Ammi

Betekenissen van de naam Ammi

De Bijbelse naam Ammi betekent “mijn volk”. In de profeet Hosea wordt Ammi gebruikt als liefdesnaam waarmee God Zijn herstelde volk aanspreekt. De naam Ammi drukt daarom diepe verbondenheid, herstel en trouw in het verbond uit.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Ammi komt voor in de tijd van de profeet Hosea, in de achtste eeuw voor Christus, in het noordelijke rijk Israël.

Naam in het Hebreeuws

עַמִּי — ʿAmmi

Naam in het Grieks

In de Griekse vertaling wordt de betekenis weergegeven als “mijn volk”, niet als een aparte eigennaam.

Strongnummers

Hebreeuws: verbonden met H5971 (ʿam, “volk”)

Grieks: niet van toepassing als afzonderlijke naam

Etymologische gegevens

Ammi is gevormd uit het Hebreeuwse woord עַם (ʿam, “volk”) met een bezitsuitgang, waardoor de betekenis “mijn volk” ontstaat. De naam is nauw verwant aan andere namen en uitdrukkingen waarin het verbondsvolk centraal staat.

Formuleringen (Schrijfwijze)

In de Statenvertaling: Ammi
In de Herziene Statenvertaling: Ammi
In de King James vertaling: Ammi

Symbolische betekenis

De naam Ammi symboliseert herstel van de relatie tussen God en Zijn volk. Waar eerder “Lo-Ammi” (“niet mijn volk”) werd uitgesproken, wordt in genade opnieuw “Ammi” (“mijn volk”) gezegd. De naam staat zo voor vergeving, terugkeer en hernieuwde aanvaarding.

Bijbelse stam

Niet genoemd

Familie

RelatieNaam
VaderNiet genoemd
MoederNiet genoemd
BroersNiet genoemd
ZussenNiet genoemd
VrouwNiet genoemd
ManNiet van toepassing
ZonenNiet genoemd
DochtersNiet genoemd

Een korte omschrijving

Ammi is een theologisch geladen Bijbelse naam uit het boek Hosea en betekent “mijn volk”. De naam wordt gebruikt als troostvolle aanspreekvorm voor Israël na een periode van oordeel en verwijdering. Ammi benadrukt dat God Zijn volk niet definitief verwerpt, maar in genade weer aanneemt. In Bijbelse naamstudies staat Ammi daarom centraal als naam van herstel, verbondstrouw en identiteit in Christus.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

Hosea 2:1 (in sommige tellingen Hosea 1:10)