Ook het begrip “wederkomst” zorgt voor de nodige moeilijkheden. Gelovigen zijn het er meestal wel over eens dat Christus uit de dood is opgestaan en dat Hij zal terugkomen. Vaak wordt daarbij gedacht dat Hij terugkomt om op Zijn troon plaats te nemen en de levenden en de doden te oordelen.
Als dat inderdaad het doel van Zijn wederkomst is, dan is op dat moment bijna alles al voorbij. Het boek Openbaring beschrijft dit oordeel namelijk aan het einde. Het wordt in het op twee na laatste hoofdstuk van de Bijbel beschreven als de laatste handeling op de oude aarde.
Daarmee ontstaat wel een belangrijke vraag: wat is dan de bedoeling van alles wat daarvóór in Openbaring wordt beschreven? Heeft dat alleen met de wereld te maken en niet met Christus? Christus openbaart aan Johannes wat “na dezen geschieden zal” (Openb. 1:19), maar zou Zelf tot het uiteindelijke oordeel wegblijven.
De vraag is daarom: zegt de Bijbel inderdaad dat de Heer in de toekomst pas terugkomt wanneer Hij over de hele mensheid het oordeel zal uitspreken?
In Joh. 14:2,3 zegt de Heer dat Hij in het huis van Zijn Vader woningen gereedmaakt. Wanneer die woningen klaar zijn, komt Hij Zijn volgelingen halen. Maar wanneer Hij pas terugkomt om te oordelen en daarna, volgens Openbaring, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde komen, wat gebeurt er dan met deze woningen? Die zouden dan overbodig zijn, want het huis van de Vader wordt verlaten en God woont voortaan onder de mensen.
Wanneer Jezus over Zijn wederkomst spreekt, gebruikt Hij tegenover Zijn leerlingen bovendien woorden die erop wijzen dat Hij bij Zijn wederkomst de macht zal overnemen. Dat past bij wat de Joden altijd van hun Messias hebben verwacht.
De eerste keer kwam Hij als de lijdende Messias. Bij Zijn wederkomst zal Hij komen als de triomferende Messias, als de Koning die in bezit neemt wat Hem toekomt. Nergens staat dat Hij uitsluitend terugkomt als een rechter die gaat zitten om te oordelen.
Bovendien zegt Jezus tegen Petrus dat de discipelen “in de wedergeboorte” op tronen zullen zitten om de twaalf stammen van Israël te oordelen (Matth. 19:28). Dat roept opnieuw een vraag op. Hoe kan Christus op Zijn troon zitten om de mensheid te oordelen, terwijl tegelijkertijd, op een ander niveau, de twaalf apostelen op tronen zitten om de twaalf stammen van Israël te oordelen?
Oordeelt de Messias van Israël de Israëlieten dan niet? Of worden zij twee keer geoordeeld? Als dat zo was, zou je verwachten dat dit in Openbaring vermeld werd. Ook zou onze geloofsbelijdenis dan eigenlijk moeten zeggen: om te oordelen de levende en de dode niet-Israëlieten.
Waarom is er dan zo weinig bekend over de wederkomst?
Als antwoord op deze vraag wordt vaak gezegd dat dit voor ons verborgen is. Daarbij wordt verwezen naar: “de verborgen dingen zijn voor de Here, onze God” (Deut. 29:29).
Ook worden de woorden aangehaald dat niemand van die dag en dat uur weet en: “gij weet niet wanneer het de tijd is” (Matth. 24:35,36 en Marc. 13:32,33). Maar volgens deze uitleg gaan deze teksten over het voorbijgaan van hemel en aarde. Dat het tijdstip daarvan onbekend is, houdt vervolgens verband met Openb. 20:7, waar een periode wordt genoemd waarvan de lengte niet verder wordt aangegeven.
Een andere tekst die vaak wordt gebruikt, is Matth. 24:42: “Gij weet niet op welke dag uw Heer komt”.
Paulus legt het komen van de Heer als een dief in de nacht echter uit in 1 Tess. 5:4,5. Daar zegt hij: “Maar gij, broeders, zijt niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief overvallen zou: want gij zijt allen kinderen des lichts en kinderen des dags. Wij behoren niet aan nacht of duisternis toe”.
In dezelfde brief zegt Paulus dat wij de Heer in de lucht tegemoet zullen gaan en daarna altijd bij Hem zullen zijn (1 Tess. 4:15-17). Paulus zegt niet dat wij de Heer tegemoetgaan en vervolgens samen met Hem naar beneden terugkeren, waarna Hij op de grote witte troon plaatsneemt om te oordelen.
Degenen die Hem tegemoet zijn gegaan, behoren Hem toe. De anderen behoren Hem niet toe. Als dit het oordeel zou zijn, zou dat oordeel daarom snel voorbij zijn.
Daarnaast wordt vaak gewezen op het antwoord: “Het is niet uw zaak de tijden of de gelegenheden te weten” (Hand. 1:7). Maar dit antwoord wordt gegeven op de vraag van de discipelen: “Here herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël?” Hun vraag is dus wanneer God Israël boven alle volken van de aarde zal verheffen (Deut. 28:1).
De hierboven genoemde teksten die vaak worden gebruikt als antwoord op de vraag waarom er zo weinig bekend is over de wederkomst van Christus, wijzen dus allemaal op een bepaald tijdstip in de toekomst. Volgens deze uitleg spreekt echter geen van deze teksten over de wederkomst van Christus zelf. Ook bedoelt geen van deze teksten te zeggen dat wij maar beter niet over de wederkomst kunnen spreken omdat deze een verborgenheid zou zijn.
Samenvatting
- De wederkomst van Christus wordt volgens deze uitleg vaak te sterk beperkt tot het laatste oordeel, terwijl dat vragen oproept over wat Openbaring daarvoor beschrijft.
- Jezus spreekt over woningen in het huis van Zijn Vader en over Zijn discipelen die de twaalf stammen van Israël zullen oordelen. Dit roept vragen op wanneer Zijn wederkomst uitsluitend als het laatste oordeel wordt gezien.
- Christus kwam eerst als de lijdende Messias en zal volgens deze uitleg terugkomen als de triomferende Messias en Koning die in bezit neemt wat Hem toekomt.
- Teksten over het onbekende tijdstip worden vaak gebruikt om weinig over de wederkomst te zeggen, maar volgens deze uitleg hebben deze teksten een andere bedoeling.
- Paulus zegt dat gelovigen niet in de duisternis zijn zodat die dag hen als een dief zou overvallen (1 Tess. 5:4,5).
- Volgens 1 Tess. 4:15-17 gaan gelovigen de Heer tegemoet in de lucht en zullen zij daarna altijd bij Hem zijn.
- Volgens deze redenering leert geen van de aangehaalde teksten dat christenen over de wederkomst moeten zwijgen omdat deze een verborgenheid zou zijn.