods liefde. Daarom wordt hij ook wel de “apostel van de liefde” genoemd. In het Grieks heet die liefde agapè: de hoogste vorm van liefde, dezelfde soort liefde als het Hebreeuwse ahavah. In 1 Johannes 4 lees je dat liefde bij God vandaan komt. Wie liefheeft, is uit God geboren en kent Hem. Wie niet liefheeft, kent God niet — want God ís liefde.

      Johannes legt uit hoe God Zijn liefde laat zien: Hij stuurde Zijn eniggeboren Zoon, de opgewekte Christus, zodat wij door Hem zouden leven. Dat lijkt op Johannes 3:16, maar nu wordt duidelijk dat het gaat om de levende Heer. En de liefde begint niet bij ons. Vers 10 zegt dat liefde niet is dat wij God liefhadden, maar dat Hij óns liefhad en Zijn Zoon stuurde als verzoening voor onze zonden. Dat is het werk dat Jezus nu doet als onze Hogepriester.

      Vers 19 vat het samen: “Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.” God hield van ons toen we nog goddelozen, zondaren en vijanden waren (Romeinen 5:6, 8, 10). Dat is echte liefde.

      Gods liefde begon niet bij jou, maar verandert wel alles in jou.


      25 juli

      We lezen vandaag: Johannes 1:1-18

      Johannes 1:1
      In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God.

      De Bijbel zegt dat God Woord is. In Johannes 1:1-3 staat dat het Woord er vanaf het begin was, dat het bij God was én dat het zelf God is. Alles wat bestaat, is door dat Woord gemaakt. In Genesis 1 zie je hetzelfde: telkens staat er “En God zei…” en dan gebeurt er iets. Als God spreekt, ontstaat er leven. Het Hebreeuwse woord voor “woord” is dabar, het Griekse woord is logos. Psalm 33 zegt dat de hemel gemaakt is door Gods Woord en dat alles er staat omdat Hij het gezegd heeft.

      Hebreeën 11:3 legt uit dat de wereld door Gods Woord is ontstaan. Wat wij zien, komt voort uit iets dat je niet kunt zien: Gods spreken. Zijn Woord heeft kracht.

      In de woestijn kregen de Israëlieten manna te eten. Toen ze het zagen, zeiden ze: “Man?” wat betekent: “Wat is dit?” Mozes zei dat het het brood was dat de Heer gaf. Hij noemde het zelfs “het Woord dat de Heer geboden heeft” (Exodus 16:15-16). Het manna was dus een beeld van Gods Woord. Alleen door dat Woord konden ze in de woestijn overleven. Deuteronomium 8:3 zegt dat een mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat uit Gods mond komt.

      Toen Jezus in de woestijn werd verzocht, antwoordde Hij de duivel met datzelfde vers: “De mens zal niet leven bij brood alleen, maar bij elk woord dat uit Gods mond komt” (Matteüs 4:4). Jezus liet zien hoe je verleiding overwint: door te zeggen “Er staat geschreven…” en je vast te houden aan Gods Woord.

      Ook wij worden verzocht in ons leven. Dan zouden we hetzelfde doen als Jezus: teruggaan naar wat God zegt. Zijn Woord geeft kracht, richting en bescherming. Daardoor struikelen we niet, maar blijven we staan.

      Gods Woord schept leven — en geeft jou kracht om elke woestijn te doorstaan.


      26 juli

      We lezen vandaag: Hebreeën 4:1-13

      Hebreeën 4:12
      Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart.

      De Bijbel zegt dat Gods Woord levend en krachtig is. Hebreeën 4:12 legt dat heel duidelijk uit: het Woord van God is scherper dan een tweesnijdend zwaard en dringt door tot diep in ons leven. Het laat zien wat er in ons hart gebeurt en wat we denken. Dat betekent dat de Bijbel geen gewone woorden zijn. De letters op papier zijn levend door de Heilige Geest. God is Geest, en waar Zijn Geest is, daar is leven.

      Gods Woord is ook krachtig. Niets is sterker dan wat Hij zegt. Het Woord helpt ons om het verschil te zien tussen geestelijke dingen en dingen die bij onze oude, menselijke natuur horen. In Efeze 6:17 staat dat Gods Woord het “zwaard van de Geest” is. Dat zwaard hoort bij de wapenrusting van een gelovige. Niet om mee te vechten — Jezus heeft al overwonnen — maar om ons te verdedigen. Het Woord helpt ons om stevig te blijven staan. Het is als een rots waar je huis op staat.

      Jezus vertelt in Matteüs 7:24-25 dat iemand die Zijn woorden hoort en doet, lijkt op een verstandig man die zijn huis op een rots bouwt. Als stormen komen, blijft dat huis staan. Die rots is Christus zelf (1 Korinthe 10:4). Als je je leven bouwt op Hem en op Zijn Woord, kun je tegen elke storm.

      Petrus zegt dat wij opnieuw geboren zijn door het levende en eeuwige Woord van God (1 Petrus 1:23). Alles in deze wereld gaat voorbij, maar Gods Woord blijft altijd bestaan. Het is waarheid (Johannes 17:17). Daarom is het zo belangrijk om dat Woord in je hart te bewaren, net zoals Maria deed (Lukas 2:19). Gods Woord geeft richting, kracht en zekerheid.

      Wie op Gods Woord bouwt, staat stevig, zelfs wanneer het leven stormt.


      27 juli

      We lezen vandaag: Hebreeën 3:1-6

      Hebreeën 3:5
      En Mozes is wel trouw geweest in heel Zijn huis, maar als dienaar, om te getuigen van wat later gesproken zou worden;

      God is heilig. Maar wat betekent dat eigenlijk? In Leviticus 11:44 zegt God: “Ik ben de HEERE, uw God; daarom moeten jullie heilig zijn, want Ik ben heilig.” Heilig betekent: apart gezet voor een speciaal doel. Alles wat heilig is, hoort bij God en is aan Hem gewijd. In de tabernakel en later in de tempel waren alle voorwerpen heilig. De sabbat was heilig. De priesters en hun kleding waren heilig. Alles stond in dienst van de Heer.

      In dit vers staat dat de HEERE heilig is. Dat betekent dat de Heer volledig aan God gewijd is. De Heer – de zichtbare verschijning van God – dient het wezen van God. Toen Jezus als Mens op aarde leefde, diende Hij de Vader. Hij kwam om Gods wil te doen. In Johannes 17:4 zegt Hij: “Ik heb U verheerlijkt op aarde; Ik heb het werk gedaan dat U Mij gegeven hebt.” Na Zijn opstanding werd Hij Hogepriester. Ook dan zegt Hij: “Zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God!” (Hebreeën 10:7, 9). Door die wil zijn wij geheiligd, dankzij het offer van Jezus Christus (vers 10).

      Zijn kruisiging was het slachten van het Lam voor de zonden van de hele mensheid. Zijn opstanding en Zijn werk als Hogepriester zijn het offer voor de gelovigen, Zijn Gemeente. Efeze 5:2 zegt dat Christus Zichzelf heeft overgegeven als een offer voor God, een welriekende geur. Hij is volledig aan God gewijd, voor Zijn Huis – de Gemeente (Hebreeën 3:5-6).

      En wij? Petrus zegt dat wij ook heilig zouden zijn: “Wees heilig, want Ik ben heilig” (1 Petrus 1:15-16). Dat betekent: wijd jezelf toe aan de Heer in je hart. Leef bewust met Hem en wees altijd bereid om uit te leggen waarom je hoop hebt (1 Petrus 3:15).

      Heilig leven begint hier: wijd je hart aan God, en Hij maakt jouw leven doelgericht.


      28 juli

      We lezen vandaag: Psalm 145

      Psalm 145:17
      De HEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen, goedertieren in al Zijn werken.

      We zingen soms: “Ja, God is goed, God is goed voor mij.” Maar waar staat dat eigenlijk in de Bijbel? In het Nieuwe Testament lees je dat God goed is. In het Oude Testament wordt daarvoor het woord goedertieren gebruikt. Psalm 145:17 zegt: “De HEERE is rechtvaardig in al Zijn wegen, en goedertieren in al Zijn werken.” Rechtvaardigheid en goedertierenheid horen bij elkaar: Gods goedheid blijkt uit Zijn recht.

      In Jeremia 3:12 zegt God tegen Israël dat Hij Zijn toorn niet zal laten vallen als zij zich bekeren. Dat is goedertierenheid: God is geduldig, liefdevol en bereid om te vergeven. Dat is echte goedheid.

      In Matteüs 19 komt een rijke jongeling bij Jezus. Hij noemt Hem “Goede Meester” en vraagt wat hij moet doen om eeuwig leven te krijgen. Jezus antwoordt: “Waarom noem je Mij goed? Niemand is goed dan God alleen.” De jongeling dacht dat hij goed was omdat hij alle geboden hield, maar hij voelde dat er iets ontbrak. Jezus zei dat hij alles moest verkopen en Hem moest volgen. Dat kon hij niet.

      Jezus deed wél wat de jongeling niet kon: Hij gaf alles op, zelfs Zijn leven, om ons te redden. Wij waren arme zondaren — we misten Gods heerlijkheid — maar Hij gaf Zichzelf aan het kruis zodat wij eeuwig leven zouden ontvangen. Hij zegt: “Volg Mij… en je zult het eeuwige leven beërven” (vers 28-29).

      Romeinen 3:12 zegt dat niemand goed doet, niemand behalve God. Alleen God is echt goed. Hij bewees dat door Zijn Zoon te geven. Jezus droeg ons oordeel (1 Petrus 2:24). Dat is Gods goedertierenheid: Zijn liefdevolle, vergevende goedheid die ons redt.

      Gods goedheid is geen gevoel, maar een daad: Hij gaf alles om jou te redden.


      29 juli

      We lezen vandaag: 2 Korinthe 5:11-21

      2 Korinthe 5:17
      Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.

      In 3 Johannes 11 staat: “Volg het kwade niet na, maar het goede. Wie goed doet, is uit God; wie kwaad doet, heeft God niet gezien.” Dat betekent dat iemand die goed doet, uit God geboren is. Hij hoort bij de nieuwe schepping die verbonden is met Christus, de Eersteling van die nieuwe schepping. Dat nieuwe leven kan niet zondigen — maar wij, in ons oude leven, wel.

      1 Johannes 3:9 zegt dat wie uit God geboren is, de zonde niet dient, omdat Gods zaad (Christus) in hem blijft. Wie kwaad doet, heeft God niet gezien: hij leeft niet in relatie met God en wandelt in duisternis in plaats van in het licht.

      God ziet ons in Christus als nieuwe scheppingen. 2 Korinthe 5:17 zegt: “Als iemand in Christus is, is hij een nieuw schepsel; het oude is voorbij, alles is nieuw geworden.” Daarom schrijft Johannes dat als ons hart ons veroordeelt, God groter is dan ons hart. Hij kent alles (1 Johannes 3:20).

      Dat is een diepe waarheid. Wij kijken vaak naar onszelf en denken: “Ik ben niet goed, ik doe zoveel fout.” Paulus zegt hetzelfde in Romeinen 7:18: in ons vlees woont geen goed; we willen wel, maar het lukt niet altijd. Maar God is groter dan onze gedachten. Zijn manier van denken is hoger dan die van ons (Jesaja 55:8-9).

      Daarom moeten onze gedachten vernieuwd worden. Romeinen 12:1-3 zegt dat we ons leven beschikbaar moeten stellen aan God. Vers 2 legt uit dat we niet moeten denken zoals de wereld denkt, maar vernieuwd moeten worden in ons denken. Dat is het werk van Gods Geest en Zijn Woord. Zo leren we wat Gods goede, welgevallige en volmaakte wil is — en hoe we Hem kunnen dienen.

      God ziet in jou een nieuwe schepping. Leer denken zoals Hij denkt, en leef in het licht.


      30 juli

      We lezen vandaag: Genesis 18:23-33

      Genesis 18:25
      Er kan toch geen sprake van zijn dat U zoiets doet, dat U de rechtvaardige samen met de goddeloze doodt? Dan zal het zijn: zo de rechtvaardige, zo de goddeloze. Daar kan bij U toch geen sprake van zijn! Zou de Rechter van de hele aarde geen recht doen?

      De Bijbel zegt dat God Rechter is. In Hebreeën 12:23 staat dat gelovigen zijn gekomen “tot God, de Rechter over allen”. Paulus noemt Jezus in 2 Timotheüs 4:8 “de rechtvaardige Rechter” die op “die dag” een kroon van rechtvaardigheid zal geven aan iedereen die Zijn komst liefheeft. “Die dag” is de dag van Jezus Christus (Filippenzen 1:6), de dag waarop Hij Zijn Gemeente beloont. 1 Korinthe 3:13-15 legt uit dat ons werk dan beoordeeld wordt: wat uit Christus is, blijft; wat uit onszelf is, verbrandt. Daarom zegt 2 Korinthe 5:10 dat iedereen voor de rechterstoel van Christus zal verschijnen.

      Petrus zegt in Handelingen 10:42 dat Jezus door God is aangesteld als Rechter van levenden en doden. Iedereen die ooit geleefd heeft, zal voor Hem staan. Abraham zegt in Genesis 18:25 dat de Rechter van de hele aarde altijd recht doet. God oordeelt nooit verkeerd.

      Johannes 3:18 maakt het heel duidelijk: wie in Jezus gelooft, wordt niet veroordeeld. Maar wie niet gelooft, is al veroordeeld omdat hij de Zoon van God niet heeft aangenomen. God is rechtvaardig, maar ook goedertieren. Psalm 33:5 zegt dat de aarde vol is van Zijn goedertierenheid.

      Gods oordeel is dus niet hard of willekeurig. Het is eerlijk, zuiver en gebaseerd op waarheid. Hij oordeelt via Jezus, Zijn Zoon. Voor gelovigen is dat geen angstige gedachte, maar een hoopvolle: Jezus is onze Redder én onze Rechter. Hij kent ons, Hij heeft ons lief, en Hij beloont wat Hij door ons heen heeft kunnen doen. Alles wat uit Hem komt, blijft voor eeuwig bestaan.

      Voor wie Jezus volgt, is de Rechter geen dreiging maar een beloning. Zijn oordeel is pure rechtvaardigheid.


      31 juli

      We lezen vandaag: Romeinen 16:1-27

      Romeinen 16:26
      maar dat nu geopenbaard is en door de profetische Schriften onder alle heidenen bekendgemaakt is, overeenkomstig het bevel van de eeuwige God, om hen tot geloofsgehoorzaamheid te brengen,

      De Bijbel noemt God de Eeuwige. In Genesis 21:33 roept Abraham de Naam van “de eeuwige God” aan. Eeuwig betekent: altijd en overal. God houdt nooit op te bestaan en is niet gebonden aan tijd of plaats.

      God sloot met Noach een eeuwig verbond toen Hij de regenboog gaf. Dat teken is “tot in eeuwige geslachten” (Genesis 9:12,16). De regenboog blijft zichtbaar zolang de aarde bestaat. Het laat zien dat God trouw is, generatie na generatie.

      Jesaja 40:28-31 zegt dat de Eeuwige God nooit moe wordt. Zijn wijsheid is onbegrensd. Hij geeft kracht aan wie uitgeput is en nieuwe sterkte aan wie geen kracht meer heeft. Zelfs jongeren worden moe en vallen, maar wie op de Heer vertrouwt, krijgt nieuwe kracht. Dat is het verschil tussen menselijke kracht en Gods eeuwige kracht.

      Omdat God eeuwig is, blijft alles wat bij Hem hoort ook eeuwig. Hij maakt een nieuwe schepping en deze oude wereld zal verdwijnen. Iedereen die gelooft, wordt op de Jongste Dag toegevoegd aan die nieuwe, eeuwige schepping. De Gemeente – alle gelovigen – hoort daar nu al bij. Die nieuwe schepping past volledig bij Gods wezen. Uiteindelijk zal God “alles en in allen” zijn (1 Korinthe 15:28). Dat is een geweldig vooruitzicht.

      Daarom mogen we ons richten op onze hemelse Vader, Zijn wezen ontvangen en ons door Hem laten leiden. Paulus zegt in Romeinen 16:26 dat God, de Eeuwige, Zijn verborgenheid heeft geopenbaard zodat mensen door geloof gehoorzaam worden. Ook aan ons wil Hij Zichzelf laten zien, als wij leven vanuit geloof.

      De Eeuwige God verandert nooit. Wie op Hem vertrouwt, ontvangt kracht die nooit opraakt.


      1. 2 Petrus

        Het voorlezen van de Herziene Statenvertaling gebeurt met toestemming van Jongbloed Media.

      2. 1 Petrus

        Het voorlezen van de Herziene Statenvertaling gebeurt met toestemming van Jongbloed Media.

      3. Jakobus

        Het voorlezen van de Herziene Statenvertaling gebeurt met toestemming van Jongbloed Media.