Betekenissen van de naam Anub
De Bijbelse naam Anub betekent “gedragen, voortgebracht” en wordt etymologisch verbonden met “druif” of “vrucht”. De betekenis van Anub legt de nadruk op vruchtbaarheid, opbrengst en het voortbrengen van nageslacht binnen de stam van Juda.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
Oude Testament, tijd van de koningen en de (na)ballingschap, zoals weerspiegeld in de genealogieën van 1 Kronieken.
Naam in het Hebreeuws
עָנוּב (`Anuwb)
Naam in het Grieks
Geen zelfstandige nieuwtestamentische vorm; in Griekse overlevering van het Oude Testament komt een vorm als Ανωβ voor.
Strongnummers
Hebreeuws: H6036
Grieks: niet van toepassing
Etymologische gegevens
Anub is waarschijnlijk afgeleid van een wortel die samenhangt met het Hebreeuwse woord voor “druif” of “vrucht”. De naam wordt opgevat als “gedragen, voortgebracht” en past bij het beeld van een vruchtbare, door God gezegende afstammingslijn binnen Juda.
Formuleringen (Schrijfwijze)
In de Statenvertaling: Anub
In de Herziene Statenvertaling: Anub
In de King James vertaling: Anub
Symbolische betekenis
Symbolisch kan de naam Anub staan voor vruchtbaarheid, groei en het voortbrengen van een blijvende erfenis. Binnen de stam van Juda onderstreept Anub de gedachte dat zelfs minder bekende personen deel uitmaken van Gods vruchtbare en doorlopende heilsgeschiedenis.
Bijbelse stam
Stam van Juda
Familie
| Relatie | Naam |
|---|---|
| Vader | Koz (Coz) |
| Moeder | Niet genoemd |
| Broers | Zobebah |
| Zussen | Niet genoemd |
| Vrouw | Niet genoemd |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Niet genoemd |
| Dochters | Niet genoemd |
Een korte omschrijving
De Bijbelse naam Anub komt voor in de geslachtsregisters van de stam van Juda in 1 Kronieken. Anub is een zoon van Koz en wordt slechts één keer genoemd, maar zijn naam bevestigt de zorgvuldige registratie van de Judaïsche families. De betekenis van Anub, verbonden met “vrucht” en “voortbrengen”, sluit aan bij het beeld van Juda als stam van koningschap en zegen. Zo draagt Anub, hoe kort ook genoemd, bij aan het grotere Bijbelse verhaal van afkomst, identiteit en Gods trouw aan Zijn volk.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
1 Kronieken 4:8