Amása

Betekenissen van de naam Amása

De Bijbelse naam Amása betekent “last”, “draaglast” of “hij die een last draagt”. De naam Amása roept het beeld op van iemand die een zware verantwoordelijkheid of taak op zich neemt, passend bij een legeroverste die het gewicht van oorlog en leiding draagt.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Amása komt vooral voor in de tijd van koning David, tijdens de opstand van Absalom en de periode daarna. Daarnaast wordt een andere Amása genoemd in de tijd van koning Achaz, in de achtste eeuw voor Christus, als leider in het noordelijke rijk Israël.

Naam in het Hebreeuws

עֲמָשָׂא (ʿAmāsā)

Naam in het Grieks

Αμασά (Amasa)

Strongnummers

Hebreeuws: H6021
Grieks: geen afzonderlijk Strongnummer

Etymologische gegevens

Amása is verwant aan de Hebreeuwse wortel עָמַס (ʿāmas), “dragen, beladen, een last opleggen”. De naam draagt zo de betekenis van “last” of “lastdrager”. In de Bijbelse context past dit bij een man die de zware last van militaire en politieke verantwoordelijkheid draagt in een tijd van opstand en crisis.

Formuleringen (Schrijfwijze)

in de Statenvertaling: Amasa
in de Herziene Statenvertaling: Amasa
in de King James vertaling: Amasa

Symbolische betekenis

Symbolisch staat Amása voor het dragen van verantwoordelijkheid en last in een gebroken wereld. Als legeroverste van eerst Absalom en daarna David belichaamt hij de spanning tussen familiebanden, trouw en macht. Zijn gewelddadige dood door de hand van Joab onderstreept hoe zwaar en gevaarlijk het dragen van leiderschap kan zijn.

Bijbelse Stam

Juda (Amasa, neef van David) en Efraïm (Amasa, zoon van Hadlai, leider in het noordelijke rijk).

Familie

RelatieNaam / Opmerking
VaderJether (Ithra) de Ismaëliet
MoederAbigaïl, zuster van Zeruja en (half)zuster van David
BroersNiet genoemd
ZussenNiet genoemd
VrouwNiet genoemd
ManNiet van toepassing
ZonenNiet genoemd
DochtersNiet genoemd

Een korte omschrijving

Amása is een Bijbelse legeroverste, zoon van Jether de Ismaëliet en Abigaïl, de zuster van Davids zuster Zeruja. Daarmee is hij een neef van koning David en van Joab. Tijdens de opstand van Absalom wordt Amása legeroverste in plaats van Joab. Na de mislukte opstand belooft David hem Joabs positie, maar Joab doodt Amása listig tijdens de achtervolging van Seba. Een andere Amása, zoon van Hadlai, treedt later op als leider in Efraïm en pleit voor barmhartigheid tegenover gevangengenomen Judeeërs. Samen tekenen zij een naam die nauw verbonden is met zware verantwoordelijkheid en de spanningen van leiderschap.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

2 Samuël 17:25; 2 Samuël 19:13; 2 Samuël 20:4–13; 1 Kronieken 2:17; 2 Kronieken 28:12