Betekenissen van de naam Amad
De Bijbelse naam Amad wordt meestal verbonden met betekenissen als “standvastig”, “steun” of “blijvend”. De naam Amad roept het beeld op van iets dat blijft staan, een vaste plaats of steunpunt in het land.
Classificatie
Plaatsnaam
Datering
Amad wordt genoemd in de tijd van Jozua, bij de verdeling van het land Kanaän onder de stammen van Israël. De plaats behoort tot de vroege vestigingsperiode van Israël in het beloofde land.
Naam in het Hebreeuws
עַמָּד (ʿAmad)
Naam in het Grieks
Αμαδ (Amad)
Strongnummers
Hebreeuws: H6006
Grieks: niet van toepassing
Etymologische gegevens
Amad is waarschijnlijk verwant aan de Hebreeuwse wortel עָמַד (ʿamad), “staan, blijven staan”. De naam sluit aan bij begrippen als standvastigheid, duurzaamheid en steun. Als plaatsnaam drukt Amad zo een vaste, blijvende positie in het land uit.
Formuleringen (Schrijfwijze)
in de Statenvertaling: Am-Ad
in de Herziene Statenvertaling: Amad
in de King James vertaling: Amad
Symbolische betekenis
Symbolisch kan Amad staan voor een standvastige plaats binnen Gods erfenis. De naam herinnert aan de vaste grenzen en steden die God aan Zijn volk gaf, en aan de betrouwbaarheid van Zijn beloften in het land.
Bijbelse Stam
Aser (Asher)
Familie
| Relatie | Naam / Opmerking |
|---|---|
| Vader | Niet van toepassing |
| Moeder | Niet van toepassing |
| Broers | Niet van toepassing |
| Zussen | Niet van toepassing |
| Vrouw | Niet van toepassing |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Niet van toepassing |
| Dochters | Niet van toepassing |
Een korte omschrijving
Amad is een Bijbelse stad in het erfdeel van de stam Aser, genoemd in de grensbeschrijving van Jozua 19. De naam, die “standvastig” of “steun” kan betekenen, past bij een vaste plaats in het noordelijke deel van het land Israël. Amad wordt genoemd samen met andere steden als Allammelech en Misal, en markeert een deel van de westelijke grens van Aser. Hoewel er geen afzonderlijke verhalen over Amad zijn, onderstreept de vermelding de zorgvuldige vastlegging van de steden en grenzen die God aan Zijn volk gaf.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
Jozua 19:26