Uit 1 Korinthiërs 9:20-21 kun je goed begrijpen waarom Paulus door God werd uitgekozen voor zijn bijzondere taak. Paulus was namelijk een uitstekende schriftgeleerde. Daardoor kon hij met Joden die nog onder de wet leefden op het hoogste niveau praten. Hij kon hun vragen beantwoorden, hun bezwaren uitleggen en hen zo mogelijk overtuigen. Een voorbeeld hiervan zie je in Handelingen 28:23 en verder, waar Paulus uitgebreid met Joden spreekt over Jezus.
Maar Paulus kon niet alleen met Joden praten. Door zijn brede opleiding en kennis kon hij ook met heidenen – mensen die niet volgens de Joodse wet leefden – op een hoog niveau spreken. Hij begreep hun manier van denken, hun cultuur en hun vragen. Daardoor kon hij ook hen zo mogelijk overtuigen van het evangelie.
Zelfs Petrus, één van de belangrijkste apostelen, verwijst naar Paulus wanneer hij iets niet helemaal begrijpt (2 Petrus 3:15). Dat laat zien hoe groot Paulus’ inzicht was. Daarnaast had Paulus een bijzondere gave: hij kon heel slim gebruikmaken van verschillen in overtuigingen tussen zijn tegenstanders. Een duidelijk voorbeeld hiervan staat in Handelingen 23:1-11, waar hij de verdeeldheid tussen Farizeeën en Sadduceeën gebruikt om zichzelf te beschermen.
Door zijn talenten, zijn opleiding en zijn inzicht was Paulus precies geschikt om een krachtig instrument in Gods handen te zijn. Vooral voor het werk onder de heidenen was hij ideaal. Hij speelde een grote rol in het veranderen van wat eerst een kleine Joodse groep was — de eerste christenen — tot een geloof dat zich over de hele wereld verspreidde.
In zijn brieven legt Paulus uit wat het werk van Christus betekent. Samen met zijn prediking heeft dat het geloof naar de heidenwereld gebracht. Zijn brieven zijn later zelfs een bron geweest voor grote veranderingen in de kerk. Zo is één van zijn teksten gebruikt als basis voor de Hervorming.
Het werkterrein van Paulus was duidelijk anders dan dat van Petrus en de andere apostelen. Dit werd ook officieel erkend tijdens het apostelconvent (Galaten 2:9). Uit de evangeliën blijkt dat Jezus tijdens Zijn leven op aarde vooral naar Zijn eigen volk kwam. Hij richtte zich bijna helemaal op Israël, om de “verloren schapen van het huis Israëls” te verzamelen.
Na Jezus’ hemelvaart verkondigden Zijn discipelen dezelfde boodschap als Johannes de Doper: “Bekeert u, want het Koninkrijk der Hemelen is nabij gekomen.” En: “Laat ieder zich dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van zonden.”
De apostelen preekten aan Israël dat Jezus zou terugkomen op aarde en dat Zijn koninklijke heerlijkheid dan zichtbaar zou worden. Het werk buiten Israël werd aan anderen gegeven: Paulus en zijn metgezellen. Paulus verkondigde dat Christus zou komen, maar dat de gelovigen dan in Zijn hemelse heerlijkheid geopenbaard zouden worden.
Samenvatting
- Paulus werd geroepen omdat hij zowel Joden als heidenen op hoog niveau kon aanspreken (1 Korinthiërs 9:20-21).
- Hij kon Joden overtuigen door zijn kennis van de wet (Handelingen 28:23 e.v.).
- Hij kon heidenen overtuigen door zijn brede geleerdheid.
- Petrus erkende Paulus’ wijsheid (2 Petrus 3:15).
- Paulus kon slim gebruikmaken van verschillen tussen zijn tegenstanders (Handelingen 23:1-11).
- Door zijn gaven was Paulus een perfect instrument om het evangelie naar de heidenwereld te brengen.
- Zijn brieven en prediking hebben het christelijk geloof wereldwijd verspreid en zelfs hervormingen in de kerk beïnvloed.
- Petrus en de andere apostelen erkenden dat Paulus een ander werkterrein had (Galaten 2:9).
- Jezus richtte zich tijdens Zijn leven vooral op Israël.
- Na de hemelvaart verkondigden de apostelen dezelfde boodschap als Johannes de Doper.
- Het werk onder de heidenen werd aan Paulus gegeven.
- Paulus preekte de komst van Christus, waarbij gelovigen in Zijn hemelse heerlijkheid geopenbaard zullen worden.