05 21

21 mei

Alle kinderen van God komen eens in de hemelse zaligheid. Dit is
een onomstotelijke waarheid.
De Heer Jezus heeft gezegd: "En Ik geef hun het eeuwige leven; en
zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en NIEMAND zal
dezelve uit Mijn hand rukken" (Johannes 10:28).
Hij heeft een EEUWIGE verlossing aangebracht. Deze zekerheid
hangt niet af van iets in onszelf, van onze wandel of van de mate van
ons geloof, doch ligt uitsluitend vast in Jezus Christus onze Heer.
Toch zal er in de hemel wel onderscheid zijn tussen de heerlijkheid
van de ene gelovige en die van de andere.
Een gelovige die in zijn leven op aarde niet het Christus-leven
openbaar maakt, komt wel in de hemel, doch van zijn werk hier op
aarde zal niets overblijven wat de Heer zou kunnen belonen.
Door het werk der verlossing van onze Heer zijn wij verlost van de
toorn van God. Wij komen niet meer in het oordeel. Als God de nietbehouden
mens zal oordelen voor de grote witte troon (Openbaring
20:11-15), zijn wij allang bij de Heer.
Een gelovige komt echter wel eenmaal voor de rechterstoel van
Christus te staan. Niet om GEoordeeld te worden, maar om
BEoordeeld te worden. Niet onze werken zullen worden beoordeeld,
doch HET werk, n.l. HET werk des GELOOFS.
1 Thessalonicensen 1:3:" …gedenkende het werk uws geloofs …"
1 Petrus 1:17: "Vader, Die zonder aanneming des persoons oordeelt
naar eens iegelijks WERK".
Hebreeën 6:10: "Want God is niet onrechtvaardig dat Hij uw WERK
zou vergeten, en den arbeid der liefde, die gij aan Zijn Naam
bewezen hebt, als die de heiligen gediend hebt en nog dient".
Het gaat erom of wij door geloof hebben geleefd, of wij door Gods
Geest het nieuwe leven hebben geopenbaard. Alleen dat leven heeft
waarde voor God. Al het andere wordt vergeleken met hout, hooi en
stoppelen en zal verbranden (1 Korinthe 3:12-13).
Let wel: ons WERK zal worden beoordeeld, dus niet of we veel of
weinig gezondigd hebben. Onze zonden zijn voor eeuwig weggedaan
door het bloed van Christus. Ook niet of we goed of braaf geweest
zijn.
Het punt is, of en in hoeverre de Heer Jezus Heer en Meester
van ons leven is geweest. Het is niet een kwestie van werken doch
ook een zaak van het hart.

Lezen: 1 Korinthe 3:11-15

Deze website maakt gebruik van cookies. Door deze site te blijven gebruiken, accepteert u het gebruik van deze cookies en gaat u akkoord met ons cookiebeleid.  Meer info