Betekenissen van de naam Almódad
De Bijbelse naam Almódad wordt meestal uitgelegd als “maat van God” of “onmetelijk”. Andere verklaringen zijn “niet gemeten” en “God is geliefd”. In alle varianten klinkt mee dat Almódad verwijst naar Gods maat, Gods overvloed en Gods liefde, die het menselijke begrip te boven gaan.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
Almódad wordt genoemd in de tijd na de zondvloed, in de zogenoemde Tafel der Volkeren in Genesis. Hij behoort tot de vroege, postdiluviale generaties, in de lijn van Sem via Joktan, nog vóór de aartsvaders Abraham, Izak en Jakob.
Naam in het Hebreeuws
אַלְמוֹדָד (Almōdad)
Naam in het Grieks
Ἀλμωδάδ (Almodad)
Strongnummers
Hebreeuws: H486
Grieks: niet van toepassing
Etymologische gegevens
De naam Almódad wordt vaak verklaard als een samenstelling met אֵל (’el, “God”) en een wortel verwant aan מָדַד (madad, “meten”). Zo ontstaat de betekenis “maat van God” of “door God gemeten”. Andere uitleggers verbinden het tweede deel met דּוֹד (dod, “geliefde”), wat leidt tot betekenissen als “God is geliefd” of “hoe God liefheeft”. De etymologie onderstreept in elk geval Gods overweldigende maat en liefde.
Formuleringen (Schrijfwijze)
in de Statenvertaling: Almodad
in de Herziene Statenvertaling: Almodad
in de King James vertaling: Almodad
Symbolische betekenis
Symbolisch kan Almódad staan voor de onmetelijke maat van God: Zijn heerschappij, zegen en liefde laten zich niet begrenzen. Als naam in de Tafel der Volkeren herinnert Almódad eraan dat ook de volken buiten Israël onder Gods soevereine maat en zorg vallen.
Bijbelse stam
Sem (via Joktan)
Familie
| Relatie | Naam / Opmerking |
|---|---|
| Vader | Joktan |
| Moeder | Niet genoemd |
| Broers | Sheleph, Hazarmaveth, Jerah, Hadoram, Uzal, Dikla, Obal, Abimaël, Scheba, Ofir, Chavila, Jobab |
| Zussen | Niet genoemd |
| Vrouw | Niet genoemd |
| Man | Niet van toepassing |
| Zonen | Niet genoemd |
| Dochters | Niet genoemd |
Een korte omschrijving
Almódad is een vroege Bijbelse voorvader uit de lijn van Sem, genoemd als eerste zoon van Joktan in de Tafel der Volkeren. Hij wordt gezien als stamvader van een Arabische stam in het zuiden, vaak gelokaliseerd in het gebied dat later als “Arabia Felix” bekendstond. Hoewel de Bijbel geen verdere verhalen over Almódad vertelt, maakt zijn naam deel uit van de wereldwijde genealogie na de zondvloed. De betekenis “maat van God” of “onmetelijk” benadrukt dat Gods plan en zegen zich uitstrekken tot vele volken en gebieden.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
Genesis 10:26; 1 Kronieken 1:20