Betekenissen van de naam Azmáveth
Azmáveth betekent “sterkte van de dood”, “kracht van de dood” of “de dood is sterk”. De naam draagt een sobere, ernstige betekenis die verwijst naar sterfelijkheid, kwetsbaarheid en de kracht van het leven tegenover de dood.
Classificatie
Eigennaam (man)
Plaatsnaam
Datering
Azmáveth komt voor in de tijd van koning David (ca. 10e eeuw v.Chr.) als persoonlijke naam, en als plaatsnaam in de periode van de terugkeer uit de ballingschap (5e eeuw v.Chr.).
Naam in het Hebreeuws
עַזְמָוֶת (‘Azmavet)
Naam in het Grieks
Ἀζμαούθ (Azmaouth)
Strongnummers
Hebreeuws: H5820
Grieks: Geen specifiek Strongnummer
Etymologische gegevens
Azmáveth is samengesteld uit עז (“sterk, krachtig”) en מָוֶת (“dood”). De naam betekent letterlijk “kracht van de dood” of “sterk als de dood”. In de Bijbel wordt de naam zowel aan personen als aan een plaats gegeven.
Formuleringen (Schrijfwijze)
In de Statenvertaling: Azmaveth
In de Herziene Statenvertaling: Azmaveth
In de King James vertaling: Azmaveth
Symbolische betekenis
Azmáveth symboliseert de ernst van het leven, de kwetsbaarheid van de mens en de confrontatie met sterfelijkheid. De naam kan ook wijzen op kracht die zichtbaar wordt in moeilijke omstandigheden.
Bijbelse Stam
Benjamin (als persoon); Juda (als plaatsnaam in de terugkeerperiode)
Familie
| Vader | Niet genoemd |
| Moeder | Niet genoemd |
| Broers | Niet genoemd |
| Zussen | Niet genoemd |
| Vrouw | Niet genoemd |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Niet genoemd |
| Dochters | Niet genoemd |
Een korte omschrijving
Azmáveth is zowel de naam van meerdere mannen als van een plaats in de Bijbel. Als persoon is Azmáveth een van Davids helden en ook een beheerder van de koninklijke schatten. De naam komt daarnaast voor als een plaats in Juda, waarheen ballingen terugkeerden in de tijd van Ezra en Nehemia. De betekenis “sterkte van de dood” geeft de naam een indringende, bijna poëtische lading die past bij de zware tijden waarin deze personen en plaatsen worden genoemd.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
2 Samuël 23:31, 1 Kronieken 8:36, 1 Kronieken 9:42, 1 Kronieken 11:33, 1 Kronieken 12:3, 1 Kronieken 27:25, Ezra 2:24, Nehemia 7:28