1 juni
We lezen vandaag: Genesis 1:1-1:2
Genesis 1:1-1:2
In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de Geest van God zweefde boven het water.
Gezag
Het onderwerp van deze maand is gezag. In de Bijbel gaat gezag altijd samen met gehoorzaamheid. God heeft gezag en wij mogen Hem gehoorzamen. Waarom? Omdat Hij alles gemaakt heeft. Wie iets maakt, heeft er ook zeggenschap over.
In Genesis 1 lezen we dat God alles schiep. Hij sprak en het gebeurde. Dat is pas echt gezag! Toen daarna één van de schepselen (satan) tegen God opstond, werd de aarde woest en leeg (Genesis 1:2). Er ontstond een grote chaos. God ging vervolgens aan het werk om alles te herstellen. Toen God zei: “Er zij licht”, kwam er licht. Dat laat zien hoe groot Zijn macht is. God sprak en het was er. Dat is een duidelijk voorbeeld van gezag.
Niemand op aarde kan door alleen te spreken, iets laten ontstaan. Alleen God kan dat. Er is echter één uitzondering, namelijk Jezus. Toen Jezus op aarde was en tegen een dode jongen zei: “Sta op!”, stond de jongen op (Lukas 7:14). En bij het dochtertje van Jaïrus gebeurde hetzelfde (Lukas 8:41-56).
Gezag is niet iets slechts. Het is normaal in de hemel en op aarde. In het laatste Bijbelboek, Openbaring, zie je dat ook. Wie onder gezag staat, moet gehoorzamen. God belooft dat wie Hem gehoorzaamt, gezegend zal worden. Dat maakt je leven beter.
Soms vinden we gehoorzaamheid moeilijk. Maar bedenk: God is niet streng om ons klein te houden. Hij wil ons beschermen en leiden. Hij weet wat goed voor ons is. Als wij luisteren, ervaren we vrede en zegen.
God spreekt en het gebeurt. Dat is pas echt gezag!
2 juni
We lezen vandaag: Genesis 1:28
Genesis 1:28
En God zegende hen en God zei tegen hen: Wees vruchtbaar, word talrijk, vervul de aarde en onderwerp haar, en heers over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht en over al de dieren die over de aarde kruipen!
Adam en Eva
God gaf de mens een bijzondere taak: zorg voor de aarde en heers over de dieren. Dat laat zien dat God gezag heeft over de mens, en dat Hij wil dat wij Hem gehoorzamen. Hij plaatste Adam en Eva in een prachtige hof. Niet een klein tuintje, maar een groot landgoed met een omheining. Daar mochten ze voor God alles beheren.
God gaf één duidelijke regel: eet van alle bomen, zelfs van de boom van het leven, maar niet van de boom van kennis van goed en kwaad. Als ze dat toch deden, zouden ze sterven. Gehoorzaamheid was dus heel belangrijk.
Maar er was een probleem. In Genesis 3 lezen we dat de slang, het slimste dier, de woorden van God in twijfel trok. Hij zei tegen Eva: “Is het echt zo dat God gezegd heeft: U mag niet eten van alle bomen in de hof?” Zo probeerde de slang Adam en Eva tot ongehoorzaamheid te brengen. Helaas luisterde Eva (en daarna ook Adam) naar de slang en zij aten van de verboden boom. Daardoor kwam de dood in de wereld. Dit was niet zomaar een fout, het ging hier om de strijd tussen God en satan. In Openbaring wordt satan “de oude slang” genoemd. Als mensen hem volgen, komen ze onder zijn macht.
Maar er is goed nieuws! Jezus kwam om ons vrij te maken van die macht. Wie in Hem gelooft, hoort niet meer bij satan, maar bij God. En in de toekomst mogen gelovigen samen met Jezus Christus regeren over wat Hij ons geeft. Dat is een geweldige belofte!
Gods regels zijn er om ons te beschermen, niet om ons te beperken.
3 juni
We lezen vandaag: Romeinen 6:18
Romeinen 6:18
En, vrijgemaakt van de zonde, bent u dienstbaar gemaakt aan de gerechtigheid.
Kaïn en Abel
Adam en Eva kregen twee zonen: Kaïn en Abel. Kaïn was de oudste en werkte op het land. Abel was schaapherder. Op een dag brachten ze allebei een offer aan God. Het leek alsof ze allebei God wilden eren, maar er was een verschil: Abel bracht een offer uit geloof, Kaïn niet.
God accepteerde het offer van Abel, maar niet dat van Kaïn. Kaïn werd boos en jaloers. Hij wilde niet luisteren naar God. God waarschuwde hem: “Is het niet zo dat u, als u het goede doet, uw hoofd kunt opheffen? Maar als u niet het goede doet, ligt de zonde aan de deur. Naar u gaat zijn begeerte uit, maar ú moet over hem heersen.”(Genesis 4:7) Maar Kaïn luisterde niet.
In plaats van gehoorzaam te zijn, koos Kaïn voor wraak. Hij doodde zijn broer Abel. Daardoor moest Kaïn weg van zijn familie en werd hij een zwerver. Genesis zegt dat hij “verborgen voor God” zou zijn. Dat laat zien hoe ongehoorzaamheid ons van God scheidt.
Eigenlijk is ook dit weer een voorbeeld van de strijd tussen God en satan. Satan wil dat mensen ongehoorzaam zijn. In Openbaring wordt hij “de oude slang” genoemd. Als we naar hem luisteren, komen we onder zijn macht. Maar er is goed nieuws: Jezus kwam om ons vrij te maken van die macht. Romeinen 6:18 zegt dat we zijn vrijgemaakt van de zonde en God mogen dienen.
Door Jezus kunnen wij weer dichtbij God komen. Hij opent de weg terug. Als wij Hem aannemen, mogen we leven in vrijheid en gehoorzaamheid.
Jaloezie maakt kapot. Liefde bouwt op.
4 juni
We lezen vandaag: Genesis 5:24
Genesis 5:24
Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God nam hem weg.
Henoch en Noach
In Genesis staat dat Henoch met God wandelde en dat God hem wegnam. Henoch had zo’n sterke band met God dat hij niet eens stierf. Zijn naam betekent “toegewijd” of “leraar”. In Hebreeën 11:5 lees je dat Henoch God blij maakte door zijn geloof. “… Vóór zijn wegneming kreeg hij namelijk het getuigenis dat hij God behaagde.”
Henoch vertrouwde God helemaal. Geloof en vertrouwen horen bij elkaar: als je gelooft, vertrouw je. Dus als God zegt: “Ik geef jou eeuwig leven”, dan is dat zo.
Henoch geloofde ook dat God rechtvaardig zou oordelen over mensen die kwaad doen. Dat lees je in Judas 1:14-1:15. Henoch wist dat God altijd doet wat Hij zegt.
En dan Noach. Die naam ken je vast wel, van de ark. Hij vond genade bij God omdat hij geloofde. Hij bouwde die enorme boot en werd gered (Genesis 6:8). Zijn naam betekent “rust”. In het Hebreeuws lijkt het woord voor genade op zijn naam. Een mooie beeldende naam dus. Dat zien we vaker in de Bijbel.
Noach kreeg leven uit genade, niet omdat hij perfect was, maar omdat hij vertrouwde op God. Dat gaf hem rust, zelfs terwijl hij 120 jaar lang aan die ark moest bouwen! Hij bleef geloven, ook toen iedereen hem uitlachte.
God vraagt van ons hetzelfde: vertrouw op God, ook als het onmogelijk lijkt. Ons leven is kort, maar Hij belooft eeuwig leven. Hij weet wat goed voor ons is. Henoch en Noach laten zien: geloof is niet alleen denken, maar doen. Wandelen met God is een keuze, elke dag.
Geloof is niet stilstaan, maar in vertrouwen wandelen met God.
5 juni
We lezen vandaag: Genesis 15:6
Genesis 15:6
En hij geloofde in de HEERE, en Die rekende hem dat tot gerechtigheid.
Abraham
Vandaag kijken we naar Abraham. Abraham geloofde niet alleen, hij deed ook wat God vroeg. Dat is gehoorzaamheid.
God beloofde Abraham en Sarah kinderen, terwijl ze geen kinderen konden krijgen. Toch geloofde Abraham dat God machtiger is dan hijzelf. Toen God hem zei zijn land te verlaten, ging hij. Toen God hem vroeg Izak te offeren, vertrouwde hij erop dat God zelfs zijn zoon uit de dood kon opwekken (Hebreeën 11:18). Onderweg zei Abraham tegen Izak dat God zelf voor een offerlam zou zorgen. (Genesis 22:8) En dat deed Hij.
Dit verhaal wijst vooruit naar Jezus. Geloof begint met luisteren, dan gehoorzamen en uiteindelijk leven vanuit dat geloof. Dat is echte gehoorzaamheid.
Abraham was trouwens een gewoon mens, net als wij. Hij was soms bang. Bij koning Abimelech zei hij dat Sarah zijn zus was, omdat hij bang was gedood te worden (Genesis 20). Toch bleef God trouw aan Zijn belofte. Sarah kreeg een kind, precies zoals God had gezegd.
God zegt in Genesis 26:5 dat Abraham Hem gehoorzaam was. Dat leert ons iets: gehoorzaamheid volgens God is vaak anders dan wij denken. Als wij Hem willen volgen, moeten we leren uit Zijn Woord wat echte gehoorzaamheid is. Spreuken 3:5-3:6 zegt: “Vertrouw op de HEERE met heel je hart, en steun op je eigen inzicht niet. Ken Hem in al je wegen, dan zal Híj je paden rechtmaken.”
Leer gehoorzaamheid uit Gods Woord door regelmatig in de Bijbel te lezen. Dit dagboek is natuurlijk al een goede start.
Onthoud de regel uit Spreuken 3: “Vertrouw op de HEERE met heel je hart”.
Echt geloof is durven doen wat God zegt, zelfs als het onmogelijk lijkt.
6 juni
We lezen vandaag: Hebreeën 7:7
Hebreeën 7:7
Nu is het ontegenzeglijk zo dat wat minder is, gezegend wordt door wat meer is.
Zegen
Wat betekent zegenen eigenlijk? In de Bijbel heeft het twee betekenissen: iets goeds meegeven én iemand eren. In Genesis 14:20 wordt “Gezegend zij God” in een andere vertaling “Geprezen zij God” genoemd. Dus zegenen gaat ook over God grootmaken.
Gods zegen laat zien dat Hij gezag heeft. Hij kan waarmaken wat Hij belooft. In Genesis 1:28 zegent God Adam met vruchtbaarheid en heerschappij over de aarde. Maar dat werkt alleen als Adam gehoorzaam is. God is de Allerhoogste. Hij kan dit laten gebeuren. Later zegent God ook Noach, Abraham, Izak en Jakob (Genesis 9:1; 12:1-12:3; 15:5; 22:17; 26:24; 35:11, 12).
Izak zegent Jakob met de woorden: “Volken zullen je dienen, naties zullen zich voor je buigen.” (Genesis 27:29) Maar die zegening komt van God. Hij bepaalt wie gezegend wordt. Jakob krijgt de zegen, niet Ezau, omdat God dat zo had bepaald (Genesis 25:23). Uiteindelijk zegent ook Jakob zijn zonen (Genesis 48-49).
De Bijbel zegt in Romeinen 12:14: “Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt niet.” Wij mogen elkaar zegenen, maar alleen met wat we van God hebben ontvangen. We zijn een kanaal van Zijn liefde.
Omdat wij als gelovigen allemaal gezegend zijn in Christus, worden wij opgeroepen elkaar te zegenen. “Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus (Efeze 1:3). Daarom kunnen we elkaar zegenen en Christus zorgt dat die zegen werkelijkheid wordt (Mattheüs 28:18).
Wie vertrouwt op God, wordt zelf een bron van zegen
7 juni
We lezen vandaag: Hebreeën 11:23
Hebreeën 11:23
Door het geloof werd Mozes, toen hij geboren was, drie maanden lang van zijn ouders verborgen, overmits zij zagen, dat het kindeken schoon was; en zij vreesden het gebod des konings niet.
Mozes
Mozes werd geboren in een moeilijke tijd. Het volk Israël leefde als slaven in Egypte en de farao had een wrede regel: alle pasgeboren jongetjes moesten gedood worden. Maar de ouders van Mozes vertrouwden op God. Ze waren ongehoorzaam aan de farao, maar gehoorzaam aan God, want Hij geeft leven en had beloofd Israël tot een groot volk te maken. Handelingen 5:29 zegt: “Men moet aan God meer gehoorzaam zijn dan aan mensen.”
Toen ze hem niet langer konden verbergen, legden ze Mozes in een mandje (in de Bijbel staat zelfs “ark”, net als bij Noach) en zetten het in de rivier. De dochter van de farao vond hem en besloot hem te redden. En grappig genoeg: Mozes’ eigen moeder mocht hem verzorgen én kreeg er ook nog voor betaald! Zo groeide Mozes op in geloof. Later gebruikte God hem om Israël uit Egypte te bevrijden.
Samengevat: God gebruikte zelfs de vijand, de farao en zijn dochter, om Mozes in leven te houden. De farao dacht dat hij alles onder controle had, maar in werkelijkheid had God de touwtjes in handen. Hij heeft het gezag.
Dit verhaal wijst naar Jezus. Ook Hij kwam in een vijandige wereld, werd verworpen, maar bracht bevrijding. Mozes leidde Israël uit Egypte; Jezus Christus haalt ons uit de slavernij van zonde en geeft ons een plek in de hemel (Efeze 2:6).
Je bent nooit te klein voor het grote plan van God.
8 juni
We lezen vandaag: Exodus 2:11-2:25
Exodus 3:4
Toen de HEERE zag dat hij ging kijken, riep God tot hem uit het midden van de doornstruik en zei: Mozes, Mozes! Hij zei: Zie, hier ben ik!
Mozes had een groot probleem: hij had een Egyptenaar gedood en moest vluchten. Hij kwam terecht in Midian, waar hij als herder schapen hoedde. Op een dag bracht hij zijn kudde naar de berg Horeb (ook wel Sinaï genoemd). Daar gebeurde iets bijzonders: hij zag een struik die in brand stond, maar niet verbrandde. Dat was zo vreemd dat Mozes dichterbij ging kijken. En juist daar sprak God tot hem. God zei dat de plek waar Mozes stond heilig was. Heilig betekent: apart gezet voor God, speciaal voor Hem.
God gaf Mozes een opdracht: hij moest terug naar Egypte om het volk Israël te bevrijden uit de macht van de farao. Mozes moest spreken namens God, die zich bekendmaakt als: “IK BEN, DIE IK BEN.” Maar Mozes vond spreken moeilijk. Daarom gaf God hem hulp: zijn broer Aäron zou zijn woorden doorgeven. Zo sprak God tot Mozes, Mozes tot Aäron, en Aäron tot de farao. Een ketting van gezag, waarin duidelijk werd dat God de hoogste macht heeft.
De farao wilde niet luisteren. Hij zei zelfs: “Ik ken de Heer niet.” Hij maakte het leven van de Israëlieten nog zwaarder. Toen liet God zien dat Zijn macht groter is dan die van de farao en zijn tovenaars. Aäron gooide zijn staf op de grond en die veranderde in een draak. De tovenaars deden hetzelfde, maar de draak van Aäron verslond die van hen. Daarmee liet God zien: Hij is de Overwinnaar.
Toch bleef de farao koppig. En eerlijk gezegd: dat gebeurt vandaag nog steeds. Veel mensen willen hun eigen macht niet loslaten. Ze denken dat ze God niet nodig hebben. Maar de Bijbel zegt: hoogmoed komt vóór de val. Wie zichzelf klein maakt, zal door God groot gemaakt worden.
Als jij denkt dat je sterk genoeg bent zonder God, mis je juist de kracht die je écht vrijmaakt.
9 juni
We lezen vandaag: Exodus 4:1-4:17
Exodus 4:14
Toen ontbrandde de toorn van de HEERE tegen Mozes en Hij zei: Aäron, de Leviet, is toch uw broer? Ik weet dat híj uitstekend spreken kan. Bovendien, zie, hij trekt u tegemoet. Zodra hij u ziet, zal hij zich van harte verblijden.
Het volk Israël zat diep in de problemen. Ze werden onderdrukt en riepen tot God om hulp. Ze wisten: alleen Hij kon hen bevrijden. Het is best makkelijk om naar God te roepen als je vastzit. Maar de echte vraag is: ben je ook bereid om Zijn weg te volgen, zelfs als die moeilijk lijkt?
Mozes is daar een voorbeeld van. Nadat hij uit Egypte was weggegaan, riep God hem terug om het volk te bevrijden. Mozes voelde zich eigenlijk niet geschikt voor die taak, maar hij vertrouwde op God en deed wat Hij vroeg. Gelukkig kreeg hij steun van zijn broer Aäron, die later hogepriester werd. Samen gingen ze eerst naar het volk Israël. Daar geloofden de mensen Mozes en waren hoopvol.
Maar toen Mozes naar de farao ging, liep het anders. De farao weigerde en maakte het leven van de Israëlieten nóg zwaarder. Het volk werd boos op Mozes: ze wilden wel bevrijding, maar niet dat het eerst moeilijker werd. Wat ze niet zagen, was dat God dit toeliet om Zijn macht te laten zien.
Ondanks het gemopper van het volk bleef God rustig doorgaan met Zijn plan. Hij liet Zijn kracht zien in de tien plagen die Egypte troffen. Bij drie plagen werd ook Israël geraakt, misschien omdat ze niet geloofden. De laatste plaag was het zwaarst: alle eerstgeborenen zouden sterven. Maar God gaf een uitweg. Als de Israëlieten het bloed van een lam aan hun deurpost smeerden, zou hun huis worden overgeslagen.
Dit is een beeld voor ons vandaag. Wie gelooft dat het bloed van Jezus Christus, het Lam van God, ons redt, krijgt eeuwig leven.
Echte vrijheid begint wanneer je durft te vertrouwen op Gods weg, ook als die moeilijk lijkt.
10 juni
We lezen vandaag: Exodus 19:1-19:9
Exodus 19:8
Toen antwoordde heel het volk gezamenlijk en zei: Alles wat de HEERE gesproken heeft, zullen wij doen! En Mozes bracht de woorden van het volk weer over aan de HEERE.
Het volk Israël had gezien hoe krachtig God was in de plagen die Egypte troffen. Ze hadden dus alle reden om te vertrouwen dat Hij hen zou beschermen. Maar zodra de farao hen achterna kwam, sloeg de angst toe. Ze dachten: “Was het maar beter dat we in Egypte waren gebleven, dan sterven we tenminste niet in de woestijn.” Ze zagen meer macht in de farao, die zichtbaar was, dan in God, die ze niet konden zien. Wat Hij in Egypte had gedaan, waren ze alweer vergeten.
God liet echter zien dat Hij sterker was. Hij bracht het volk veilig door de Rode Zee en liet het leger van de farao verdrinken. Daarna trokken ze de woestijn in. Onderweg werden ze aangevallen door Amalek, een vijandig volk. Mozes hief zijn handen omhoog naar God, en zolang hij dat deed, won Israël. Maar als zijn handen zakten, kreeg Amalek de overhand. Daarom hielpen Aäron en Hur hem door zijn armen omhoog te houden. Zo behaalde Israël de overwinning.
Dit laat zien: als je je handen en hart naar God richt, is er kracht en overwinning. Laat je los, dan krijgt de tegenstander de kans.
Bij de berg Sinaï beloofde het volk dat ze alles zouden doen wat God zei. Maar toen Mozes langer wegbleef, dachten ze dat hij dood was. Ze maakten een gouden kalf en gingen dat aanbidden. Het bleek moeilijk om trouw te blijven, zeker als dingen anders lopen dan verwacht.
Zo is het ook voor ons. Zolang God doet wat wij willen, is vertrouwen makkelijk. Maar durf je Hem ook te volgen als het anders gaat? God laat zich niet aanpassen aan onze ideeën. Hij is God en uit genade mag jij bij Hem horen en Hem vertrouwen.
Echt geloof is blijven vertrouwen op God, ook als het anders loopt dan jij had gedacht.
11 juni
We lezen vandaag: 1 Samuel 8:1-8:22
1 Samuel 8:7
Maar de HEERE zei tegen Samuel: Geef gehoor aan de stem van het volk in alles wat zij tegen u zeggen; want zij hebben ú niet verworpen, maar Míj hebben zij verworpen, dat Ik geen Koning over hen zou zijn.
Het volk Israël woonde in Kanaän, in de tijd van de profeet Samuël. Mozes en Jozua waren al gestorven en er waren richteren geweest die het volk leidden en recht spraken. Denk bijvoorbeeld aan Simson en Gideon.
Wanneer Samuël ouder wordt, merken de Israëlieten dat zijn zonen niet eerlijk leven. Ze zijn hebzuchtig, nemen geschenken aan en buigen het recht. Tegelijk zien ze dat alle andere volken een koning hebben. Daarom vragen ze Samuël om ook voor hen een koning aan te stellen. Samuël vindt dit geen goed idee en gaat ermee naar God. God zegt dat het volk niet alleen Samuël en zijn zonen afwijst, maar eigenlijk Hemzelf. Ze willen hun eigen koning in plaats van God.
Later vertelt Jezus een gelijkenis over een man die ver weg ging om koning te worden. Zijn burgers haatten hem en zeiden: “Wij willen niet dat deze over ons koning is.” Het laat zien dat mensen vaak liever hun eigen weg gaan. Petrus zegt zelfs tegen Israël: “De vorst van het leven hebben jullie gedood.”
En eerlijk: wij doen vaak hetzelfde. We zetten onszelf op de troon en maken onze eigen regels. Soms gebruiken we zelfs Bijbelteksten op een verkeerde manier om ons gelijk te halen. Dan maken we onszelf koning in plaats van God. Maar er is maar één echte Koning: God.
Als je Hem gelooft, vertrouwt en volgt, geeft Hij je Zijn Woord zodat je Christus leert kennen. Hem volgen betekent: Jezus Christus op de eerste plaats zetten en doen wat Hij zegt. Dan kan Hij jou gebruiken voor Zijn plannen en tot Zijn eer.
Echte vrijheid vind je niet door zelf koning te spelen, maar door Jezus Christus als Koning te erkennen.
12 juni
We lezen vandaag: 2 Koningen 20:1-20:11
2 Koningen 20:10
Toen zei Hizkia: Het is voor de schaduw gemakkelijk om tien treden verder te gaan. Nee, laat de schaduw tien treden teruggaan.
Samuël kreeg van God de opdracht om een koning aan te stellen: Saul. Hij zag er indrukwekkend uit, groot en sterk – precies zoals mensen zich een koning voorstellen. Maar dit was niet de koning die God eigenlijk bedoelde. Het volk had God zelf als hun Koning moeten erkennen. Toch liet God het gebeuren, want Zijn plannen gaan altijd door. Zelfs als mensen verkeerde keuzes maken, kan God dat gebruiken voor Zijn doel. Maar degene die kwaad doet, draagt daar wel verantwoordelijkheid voor. Denk bijvoorbeeld aan Judas, die Jezus verried. Jezus moest sterven om ons te bevrijden van de macht van de dood en van satan, maar Judas koos zelf voor verraad.
Belangrijk om te weten: niet alles wat God toestaat, is ook Zijn wil. God wil dat iedereen gered wordt door geloof in Jezus Christus. Maar als mensen dat weigeren, gaan ze verloren. Dat is niet Gods verlangen, maar wel de keuze van de mens.
Een ander voorbeeld is koning Hizkia. Hij werd ernstig ziek en God liet via de profeet Jesaja weten dat hij zou sterven. Hizkia bad om genezing en God verhoorde zijn gebed. Hij kreeg zelfs een teken: de schaduw op de zonnewijzer ging tien stappen terug. Een wonder! Hizkia kreeg vijftien extra jaren. Maar helaas gebruikte hij die tijd niet goed. Hij liet mensen uit Babel al zijn rijkdom zien, puur voor eigen eer. Dat had grote gevolgen.
Dit leert ons dat God altijd weet wat het beste voor ons is. Daarom is het wijs om ons aan Zijn gezag te onderwerpen, ook als het niet lijkt te passen bij ons eigen plan. Natuurlijk mogen we bidden om genezing of hulp, maar echte kracht zit in gebeden die aansluiten bij Gods wil. En die wil leer je kennen door Zijn Woord te lezen.
Echte kracht vind je niet in je eigen plannen, maar in vertrouwen op Gods wil.
13 juni
We lezen vandaag: 1 Samuel 13:8-13:23
1 Samuel 13:13
Maar Samuel zei tegen Saul: U hebt dwaas gehandeld. U hebt het gebod van de HEERE, uw God, dat Hij u geboden heeft, niet in acht genomen. Anders zou de HEERE uw koningschap over Israël voor eeuwig bevestigd hebben,
Saul werd door de profeet Samuël tot koning aangesteld. Samuël deed dit op bevel van God. Saul was de eerste koning van Israël en kreeg daarmee een belangrijke positie. Toch moest hij verantwoording afleggen aan God, want uiteindelijk is God de hoogste Koning.
God sprak via Samuël tot Saul en gaf hem duidelijke grenzen. Saul mocht keuzes maken, maar wel binnen wat God had bepaald. In 1 Samuël 13 lezen we dat Israël oorlog had met de Filistijnen. Samuël zou komen om een offer te brengen en te bidden voor de overwinning. Maar Samuël kwam later dan verwacht. Saul werd ongeduldig, zag zijn soldaten weglopen en besloot zelf het offer te brengen. Toen Samuël arriveerde, zei hij dat Saul ongehoorzaam was geweest. Daarom zou het koningschap later naar iemand anders gaan.
In 1 Samuël 15 ging het opnieuw mis. Saul kreeg van God de opdracht om Amalek volledig te verslaan en niets in leven te laten, zelfs geen dieren. Maar Saul spaarde koning Agag en hield het beste vee apart om aan God te offeren. Hij dacht dat dit goed was, maar Samuël maakte duidelijk dat dit juist ongehoorzaamheid was. Gehoorzamen aan God is belangrijker dan offers of mooie religieuze daden.
Hieruit leren we dat gehoorzaamheid aan God altijd voorop staat. Het gaat niet om wat wij zelf bedenken of mooi vinden, maar om wat God zegt. Daarom is het belangrijk om de Bijbel te kennen, zodat je weet wat Gods wil is. Alleen dan kan Hij jou gebruiken in Zijn dienst en tot Zijn eer.
Echte kracht zit niet in wat jij doet voor God, maar in gehoorzaam volgen wat Hij zegt.
14 juni
We lezen vandaag: 1 Samuel 16:1-16:13
1 Samuel 16:13
Toen nam Samuel de oliehoorn en zalfde hem te midden van zijn broers. En de Geest van de HEERE werd vaardig over David vanaf die dag en voortaan. Daarna stond Samuel op en ging naar Rama.
Saul had zijn kans als koning gekregen, maar door ongehoorzaamheid raakte hij zijn koningschap kwijt. Het duurde nog een paar jaar voordat dit zichtbaar werd, maar Gods besluit stond vast. Net zoals bij Adam: hij leefde nog lang na zijn zonde, maar uiteindelijk verloor hij het leven.
God koos ondertussen iemand anders uit: David. In 1 Samuël 16 lezen we dat Samuël naar Bethlehem gaat om een nieuwe koning te zalven. Hij nodigt Isaï en zijn zonen uit. David, de jongste, is er niet eens bij, hij hoedt de schapen. Wanneer Samuël de zonen ziet, denkt hij bij de oudste: “Dit moet hem zijn!” Maar God zegt: “Kijk niet naar zijn uiterlijk of lengte. Mensen letten op wat ze zien, maar Ik kijk naar het hart.”
Dit laat zien dat God niet kijkt naar hoe slim, sterk of populair je bent. Hij kijkt of je bereid bent Hem te volgen en te gehoorzamen. Iedereen die zich aan Hem wil onderwerpen, kan door God gebruikt worden. Op Zijn tijd en op Zijn manier.
Uiteindelijk wordt David geroepen en zegt God: “Zalf hem, want hij is het.” Vanaf dat moment komt Gods Geest op David, terwijl Saul die verliest. Toch duurt het nog jaren voordat David echt koning wordt. Hij moet eerst beproevingen doorstaan. Saul probeert zelfs David te doden, maar Gods plan kan niemand tegenhouden.
Dat zien we ook bij Jezus. De leiders dachten dat Zijn dood hun macht zou behouden. Maar net zoals Saul David niet kon stoppen, kon de satan Jezus niet in het graf houden. Jezus leeft – en dat verandert alles.
God kijkt niet naar je uiterlijk, maar naar je hart en daar begint echte kracht.
15 juni
We lezen vandaag: 1 Samuel 17:34-17:58
1 Samuel 17:40
Hij nam zijn staf in zijn hand, koos voor zich vijf gladde stenen uit de beek en legde ze in de herderstas die hij had, te weten in de zak, en zijn slinger was in zijn hand. Zo naderde hij tot de Filistijn.
David was door God uitgekozen om koning te worden, maar hij ging eerst gewoon terug naar zijn vader om voor de schapen te zorgen. Ondertussen brak er oorlog uit tussen Israël en de Filistijnen. De drie oudste broers van David moesten meevechten. De Filistijnen hadden een geheim wapen: de reus Goliath. Hij was zo groot en sterk dat niemand het tegen hem durfde op te nemen. Veertig dagen lang daagde hij Israël uit – en daarmee ook de God van Israël.
Op een dag kwam David naar het legerkamp om eten te brengen voor zijn broers. Daar hoorde hij Goliaths uitdaging. David zag dat niemand durfde en besloot zelf het gevecht aan te gaan. Iedereen lachte hem uit, maar David zei: “De Heer, die mij gered heeft van de leeuw en de beer, zal mij ook redden van deze Filistijn.” Dat was echt geloof: vertrouwen dat God hem zou beschermen, net zoals Hij dat eerder had gedaan.
David pakte zijn slinger en vijf stenen. Hij ging niet met een zwaard of schild, maar in de Naam van de Heer. Hij wist: God is sterker dan welke vijand ook. Met één steen raakte hij Goliath en versloeg hem. Wat voor mensen onmogelijk leek, werd mogelijk door Gods kracht.
Dit verhaal laat zien dat geloof en vertrouwen in God belangrijker zijn dan menselijke kracht of wapens. Ook wij mogen weten dat Jezus Christus de overwinning al behaald heeft. Hoe moeilijk of bedreigend het leven soms kan zijn, in Hem ben je meer dan overwinnaar.
Met God aan je zijde is geen reus te groot en geen strijd te zwaar.
16 juni
We lezen vandaag: 1 Johannes 4:1-4:6
1 Johannes 4:4
Lieve kinderen, u bent uit God en u hebt hen overwonnen, want Hij Die in u is, is groter dan hij die in de wereld is.
Vertrouwen op God boven alles
David laat zien hoe belangrijk het is om op God te vertrouwen. Toen hij tegenover Goliath stond, wist hij: God is sterker dan alles. Daarom won hij. In de Bijbel staat: God in jou is sterker dan hij die in de wereld is (1 Johannes 4:4).
Maar toen David beroemd werd, werd koning Saul jaloers. Saul wilde hem zelfs doden! David had makkelijk een opstand kunnen beginnen en zichzelf tot koning kunnen maken, want God had hem al uitgekozen. Toch deed hij dat niet. Hij wachtte tot God zelf zou ingrijpen. Saul probeerde hem te pakken, maar God beschermde David.
Later kreeg David de kans om Saul te doden. Saul sliep in een grot en Davids mannen zeiden: “Dit is je kans!” Maar David weigerde. Hij zei: Ik zal mijn hand niet uitsteken tegen iemand die door God is aangesteld. Nog een keer gebeurde hetzelfde en weer zei David: Wie iemand aanraakt die door God is gezalfd, blijft niet onschuldig.
De les? Oordeel niet over mensen die boven je staan, zelfs als ze jou slecht behandelen. God is degene die recht spreekt, niet wij. Jezus zegt in Mattheus 7:1 “Oordeel niet, opdat u niet geoordeeld wordt.” Paulus zegt in Efeze 4:32 maar wees ten opzichte van elkaar vriendelijk en barmhartig, en vergeef elkaar, zoals ook God in Christus u vergeven heeft.
David had de kans om Saul uit de weg te ruimen, maar hij koos ervoor om te vertrouwen op God. Soms is het moeilijk om niet terug te slaan, maar God vraagt ons om lief te hebben en te vergeven. Heb elkaar lief en vergeef, dan doe je wat God wil.
Echte kracht is niet wraak nemen, maar wachten op Gods tijd.
17 juni
We lezen vandaag: 1 Koningen 17:7-17:24
1 Koningen 17:14
Want zo zegt de HEERE, de God van Israël: Het meel in de pot zal niet opraken en in de kruik zal het aan olie niet ontbreken tot op de dag dat de HEERE regen op de aardbodem geven zal.
Elia was een profeet die helemaal op God vertrouwde. God gaf hem een moeilijke opdracht: tegen koning Achab zeggen dat er geen regen zou komen. Dat was gevaarlijk, want de koning kon hem laten doden! Toch deed Elia wat God zei.
God zorgde voor Elia. Eerst bij een beek, waar hij water had en raven hem eten brachten. Toen de beek opdroogde, stuurde God hem naar een weduwe. Zij had nog maar een klein beetje meel en olie, genoeg voor één laatste maaltijd. Elia vroeg haar om eerst voor hem brood te bakken. Dat was een grote stap van geloof! Maar ze vertrouwde op Gods belofte. En wat gebeurde? Het meel en de olie raakten niet op, dagenlang!
1 Koningen 17:15-16: Zij ging en deed overeenkomstig het woord van Elia. Zo at zij, en hij, en haar gezin, vele dagen. Het meel in de pot raakte niet op en in de kruik ontbrak het niet aan olie, overeenkomstig het woord van de HEERE, dat Hij door de dienst van Elia gesproken had.
Later liet God zien dat Hij de enige echte God is. Op de berg Karmel bouwden Elia en de priesters van Baäl elk een altaar. De God die met vuur antwoordde, zou de ware God zijn. Baäl deed niets, maar God stuurde vuur uit de hemel! Daarna kwam er regen.
Vertrouw dus op God, ook als het spannend is of onmogelijk lijkt. Hij zorgt voor jou, net zoals bij Elia en de weduwe.
Durf te geloven, zelfs als alles onmogelijk lijkt.
18 juni
We lezen vandaag: Jesaja 14:24-14:27
Jesaja 14:27
Want de HEERE van de legermachten heeft het besloten, wie zou het dan verijdelen? En Zijn hand is uitgestrekt, wie zou die dan afwenden?
In het Oude Testament zie je steeds hetzelfde:
- God heeft alle macht.
- Hij kan alles maken, breken, geven en nemen.
- Niemand kan tegen Hem winnen.
Daarom is het slim om naar Hem te luisteren en Hem te volgen. Hij heeft ons gemaakt, dus Hij mag bepalen hoe alles gaat.
Als God een nieuwe wereld maakt, beslist Hij wie daar mag zijn. Dat is eerlijk, want alles komt van Hem (Romeinen 11:36). Soms stuurt God iemand om namens Hem te spreken. Dat noemen we een profeet. Een profeet spreekt met Gods gezag, net zoals een ambassadeur namens zijn land spreekt. Vaak liet God zien dat Hij echt sprak door wonderen en tekenen. Ook Jezus deed wonderen om te laten zien dat Hij door God gestuurd was. Wie Jezus afwees, wees eigenlijk God af (Lukas 10:16).
En nu? God heeft ons als gelovigen een taak gegeven: Zijn Woord doorgeven. In 1 Petrus 4:11 staat: “Als iemand spreekt, dan als iemand die de woorden van God spreekt; als iemand dient, dan als iemand die dient uit kracht die God schenkt; zodat God in alles verheerlijkt wordt door Jezus Christus. Hem komt de heerlijkheid en de kracht toe, tot in alle eeuwigheid. Amen.”
Gods Woord geeft leven! Wij hebben nieuw leven gekregen door Zijn genade. Dat mogen we delen, zodat anderen ook dat leven krijgen. Een leven dat nooit meer eindigt.
Gods plan kan niemand stoppen. Leef je leven vol vertrouwen op Hem!
19 juni
We lezen vandaag: Efeze 6:10-6:20
Efeze 6:17
En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord
In het Nieuwe Testament zien we Jezus en hoe Hij omgaat met het Jodendom. In Israël was er een duidelijke orde:
- De Romeinen waren de baas, met Pilatus als hun leider.
- Herodes was koning over Judea.
- Er was een religieuze raad, het Sanhedrin, met 71 leden: Farizeeën en Sadduceeën.
De Farizeeën geloofden in engelen en opstanding uit de dood. De Sadduceeën niet (Handelingen 23:8). Samen hadden ze veel macht en kennis van de Bijbel. Maar Jezus kende Gods Woord beter dan zij. Dat had Hij zelfs al op twaalfjarige leeftijd! Daarom zagen ze Hem als een bedreiging en probeerden Hem steeds te pakken.
Ze stelden Jezus moeilijke vragen. De Sadduceeën vroegen over opstanding, de Farizeeën over het grootste gebod (Mattheus 22:24-40). Jezus antwoordde altijd met de teksten uit de Bijbel en won elke discussie. Hij sprak met gezag. “En ze stonden versteld van Zijn onderricht, want Hij onderwees hen als gezaghebbende en niet zoals de schriftgeleerden.” (Markus 1:22)
Wat betekent dat dan voor ons? Gods Woord is krachtig. Als wij ons daaraan houden en ermee spreken, zijn ook wij sterk. Lees ook Efeze 6:10-20.
Eigenlijk komt het hierop neer: Gods Woord is ons wapen.
Met Gods Woord sta je altijd sterk!
20 juni
We lezen vandaag: Jakobus 4:1-4:12
Jakobus 4:7
Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten.
Jezus werd geboren uit Maria (een vrouw, een mens) en de Heilige Geest (God) (Mattheus 1:20-21). God noemde Hem: “Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!” (Mattheus 3:17). Je zou denken dat Hij dezelfde macht had als God. Maar Filippensen 2:5-11 zegt dat Jezus Zijn goddelijke macht heeft afgelegd. Hij werd een mens, net als wij. Daarom noemt Hij zichzelf vaak “Zoon des Mensen”.
Als mens kon Jezus verleid worden en ook sterven. Dat was nodig om onze zonden op zich te nemen. Satan wist dit en probeerde Hem te laten zondigen, net zoals bij Adam en Eva. Hij verleidde Jezus drie keer. Dat lees je in Mattheus 4:1-11 (De verzoeking in de woestijn). Eerst zei hij: “Maak van stenen brood.” Jezus had honger, maar Hij bleef gehoorzaam aan God. Hij antwoordde: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van elk woord van God.”
Jezus gebruikte geen eigen kracht, maar vertrouwde op Gods Woord. Twee keer daarna probeerde Satan het opnieuw, maar Jezus bleef trouw. Hij wist dat God Hem zou redden, zelfs door de dood heen (Hebreeën 12:2). Als wij ons aan God onderwerpen en de duivel weerstaan, vlucht hij weg (Jakobus 4:7). Dat is echte overwinning!
Overwin verleiding door Gods Woord. Dat is echte kracht!
21 juni
We lezen vandaag: Mattheüs 20:20-20:28
Mattheüs 20:28
zoals ook de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een losprijs voor velen.
In Matthéüs 20 lezen we dat een moeder met haar twee zonen (leerlingen van Jezus) bij Jezus komt. Ze vraagt of haar zonen naast Hem mogen zitten in Zijn koninkrijk. Dat is een grote vraag! Jezus zegt: Kunnen jullie de weg gaan die Ik moet gaan? Ze antwoorden: Ja! Jezus zegt dat ze die weg zullen gaan, maar dat God bepaalt wie naast Hem zit.
Daarna legt Jezus iets belangrijks uit: leiders in deze wereld willen macht en heerschappij. Maar bij gelovigen is het anders. Wil je de eerste zijn? Dan moet je dienaar zijn. Jezus geeft zelf het voorbeeld: Hij kwam niet om gediend te worden, maar om te dienen en Zijn leven te geven als losgeld. Dat betekent dus dat Hij betaalde met Zijn leven om ons vrij te maken.
Vrij waarvan? De Bijbel zegt dat mensen gevangen zitten onder de macht van de duivel en de dood. Maar Jezus brak die macht. “Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, dat Hij de werken van de duivel verbreken zou” (1 Johannes 3:8). Hij stierf, stond op uit de dood en leeft voor altijd (Romeinen 6:9). Wie in Hem gelooft, krijgt eeuwig leven (Johannes 3:36). Je wordt van Hem en Hij geeft je Zijn Geest, die eeuwig leeft.
Echte grootheid is niet macht, maar dienen zoals Jezus!
22 juni
We lezen vandaag: 1 Johannes 3:18-3:24
1 Johannes 3:23
En dit is Zijn gebod: dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon, Jezus Christus, en dat wij elkaar liefhebben, zoals Hij ons een gebod gegeven heeft.
Jezus is onze Redder en Heer, maar ook ons voorbeeld. Dat betekent niet dat wij precies hetzelfde kunnen doen als Hij – dat kan niemand. Jezus was zonder zonde, wij niet (Romeinen 3:9-18, Hebreeën 4:15). Maar Hij laat ons zien hoe een gelovige moet leven om Gods wil te doen.
Jezus deed nooit zomaar wat Hij zelf wilde. In Johannes 5:19 zegt Hij: “Ik doe alleen wat Ik de Vader zie doen.” En in vers 30: “Niet Mijn wil, maar de wil van de Vader.” Zelfs toen Hij wist dat Hij zou sterven, bad Hij: “Niet wat Ik wil, maar wat U wilt” (Markus 14:36). Hij vertrouwde erop dat God Hem altijd hoorde (Johannes 11:41-42).
Hoe wist Jezus dat? Omdat Hij Gods wil kende. En hoe leer je Gods wil kennen? Door de Bijbel te lezen en te begrijpen. Jezus kende de Schrift heel goed en was gehoorzaam tot de dood (Filippenzen 2:8). God gaf Hem nieuw leven – Hij stond op uit de dood!
Wat vraagt God van ons? Heel simpel: Geloof in Jezus Christus en heb elkaar lief (1 Johannes 3:23). Liefde maakt geloof sterk (Galaten 5:6).
Wil je leven zoals Jezus? Zoek Gods wil en leef in liefde!
23 juni
We lezen vandaag: Johannes 13:1-13:20
Johannes 13:14
Als Ik dan, de Heere en de Meester, uw voeten gewassen heb, moet ook u elkaars voeten wassen.
Kort voor Zijn dood vierde Jezus het Pascha met Zijn discipelen. Dat feest herinnerde Israël eraan dat God hen uit Egypte had bevrijd (Exodus 12). Tijdens de maaltijd deed Jezus iets bijzonders: Hij pakte een doek en een schaal water en begon de voeten van Zijn discipelen te wassen (Johannes 13:1-13:20).
Waarom deed Hij dat? Jezus wilde laten zien wat echt dienen is. Hij was de Meester, maar toch deed Hij het werk van een dienaar. Hij wilde Zijn vrienden leren: wie groot wil zijn, moet de minste willen zijn. Petrus vond het eerst vreemd en zei: “U zult mijn voeten nooit wassen!” Maar Jezus antwoordde: “Als Ik je niet was, hoor je niet bij Mij.”
Wat betekent dat voor ons in deze tijd? Voeten wassen staat voor elkaar schoonmaken, elkaar vergeven. We leven in een wereld vol zonde. Soms maken we fouten. Dan moeten we elkaar niet veroordelen, maar helpen en vergeven, zoals Jezus ons vergeeft (Efeze 4:32).
Jezus gaf ons een krachtig voorbeeld: Hij diende Zijn Vader en gaf Zijn leven voor ons (Filippenzen 2:8). Nu vraagt Hij ons om elkaar te dienen in liefde. Dat is het nieuwe leven dat Hij ons geeft!
Door elkaar te vergeven en voor elkaar te bidden dienen wij Christus en elkaar.
24 juni
We lezen vandaag: Romeinen 13:1-13:7
Romeinen 13:4
Zij is immers Gods dienares, u ten goede. Als u echter kwaad doet, vrees dan, want zij draagt het zwaard niet zonder reden. Zij is namelijk Gods dienares, een wreekster tot straf voor hem die het kwade doet.
In Romeinen 13 staat dat regeringen en overheden door God zijn ingesteld. Zij maken de regels en wij moeten die volgen. Doe je kwaad en breek je de wet, dan krijg je straf. Doe je goed, dan word je juist gewaardeerd. God wil dat wij gehoorzaam zijn, zodat mensen die nu misschien negatief over ons praten, later zullen zien dat onze goede daden echt bij God horen. Uiteindelijk gaat het erom dat God de eer krijgt.
Maar er staat ook iets over vrijheid. Vrijheid klinkt super aantrekkelijk: doen wat je wilt, zonder dat iemand je tegenhoudt. Toch waarschuwt de Bijbel dat dit niet betekent dat je zomaar alles mag doen. Als je vrijheid gebruikt om verkeerde dingen te doen, noemt de Bijbel je een boosdoener. Echte vrijheid is dus niet: “ik doe wat ik wil en zie wel of ik gepakt word.” Echte vrijheid is: leven zoals God het bedoeld heeft.
God heeft ons vrijgemaakt van de macht van zonde. Dat betekent dat we niet meer vastzitten aan verkeerde keuzes, maar dat we nu de kans hebben om goed te doen. Vrijheid is dus een cadeau van God, bedoeld om Hem te dienen en het goede te kiezen. Wanneer wij gehoorzamen en goed doen, laat dat zien dat Gods Geest in ons werkt. Het gaat niet om onszelf, maar om God die door ons zichtbaar wordt. Zo wordt Hij geëerd, en dat is de echte betekenis van vrijheid.
Echte vrijheid is niet doen wat jij wilt, maar kiezen voor het goede dat God wil.
25 juni
We lezen vandaag: 1 Thessalonicenzen 4:1-4:12
1 Thessalonicenzen 4:9
Wat nu de broederliefde betreft, hebt u het niet nodig dat ik u schrijf, want u bent zelf door God onderwezen om elkaar lief te hebben.
Als we het woord “gezag” horen, denken we vaak meteen aan wetten en regels. Dat kan gaan over de wetten van ons land, of de wet die Mozes aan Israël gaf. En bij “vrijheid” denken we vaak: geen regels meer, gewoon doen wat je wilt. Maar dat klopt niet helemaal.
Wat is een wet eigenlijk? In de Bijbel betekent het vaak “onderwijs”: iets wat je leert en toepast in je leven. Jezus laat zien wat dat onderwijs echt inhoudt: elkaar liefhebben. Hij zegt: “Dit is Mijn gebod: dat u elkaar liefhebt, zoals Ik u liefgehad heb.” (Johannes 15:12). Als we elkaar liefhebben, doen we precies wat de wet vraagt.
Maar het mooie is: we staan niet meer onder de macht van de wet. Niemand kan de wet helemaal perfect houden. Daarom heeft Jezus die last weggenomen. Hij stierf aan het kruis voor de zonden van de hele wereld – ook voor jou en mij. Daardoor leven we nu onder genade. Dat betekent dat we niet meer veroordeeld worden als we fouten maken. De straf heeft Jezus al gedragen.
Betekent dat dat we nu zomaar kunnen zondigen? Nee, natuurlijk niet! Genade is geen vrijbrief om verkeerd te doen. Het is juist een kans om Jezus te volgen en goed te leven. En als we toch struikelen, mogen we vergeving ontvangen. God vraagt ons ook om diezelfde genade aan medegelovigen te geven als hij iets tegen ons iets verkeerds doet. Dat heet liefde.
De Bijbel noemt dit de “wet van vrijheid”. Door genade kun je echt vrij zijn: vrij om God lief te hebben en vrij om anderen lief te hebben. Dat is de vrijheid die blijft.
Echte vrijheid is leven in genade: liefhebben zoals Jezus Christus jou lief heeft.
26 juni
We lezen vandaag: Galaten 5:1-5:21
Galaten 5:18
Als u echter door de Geest geleid wordt, bent u niet onder de wet.
Iedereen wil graag vrij zijn. Maar echte vrijheid krijg je pas als je ook verantwoordelijkheid kunt dragen. Dat betekent dat je kunt uitleggen waarom je iets hebt gedaan en dat je de gevolgen begrijpt. Kinderen doen vaak gewoon wat ze leuk vinden of reageren uit boosheid, zonder stil te staan bij wat er daarna gebeurt. Daarom zijn er ouders en leraren die kinderen helpen volwassen te worden. Zolang je nog niet volwassen bent, leef je onder de regels van je ouders.
Kinderen leren van volwassenen hoe het leven werkt. Ze vragen: “Mag dit?” of “Hoe moet ik dit doen?” Volwassenen hebben geleerd om goed en kwaad te onderscheiden. De Bijbel zegt dat dit oefenen is: je leert steeds beter keuzes maken. Als je dat nog niet kunt, heb je regels nodig.
Zo werkt het ook met geloof. Als je net begint te geloven, ben je als een kind: je bent nog vooral met jezelf bezig. Maar het doel is dat je groeit, zodat Christus centraal komt te staan. Volwassen worden in geloof betekent dat je niet alleen weet wat waar is, maar dat je het ook begrijpt en toepast.
Dat kan alleen als je je laat leiden door de Heilige Geest. Hij helpt je om de waarheid te zien en te leven zoals God het wil. De Geest maakt je echt vrij. Vrijheid is dus niet “doen wat je wilt”, maar leven in het nieuwe leven dat Jezus ons geeft. Echte vrijheid is: God dienen, keuzes maken vanuit liefde en wandelen in genade.
Vrijheid is niet doen wat jij wilt, maar leven zoals God het bedoeld heeft.
27 juni
We lezen vandaag: Efeze 4:1-4:16
Efeze 4:11
En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, weer anderen als evangelisten en nog weer anderen als herders en leraars,
Na de opstanding van Jezus begonnen de apostelen en evangelisten, zoals Paulus en Timotheüs, overal nieuwe kerken te stichten. Paulus gaf Timotheüs de opdracht om in die kerken leiders aan te stellen, mensen die de gelovigen konden helpen en richting geven. In de Bijbel worden ze vaak “oudsten” of “voorgangers” genoemd.
Een voorganger is eigenlijk iemand die de weg wijst. Het Griekse woord betekent letterlijk: “de weg zoeken voor iemand” of “leiden”. Je kunt het vergelijken met een herder die voor zijn schapen uitloopt. Hij zoekt het beste grasland en zorgt dat de schapen veilig blijven. Als er eentje afdwaalt, gebruikt hij zijn staf of roept zijn hond om de kudde weer bij elkaar te brengen. Zo zorgt een voorganger voor de gelovigen: hij gaat voorop en laat zien hoe je Jezus kunt volgen.
In Efeze 4:11 staat dat Jezus zelf mensen heeft aangesteld als apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraren. Hun taak is om de gemeente te helpen groeien. In Hebreeën 13:17 staat dat gelovigen hun voorgangers moeten respecteren en volgen, omdat zij verantwoording moeten afleggen aan de Grote Herder: Jezus Christus. Petrus zegt dat oudsten de kudde van God moeten weiden, niet door te heersen, maar door een voorbeeld te zijn.
Paulus benadrukt dat deze leiders door de Heilige Geest zijn aangesteld. Hun taak is om de gemeente te voeden met het Woord van God en met hun leven te laten zien wat het betekent om Jezus te volgen. Gelovigen worden uitgenodigd om hun leiders te vertrouwen en te volgen – behalve als iemand een “valse herder” blijkt te zijn. Uiteindelijk draait alles om één ding: dat zowel de herders als de gelovigen samen Jezus volgen. Zo ontstaat er eenheid in de kerk en wordt Christus geëerd.
Volg de Herder die vooropgaat en ontdek samen de weg naar leven en vrijheid
28 juni
We lezen vandaag: 1 Korinthe 11:2-11:16
1 Korinthe 11:3
Maar ik wil dat u weet dat Christus het Hoofd is van iedere man en de man het hoofd van de vrouw en God het Hoofd van Christus.
Vandaag kijken we naar hoe de verhoudingen in de Gemeente werken. In 1 Korinthe 11:3 staat dat God het hoofd is van Christus, Christus het hoofd van de man en de man het hoofd van de vrouw. Dat klinkt misschien als een rangorde, maar het gaat vooral om verantwoordelijkheid en zorg. Oudsten en kinderen worden hier niet genoemd, maar later lezen we dat oudsten uit de broeders worden gekozen om de gemeente te dienen.
In vers 9-11 staat dat de vrouw om de man geschapen is, maar dat ze “in Christus” niet zonder elkaar kunnen. Dat betekent: man en vrouw hebben elkaar nodig. Het gaat hier niet over huwelijk, maar over hoe gelovigen samen Gemeente vormen. God staat bovenaan, daarna Christus, dan de man en daarna de vrouw. Kinderen hebben nog geen stem in dit geheel.
Toch zegt de Bijbel ook dat we elkaar moeten dienen en hoger achten dan onszelf (Efeze 5:21, Filippenzen 2:3). Dat lijkt misschien tegenstrijdig, maar het laat zien dat niemand beter is dan de ander. In Christus zijn we gelijkwaardig en geroepen om elkaar te respecteren. Mannen hebben wel een speciale verantwoordelijkheid om leiding te nemen in de Gemeente, maar dat betekent niet dat ze mogen heersen. Oudsten – mannen die geestelijk volwassen zijn – worden aangesteld om de Gemeente te leiden, altijd onder leiding van de Heilige Geest. Hun taak is om te dienen, niet om de baas te spelen.
De Bijbel roept ons op om Christus te volgen en naar Hem te luisteren. Als je iets wilt zeggen in de Gemeente, laat dan Gods Woord spreken. Zo bouwen we samen de Gemeente op, niet door eigen ideeën, maar door Jezus Christus zelf.
Echt leiderschap in de Gemeente is dienen, en samen groeien we tot één in Christus.
29 juni
We lezen vandaag: Kolossenzen 3:18-3:25
Kolossenzen 3:20
Kinderen, wees je ouders gehoorzaam in alles, want dat is welbehaaglijk voor de Heere.
Vandaag gaat het over hoe ouders en kinderen met elkaar omgaan. In Kolossenzen 3:20 staat dat het Gods wil is dat kinderen hun ouders gehoorzamen in alles. Dat klinkt soms best lastig, zeker als je het gevoel hebt dat je iets voor God moet doen wat je ouders niet goed vinden.
Stel: je houdt van muziek en iemand vraagt je om mee te spelen in een praiseband. Je zou drie keer per week oefenen en optreden. Jij denkt: dit is een kans om God te dienen! Maar je ouders zeggen: “Nee, je moet je focussen op school.” Wat doe je dan?
De Bijbel geeft duidelijkheid. In Handelingen 5:29 staat dat je God meer moet gehoorzamen dan mensen. Dat geldt vooral als iemand je verbiedt om in Jezus Christus te geloven of je geloof te delen. Maar in het geval van de praiseband gaat het niet om je geloof zelf, maar om een activiteit. Dan blijft gehoorzaamheid aan je ouders belangrijk.
Als je denkt dat God jou écht wil gebruiken in muziek, kun je dit aan Hem voorleggen in gebed. God kan ook jouw ouders overtuigen, zodat je weet dat het echt Zijn plan is. Zo leer je dat gehoorzaamheid niet alleen een regel is, maar een manier om God te vertrouwen.
In 1 Samuël 15:22 staat dat gehoorzamen beter is dan offeren. Dat betekent: God wil liever dat je luistert naar Zijn wil dan dat je iets groots doet voor Hem zonder Zijn leiding. Als je niet weet wat je moet doen, vraag het aan God. Hij geeft wijsheid en laat zien hoe jij Hem het beste kunt dienen.
Echte gehoorzaamheid is vertrouwen dat God jou de juiste weg laat zien.
30 juni
We lezen vandaag: Openbaring 1:1-1:8
Openbaring 22:21
De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen.
Het laatste Bijbelboek, Openbaring, laat ons zien hoe groot en machtig Jezus Christus is. Het begint met de woorden dat God aan Jezus Christus heeft laten zien wat er binnenkort zal gebeuren, zodat Zijn volgelingen voorbereid zijn.
In hoofdstuk 1 lezen we dat Jezus Christus “de Eerstgeborene uit de doden” is. Dat betekent dat Hij als eerste de dood heeft overwonnen en daarmee de hoogste plaats heeft in Gods nieuwe schepping. In vers 8 zegt Hij: “Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde.” Daarmee laat Hij zien dat Hij er altijd was, nu is en altijd zal zijn.
Verder zegt Christus dat Hij de sleutels van dood en hel in handen heeft. Hij leeft voor eeuwig en heeft alle macht. Dat klinkt indrukwekkend, maar tegelijk mogen wij weten dat Hij ons niet veroordeelt, maar ons redt. Hij geeft genade – een cadeau dat je niet verdient, maar wel krijgt. Door Hem zijn we bevrijd van zonde en dood en ontvangen we eeuwig leven.
In hoofdstuk 19 zien we Jezus op een wit paard. Hij wordt “Trouw en Waarachtig” genoemd en ook “het Woord van God”. Hij oordeelt eerlijk en draagt de titel “Koning der koningen en Heer der heren”. In hoofdstuk 21 lezen we dat Hij op de troon zit en alles nieuw maakt. Uiteindelijk zal iedereen voor Hem buigen, vrijwillig of niet.
Jezus Christus zegt in Openbaring 22:20: “Ja, Ik kom snel.” Dat is een belofte. Daarom mogen wij Hem verwachten en Hem trouw dienen totdat Hij terugkomt. Het boek Openbaring eindigt met hoop:
Jezus Christus is de Overwinnaar en wij mogen bij Hem horen.