Atára

Betekenissen van de naam Atára

Atára betekent “kroon”, “krans” of “diadeem”. De naam draagt de gedachte van eer, waardigheid en versiering, passend bij een vrouw die een centrale plaats in de familie‑lijn inneemt.

Classificatie

Eigennaam (vrouw)

Datering

Periode van de vroege Israëlitische geschiedenis, weergegeven in de genealogieën van Juda, waarschijnlijk rond de tijd van de richteren en het vroege koningschap.

Naam in het Hebreeuws

עֲטָרָה (Atarah)

Naam in het Grieks

Ἀταρά (Atara, fonetische weergave in de Septuaginta)

Strongnummers

Hebreeuws: H5851
Grieks: niet van toepassing

Etymologische gegevens

Atára is afgeleid van de Hebreeuwse wortel עטר (‘atar), “omringen, kronen”. Het zelfstandig naamwoord עֲטָרָה betekent “kroon” of “krans”. De naam drukt eer, waardigheid en een sierlijke positie uit, wat goed past bij haar rol als vrouw van Jerachmeël en moeder in de lijn van Juda.

Formuleringen (Schrijfwijze)

in de Statenvertaling: Atára
in de Herziene Statenvertaling: Atara
in de King James vertaling: Atarah

Symbolische betekenis

Atára symboliseert eer en kroon binnen de familie. Als vrouw van Jerachmeël en moeder van Onam staat zij voor de waardige voortzetting van de Judaïsche lijn en de zegen van nageslacht.

Bijbelse Stam

Juda (via Jerachmeël, een nakomeling van Hezron)

Familie

RelatieNaam
VaderOnbekend
MoederOnbekend
BroersOnbekend
ZussenOnbekend
VrouwNiet van toepassing
ManJerachmeël
ZonenOnam
DochtersNiet genoemd

Een korte omschrijving

Atára is een vrouw uit de stam Juda, genoemd in de genealogieën van 1 Kronieken. Zij is de tweede vrouw van Jerachmeël, een nakomeling van Hezron, en de moeder van Onam. Hoewel er geen verdere biografische details over haar leven worden gegeven, onderstreept haar vermelding het belang van vrouwen in de overdracht van de familielijn. Haar naam, die “kroon” betekent, past bij haar rol als een eervolle schakel in de opbouw van Juda’s geslachtsregister. Atára staat daarmee model voor de vaak stille, maar onmisbare plaats van vrouwen in de heilsgeschiedenis.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

1 Kronieken 2:26