Betekenissen van de naam Azel
Azel betekent “edel”, “nobel” of “afgezonderd, bewaard”. De naam draagt het idee van iemand of iets dat apart gezet en in ere gehouden wordt.
Classificatie
Eigennaam (man)
Plaatsnaam
Datering
Als persoon verschijnt Azel in de genealogieën van Benjamin in 1 Kronieken, die teruggrijpen op de tijd van Saul en Jonathan. Als plaatsnaam (Azal/Azel) wordt hij genoemd in profetische context in de tijd van Zacharia.
Naam in het Hebreeuws
אָצֵל (Atsel)
Naam in het Grieks
Ἀζήλ (Azel)
Strongnummers
Hebreeuws: H682
Grieks: Geen specifiek Strongnummer
Etymologische gegevens
Azel is waarschijnlijk afgeleid van de wortel אָצַל, met de betekenis “afzonderen, reserveren” en wordt opgevat als “edel, nobel” of “afgezonderd”. De naam kan zowel op een persoon als op een plaats worden toegepast.
Formuleringen (Schrijfwijze)
In de Statenvertaling: Azel
In de Herziene Statenvertaling: Azel
In de King James vertaling: Azel
Symbolische betekenis
Azel symboliseert edelheid, bewaring en een door God bewaarde rest. De naam roept het beeld op van iemand of een plaats die door God apart gezet is binnen zijn volk.
Bijbelse Stam
Benjamin (als persoon in de genealogie van Jonathan)
Familie
| Vader | Eleasa (Eleasah) |
| Moeder | Niet genoemd |
| Broers | Niet genoemd |
| Zussen | Niet genoemd |
| Vrouw | Niet genoemd |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Azrikam, Bocheru, Ismaël, Searja, Obadja, Hanan |
| Dochters | Niet genoemd |
Een korte omschrijving
Azel is een Benjamitische nakomeling van Jonathan, vermeld in de genealogieën van 1 Kronieken. Hij staat aan het hoofd van een grote familie met zes zonen, wat wijst op zegen en voortzetting van de lijn van Saul via Jonathan. De naam Azel, “edel” of “afgezonderd”, past bij een geslacht dat ondanks de ondergang van Sauls huis toch door God bewaard blijft. Daarnaast wordt Azel (Azal) genoemd als een plaats nabij Jeruzalem in een profetische context, wat de naam ook geografische en eschatologische lading geeft.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
1 Kronieken 8:37, 1 Kronieken 8:38, 1 Kronieken 9:43, 1 Kronieken 9:44