Baäl-Hamon betekent “Heer van de menigte” of “Meester van de overvloed”. De naam kan verwijzen naar een plaats die bekendstond om grote aantallen mensen, vee of landbouwopbrengsten.
Classificatie
Plaatsnaam: Baäl-Hamon is een geografische locatie, genoemd in het Hooglied.
Datering
De naam komt voor in de tijd waarin het Hooglied werd geschreven, doorgaans gedateerd tussen de 10e en 6e eeuw v.Chr., afhankelijk van de interpretatie.
Naam in het Hebreeuws
בַּעַל חָמוֹן (Baʿal Ḥāmōn)
Naam in het Grieks
Βααλ Αμων (Baal Amon) – zoals weergegeven in de Septuaginta.
Strongnummers
Hebreeuws: H1174 (Baʿal Hamon)
Grieks: De naam heeft geen afzonderlijk Grieks Strongnummer, omdat hij niet als zelfstandig lemma in de Griekse Strong-lijst voorkomt.
Etymologische gegevens
De naam bestaat uit Baʿal (“heer, meester”) en hamon (“menigte, overvloed, massa”). De combinatie kan duiden op een plaats die bekendstond om grote vruchtbaarheid of drukte, mogelijk een landbouwgebied of wijngaard.
Formuleringen
Statenvertaling: “Baäl-Hamon” Herziene Statenvertaling: “Baäl-Hamon” King James Version: “Baal-hamon”
Symbolische betekenis
Baäl-Hamon wordt in het Hooglied gebruikt als beeld voor rijkdom, overvloed en vruchtbaarheid. De wijngaard van Salomo in Baäl-Hamon symboliseert overvloedige opbrengst en waarde, en wordt gebruikt als metafoor voor liefde, toewijding en kostbaarheid.
Bijbelse Stam
De naam is niet verbonden aan een Israëlitische stam; het betreft een plaatsnaam zonder genealogische context.
Familie
Relatie
Naam / Opmerking
Vader
n.v.t.
Moeder
n.v.t.
Broers
n.v.t.
Zussen
n.v.t.
Vrouw
n.v.t.
Zonen
n.v.t.
Dochters
n.v.t.
Een korte omschrijving
Baäl-Hamon is een plaats die slechts één keer in de Bijbel wordt genoemd, namelijk in Hooglied 8:11. De locatie is vooral bekend vanwege de wijngaard van Salomo die daar stond. De naam suggereert een gebied dat rijk was aan landbouwopbrengsten of bevolkingsdichtheid. Hoewel de exacte ligging onbekend is, wordt Baäl-Hamon vaak gezien als een poëtische of symbolische aanduiding van overvloed en vruchtbaarheid. In de context van het Hooglied dient de naam als metafoor voor waarde, toewijding en het koesteren van wat kostbaar is.
Baäl-Gad betekent “Heer van het geluk” of “Meester van het fortuin”. De naam verwijst waarschijnlijk naar een plaats waar de god Baäl werd vereerd in combinatie met de godheid Gad, die met voorspoed of geluk werd geassocieerd.
Classificatie
Plaatsnaam
Datering
De naam komt voor in de periode van de intocht onder Jozua, rond de late 13e tot vroege 12e eeuw v.Chr. en wordt genoemd als noordelijke grensmarkering van het veroverde gebied.
Naam in het Hebreeuws
בַּעַל גָּד (Baʿal Gād)
Naam in het Grieks
Βααλγαδ (Baalgad) – zoals weergegeven in de Septuaginta.
Strongnummers
Hebreeuws: H1171 (Baʿal Gad)
Grieks: De naam heeft geen afzonderlijk Grieks Strongnummer, omdat hij niet als zelfstandig lemma in de Griekse Strong-lijst voorkomt.
Etymologische gegevens
De naam bestaat uit twee elementen: Baʿal (“heer, meester”) en gad (“geluk, fortuin”). De combinatie duidt op een plaats waar een lokale cultus bestond die gericht was op voorspoed en vruchtbaarheid, mogelijk verbonden met een heiligdom.
Formuleringen
Statenvertaling: “Baäl-Gad”
Herziene Statenvertaling: “Baäl-Gad”
King James Version: “Baal-gad”
Symbolische betekenis
Baäl-Gad staat symbool voor de aanwezigheid van heidense cultusplaatsen binnen het land dat Israël in bezit nam. De naam herinnert aan de religieuze diversiteit van Kanaän en de voortdurende uitdaging voor Israël om trouw te blijven aan de HEERE.
Bijbelse Stam
De naam is niet verbonden aan een Israëlitische stam; het betreft een plaats in het noorden van het land, nabij de Libanon.
Familie
Relatie
Naam / Opmerking
Vader
n.v.t.
Moeder
n.v.t.
Broers
n.v.t.
Zussen
n.v.t.
Vrouw
n.v.t.
Zonen
n.v.t.
Dochters
n.v.t.
Een korte omschrijving
Baäl-Gad is een plaatsnaam die in de Bijbel wordt genoemd als het noordelijke grenspunt van het land dat Israël onder leiding van Jozua veroverde. De locatie lag “in het dal van de Libanon, onderaan de berg Hermon”. De naam weerspiegelt de aanwezigheid van een lokale cultus waarin Baäl en de godheid Gad werden vereerd. Hoewel de exacte ligging niet met zekerheid bekend is, wordt Baäl-Gad vaak geassocieerd met een gebied in de buurt van de huidige Bekavallei of de zuidwestelijke uitlopers van de Hermon. De naam benadrukt de geografische omvang van Israëls veroveringen en de religieuze context van het land.
Baäl-Hánan betekent “Baäl is genadig” of “Heer van genade”. De naam drukt een relatie uit tussen de god Baäl en het begrip gunst of genade.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
De eerste Baäl-Hánan leefde in de tijd van de Edomitische koningen, vóór de monarchie in Israël (ruwweg tweede millennium v.Chr.). De tweede Baäl-Hánan leefde in de tijd van koning David (10e eeuw v.Chr.).
Naam in het Hebreeuws
בַּעַל חָנָן (Baʿal Ḥānān)
Naam in het Grieks
Βααλανάν (Baalanan) – zoals weergegeven in de Septuaginta.
Strongnummers
Hebreeuws: H1172 (Baʿal Hanan)
Grieks: De naam heeft geen afzonderlijk Grieks Strongnummer, omdat hij niet als zelfstandig lemma voorkomt.
Etymologische gegevens
De naam bestaat uit Baʿal (“heer, meester”) en ḥanan (“genadig zijn, gunst bewijzen”). De combinatie duidt op een godsdienstige achtergrond waarin Baäl werd gezien als een god die gunst verleent.
Formuleringen
Statenvertaling: “Baäl-Hánan” Herziene Statenvertaling: “Baäl-Hanan” King James Version: “Baal-hanan”
Symbolische betekenis
De naam weerspiegelt de religieuze invloed van de Kanaänitische cultuur, waarin Baäl als weldoener werd gezien. In de Bijbel staat de naam indirect symbool voor de aanwezigheid van heidense elementen in de omgeving van Israël.
Bijbelse Stam
De naam is niet verbonden aan een Israëlitische stam. De eerste Baäl-Hánan was een Edomiet; de tweede was een functionaris in dienst van koning David.
Familie
Relatie
Naam / Opmerking
Vader
De Edomitische koning Baäl-Hánan was de zoon van Achbor (Genesis 36:38). De Baäl-Hánan uit Davids tijd heeft geen bekende vader.
Moeder
n.v.t.
Broers
n.v.t.
Zussen
n.v.t.
Vrouw
n.v.t.
Zonen
n.v.t.
Dochters
n.v.t.
Een korte omschrijving
Baäl-Hánan is de naam van twee verschillende personen in de Bijbel.
De eerste is een koning van Edom, genoemd in de genealogieën van Genesis en Kronieken. Hij regeerde vóór de tijd van de koningen van Israël.
De tweede Baäl-Hánan was een functionaris in dienst van koning David, verantwoordelijk voor het beheer van oliebewaarders.
De naam weerspiegelt de culturele invloed van de Kanaänitische religie, waarin Baäl een centrale godheid was. Hoewel de personen zelf weinig uitgebreid worden beschreven, tonen hun vermeldingen de brede verspreiding van namen met Baäl-elementen in de regio.
Baäl-Berith betekent “Heer van het verbond” of “Meester van het verbond”. De naam verwijst naar een afgod die door de inwoners van Sichem werd vereerd als de god die een verbond of overeenkomst beschermde.
Classificatie
Eigennaam (man) Objectnaam
Datering
De naam komt voor in de tijd van de Richteren, ruwweg tussen 1200 en 1050 v.Chr., in de periode na de intocht in Kanaän en vóór de instelling van het koningschap in Israël.
Naam in het Hebreeuws
בַּעַל בְּרִית (Baʿal Berit)
Naam in het Grieks
Βάαλ Βεριθ (Baal Berith) – zoals weergegeven in de Septuaginta.
Strongnummers
Hebreeuws: H1170 (Baʿal Berith) Grieks: De naam heeft geen afzonderlijk Grieks Strongnummer, omdat hij niet als zelfstandig lemma in de Griekse Strong-lijst voorkomt.
Etymologische gegevens
De naam bestaat uit twee elementen: Baʿal (“heer, meester”) en berit (“verbond”). Samen duiden zij een god aan die werd gezien als de beschermer of garant van een verbond. De term sluit aan bij de Kanaänitische religie, waarin Baäl-titels vaak specifieke functies van de godheid aanduiden.
Formuleringen
Statenvertaling: “Baäl-Berith” Herziene Statenvertaling: “Baäl-Berith” King James Version: “Baal-berith”
Symbolische betekenis
Baäl-Berith staat in de Bijbel symbool voor het verlaten van het verbond met de HEERE en het sluiten van een vals, afgoderisch verbond. De naam benadrukt de ironie dat Israël een “verbondsgod” diende die in werkelijkheid een afgod was, in plaats van trouw te blijven aan het verbond met JHWH.
Bijbelse Stam
Baäl-Berith behoort niet tot een Israëlitische stam; het betreft een Kanaänitische godheid die vooral in Sichem werd vereerd.
Familie
Relatie
Naam / Opmerking
Vader
n.v.t.
Moeder
n.v.t.
Broers
n.v.t.
Zussen
n.v.t.
Vrouw
n.v.t.
Zonen
n.v.t.
Dochters
n.v.t.
Een korte omschrijving
Baäl-Berith is een Kanaänitische godheid die in Sichem werd vereerd als de “heer van het verbond”. De inwoners van Sichem sloten politieke en religieuze verbonden onder zijn bescherming. In het boek Richteren wordt vermeld dat Israël na de dood van Gideon opnieuw verviel in de Baälsdienst en Baäl-Berith diende. De naam benadrukt de tegenstelling tussen het ware verbond met de HEERE en het afgoderische verbond dat de Israëlieten sloten met een Kanaänitische god. De cultus van Baäl-Berith toont hoe diep de religieuze vermenging in deze periode was doorgedrongen.
Baäl betekent in het Hebreeuws “heer”, “meester”, “bezitter” of “echtgenoot”. De naam wordt zowel gebruikt als titel (“heer, eigenaar”) voor mensen, als aanduiding voor een (Kanaänitische) godheid en komt ook voor in samenstellingen (zoals Baäl-Peor, Baäl-Zebub) waarin hij de naam van een specifieke afgod aanduidt.
Classificatie
Eigennaam (man) Plaatsnaam Objectnaam
Datering
De naam Baäl komt vooral voor in het Oude Testament, in teksten die zich situeren in de periode van de aartsvaders tot en met de profeten (ruwweg tweede tot eerste millennium v.Chr.). De cultus van Baäl is echter ouder en breder dan Israël en is bekend uit diverse West-Semitische bronnen (zoals Ugaritische teksten).
Naam in het Hebreeuws
בַּעַל (baʿal)
Naam in het Grieks
Βάαλ (Baál) – zo verschijnt de naam in de Griekse overlevering (bijvoorbeeld in citaten in het Nieuwe Testament en de Septuaginta).
Strongnummers
Hebreeuws: H1167 (baʿal – heer, eigenaar), H1168 (Baʿal – de god Baäl, ook in samenstellingen met andere elementen).
Grieks: De naam Baäl heeft geen afzonderlijk, algemeen gebruikt Grieks Strongnummer als zelfstandig lemma; hij wordt doorgaans fonetisch overgenomen als Βάαλ.
Etymologische gegevens
De naam Baäl is afgeleid van de Semitische wortel b-ʿ-l, met de basisbetekenis “bezitten, heersen, meester zijn”. In verschillende Semitische talen (Hebreeuws, Fenicisch, Ugaritisch, Akkadisch) komt een verwant woord voor met de betekenis “heer” of “echtgenoot”. In de Kanaänitische religie werd Baäl de titel en naam van een belangrijke storm- en vruchtbaarheidsgod, wat in de Bijbel weerspiegeld wordt in de strijd tegen de Baälscultus.
Formuleringen
Statenvertaling: De naam wordt doorgaans weergegeven als “Baäl”, vaak in samenstellingen zoals “Baäl-Peor”, “Baäl-Zebub”, “Baäl-Gad”.
Herziene Statenvertaling: Eveneens meestal “Baäl”, met behoud van de samenstellingen (bijvoorbeeld “Baäl-Peor”, “Baäl-Zebub”), soms met moderne spelling en toelichtende voetnoten.
King James vertaling: De naam wordt weergegeven als “Baal”, met samenstellingen als “Baal-peor”, “Baal-zebub”, “Baal-gad”.
Symbolische betekenis
In de Bijbel staat Baäl symbool voor afgoderij, geestelijk overspel en het verlaten van de HEERE (JHWH). De Baälsdienst vertegenwoordigt de verleiding van vruchtbaarheids- en natuurgoden, die in strijd is met de exclusieve aanbidding van de God van Israël. Profeten gebruiken Baäl vaak als beeld voor alles wat menselijk, schijnbaar vruchtbaar en aantrekkelijk is, maar uiteindelijk leeg en machteloos tegenover de levende God.
Bijbelse stam
Baäl behoort niet tot een Israëlitische stam, maar is een Kanaänitische (en breder West-Semitische) godheid. De naam is dus niet verbonden aan een genealogische stam binnen Israël, maar aan de religie van de omringende volken.
Familie
Relatie
Naam / Opmerking
Vader
n.v.t.
Moeder
n.v.t.
Broers
n.v.t.
Zussen
n.v.t.
Vrouw
n.v.t.
Zonen
n.v.t.
Dochters
n.v.t.
Een korte omschrijving
Baäl is de naam en titel van een belangrijke Kanaänitische god, vooral verbonden met storm, regen en vruchtbaarheid. In de Bijbel verschijnt Baäl als de centrale tegenstander van de HEERE in de religieuze strijd van Israël: het volk wordt herhaaldelijk verleid om Baäl te dienen, wat door de profeten scherp wordt veroordeeld als afgoderij en geestelijk overspel. De naam betekent “heer” of “meester” en komt ook voor in plaatsnamen en samenstellingen, wat laat zien hoe diep de Baäls cultus in het land was verankerd. De Bijbelse boodschap benadrukt dat Baäl uiteindelijk machteloos is tegenover de God van Israël, die alleen recht heeft op aanbidding.