De prediking van Paulus aan de leiders van de Joden was gericht op twee onderwerpen: het Koninkrijk van God en de Here Jezus Christus.
Paulus spreekt met nadruk over het Koninkrijk van God. Dat laat zien dat kennis van dit Koninkrijk heel belangrijk is, niet alleen voor de Joodse leiders, maar voor iedere gelovige. Over zijn prediking wordt gezegd dat hij de leiders uitleg gaf over het Koninkrijk van God. Hij maakte hun duidelijk wat Jezus, en vóór Hem Johannes de Doper, bedoelden toen zij opriepen tot bekering omdat het Koninkrijk van God, of het Koninkrijk der Hemelen, dichtbij was gekomen (onder andere Matth. 3:2 en 4:17).
Als Israël zich had bekeerd toen de Messias kwam, dan zou het Koninkrijk der Hemelen zijn gekomen (Dan. 2:44). Maar Israël heeft zich niet bekeerd. Daarom is de komst van het Koninkrijk op aarde uitgesteld tot de wederkomst van de Messias. Het heil dat de Israëlieten hadden kunnen ontvangen, is van hen weggenomen en aan de heidenen gegeven, omdat deze wél luisteren naar de oproep tot bekering.
Dit is volgens de tekst één van de verborgenheden die aan Paulus zijn geopenbaard. Aan hem is ook geopenbaard dat het Koninkrijk wel is opgericht, maar nu verborgen aanwezig is in de hemel als een geestelijk Koninkrijk. Tegelijkertijd is ook de Koning verborgen (Kol. 4:3). Dat hangt met elkaar samen, want het Koninkrijk van God is ook het Koninkrijk van Christus (Ef. 5:5 en Kol. 1:13).
Daarom beschrijft Paulus in zijn brieven aan de heidenen alleen de kenmerken van het Koninkrijk. Ook legt hij uit wie het Koninkrijk zullen beërven en wie het waardig zijn. De bekering van Israël zou namelijk hebben geleid tot de komst van het Koninkrijk van God. De bekering van de heidenen brengt het Koninkrijk niet direct. Pas wanneer het volle aantal heidenen is binnengegaan (Rom. 11:25), zal de Koning komen. Dan zal het Koninkrijk van God zichtbaar op aarde verschijnen (Dan. 12:7; Openb. 10:7 en 11:15).
Volgens deze Bijbelgedeelten zal het Koninkrijk eerst verschijnen in de vorm van het Duizendjarig Rijk (Openb. 20:1-6). Daarna volgt het eeuwige Koninkrijk van de Zoon van David (Jes. 9:6; Dan. 2:44; Luk. 1:32).
Het Koninkrijk der Hemelen is de heerschappij van God en, namens Hem, van Christus (Ef. 1:9,10) over de hemel en de aarde. Dat is de situatie zoals die was vóór de val van Satan. Zolang het Koninkrijk der Hemelen nog niet op aarde gevestigd is, regeert Satan.
Wat het Koninkrijk precies inhoudt, dus wat Paulus aan de Joodse leiders uitlegde, kunnen we leren uit wat Jezus erover heeft gezegd. In Mattheüs 13:11 zegt Jezus dat het de discipelen gegeven is het Koninkrijk der Hemelen te kennen. Toch was hun kennis toen nog niet volledig. Daarna gaf Jezus hun verdere uitleg en meer informatie over dit Koninkrijk.
Daarom moet kennis over het Koninkrijk worden gehaald uit de gelijkenissen over het Koninkrijk der Hemelen, uit Jezus’ onderwijs over de laatste dingen in Mattheüs 24 en 25 en uit de Openbaring aan Johannes. De meeste gelijkenissen over het Koninkrijk der Hemelen staan in het evangelie van Mattheüs, namelijk in Mattheüs 13, 18:23, 20:1, 22:2 en 25:1.
Deze gelijkenissen vormen als het ware een geheel. De eerste gelijkenis staat in de context van de afwijzing van de Messias door Israël en daarmee ook van de afwijzing van Israël door de Messias. De laatste gelijkenis staat juist in de context van het einde van de tijd. Daar gaat het over de houding van de volken tegenover Israël in de eindtijd. Paulus gaat dieper op dit onderwerp in in Romeinen 9 tot en met 11.
Over deze eindtijd wordt ook gesproken in het boek Daniël, in de evangeliën van Mattheüs, Marcus en Lukas en in de Openbaring aan Johannes. Wat Jezus hierover leert, vinden we onder andere in Mattheüs 24 en 25.
Jezus heeft gezegd dat de Joden pas inzicht zouden krijgen in het Koninkrijk der Hemelen nadat zij zich hadden bekeerd. Daarom stelde Paulus het Koninkrijk van God aan de Joodse leiders voor in combinatie met onderwijs over Jezus Christus. Daarmee wilde hij hen tot bekering brengen.
Later in de brief aan de Romeinen komen de positie van Israël in het heden en in de toekomst, en de noodzaak van persoonlijke bekering voor iedere Jood, nog wel aan bod. Het Koninkrijk van God wordt daar echter niet verder uitgewerkt. Wel behandelt Paulus een ander onderwerp dat er duidelijk mee verbonden is: het evangelie van Paulus.
Samenvatting
- Paulus’ prediking aan de Joodse leiders ging over het Koninkrijk van God en de Here Jezus Christus.
- Hij legde uit wat Jezus en Johannes de Doper bedoelden met hun oproep tot bekering en de komst van het Koninkrijk.
- Omdat Israël zich niet bekeerde, is de komst van het Koninkrijk op aarde uitgesteld tot de wederkomst van de Messias.
- Volgens de tekst is aan Paulus geopenbaard dat het Koninkrijk nu verborgen in de hemel bestaat als een geestelijk Koninkrijk, samen met de verborgen Koning, Christus.
- Het Koninkrijk zal pas zichtbaar op aarde verschijnen wanneer het volle aantal heidenen is binnengegaan en de Koning terugkomt.
- Kennis over het Koninkrijk komt vooral uit Jezus’ gelijkenissen, zijn onderwijs over de eindtijd en de Openbaring aan Johannes.
- Paulus verbond zijn onderwijs over het Koninkrijk met de boodschap van Jezus Christus om zijn toehoorders tot bekering te brengen.