2.11 Gerechtigheid en toorn van God

In het gedeelte dat nu begint bij Romeinen 1:18 en doorloopt via Romeinen 2 tot en met Romeinen 3:20, spreekt Paulus over het oordeel. Volgens hem is dat oordeel een noodzakelijk gevolg van Gods gerechtigheid.

Tegenover de gerechtigheid van God uit vers 17 staat in vers 18 de toorn van God.

Volgens deze uitleg komt de gerechtigheid van God over datgene wat Christus doet, namelijk geloof. De toorn van God komt over datgene wat Satan doet, namelijk ongeloof. Gods gerechtigheid wordt op aarde zichtbaar doordat mensen in Christus geloven. Christus heeft door zijn gehoorzaamheid aan God bereikt dat gelovigen voor God gerechtvaardigd kunnen worden (vs. 17).

De toorn van God wordt op aarde zichtbaar doordat goddeloze mensen worden overgegeven aan een verwerpelijke manier van denken (vs. 28). Volgens Paulus gebeurt dat omdat zij Gods waarheid hebben vervangen door de leugen. Daarmee wordt verwezen naar de leugen uit het paradijs van de vader van de leugen, zoals Jezus hem noemt in Johannes 8:44. Die leugen hield in dat de mens door het eten van de vrucht van de boom in het midden van de hof als God zou worden en kennis zou hebben van goed en kwaad.

Deze goddeloze mensen vereren en dienen het geschapene boven de Schepper (vs. 25). Tegelijk worden zij volgens Paulus voortdurend op allerlei manieren in de gelegenheid gesteld om God te kennen, dat wil zeggen om tot geloof te komen (zie ook vs. 17). Toch kunnen zij Gods uitgestoken hand niet aannemen, omdat zij de waarheid onderdrukken door ongerechtigheid (vs. 18).

In Romeinen 1:17 eindigt Paulus met de woorden: “de rechtvaardige zal uit geloof leven”. In Romeinen 5:1 schrijft hij: “Wij dan gerechtvaardigd uit het geloof”. Volgens deze uitleg bedoelt Paulus in beide gevallen het geloof van Christus.

Deze rechtvaardiging is een uitdrukking van Gods gerechtigheid, die geopenbaard wordt in het evangelie over zijn Zoon, Christus. In gelovigen wordt Gods gerechtigheid op aarde zichtbaar. Daartegenover wordt Gods toorn zichtbaar in ongelovigen en ook in mensen die wel denken dat zij gelovig zijn, maar niet willen accepteren dat er bij God alleen geloof bestaat door het geloof van Christus en het geloof in Christus dat daaruit voortkomt.

Met deze laatste groep worden volgens de schrijver de Joden bedoeld. Zij geloven wel in God, maar verwerpen volgens deze uitleg de enige weg tot God: Christus. Zij beschikken over de woorden van God en zouden daarin het evangelie kunnen ontdekken, maar beroepen zich volgens Paulus ten onrechte op de wet, de besnijdenis en hun afstamming van Abraham.

Samenvatting

  • Romeinen 1:18 tot 3:20 behandelt het oordeel als gevolg van Gods gerechtigheid.
  • Tegenover Gods gerechtigheid staat Gods toorn.
  • Gods gerechtigheid wordt zichtbaar in mensen die door geloof Christus aannemen.
  • Gods toorn wordt zichtbaar in mensen die Gods waarheid vervangen door de leugen en het geschapene boven de Schepper vereren.
  • Volgens Paulus krijgen mensen de mogelijkheid om God te kennen, maar sommigen onderdrukken de waarheid door ongerechtigheid.
  • Rechtvaardiging wordt volgens deze uitleg geopenbaard in het evangelie over Christus en is verbonden met het geloof van Christus.
  • De schrijver stelt dat sommige Joden wel in God geloven, maar Christus als enige weg tot God verwerpen en daarom vertrouwen op de wet, de besnijdenis en hun afstamming van Abraham.