In zijn gebeden bedankt Paulus God voor het geloof van de christenen in Rome. Tegelijk vraagt hij God of hij de mogelijkheid mag krijgen om naar Rome te reizen (vs. 8-10). Paulus wil de gelovigen daar graag persoonlijk ontmoeten. Hij wil hun een geestelijke gave meedelen die hen kan helpen in hun geloof (vs. 11). Ook hoopt hij onder hen vrucht te dragen, net zoals hij dat eerder onder andere heidenen heeft gedaan (vs. 13). Daarnaast wil hij hun het evangelie brengen (vs. 15). Wat Paulus het liefst mondeling had uitgelegd, moet hij nu noodgedwongen in een brief opschrijven.
De gelovigen in Rome zijn mensen die door Christus zijn geroepen (vs. 6). Hun geloof is zelfs zo bekend geworden dat er in de hele wereld over wordt gesproken (vs. 8). Zij moeten tot geloof zijn gekomen door het evangelie van God over zijn Zoon te horen. Daarom lijkt het evangelie dat Paulus hun nog wilde brengen een boodschap te zijn naast de boodschap die al in het Oude Testament was beloofd.
In Romeinen 16:25 spreekt Paulus namelijk over: “het evangelie van mij, het geheimenis dat eeuwenlang verzwegen is”. Volgens Paulus gaat het daarbij om iets dat niet eerder in het Oude Testament was aangekondigd. Dit evangelie van de verborgenheid wordt in de brief aan de Romeinen naar voren gebracht. Het wordt hier niet zozeer gepredikt, maar vooral uitgelegd en verklaard.
Paulus heeft deze boodschap eerder al met vrucht gebracht onder andere heidenen (vs. 13). Hij heeft in het oostelijke deel van het Romeinse Rijk veel niet-Joden tot geloof gebracht. Zijn werk daar was inmiddels voltooid (Rom. 15:23). Onder deze andere heidenen, waarover in vers 13 wordt gesproken, heeft hij vrucht gezien.
De mensen die daar tot geloof kwamen, vooral de Grieken, zijn daardoor wijs geworden. De Bijbel leert namelijk dat de vreze des Heren het begin van de wijsheid is (Ps. 111:10; Spr. 9:18). Met de vreze des Heren wordt bedoeld dat iemand ontzag voor God heeft, Hem serieus neemt, godvrezend leeft en gelooft. Wie zo leeft, begint volgens deze Bijbelteksten de ware wijsheid te begrijpen.
Omdat deze mensen het evangelie hebben aangenomen, voelt Paulus zich hun schuldenaar. Daarmee bedoelt hij niet dat hij een geldschuld heeft, maar dat hij zich verplicht voelt om hen verder te helpen. Hij wil hun geloof versterken en helpen groeien.
Onder de christenen in Rome heeft Paulus nog niet gewerkt. Daarom wil hij nu ook onder hen dienen (vs. 15; Rom. 15:23,29). Rome is echter niet zijn uiteindelijke bestemming. Zijn plan is om daarna verder te reizen naar Spanje (Rom. 15:24,28). Daar wil hij onder andere heidenen, die geen Grieken zijn, het evangelie verkondigen.
In Spanje kennen de mensen deze boodschap nog niet. Paulus voelt zich daarom ook tegenover hen een schuldenaar. Hij vindt dat hij de verantwoordelijkheid heeft om hun het evangelie te brengen. In dit gedeelte van zijn brief verwijst hij alvast naar de uitgebreidere uitleg van zijn reisplannen die later in Romeinen 15 volgt.
Paulus heeft onder andere heidenen vrucht gedragen. Omdat hij hoopt ook onder de Romeinen zulke vrucht te zien, is hij bereid naar Rome te komen. Daarom zegt hij dat hij zich niet schaamt voor het evangelie (vs. 16).
In Marcus 8:38 staat dat Jezus Zich tegenover de Vader zal schamen voor iemand die zich schaamt voor Hem en voor zijn woorden. Paulus heeft geen reden om zich te schamen voor het evangelie. Het evangelie is namelijk een kracht die door God wordt gegeven. Door die kracht wordt iedereen die gelooft behouden.
Samenvatting
- Paulus dankt God voor het geloof van de Romeinen en bidt om hen in Rome te kunnen bezoeken.
- Hij wil hun geestelijke steun geven, onder hen vrucht dragen en hun het evangelie brengen.
- De Romeinen waren al tot geloof gekomen door het evangelie van God over zijn Zoon.
- Paulus spreekt over een evangelie dat hij een verborgen geheimenis noemt, iets dat volgens hem eeuwenlang verzwegen was.
- Hij had deze boodschap al met vrucht gebracht onder andere heidenen in het oostelijke deel van het Romeinse Rijk.
- Paulus voelt zich verantwoordelijk om gelovigen verder te helpen groeien en om ook mensen die het evangelie nog niet kennen te bereiken.
- Hij schaamt zich niet voor het evangelie, omdat het een door God gegeven kracht is waardoor gelovigen behouden worden.