1 oktober
We lezen vandaag: Lukas 24:13-35
Lukas 24:31
En hun ogen werden geopend, en zij herkenden Hem, maar Hij verdween uit hun gezicht.
Het is eigenlijk best bijzonder dat mensen overal ter wereld en in elke tijd nadenken over dezelfde grote vragen. Waarom ben ik hier? Wat is de zin van mijn leven? Waarom bestaat er lijden? Is er een God? Zulke vragen houden mensen al eeuwenlang bezig.
Blijkbaar voelt de mens ergens vanbinnen aan dat er meer moet zijn dan alleen wat we kunnen zien en aanraken. Daarom zijn er door de geschiedenis heen allerlei godsdiensten en religies ontstaan. Mensen gingen op zoek naar antwoorden op hun vragen over het leven.
Maar dan komt een moeilijke vraag: wat is de waarheid? Welke godsdienst heeft de juiste antwoorden? Dat is niet eenvoudig om objectief te beantwoorden.
De Bijbel zegt dat iemand die oprecht op zoek gaat naar de waarheid uiteindelijk bij Jezus Christus uitkomt. Daarvoor moet je wel uitgaan van een belangrijke basis: dat de Bijbel Gods Woord is. Dat kun je niet zomaar bewijzen met een wetenschappelijk experiment. Het begint met geloof.
Tegelijk zeggen veel christenen dat juist door dat geloof steeds meer duidelijk wordt dat de Bijbel waar is. Naarmate je verder leest en God beter leert kennen, ontdek je steeds vaker dat Bijbelse woorden aansluiten bij het echte leven. Het wordt niet alleen iets wat je begrijpt met je hoofd, maar ook iets wat je ervaart in je hart.
In Lukas 24 wordt verteld over twee mensen die met Jezus meeliepen zonder Hem direct te herkennen. Later zeiden ze tegen elkaar dat hun hart brandde terwijl Hij met hen sprak. Pas toen Jezus het brood brak, herkenden ze Wie Hij was.
Dat breken van brood is belangrijk geworden binnen het christelijk geloof. In veel kerken gebeurt dat tijdens het Avondmaal. Samen met de doop is het één van de bekendste christelijke rituelen. Deze rituelen helpen gelovigen om stil te staan bij hun relatie met God en bij wat Jezus voor hen heeft gedaan.
De komende tijd willen we daarom nadenken over deze twee bijzondere onderwerpen: het Avondmaal en de Doop.
Wie oprecht naar de waarheid zoekt, ontdekt dat het niet alleen een antwoord is, maar ook een Persoon.
2 oktober
We lezen vandaag: Hebreeën 10:1-18
Hebreeën 10:5
Daarom zegt Hij bij Zijn komst in de wereld: Slachtoffer en graanoffer hebt U niet gewild, maar U hebt voor Mij een lichaam gereedgemaakt.
Waarom waren er eigenlijk offers? Ongeveer 4000 jaar geleden sprak God met Abraham. Abraham was een rijke man en woonde in het gebied dat nu ongeveer Koeweit is, vlak bij Irak. God beloofde hem dat hij heel veel nakomelingen zou krijgen. Uit zijn familie zou uiteindelijk de Verlosser komen, die de mensen zou bevrijden van hun zonden.
Abraham kreeg Izak, Izak kreeg Jakob, en Jakob kreeg twaalf zonen. Uit die zonen ontstonden later de twaalf stammen van Israël. Israël werd door God uitverkoren. Dat klinkt misschien heel bijzonder: door God gekozen worden. Maar je moet je ook afvragen: waarvoor waren ze uitverkoren?
God wilde aan Israël Zijn Woord geven. Hij verwachtte dat ze dat Woord zouden geloven, gehoorzamen en doorgeven aan andere volken. Maar dat hebben ze eigenlijk nooit echt gedaan.
In het Oude Testament, dat Israël van God kreeg, staan veel rituelen, feesten, regels en heel veel offers. Waarom waren die er? In Hebreeën 10 staat dat God die offers eigenlijk niet eens wilde, en dat lezen we ook vaker in het Oude Testament. De bedoeling was dat de Israëlieten zouden begrijpen dat God hen wilde vergeven door plaatsvervangend sterven. Hun hart moest in vertrouwen naar God kijken: vertrouwen op een rechtvaardige en liefdevolle God, die ooit Zelf een Lam zou geven om voorgoed met de zonden af te rekenen.
Maar voor veel mensen werden de offers een soort manier om zichzelf vrij te kopen, God tevreden te stellen en problemen te voorkomen. Eigenlijk met dezelfde houding als de heidenen hun offers brachten. Terwijl God juist keek naar het hart van degene die het offer bracht. Dat was voor Hem belangrijker dan het offer zelf.
God ziet niet wat je geeft, maar waarom je het geeft.
3 oktober
We lezen vandaag: Matthéüs 26:17-30
Mattheüs 26:26
En terwijl zij aten, nam Jezus het brood en toen Hij het gezegend had, brak Hij het en gaf het aan de discipelen en Hij zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam.
Paulus zegt over het Oude Testament: “De Wet is geestelijk.” Daarmee bedoelt hij dat de regels en instellingen uit de Wet niet alleen letterlijk bedoeld waren. Ze hadden ook een diepere betekenis. En juist die betekenis is belangrijk.
Neem bijvoorbeeld de offers. Die wijzen op verschillende manieren vooruit naar de Here Jezus. Ze waren als het ware een schaduw van wat nog zou komen. Ze vertellen ons over de Here Jezus, die in onze plaats stierf en daarna opstond uit de dood.
Volgens de Bijbel kwam er door Zijn dood en opstanding een einde aan de Wet. De offers wezen immers vooruit naar Hem. Nu Hij gekomen is, is dat vervuld.
Je kunt het vergelijken met een briefje waarop staat dat je over een maand je nieuwe fiets krijgt. Zolang je op de fiets wacht, is dat briefje belangrijk. Maar zodra de fiets er echt is, heb je het briefje niet meer nodig. Zo is het ook met de Wet.
Wij hebben daarom geen lijst met regels waarmee we ervoor moeten zorgen dat God tevreden over ons is. Dat is eigenlijk wat religie vaak probeert te doen.
Toch zijn er twee “nieuwe” instellingen: de Doop en het Avondmaal. Beide hebben een rijke betekenis en richten onze aandacht op de Heer, die wij nu niet kunnen zien. Het betekent niet dat je letterlijk gedoopt móét zijn om behouden te worden of dat je elke week het Avondmaal móét vieren.
Helemaal nieuw zijn deze instellingen trouwens niet. Ze sluiten aan bij het Oude Testament. De Doop doet denken aan Israëls bevrijding uit Egypte, door de Schelfzee heen. Het Avondmaal sluit aan bij het Pascha, dat werd ingesteld toen Israël uit Egypte vertrok.
Daarover morgen meer!
De schaduw wees vooruit naar Jezus, maar nu Hij gekomen is, mogen we leven vanuit de werkelijkheid!
4 oktober
We lezen vandaag: Exodus 12:1-16
Exodus 12:5
U moet een lam zonder enig gebrek hebben, een mannetje van een jaar oud. U moet het van de schapen of van de geiten nemen.
Ongeveer 300 jaar nadat God Abraham had geroepen, kwam er een grote hongersnood in het Midden-Oosten. De twaalf zonen van Jakob, de kleinzoon van Abraham, waren inmiddels uitgegroeid tot twaalf stammen. Zij trokken naar Egypte, want daar was nog genoeg voedsel. Jozef had daarvoor gezorgd, zoals je in Genesis kunt lezen.
In Egypte groeide Israël uit tot een heel groot volk. Ongeveer 500 jaar na de roeping van Abraham, rond 1550 voor Christus, waren ze met zoveel mensen dat de farao bang werd. Stel dat Egypte werd aangevallen en Israël de kant van de vijand zou kiezen? Dan had hij een groot probleem!
Daarom maakte de farao de Israëlieten tot slaven. Maar het volk bleef groeien. Toen gaf hij zelfs opdracht om alle jonge jongetjes te doden.
God riep daarna Mozes om Zijn volk uit Egypte te bevrijden. Maar de farao wilde hen niet laten gaan. Hij wilde zijn goedkope arbeidskrachten niet kwijt. Daarom stuurde de Heer tien plagen over Egypte.
Bij de laatste plaag zou al het eerstgeborene van mensen en dieren in Egypte sterven. Om ervoor te zorgen dat dit niet met Israël gebeurde, moesten de Israëlieten een lam in huis nemen. Ze moesten het lam slachten en het bloed ervan op de deurposten smeren. Ook moest al het gist uit hun huizen worden weggehaald.
Deze instelling wordt het Pascha genoemd.
Maar het ging God niet alleen om wat de Israëlieten letterlijk moesten doen. Wat ze deden, had vooral een diepere betekenis. In het Pascha gaat het namelijk aan de ene kant over dood, maar aan de andere kant ook over leven.
Waar het Pascha spreekt over de dood, laat God tegelijk zien dat Hij een weg naar het leven geeft!
5 oktober
We lezen vandaag: Exodus 12:16-28
Exodus 12:23
Want de HEERE zal het land doortrekken om Egypte te treffen, maar als Hij het bloed zal zien op de bovendorpel en op de beide deurposten, dan zal de HEERE de deur voorbijgaan en de verderver niet toestaan om uw huizen binnen te komen om u te treffen.
Het Paaslam is een beeld van de Here Jezus. Om mensen te kunnen verlossen en vrijheid en leven te geven, moest Hij sterven.
De Israëlieten moesten een lam in huis nemen en ervan eten. Overdrachtelijk betekent dit dat zij de Here Jezus moesten aanvaarden. Daarna moesten ze het bloed van het lam op de deurposten smeren. Het leven van het lam kwam als het ware op de deur. Dit is een beeld van de opstanding van de Here Jezus: Hij stierf, maar leeft toch verder.
Bloed is namelijk een beeld van leven. Normaal gesproken zie je bloed niet. In je lichaam brengt het zuurstof, voedingsstoffen en energie naar je organen en voert het afvalstoffen af. Als je bloed ziet, kan het niet meer doen waarvoor het bedoeld is. Daarom moet je bloed hier niet koppelen aan de dood, maar aan het leven.
Door het bloed werd de deur als het ware een levende deur. Achter die deur waren de Israëlieten veilig voor de engel van de dood. Het oordeel ging aan hen voorbij. Het bloed op de deur was het bewijs van hun geloof. Waar bloed was, was leven. Het eerstgeborene stierf daar niet. Daarom betekent het woord ‘Pascha’ ook ‘voorbijgaan’.
De volgende ochtend werd diezelfde deur de weg naar de vrijheid. Later noemt de Here Jezus Zichzelf de Deur van de schapen.
Het Pascha is dus een beeld van de dood en opstanding van de Here Jezus. Daardoor werd verlossing uit de slavernij van de wet, zonde en dood mogelijk.
Ook moest alle gist verdwijnen. Gist is een beeld van ongeloof, zonde en verkeerde leer. Door het werk van de Here Jezus is daarmee afgerekend.
Maar betekent dit dat er geen zonde meer is als je gelooft? Daarover morgen meer!
Door Jezus ging de deur niet alleen langs de dood, maar open naar het leven en de vrijheid!
6 oktober
We lezen vandaag: Kolossenzen 3:1-17
Kolossenzen 3:11
Daarbij is niet Griek en Jood van belang, besnedene en onbesnedene, barbaar en Scyth, slaaf en vrije, maar Christus is alles en in allen.
Paulus legt uit hoe het zit met de zonde. God rekent onze zonden niet meer aan. Onze ‘oude ik’ is samen met Christus gestorven en begraven. Het Paaslam is geslacht. De Here Jezus, het Lam van God dat de zonde van de wereld op Zich nam, is gestorven. Het gist is weg. De straf is gedragen door Hem.
Door te geloven accepteer je Jezus als je Verlosser. Je bent als het ware door de deur met het bloed het veilige huis binnengegaan. Het bloed is een beeld van de Heer die opstond uit de dood. Het huis is een beeld van Gods Koninkrijk. Daar heb je leven gekregen dat nooit meer voorbijgaat: Zijn leven.
God heeft ons Zijn leven gegeven door de Heilige Geest. Daardoor zijn wij in staat om Hem te dienen. Uit onszelf kunnen we dat eigenlijk niet. God wil ons gebruiken. Als wij ons beschikbaar stellen, werkt Hij Zelf in en door ons heen. Hoe dat eruitziet, is voor iedereen anders.
We zitten eigenlijk allemaal op Gods leerschool. We zijn nog lang niet perfect. God ziet onze ‘oude ik’ als dood, maar voor ons voelt die soms nog behoorlijk levend! Daarom moeten we iedere dag opnieuw kiezen wie we willen dienen.
Zelfs Paulus kende die strijd. Wanhopig riep hij uit: ‘Ik ellendig mens!’ Wat hij graag wilde doen, deed hij niet, en wat hij juist niet wilde doen, deed hij wel.
Toch is er hoop. Als je God echt wilt dienen, laat Hij uiteindelijk alle dingen meewerken ten goede. God kan een gelovige stap voor stap veranderen. De zonde hoeft niet de baas te blijven over je leven.
Vertrouw daarom op de Here Jezus. Hij leeft en zorgt in de hemel voor jouw heiliging. Hij is de Overwinnaar!
Richt je gedachten daarom op de dingen die boven zijn.
Je hoeft de zonde niet zelf te overwinnen: vertrouw op Jezus, want Hij hééft overwonnen!
7 oktober
We lezen vandaag: Mattheüs 26:17-30
Mattheüs 26:26
En terwijl zij aten, nam Jezus het brood en toen Hij het gezegend had, brak Hij het en gaf het aan de discipelen en Hij zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam.
Het Avondmaal gaat eigenlijk over meer dan alleen brood en wijn. In de Bijbel worden ook namen gebruikt als het breken van het brood, brood en beker of brood en wijn. Toch is het niet echt een maaltijd. Het gaat om symbolen die iets belangrijks laten zien. Tijdens het Joodse paasfeest was het paaslam al geslacht en gegeten. Wat nog op tafel lag, waren ongezuurd brood, wijn en enkele kruiden.
Dit gebeurde op de avond voordat Jezus gekruisigd zou worden. Hij wist precies wat Hem te wachten stond. Daarom wilde Hij Zijn discipelen laten zien wat Zijn dood en opstanding zouden betekenen. Op dat moment begrepen zij dat nog niet. Pas later werd het hen duidelijk.
Jezus nam het brood, sprak een zegen uit en zei dat het Zijn lichaam was. Daarmee wees Hij niet alleen naar Zichzelf, maar ook naar alle gelovigen die samen één lichaam vormen. Christus is daarvan het Hoofd. Iedereen die in Hem gelooft, hoort bij dat ene lichaam.
Daarna sprak Hij over de beker met wijn. Die stond voor het bloed van het Nieuwe Verbond. Dat is belangrijk, want het Oude Verbond hoorde bij de wet. Het paaslam was daar een onderdeel van. Maar nu brak een nieuwe tijd aan.
Het Oude Verbond liet zien dat mensen tekortschieten, omdat niemand zich helemaal aan Gods wet kan houden. Het Nieuwe Verbond laat iets anders zien. God ziet de gelovige niet meer als de oude mens, maar als een nieuwe mens die verbonden is met Christus. Door Zijn Geest geeft Hij nieuw leven.
Dat nieuwe leven is leven van de opstanding. Het is volmaakt en kan niet veroordeeld worden. Daarom is het Nieuwe Verbond zoveel groter en beter dan het Oude.
Met het brood en de beker liet Jezus zien dat Hij eerst zou sterven, maar daarna zou opstaan uit de dood. Zijn discipelen zouden delen in Zijn leven en samen Zijn lichaam vormen. Die belofte geldt niet alleen voor hen, maar voor iedere gelovige. Ook voor jou en mij.
Jezus stierf om nieuw leven te geven, en wie op Hem vertrouwt, mag elke dag leven vanuit Zijn opstandingskracht.
8 oktober
We lezen vandaag: 1 Korinthe 10:14-22
1 Korinthe 10:16
De drinkbeker der dankzegging, die wij met dankzegging zegenen, is die niet de gemeenschap met het bloed van Christus? Het brood dat wij breken, is dat niet de gemeenschap met het lichaam van Christus?
De praktische betekenis van het Avondmaal gaat over wat het betekent om bij Christus te horen. In deze hoofdstukken van de Korinthebrief legt Paulus uit dat iedere gelovige onderdeel wordt van het lichaam van Christus. Christus is het Hoofd en wij zijn als het ware de verschillende delen van dat lichaam.
Wanneer je je leven aan de Heer toevertrouwt, hoor je bij Hem. Misschien merk je daar niet altijd veel van, maar God wil jouw leven gebruiken. Net zoals ieder lichaamsdeel een eigen taak heeft, heeft ook iedere gelovige een plaats binnen Gods plan. Iedereen is anders. De een kan goed luisteren, de ander helpen, bemoedigen, organiseren of uitleggen. Soms gebruikt God talenten die je al hebt. Op andere momenten ontdek je juist gaven waarvan je nooit had gedacht dat je ze zou hebben. Ook kan Hij je in situaties brengen die je zelf niet zou hebben gekozen.
Toch is er een verschil met de delen van een menselijk lichaam. Wij kunnen ervoor kiezen om Christus niet te volgen, ook al horen we bij Zijn lichaam. Daarom gaat het bij het Avondmaal uiteindelijk niet alleen om het brood en de beker, maar vooral om je hart.
Wanneer je samen met andere gelovigen het brood en de beker deelt, spreek je uit dat je verbonden wilt zijn met Christus en met elkaar. Zonder die keuze heeft het Avondmaal geen echte betekenis. De gemeenschap tussen gelovigen is gebaseerd op het nieuwe leven dat God geeft.
Dat nieuwe leven verbindt alle kinderen van God met elkaar. Het is als een familieband die sterker is dan verschil in leeftijd, achtergrond of karakter. In de praktijk betekent dit dat we elkaar mogen zien als broers en zussen. Dat gaat niet altijd vanzelf. Net als in een gewoon gezin ontstaan er soms misverstanden of irritaties.
Maar als je blijft onthouden dat God ons allemaal wil laten groeien, ontstaat er ruimte voor geduld, begrip en liefde. Dan kun je de ander accepteren, helpen en dienen, ook als die persoon anders is dan jij.
Wie leeft vanuit Christus, ontdekt dat echte verbondenheid begint met een hart dat openstaat voor God én voor anderen.
Samen groeien we in Christus wanneer we niet alleen naar onszelf kijken, maar ook met liefde ruimte maken voor elkaar.
9 oktober
We lezen vandaag: 1 Korinthe 11:17-34
1 Korinthe 11:25
Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, na het gebruiken van de maaltijd, en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed. Doe dat, zo dikwijls als u die drinkt, tot Mijn gedachtenis.
Paulus schrijft hier over de gewoonte van de eerste christenen om samen brood en beker te delen wanneer ze bij elkaar kwamen. Bij vers 26 hebben veel mensen vragen. Daar staat dat je met het Avondmaal de dood van de Heer verkondigt. Maar hoe zit dat? Het Avondmaal lijkt toch vooral te gaan over de opgestane Heer? Het paaslam wees op Zijn lijden en sterven, terwijl het brood en de beker juist spreken over Zijn nieuwe leven en opstanding.
Wanneer je kijkt naar de voorgaande hoofdstukken en naar wat Paulus schrijft in de Romeinenbrief en de Hebreeënbrief, ontstaat het volgende beeld. Israël wordt voorgesteld als een voorbeeld voor ons. God had met Israël een verbond gesloten, dat wordt vergeleken met een huwelijk. God was de man en Israël de vrouw. Israël bleef echter niet trouw aan God en geloofde Zijn Woord niet.
Daarom kondigde God een nieuw verbond aan. Om dat mogelijk te maken moest de Maker van het oude verbond sterven. Daardoor zou Israël vrij worden van het oude verbond en verbonden kunnen worden aan Degene die uit de dood zou opstaan.
Als we het Avondmaal vieren, denken we daarom aan de opgestane Heer en aan onze verbondenheid met Hem. Tegelijk laten we zien dat het oude verbond voorbij is. We zijn niet langer gebonden aan de wet, maar mogen leven vanuit het nieuwe leven dat God geeft. Het doel daarvan is dat we de opgestane Christus kunnen dienen.
De dood van de Heer heeft ook gevolgen voor ons eigen leven. Ons oude ik hoeft niet langer de leiding te hebben. Wanneer we blijven leven alsof er niets veranderd is, vergeten we dat God ons nieuw leven heeft gegeven. Dan houden we geen rekening met onze plaats in het lichaam van Christus.
Daarom is het belangrijk om jezelf te onderzoeken voordat je deelneemt aan brood en beker. Ben je bereid om andere gelovigen op te bouwen, te helpen en te dienen? Het Avondmaal is niet zomaar een gewoonte, maar een uiting van een oprechte verbondenheid met Christus en met elkaar.
Wie leeft vanuit de opgestane Christus, laat het oude achter zich en bouwt met liefde mee aan Gods familie.
10 oktober
We lezen vandaag: 1 Korinthe 11:27-34
1 Korinthe 11:31
Want als wij onszelf zouden beoordelen, zouden wij niet geoordeeld worden.
Ik maakte eens mee dat ik deelnam aan het Avondmaal in een gemeente. Op het moment dat het brood werd rondgedeeld, stond een echtpaar op en liep weg. Later vroeg ik waarom ze dat hadden gedaan. Ze vertelden dat er ook een vrouw deelnam die samenwoonde met een man. Volgens hen nam zij daardoor op een onwaardige manier deel aan het Avondmaal. Dit is maar één voorbeeld van hoe verschillend mensen hierover kunnen denken.
Omdat de Bijbel geen uitgebreide regels geeft over hoe vaak en op welke manier het Avondmaal gevierd moet worden, zijn er in de loop van de eeuwen veel verschillende gewoonten ontstaan in kerken. Soms hebben die gewoonten nog maar weinig te maken met de Bijbelse betekenis van het Avondmaal.
Wanneer een ongelovige deelneemt aan brood en beker, verandert dat op zichzelf niets. Het Avondmaal geeft geen vergeving van zonden en maakt iemand niet automatisch verbonden met Christus. Het nieuwe leven dat God geeft, ontvang je door geloof. Zonder dat geloof blijft iemand buiten die gemeenschap met Christus.
Gelovigen zullen net als alle mensen verantwoording afleggen voor hun leven. Maar zij weten dat God hen heeft aangenomen in Christus. Wat in ongeloof is gedaan, houdt geen blijvende waarde. Wat uit liefde voor de Heer is gedaan, zal blijven bestaan.
Natuurlijk leven broeders en zusters niet altijd zoals God het bedoeld heeft. Toch hebben wij niet de taak om elkaar te veroordelen. Veel belangrijker is dat we eerlijk naar onszelf kijken. Als we vanwege fouten van anderen wegblijven van het Avondmaal, missen we zelf de gemeenschap met andere gelovigen.
God heeft ons vergeven. Daarom mogen we elkaar zien zoals God ons ziet: als mensen die in Christus zijn. Dat is niet altijd gemakkelijk, omdat wij vaak kijken naar wat zichtbaar is. Toch worden we geroepen om elkaar te accepteren, te onderwijzen en te helpen groeien in het geloof.
Het Avondmaal gaat uiteindelijk niet over het beoordelen van anderen, maar over samen leven uit Gods genade.
Wie leeft uit Gods genade, kijkt niet eerst naar de fouten van anderen, maar naar Christus die ons samenbrengt.
11 oktober
We lezen vandaag: 1 Korinthe 5:1-13
1 Korinthe 5:7
Verwijder dan het oude zuurdeeg, opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd, want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus.
In dit Bijbelgedeelte wordt gesproken over het wegdoen van de oude gist. Dat sluit aan bij een waarheid die we al eerder hebben gezien. God ziet gelovigen in Christus. Met Hem zijn zij gestorven, begraven en weer tot leven gekomen. Daarom worden christenen opgeroepen om de oude mens af te leggen en te leven vanuit het nieuwe leven dat God geeft.
Toch is dat niet altijd gemakkelijk. Aan de ene kant hebben we nieuw leven ontvangen, maar aan de andere kant leven we nog steeds in een wereld waarin onze oude natuur aanwezig is. Die strijd blijft bestaan zolang we op aarde leven. Daarom worden we aangespoord om naar de Heer te luisteren en ons te richten op Zijn Woord.
Wanneer we beseffen dat God onze zonden heeft vergeven, geeft dat rust. We hoeven niet voortdurend met schuldgevoelens rond te lopen. Vanuit die rust kunnen we God dienen, ondanks onze fouten en tekortkomingen. Het doel is dat we ons steeds meer richten op de eigenschappen van het nieuwe leven, zoals liefde, blijdschap, vrede en geduld, en steeds minder op dingen die bij de oude natuur horen, zoals jaloezie, hebzucht, dronkenschap en andere verkeerde verlangens.
Dat gaat vaak niet vanzelf. God wil dit proces in ons leven uitwerken. In de praktijk laten de meeste gelovigen zowel goede als minder goede dingen zien. Dat hoeft je niet moedeloos te maken. Wat niet blijvende waarde heeft, zal uiteindelijk verdwijnen. Wat uit geloof en liefde voor de Heer is gedaan, blijft bestaan.
In de tekst wordt ook uitgelegd dat gist een beeld is van de oude mens. Gist komt uit deeg van een eerdere dag en laat zien hoe iets van de oude, gevallen schepping wordt meegenomen. Daarom wordt ongezuurd brood gezien als een beeld van een nieuw begin.
Verder wordt opgemerkt dat veel christenen vooral stilstaan bij het lijden en sterven van Jezus. Volgens deze uitleg zou de nadruk juist meer mogen liggen op Zijn opstanding. Niet alleen Zijn vernedering, maar vooral Zijn overwinning en verhoging geven hoop en richting aan het leven van een gelovige.
Wie leeft vanuit de opstanding van Christus, kijkt niet achterom naar het oude, maar vooruit naar het nieuwe leven dat God geeft.
12 oktober
We lezen vandaag: Lukas 22:7-13
Lukas 22:11
En u zult tegen de heer des huizes zeggen: De Meester zegt u: Waar is de eetzaal waar Ik het Pascha met Mijn discipelen eten zal?
Jezus wist precies wat er zou gaan gebeuren. Daarom stuurde Hij Petrus en Johannes vooruit om het laatste Pascha voor te bereiden. De volgende dag zou werkelijkheid worden waar het Pascha al die tijd naar had verwezen. Jezus, het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt, zou worden geofferd.
Voor iedereen leek dat het einde. Het leek alsof de tegenstander had gewonnen. Maar wat de tegenstander niet wist, of misschien niet wilde geloven, was dat God zelfs de moeilijkste gebeurtenissen gebruikt om Zijn plan uit te voeren. Na Zijn dood zou Jezus opstaan uit de dood als de nieuwe schepping. Over dat nieuwe leven heeft de satan geen enkele macht. Als hij dat had begrepen, zou hij nooit hebben meegewerkt aan de kruisiging van Jezus.
Jezus en Zijn discipelen kwamen samen in een opperzaal. Dat was de hoogste ruimte van een huis, vergelijkbaar met een zolderkamer. In deze uitleg is dat een beeld van de hoogste plaats in de schepping: de hemel. Nadat Jezus Zich had vernederd en had geleden, zou Hij juist verhoogd worden. Hij kreeg een plaats aan de rechterhand van God en ontving de hoogste positie die er bestaat.
Dat is ook de diepe betekenis van het Avondmaal. Het herinnert niet alleen aan wat Jezus heeft gedaan, maar ook aan het feit dat Hij leeft. Hij is opgestaan en regeert vanuit de hemel. Vanuit die positie geeft Hij genade, hulp en leiding aan iedereen die op Hem vertrouwt.
Daarom worden gelovigen uitgenodigd om met vrijmoedigheid naar Hem toe te gaan. De onbekende man met de kruik water wordt in deze uitleg gezien als een beeld van de Heilige Geest. De Heilige Geest wil steeds opnieuw onze aandacht richten op Christus.
Door Gods genade hebben we eeuwig leven ontvangen. Maar ook wijsheid, liefde, vrede, troost en onderwijs ontvangen we uit genade. Jezus wil Zijn volgelingen helpen en begeleiden in hun dagelijks leven.
De hemel is daarom niet alleen een verre plaats. God is dichtbij. Jezus regeert vanuit de hemel en woont door Zijn Geest ook in het hart van gelovigen.
Jezus leeft en regeert, en door Zijn Geest wijst Hij ons elke dag de weg van genade, kracht en hoop.
13 oktober
We lezen vandaag: Handelingen 20:7-16
Handelingen 20:9
En een zekere jongeman, van wie de naam Eutychus was, zat in het venster en werd door een diepe slaap overmand, doordat Paulus zo lang sprak. Hij viel, door de slaap overmand, van de derde verdieping naar beneden en werd dood opgetild.
Hier lezen we over een moment na de opstanding van Jezus waarop gelovigen samenkomen om het brood te breken. Daarmee laten ze zien dat ze verbonden zijn met elkaar. Het idee is dat er één brood is waar iedereen een stukje van ontvangt. De nadruk ligt niet op het brood zelf, maar op de eenheid die gelovigen met elkaar hebben.
Die echte verbondenheid komt niet door gewoon brood, maar door het Levende Brood: de Heer Jezus Christus. Hij is de bron van hun nieuwe leven. Terwijl ze samen het brood delen, luisteren ze ook naar het onderwijs van Paulus. Hij legt vanuit het Oude Testament uit wie Christus is en wat Gods plan betekent voor hun leven. Dat lijkt op wat Jezus Zelf deed met de Emmaüsgangers. Ook Hij legde vanuit de Schriften uit wat er over Hem geschreven stond en brak daarna het brood met hen.
Net als op andere plaatsen gebeurt dit in een opperzaal, een kamer op de hoogste verdieping van een huis. In deze uitleg is dat een beeld van de hemel, waar Christus nu is. Hoewel we dat niet kunnen zien, zijn gelovigen volgens de Bijbel ook met Hem verbonden aan die hemelse plaats.
In het verhaal valt een jonge man naar beneden, sterft en wordt weer levend gemaakt. Dat wordt gezien als een beeld van Jezus Zelf. Hij stierf en stond weer op uit de dood. Juist daardoor kan Hij nieuw leven geven aan mensen. Dat leven groeit wanneer we ons voeden met Gods Woord. Zoals voedsel ons lichaam sterk maakt, zo maakt de Bijbel ons geloof sterker. Het Woord van God is geestelijk voedsel dat ons helpt om dichter bij Hem te leven.
Aan het einde staat dat de gelovigen enorm werden vertroost. Troost betekent hier dat iets verdrietigs wordt vervangen door iets dat nog mooier en waardevoller is. Hoewel ons aardse leven eindig is, hebben gelovigen nieuw leven ontvangen dat nooit ophoudt. Dat geeft hoop, moed en kracht om iedere dag verder te gaan met de Heer.
Wie zich voedt met Gods Woord ontdekt dat het nieuwe leven in Christus sterker is dan de dood en groter dan elk verdriet.
14 oktober
We lezen vandaag:
15 oktober
We lezen vandaag:
16 oktober
We lezen vandaag:
17 oktober
We lezen vandaag:
18 oktober
We lezen vandaag:
19 oktober
We lezen vandaag:
20 oktober
We lezen vandaag:
21 oktober
We lezen vandaag:
22 oktober
We lezen vandaag:
23 oktober
We lezen vandaag:
24 oktober
We lezen vandaag:
25 oktober
We lezen vandaag:
26 oktober
We lezen vandaag:
27 oktober
We lezen vandaag:
28 oktober
We lezen vandaag:
29 oktober
We lezen vandaag:
30 oktober
We lezen vandaag:
31 oktober
We lezen vandaag: