10 04

4 oktober

"Zou Hij, Die het oor plant, niet horen? Zou Hij, Die het oog
formeert, niet aanschouwen?, vraagt de psalmist in Psalm 94:9. God
plantte het oor om te horen en vormde het oog om te zien. Als wij
over de wondere structuur en het vermogen van deze organen
nadenken, zullen wij ook voor dit werk van Gods hand in diepe
eerbied ons hoofd buigen en het uitspreken: "O HEERE, hoe groot zijn
Uw werken, zeer diep zijn Uwe gedachten" (Psalm 92:6). En toch,
hoe oneindig veel heerlijker is het oog en oor te hebben voor de
dingen die des Geestes Gods zijn. Met onze natuurlijke ogen kunnen
wij de heerlijkheid Gods niet zien en met onze natuurlijke oren Zijn
stem niet horen.
"Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het
oor niet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is
opgeklommen, hetgeen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben"
(1 Korinthe 2:9). "Doch God heeft het ONS geopenbaard door de
Geest", zegt het Woord verder in vers 10. Ons, die Hem liefhebben,
die in Christus een nieuwe schepping zijn geworden (2 Korinthe
5:17). Door geloof mogen we leven en Gods Geest toestaan het
nieuwe leven in ons tot groei en bloei te brengen. Gods Geest geeft
ons verlichte ogen van ons hart, opdat wij zouden zien welk een
rijkdom en heerlijkheid God ons schonk in Jezus Christus, onze Heer.
Gods Geest doet ons horen en verstaan wat Gods Woord tot ons heeft
te zeggen. Wij hebben de Geest van God, opdat wij zouden WETEN
wat ons door God in genade geschonken is (1 Korinthe 2:12).
Als wij Gods Geest niet hadden, zouden we Gods Woord nimmer
kunnen verstaan en geen oog hebben voor de rijkdom van Zijn liefde
en genade. Welk een onuitsprekelijke genade van God, dat Hij ons
van Zijn Geest heeft gegeven. Door Zijn Geest te leren zien en te
kennen de allesovertreffende Persoon van onze dierbare Heer. Te
mogen verstaan Gods liefde en genade, die Hij uitstort over ons, die
in Christus Zijn kinderen zijn! Te mogen leren onderscheiden,
waarop het aankomt (Filippensen 1:10). Dit is alleen mogelijk als wij
ons oog richten op Christus en ons oor te luister leggen aan Gods
Woord.
Lezen: 1 Korinthe 2:9-12

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u het gebruik van deze cookies en gaat u akkoord met ons cookiebeleid.  Meer info