Arba

Betekenissen

De Bijbelse naam Arba wordt meestal verklaard uit het Hebreeuwse woord voor “vier”. In de context van de Bijbel is Arba vooral bekend als de vader van Anak en als naamgever van Kirjath-Arba, de stad die later Hebron heet. De naam Arba wordt daardoor verbonden met grootheid, kracht en een “vierkant” of volledig fundament, passend bij zijn status als grootste onder de Anakim.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Arba behoort tot de periode vóór en tijdens de intocht onder Jozua, in de tijd van de verovering van Kanaän (Late Bronstijd / vroege IJzertijd).

Naam in het Hebreeuws

אַרְבַּע – ʾArbaʿ

Naam in het Grieks

Ἀρβα – Arba (fonetische weergave in de Griekse traditie)

Strongnummers

Hebreeuws: H704 (Arba, vader van Anak)
Grieks: Geen afzonderlijk Grieks Strongnummer.

Etymologische gegevens

De naam Arba is etymologisch verwant aan het Hebreeuwse telwoord voor “vier”. Mogelijk duidt dit op “vierkant, viervoudig” of op een symbolische volheid. In verband met Kirjath-Arba (“stad van Arba” of “stad van de vier”) wordt soms gedacht aan vier reuzen of vier families. De naam draagt zo zowel een numerieke als een symbolische lading van kracht en omvang.

Formuleringen (Schrijfwijze)

In de Statenvertaling: Arba
In de Herziene Statenvertaling: Arba
In de King James vertaling: Arba

Symbolische betekenis

De Bijbelse naam Arba staat symbool voor macht, indrukwekkende gestalte en een diepgewortelde tegenstand in het land Kanaän. Als vader van Anak en naamgever van Kirjath-Arba is hij verbonden met de reuzen die Israël vrees inboezemden. Zijn naam markeert tegelijk het terrein dat later door geloof en gehoorzaamheid wordt ingenomen, waardoor Arba ook staat voor overwonnen tegenstand en vervulde beloften.

Bijbelse Stam

Niet van toepassing.

Familie

RelatieNaam / Opmerking
VaderOnbekend (niet genoemd in de Bijbel)
MoederOnbekend
BroersNiet vermeld
ZussenNiet vermeld
VrouwNiet vermeld
Mann.v.t.
ZonenAnak (voorvader van de Anakim)
DochtersNiet vermeld

Een korte omschrijving

Arba is in de Bijbel bekend als de vader van Anak en als de grootste onder de Anakim, een reuzenvolk in Kanaän. De stad Hebron droeg vroeger de naam Kirjath-Arba, “stad van Arba”, wat zijn aanzien en invloed in het gebied onderstreept. In de veroveringsgeschiedenis onder Jozua vormt Arba een herinnering aan de indrukwekkende tegenstanders die Israël ontmoette, maar ook aan de overwinning die God aan zijn volk gaf. De Bijbelse naam Arba verbindt zo reuzenkracht, angst en uiteindelijk overwonnen weerstand in het beloofde land.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Genesis 23:2, Genesis 35:27, Jozua 14:15, Jozua 15:13, Jozua 15:54, Jozua 20:7, Jozua 21:11, Richteren 1:10, Nehemia 11:25