Betekenissen
Adália betekent waarschijnlijk “Jahweh heeft recht gedaan”, “Jahweh heeft verheven” of “Jahweh heeft geholpen”. De naam behoort tot de theofore namen die de verkorte Godsnaam bevatten.
Classificatie
Eigennaam (man)
Datering
De naam komt voor in de periode na de Babylonische ballingschap, in de tijd van Ezra en Nehemia (5e eeuw v.Chr.).
Naam in het Hebreeuws
עֲדַלְיָה (‘Adalyāh / Adália).
Naam in het Grieks
In de Septuaginta: Ἀδαλία (Adalia).
Strongnummers
Hebreeuws: H5711 (Adalia).
Grieks: Geen afzonderlijk Strongnummer.
Etymologische gegevens
De naam is samengesteld uit עָדַל (ʿadal), mogelijk “recht doen” of “opheffen”, gecombineerd met יָה (Yah), de verkorte vorm van de Godsnaam. De betekenis ligt daarom in de richting van “Jahweh heeft recht gedaan” of “Jahweh heeft verheven”. De exacte etymologie is niet volledig zeker, maar de naam behoort duidelijk tot de theofore namen.
Formuleringen
Statenvertaling: Adália.
Herziene Statenvertaling: Adalja.
King James Version: Adalia.
Symbolische betekenis
Adália kan symbool staan voor Gods rechtvaardigheid, bescherming en verheffing. De naam benadrukt dat God recht doet en mensen ondersteunt in moeilijke tijden.
Bijbelse Stam
Adália wordt genoemd als een van de zonen van Haman, een Agagiet. Hij behoort dus niet tot de stammen van Israël.
Familie
| Relatie | Naam / Opmerking |
|---|---|
| Vader | Haman |
| Moeder | Niet genoemd |
| Broers | Parsandatha, Dalfon, Aspatha, Poratha, Aridatha, Parmashta, Arisai, Aridai, Vaizatha |
| Zussen | Niet genoemd |
| Vrouw | Niet genoemd |
| Zonen | Niet genoemd |
| Dochters | Niet genoemd |
Een korte omschrijving
Adália is een van de tien zonen van Haman, de tegenstander van de Joden in het boek Esther. Hij wordt genoemd in de lijst van zonen die samen met hun vader omkomen wanneer de Joden zich verdedigen tegen hun vijanden. Hoewel Adália zelf geen actieve rol speelt in het verhaal, maakt zijn naam deel uit van de genealogie die de ondergang van Hamans huis markeert. De naam draagt een theofore betekenis die contrasteert met de negatieve daden van zijn vader, wat in het verhaal een ironische ondertoon geeft. Adália blijft verder onbekend buiten deze vermelding.
De naam komt voor in de Bijbelverzen
Esther 9:7