Ik begin met de eerste woorden uit het Bijbelboek Handelingen, in Handelingen 1:1. Daar staat dat Lucas zijn “eerste boek” heeft geschreven voor iemand die hij Theofilus noemt. In dat eerste boek, het evangelie van Lucas, beschrijft hij wat Jezus begon te doen en te leren, tot de dag waarop Jezus werd opgenomen in de hemel. Dat gebeurde nadat Hij door de Heilige Geest opdrachten had gegeven aan de apostelen die Hij had uitgekozen. Daarna, na Zijn lijden en dood, heeft Jezus zich veertig dagen lang levend laten zien met duidelijke bewijzen dat Hij echt was opgestaan. Hij sprak in die periode met hen over het koninkrijk van God.
Als je dat leest, merk je meteen dat dit onderwerp – het koninkrijk van God – niet alleen het begin vormt van Handelingen, maar ook het einde. In Handelingen 28 legt Paulus het koninkrijk van God uit aan de Joodse leiders in Rome. En in het laatste vers van het boek staat dat hij het koninkrijk van God predikte en onderwijs gaf over de Heer Jezus Christus, vrijmoedig en zonder tegengehouden te worden. Daarmee wordt duidelijk dat het hele boek Handelingen draait om het koninkrijk van God: Jezus sprak erover, de apostelen ontvingen er onderwijs over, en later verkondigden zij het zelf. Aan het einde van het boek zegt Paulus dat het koninkrijk van God – en daarmee de redding – al lang naar de heidenen is gegaan. Hij kondigt niet aan dat het vanaf dat moment zal gebeuren, maar dat het al gebeurd ís. Dat is precies waar Handelingen over gaat.
Handelingen is het laatste historische boek van het Nieuwe Testament. Vaak wordt gezegd dat er vijf historische boeken zijn, maar eigenlijk vind je in bijna alle nieuwtestamentische boeken wel geschiedenis. Toch is het duidelijk dat de eerste vijf boeken vooral gebeurtenissen beschrijven. De vier evangeliën zijn vier verschillende verslagen van het leven van Jezus – vier “biografieën”, als je het zo wilt noemen – tot aan Zijn opstanding. Daarna gaat de geschiedenis verder in één boek: Handelingen. Dat past mooi bij een patroon dat je vaker in de Bijbel ziet: het getal vier hoort bij het aardse, het tijdelijke, het zichtbare. Maar na vier komt vijf, het getal dat in de Bijbel vaak verwijst naar het blijvende, het geestelijke, het verborgen. Zo heb je vier verslagen van Jezus’ leven op aarde, en daarna één boek dat vertelt wat Hij doet ná Zijn opstanding: Handelingen, het “vijfde”.
Het boek Handelingen heeft verschillende bijnamen gekregen. Vaak staat erboven: “Handelingen der apostelen”. Maar eigenlijk gaat het vooral over twee apostelen: eerst Petrus (ongeveer de eerste twaalf hoofdstukken), en daarna Paulus. Je zou het dus ook “De handelingen van Petrus en Paulus” kunnen noemen. Anderen noemen het “De handelingen van de Heilige Geest”, omdat het laat zien wat de Geest doet. Zelf vind ik “De handelingen van Jezus Christus” het mooist, omdat het boek laat zien wat Jezus doet sinds Zijn opstanding. Hij bouwt Zijn gemeente, precies zoals Hij zei: “Op deze Petra zal Ik Mijn gemeente bouwen.” Hij doet dat niet zichtbaar op aarde, maar terwijl Hij Zijn aangezicht verbergt. Hij werkt niet door zichtbaar rond te lopen, maar door Zijn Geest in gelovigen. Hij verzamelt mensen uit de wereld, plaatst hen buiten het oude systeem, en zelfs – zoals Efeze 1 en 2 zeggen – in de hemel.
Hoewel Handelingen geen leerboek is zoals de brieven van Paulus, heeft het wel leerstellige waarde. Paulus zegt immers dat alle Schrift nuttig is tot onderwijzing. Ook historische boeken onderwijzen ons, omdat ze laten zien hoe Gods werk eruitziet in de praktijk. Geschiedenis is altijd de uitwerking van wat er in mensen leeft. Zo is Handelingen de uitwerking van de leer die in de brieven wordt uitgelegd. Wie vraagt: “Hoe werkt het dan in het echte leven?” vindt het antwoord in Handelingen. Het laat zien hoe gelovigen leven vanuit wat God in hun hart plant. Niet omdat ze onder een wet leven, maar omdat Gods woord in hun hart geplant wordt, zoals Jacobus zegt. Wat in het hart zit, komt naar buiten – in woorden, daden en keuzes.
Daarom is het zo belangrijk dat het hart gevuld wordt met Gods woord. Veel christenen zijn vooral bezig met regels: “Je moet dit, je moet dat.” Maar dat laat het hart leeg. Als het hart gevuld is met Gods woord, komt het vanzelf naar buiten. Petrus en Johannes zeiden: “Wij kunnen niet anders.” Jezus zei: “Waar het hart vol van is, loopt de mond van over.” Dat zie je in Handelingen: de handelingen van de apostelen zijn eigenlijk de handelingen van Christus in hen.
Handelingen laat ook zien dat de geschiedenis van Jezus op aarde eindigt met Zijn kruisiging – iets wat op het eerste gezicht lijkt alsof het verkeerd afloopt. Maar zoals Jezus zelf zei: “Moest de Christus niet deze dingen lijden en zo Zijn heerlijkheid ingaan?” Zijn opstanding is het begin van iets nieuws. Toch verschijnt Hij na Zijn opstanding niet meer openbaar aan het volk. Hij laat zich alleen zien aan Zijn discipelen, veertig dagen lang. Daarna gaat Hij naar de hemel, en vanaf dat moment werkt Hij verborgen. Dat past bij wat het Oude Testament al zei: dat God Zijn aangezicht zou verbergen voor Israël. Niet omdat Hij niet kán verschijnen, maar omdat mensen Hem niet willen kennen of danken. Romeinen 1 zegt dat God hen daarom heeft losgelaten.
In de evangeliën zie je dat Jezus zich soms letterlijk verbergt voor de mensen. Ze wilden Hem koning maken – maar dan zou Hij een koning onder de wet zijn, en dat was niet Gods bedoeling. De Messias zou verlossing brengen, niet een eeuwige voortzetting van het oude systeem. Daarom verbergt Hij zich. Zijn opstanding is bewezen – Hij verscheen aan velen, zelfs aan vijfhonderd tegelijk – maar toch geloven mensen het niet. En Hij blijft niet bezig om het te bewijzen. Hij werkt verborgen, maar wel echt. Hij verschijnt soms nog aan Petrus of Paulus, maar dat is niet meer het belangrijkste. Het belangrijkste is dat Hij leeft en werkt door Zijn Geest.
Als gelovigen dat werkelijk zouden beseffen, zouden ze anders leven: met meer respect voor God, voor Zijn woord, en voor elkaar. Handelingen laat zien hoe de levende Christus werkt door gewone mensen. Het is geschiedenis, maar ook profetie. In de Bijbel is geschiedenis nooit zomaar geschiedenis. Het beeld van Daniël, de verhalen van Jozef, de genezingen van Jezus – ze zijn allemaal profetische uitbeeldingen van wat God doet in de wereld en in de gemeente. Zo is Handelingen ook een uitbeelding van hoe God werkt in onze tijd.
Een voorbeeld: in Handelingen 1 wordt de plaats van Judas ingenomen door Matthias. Dat is niet zomaar een organisatorische beslissing. Judas is een beeld van het Joodse volk dat Jezus afwees. Zijn plaats wordt ingenomen door iemand anders – een beeld van de gemeente, die nu de verantwoordelijkheid heeft om Gods woord te bewaren en door te geven. Israël had die taak, maar omdat het volk niet geloofde, is het priesterlijke ambt aan de gemeente gegeven. Paulus legt dat uit in Romeinen 9–11. Handelingen laat het zien in de praktijk.
Het boek eindigt met Paulus, een Romein, in Rome. Dat is geen toeval. Het laat zien dat het evangelie naar de heidenen is gegaan. De geschiedenis begint in Jeruzalem en eindigt in Rome – een duidelijke uitbeelding van de overgang van Israël naar de volken.
Lucas, de schrijver van Handelingen, was waarschijnlijk een heiden. Hij schreef zorgvuldig, onderzocht alles, en verbond zijn evangelie rechtstreeks met Handelingen. In beide boeken richt hij zich aan “Theofilus”, wat “vriend van God” betekent. Dat is geen specifieke persoon, maar een naam voor iedereen die God liefheeft.
In Handelingen 1:3 staat dat Jezus zich levend vertoonde met “vele gewisse kentekenen”. Dat zijn herkenbare tekenen – zoals littekens. Jezus droeg na Zijn opstanding nog steeds de littekens van Zijn kruisiging. Waarschijnlijk zal Hij die ook in de toekomst nog hebben, want in Zacharia 12 vragen de Israëlieten: “Wat zijn die littekens aan Uw handen?” Ook wij zullen in de toekomst herkenbaar zijn. Onze levens, onze ervaringen, onze littekens – geestelijk en misschien zelfs letterlijk – zullen niet verdwijnen. Ze zullen juist laten zien hoe God ons geleid heeft.
Handelingen laat zien hoe Jezus werkt door Zijn Geest, door gewone mensen, in een wereld waar Hij niet zichtbaar aanwezig is. Het is de voortzetting van Zijn werk na Zijn opstanding. Het is geschiedenis, maar ook uitbeelding, onderwijs en profetie. Het laat zien hoe het evangelie – de boodschap van leven uit de dood – de wereld ingaat.
Samenvatting
- Handelingen begint en eindigt met het koninkrijk van God; dat is het hoofdthema van het hele boek.
- Het boek laat zien wat Jezus doet ná Zijn opstanding: Hij werkt verborgen, door de Heilige Geest, in gelovigen.
- De vier evangeliën beschrijven Jezus’ leven op aarde; Handelingen is het “vijfde” boek dat Zijn werk na de opstanding laat zien.
- Handelingen gaat vooral over Petrus (eerste deel) en Paulus (tweede deel).
- Het boek is geschiedenis, maar ook profetisch: het beeldt uit hoe God werkt in onze tijd.
- Judas staat symbool voor Israël dat Jezus afwees; Matthias staat voor de gemeente die nu Gods woord bewaart.
- Het evangelie gaat naar de heidenen; daarom eindigt Handelingen in Rome.
- Jezus’ opstanding is bewezen; de apostelen zijn getuigen van Zijn leven.
- Gelovigen leven niet onder regels, maar vanuit wat God in hun hart plant.
- Alles in Handelingen laat zien hoe de levende Christus werkt door gewone mensen.