2.9 De predestinatieleer van Calvijn

Volgens de schrijver past de predestinatieleer van Calvijn niet bij wat Paulus in Romeinen 1:16-17 zegt. Paulus leert daar dat niet Gods uitverkiezing van vóór de grondlegging van de wereld een kracht van God tot behoud is, maar het geloof in het evangelie van God over zijn Zoon. Volgens deze uitleg is er bij God uiteindelijk maar één ding uitverkoren: geloof.

Calvijn baseerde zijn opvattingen onder andere op Romeinen 8:28-30 en Romeinen 9:11-24.

Wat Romeinen 9 betreft, stelt de schrijver dat Calvijn beter had moeten letten op een uitspraak van Augustinus in De stad Gods: “Onderscheidt de tijden en de Schrift is in harmonie met zichzelf.” Volgens deze uitleg gaat Romeinen 9 over de situatie in het Oude Testament en over de uitverkiezing van Israël als volk van God. Het gaat dan om het volk als geheel en niet om iedere individuele Jood afzonderlijk.

Elke Jood werd wel geroepen omdat hij bij het volk Israël hoorde, maar volgens deze uitleg betekende dat niet automatisch dat hij ook uitverkoren was. In Mattheüs 22:14 zegt Jezus: “Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.” Dat wordt hier uitgelegd als: in principe is iedere Jood geroepen, maar slechts weinigen geven gehoor aan die roeping. Slechts weinigen kennen de gehoorzaamheid van het geloof waar Paulus over spreekt in Romeinen 1:5 en 16:26.

Met betrekking tot Romeinen 8:28-30 stelt de schrijver dat ieder mens die het evangelie hoort, het woord van het kruis, geroepen en uitverkoren wordt om een keuze te maken: het evangelie aannemen of verwerpen.

Wanneer iemand het evangelie afwijst, is het voor hem blijkbaar een dwaasheid, zoals staat in 1 Korinthe 1:18. Zo iemand beschouwt zichzelf misschien als wijs, maar is volgens Romeinen 1:22 juist dwaas geworden. Het gevolg daarvan is dat hij verloren gaat. Dat komt doordat God rechtvaardig is en iemand alleen genadig kan zijn en rechtvaardig kan verklaren door het geloof van Christus en in Christus (Rom. 5:1 en 3:24). Geloof wordt daarbij tot gerechtigheid gerekend.

De christenen in Rome, aan wie Paulus zijn brief schrijft, zijn net als Paulus geroepen (vs. 1, 6 en 7) en uitverkoren. Volgens deze uitleg hebben zij gehoor gegeven aan Gods roepstem en zijn zij daarom gehoorzaam geworden (vs. 5). Daardoor zijn zij gerechtvaardigd en zullen zij in de toekomst verheerlijkt worden.

De schrijver noemt nog een ander bezwaar tegen de predestinatieleer van Calvijn. In Romeinen 2:11 zegt Paulus namelijk dat er bij God geen aanzien des persoons is. Volgens de schrijver roept dat de vraag op hoe dit zich verhoudt tot de predestinatieleer. Daarom verwijst hij ook naar Deuteronomium 10:16-17 en Handelingen 10:34, waar eveneens wordt benadrukt dat God niet partijdig is.

Samenvatting

  • Volgens de schrijver leert Romeinen 1:16-17 dat geloof in het evangelie de kracht van God tot behoud is.
  • Calvijn baseerde zijn predestinatieleer onder andere op Romeinen 8:28-30 en 9:11-24.
  • Volgens deze uitleg gaat Romeinen 9 over de uitverkiezing van Israël als volk en niet over iedere individuele Jood.
  • Mattheüs 22:14 laat volgens de schrijver zien dat velen geroepen worden, maar slechts weinigen gehoor geven aan die roeping.
  • Ieder mens die het evangelie hoort, wordt volgens deze uitleg voor de keuze gesteld om het aan te nemen of te verwerpen.
  • De Romeinse gelovigen hebben gehoor gegeven aan Gods roepstem, zijn gerechtvaardigd en zullen verheerlijkt worden.
  • De schrijver voert Romeinen 2:11, Deuteronomium 10:16-17 en Handelingen 10:34 aan als argument dat God geen aanzien des persoons kent.