4.10 Erkenning van Gods eis

Alleen geloof. Een mens kan niets doen om zijn schuld zelf weg te nemen of kleiner te maken. Als God betaling van die schuld eist, zal de mens moeten erkennen dat God het recht heeft om die betaling te eisen en dat Zijn eis dus rechtvaardig is.

Dit erkennen gebeurde bijvoorbeeld bij de doop door Johannes de Doper (Matth. 21:32 en Luk. 7:29,30). De tollenaars erkenden dat God rechtvaardig was door zich door Johannes te laten dopen. De Farizeeën en wetgeleerden deden dat niet. Zij verwierpen de raad van God doordat zij de doop van Johannes niet wilden ontvangen. Daarmee rechtvaardigden zij God dus niet.

In Matth. 21:25 vraagt Jezus of de doop van Johannes uit de hemel of uit de mensen is. De doop van Johannes is uit de mensen. De mensen rechtvaardigden God door zich te laten dopen. Daartegenover staat de doop uit de hemel: dat is de doop met de Heilige Geest.

Toen Jezus de doop van Johannes had ontvangen, rechtvaardigde Jezus daarmee God. Vervolgens werd Jezus vanuit de hemel gedoopt met de Heilige Geest. Daarmee rechtvaardigde God Jezus.

Juist deze rechtvaardige Jezus moest daarna sterven, omdat Gods rechtvaardigheid dit eiste. Alleen iemand die zelf rechtvaardig was, kon voldoen aan de eis die God stelde. Jezus was zonder schuld, maar Hij stierf voor de schulden van anderen.

Samenvatting

  • Een mens kan zijn schuld niet door eigen werken wegnemen of verminderen. Alleen geloof geldt.
  • Bij de doop van Johannes rechtvaardigden de tollenaars God door zich te laten dopen, terwijl de Farizeeën en wetgeleerden Gods raad verwierpen.
  • Nadat Jezus de doop van Johannes had ontvangen, werd Hij vanuit de hemel gedoopt met de Heilige Geest.
  • Alleen de rechtvaardige, die Zelf zonder schuld was, kon voldoen aan Gods eis. Daarom stierf Hij voor de schulden van anderen.