Aházia

Betekenissen

Aházia betekent “de HEERE heeft vastgehouden”, “de HEERE ondersteunt” of “door de HEERE bevestigd”. De naam bevat een duidelijke verwijzing naar God.

Classificatie

Eigennaam (man)

Datering

Aházia verwijst naar twee koningen uit de 9e eeuw v. Chr.: Aházia van Israël en Aházia van Juda.

Naam in het Hebreeuws

אֲחַזְיָה / אֲחַזְיָהוּ

Naam in het Grieks

Οχοζιας

Strongnummers

Hebreeuws: H0274 en H0275 (varianten van de naam)

Grieks: G0883

Etymologische gegevens

De naam is samengesteld uit het Hebreeuwse werkwoord “achaz” (vasthouden, grijpen) en het theofore element “Yah(u)” dat verwijst naar de naam van God. De betekenis benadrukt afhankelijkheid van Gods steun.

Formuleringen

Statenvertaling: Aházia
Herziene Statenvertaling: Ahazia
King James Version: Ahaziah

Symbolische betekenis

De naam symboliseert Gods steun, bevestiging en bescherming. In de Bijbel krijgen beide koningen echter een negatief oordeel, waardoor de naam een contrast vormt tussen betekenis en levenspraktijk.

Bijbelse Stam

Koninklijk huis van Israël en koninklijk huis van Juda.

Familie

VaderAhab (voor Aházia van Israël); Joram of Josafat (voor Aházia van Juda, afhankelijk van genealogische uitleg)
MoederJezebel (voor Aházia van Israël); Athalia (voor Aházia van Juda)
BroersJoram (voor Aházia van Israël); meerdere prinsen (voor Aházia van Juda)
ZussenOnbekend of niet vermeld
VrouwNiet genoemd
ZonenGeen bekend
DochtersGeen bekend

Een korte omschrijving

Aházia is de naam van twee koningen in de Bijbel: één koning van Israël en één koning van Juda. Aházia van Israël regeerde kort en volgde de zonden van zijn vader Ahab en zijn moeder Jezebel. Zijn regering werd gekenmerkt door afgoderij en ongehoorzaamheid aan God. Hij stierf door een val uit een bovenvertrek en zocht geen hulp van de HEERE maar van de afgod Baäl-Zebub. Aházia van Juda regeerde eveneens kort en volgde de invloed van zijn moeder Athalia, die uit het huis van Omri kwam. Ook zijn regering werd negatief beoordeeld. Beide koningen worden gezien als voorbeelden van leiderschap dat afwijkt van Gods weg, ondanks de positieve betekenis van hun naam.

De naam komt voor in de Bijbelverzen

1 Koningen 22:51–53; 2 Koningen 1–9; 2 Kronieken 20:35–37; 2 Kronieken 22:1–9