1.1 Wie en wat was Paulus?

Voordat we naar de inhoud van Paulus’ brieven kijken, is het handig eerst stil te staan bij wie Paulus eigenlijk was. In het Nieuwe Testament staan namelijk veel brieven, en Paulus heeft er een groot aantal geschreven. Als je begrijpt wie hij was en waar hij vandaan kwam, snap je zijn brieven veel beter.

Paulus kwam uit een familie die oorspronkelijk woonde in Gisjala, een klein dorpje in Galilea. Zijn familie hoorde bij de Stam Benjamin, één van de twaalf stammen van Israël. De ouders van Paulus zijn waarschijnlijk rond 4 v.Chr., tijdens de oorlog van Varus, als slaven meegenomen naar Tarsus, de stad waar Paulus later geboren werd. Dat betekent dat zijn familie nog maar kort buiten Israël woonde.

De vader van Paulus werd uiteindelijk door zijn meester vrijgelaten. Als vrijgelatene kreeg hij het Romeinse burgerrecht. Daardoor had Paulus zelf ook dat burgerrecht. Hij had een Hebreeuwse naam, Saul, maar ook een Romeinse naam: Paulus, wat “kleine” betekent.

Paulus groeide in Tarsus op in een streng Joodse omgeving. Zijn vader was een Farizeeër (Handelingen 26:5), een groep Joden die heel precies leefde volgens de wet van God. In Tarsus stond een soort universiteit, en Paulus heeft daar waarschijnlijk gestudeerd. Dat kan zijn geweest kort na zijn bekering, maar het kan ook zijn dat hij daar studeerde voordat hij naar Jeruzalem ging om opgeleid te worden tot schriftgeleerde.

Dat Paulus een geleerde man was, blijkt uit zijn kennis van Griekse wijsbegeerte, Griekse literatuur en het leven in grote Griekse steden (Handelingen 17 en 18). In zijn brieven citeert hij zelfs Griekse schrijvers, zoals Epimenides (Titus 1:12) en Menander (1 Korinthiërs 15:33). Toen Paulus nog jong was, vertrok hij uit Tarsus naar Jeruzalem, waar hij les kreeg van de Farizeeën. Vooral Gamaliel was belangrijk: Paulus zat “aan zijn voeten”, wat betekende dat hij één van zijn beste leerlingen was.

Zoals gebruikelijk was bij rabbijnen (rabbijn betekent “leraar van de Schrift”), leerde Paulus ook een praktisch beroep: hij werd tentenmaker. Tegelijk werd hij een groot schriftgeleerde en kreeg hij al snel een belangrijke positie in Jeruzalem (Galaten 1:14). Paulus wist zelf heel goed dat hij snel vooruitging en veel invloed kreeg.

Zijn grote kennis van de Joodse Schriften zie je duidelijk terug in zijn brieven. Daarin laat hij ook zien dat hij veel inzicht heeft in hoe mensen denken en handelen. In Handelingen 26:24 kun je lezen dat Festus, een Romeinse bestuurder, Paulus zag als een geleerde man en niet als een verward lid van een vreemde Joodse groep.

Bij de steniging van Stefanus had Paulus al een officiële functie, zelfs al was hij nog jong. Op dat moment was hij een fanatieke tegenstander van de christenen. Hij haatte de nieuwe beweging zo erg dat hij toestemming vroeg aan de hogepriester om zelf naar Damascus te gaan en daar gelovigen te vervolgen.

Samenvatting

  • Paulus kwam uit een Joodse familie uit Gisjala, van de Stam Benjamin.
  • Zijn ouders werden als slaven naar Tarsus gebracht, waar Paulus werd geboren.
  • Zijn vader werd vrijgelaten en kreeg het Romeinse burgerrecht; Paulus kreeg dat daardoor ook.
  • Paulus groeide streng Joods op, zijn vader was Farizeeër.
  • Hij studeerde waarschijnlijk in Tarsus en later in Jeruzalem bij Gamaliël.
  • Paulus kende de Griekse cultuur goed en citeerde Griekse schrijvers in zijn brieven.
  • Hij werd tentenmaker en een invloedrijke schriftgeleerde.
  • Festus zag hem als een geleerde, niet als een extremist.
  • In zijn jonge jaren was Paulus een fanatieke christenhater en wilde hij gelovigen in Damascus vervolgen.